vrijdag 19 februari 2010

Lessen van Anna 1

Kamerdebatten volgen met mijn grootmoeder Anna was net zoiets als samen met haar kijken naar schaatswedstrijden, ze was altijd vóór. Vóór Art en Keessie en vóór de beste politici. Ze had zeker een duidelijke politieke voorkeur maar kon genieten van goede sprekers van welke politieke partij dan ook. Wie zijn vragen en antwoorden mooi formuleerde met kwinkslag en dubbele bodem, had haar applaus al in zijn zak.

“Kijk”, zei ze, “dat is een debat, goede argumenten op tafel leggen en als je die niet hebt je slechte argumenten zo verwoorden dat het prachtige argumenten lijken”. En ze kon de meest geslepen politici er zo uithalen, de anderen werden door haar gecorrigeerd vanaf de bank in de voorkamer. “Nee jochie, dat had je nu niet zó moeten zeggen, nu zet het geen zoden meer aan de dijk”, en dan legde ze me uit waarom niet.

Mijn grootmoeder Anna is de kleinste (rechts)


Soms vraag ik me af of ze alles wel begreep, maar dan tik ik me op de vingers. Ik begrijp niet alles, zíj begreep het wel. Het was simpel. Er moest iets door de kamer en als dat niet zomaar ging, werd er over gedebatteerd. Oma was voorzitster geweest van de  regionale Bond voor Plattelandsvrouwen en onderwijzeres, één van het oude stempel. Dat hield in dat ze altijd  leiding of les gaf, met argumenten en een goed verhaal. Ze kon nog echt vertellen en had een enorme woordenschat. Zij begreep het allemaal heel goed, het was een intelligente en geëmancipeerde vrouw die de kranten las en naar het nieuws en de actualiteiten luisterde. En altijd, zonder uitzondering, de kamer debatten volgde.

Maar bij het crisisdebat van gisteren had ze waarschijnlijk met haar handen voor haar oren gezeten; ik hoorde haar gewoon zeggen: “Potjandorie, wat een slechte sprekers en wat een minimaal gebruik van onze toch zo rijke taal!” En de aanwezige leden van het Kabinet had ze links én rechts om de oren geslagen met correcties.

Helaas, Anna is er niet meer en op avonden zoals gisteren mis ik haar bitter! Ik mis het om vragend naar haar te kunnen kijken, zo met opgetrokken wenkbrauwen en dat ze daar dan op  zou reageren met de woorden: ’Wat een toestand in Marokko’.* Hetgeen aangaf dat het wel een erg rommelige situatie was, rommelig en ook wel zorgwekkend! En daarna zou ze me uitgelegd hebben wat er allemaal fout ging.

Ik zie de prioriteiten wel van de partijen, het opportunisme en de onmogelijkheden. En de tegengestelde belangen. En ook wel wat er fout gaat. Maar het gaat niet meer om de goede formulering van de argumenten, het gaat om eigenbelang, narcisme, stampvoeterij en starheid.

Er waren, volgens mij, slechts enkele goed gebekte Kamerleden: Kant, Halsema en ook nog wat heren die het voorbeeld van de dames volgden. Wilders viel uit, letterlijk en figuurlijk, die moet eerst leren lezen en praten. Oma zou op het moment dat hij het op een schreeuwen zette, een plaspauze hebben ingelast. Ik had wat dat betreft gisteren meer thee moeten drinken, veel plaspauzes……

Wat een toestand in Marokko!





© Gavi Mensch
Maastricht, 19-2-10



*de uitdrukking van algemene machteloosheid en ontreddering, die in de jaren 60 in Nederland in zwang was: "Wat een toestand in Marokko!"

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen