maandag 1 maart 2010

Lessen van Anna 2


Ik zie het voor me, ik lucht mijn hart.

Het vernuftige orgaantje verwijder ik even: scalpel, sneetje, bloed en hup...naar buiten ermee, in de frisse zuurstofrijke lucht. Even uitwaaien. En daarna? Hou ik het dan in mijn handen, zoals bij  een 'Jezus van het heilig hart'? Of hang ik het bij de fris gewassen lakens buiten aan een ijzeren waslijn? Met de knijpers aan de aorta?




Zou het niet prettig zijn als je dat geluchte hart eerst even kon schoonspoelen voordat het weer teruggeplaatst wordt? En een scheutje 4711?
Ik bedoel maar, al het oude verdriet eruit, de kamers even schrobben, de kleppen in de was, boenwas, dat ruikt ook nog lekker. De sores, die als cholesterol aan de vaten kleeft, wegschuren met zand, zeep en soda. Grote schoonmaak, het is voorjaar, vooruit met de geit!




Anna, mijn lieve en wijze grootmoeder, zou mij aankijken met haar blik van voorzitster van de Vereniging van Plattelands Vrouwen. “Orde, orde in de zaal!”
En ze zou mij vragen: “Kleindochter, waar ben je nu mee bezig?”
“Ik ben mijn hart aan het luchten, Oma, het was smoezelig van het hartzeer, het rook ook niet zo fris. Waarschijnlijk van al die nare belevenissen, die als je ze niet opruimt toch gaan liggen rotten.”

Grootmoeder zou haar hoed wat rechter op haar grijze krullen geplant hebben de hoedenpin opnieuw hebben vastgestoken en over haar bril naar me gekeken hebben, een denkrimpel tussen haar lieve ogen.
En ze zou haar hoofd geschud hebben, dat wist ze van te voren, dat ze haar hoofd ging schudden. Daarom moest die hoed goed vast zitten. Je kunt je kleindochter niet serieus toespreken met een wiebelende hoed.

En dan zou ze zeggen dat een hart gemaakt is om bloed door te pompen, het bewijs dat je leeft.

 “Alleen de doden kunnen niets meer leren van hun sores. Verdriet is een grens, daar kun je braaf achter blijven liggen huilen, maar je kunt er ook overheen. 
Hoe goed is dan het terugkijken! Dan heb je de sores achter je gelaten! 
Lieve kind, wat wil je met een schoon hart? Een schone lei, dat begrijp ik, maar een vlekkeloos hartje, dat eenmaal schoongemaakt wel weer 100 jaar meegaat? Wil je 130 worden soms? En waar ga je dan aan denken als je oud bent en de eerste 30 jaar van je leven mist?”

Anna hoefde niet vaak haar hart te luchten. Ze accepteerde het leven zoals het was. Veel gedaan, veel meegemaakt. 92 geworden en in mijn armen haar laatste adem uitgeblazen. Verzetsvrouw, moeder van lastige kinderen, een dove man en nooit te beroerd om iets voor ons te doen. Mijn voorbeeld, denk ik nu.


Niet nodig dus, je hart luchten. ”Vertel je verhaal maar”, zou ze zeggen,”dan ben je het kwijt. Laat je hart maar waar het hoort. Een enkele onregelmatige slag, maakt dat je je bewust bent van het tijdelijke, van dat je verder moet en niet terug”.

Ik vertel nu dus af en toe mijn verhaal, daarna moet ik verder. Verzamelen voor als ik oud ben, iets hebben om op terug te kijken. Het vertellen van het verhaal is een soort geheugentraining. 


Voor later, voor als mijn kleindochter zegt: “Oma, Ik moet mijn hart luchten.”
Dan moet ik met mijn doordringende ogen en lachrimpels naar haar kunnen kijken en mijn woeste krullen in bedwang houden, om serieus te lijken. En razendsnel de sores de revue kunnen laten passeren.
En bedenken dat mijn kinderen daar tussen zaten, het ook overleefd hebben en mijn kleinkinderen daar hun wijsheden uit moeten putten.
En dan moet ik glimlachend kunnen zeggen: “Lieve kind, wat moet je nou toch met zo’n schoon hart?”

Time flies!




©Gavi Mensch
Dordrecht 1985/Utrecht 2009

All right reserved 2009


.


1 opmerking:

Anoniem zei

Prachtig...ik moet natuurlijk overal om huislen nu, maar dit vind ik echt mooi. Zo beeldend geschreven dat het is of ik een film zie i.p.v. een schrijfsel lees...

x

Je dochter

Een reactie plaatsen