dinsdag 6 april 2010

Elsje

Huilend staat ze voor de deur van het trappenhuis, dikke tranen rollen over haar wangentjes.
Ze bonst op het glas en nog een keer. Als ze een vrouw aan ziet komen veegt ze haar tranen weg en als deze de deur van het trappenhuis opent, zegt ze met een dun stemmetje: "Ik ben verdwaald". De vrouw pakt haar bij de hand en vraagt vriendelijk hoe ze heet. Ze geeft eerst geen antwoord, lijkt verbaasd over de vraag en antwoord dan bibberig: "Elsje!" en ze probeert zich loswringen. Maar de vrouw houdt haar hand stevig vast en vraagt hoe haar achternaam is, maar Elsje is bezig met andere zaken, ze wil los! De vrouw laat haar niet gaan en voert haar zachtjes mee naar een lange gang en schuift een stoel zo dat Elsje kan gaan zitten. En vraagt haar, terwijl ze tegenover haar gaat zitten, waar ze zo opeens vandaan kwam, van boven of van beneden? Elsje schuift onzeker in de te grote stoel, haar tenen raken de vloer nauwelijks en ze lijkt verloren. "Wil je wat drinken Elsje?", vraagt de vrouw dan, "Een kopje thee of limonade?" Dan trek Elsje een beetje bij. "Limonade", zegt ze enigszins opgelucht en ze glimlacht. "Blijf je dan wel even hier zitten?", vraagt de vrouw, "Dan haal ik de limonade en ga ik even telefoneren, om te kijken of iemand weet waar ik je naar toe moet brengen." Elsje knikt en richt haar blik op de kast naast haar waar allerhande paaszaken op zijn uitgestald. "Mooi", zegt ze tegen de vrouw en richt haar blijk dan weer op de kronkelwilg takken, waar gekleurde eitjes en paashaasjes aan hangen. De vrouw loopt weg en Elsje lijkt zich niet meer bewust van de situatie.
De vrouw komt terug met een beker limonade en loopt daarna naar het kantoortje aan het begin van de gang. Ze draait het nummer van de receptie en vraagt, na haar naam genoemd te hebben, aan de receptioniste: "Kunt mij zeggen of u iemand bekend is met de roepnaam Elsje?" Het is een tijdje stil en dan bedankt de vrouw en verbreekt de verbinding. Daarna belt ze opnieuw, terwijl ze omkijkt om te zien of Elsje nog op haar stoel zit. Maar Elsje lijkt geïntrigeerd naar de bewegende eitjes aan de takken en verroert zich niet.
Na een poosje komt er man de gang inlopen, hij groet Elsje met een vriendelijk "goedenavond" en loopt met de vrouw een stukje verder de gang op; hij zegt wat tegen haar met zachte stem en de vrouw glimlacht en knikt. Dan lopen ze op Elsje af en de man vraagt aan haar of ze zin heeft om een stukje met hem mee te lopen. Elsje kijkt naar de vrouw en als deze goedkeurend knikt, laat ze zich van de grote stoel afzakken en neemt de uitgestoken hand van de man aan. Nadat ze de vrouw bedankt heeft voor de limonade, lopen ze naar de lift. Dan vraagt ze waar ze naar toe gaan en de man antwoordt dat hij haar terug brengt. "Naar huis?", vraagt ze hoopvol." Zoiets", zegt de man en neemt haar hand om haar de lift uit te leiden en ze lopen zo'n zelfde lange gang op. Een jonge vrouw in spijkerbroek en T-shirt loopt hen tegemoet en blijft voor Elsje staan terwijl ze iets door haar knieën zakt. Elsje doet een stap terug en vraagt aan de man: "Wie is dat?" Maar voor de man kan antwoorden, zegt de jonge vrouw: "Mevrouw Jansen, ik was u kwijt, kom maar vlug, uw zoon zit op u te wachten in de huiskamer" en dan vervolgt ze zachtjes tegen de man terwijl ze Elsjes hand overneemt: "Mevrouw Jansen was ineens weg, de kinderen zijn net op bezoek gekomen en konden haar niet vinden. Ik begrijp dat ze twee trappen af is gegaan, gevaarlijk, maar ja, de kinderen willen dat ze de ruimte heeft, we zetten haar dus niet vast in een stoel. Ze heeft tot voor een paar maanden alleen gewoond en de kinderen zijn zich bewust van de risico's" en vervolgens zegt ze vrolijk tegen Elsje: "Kijk mevrouw Jansen, daar is uw zoon, met uw kleinzoon en de achterkleinkinderen!" En ze grinnikt tegen de man terwijl ze nog een laatste mededeling doet: "Als je 102 bent, wil je nog wel eens verdwalen in de tijd."



©Gavi Mensch
Maastricht, 13-03 2009

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen