woensdag 13 juli 2011

Communiebroekje

.


Hij is wel oud, maar zo oud nog niet.
Wel is hij heel zijn leven veel en vaak ziek geweest.
Hij en zijn enig overgebleven zoon en schoondochter tellen zachtjes zijn laatste dagen. Ze zijn bij hem, dag en nacht. Zijn dochter en vrouw zijn al overleden. Verder heeft hij niemand meer. Hij is moe en de motor wil niet meer.

Ik kom om hem te verzorgen, maar dat wil hij niet, eten ook niet en drinken amper. Hij versterft langzaam. En hij heeft pijn.
Ik probeer een angst weg te halen bij de zoon en schoondochter: ook al gaat hij door de pijnmedicatie waarschijnlijk sneller achteruit, wordt de kwaliteit van zijn laatste dagen beter. Pijn is een nare verstoring in het toch bijzondere sterfproces.
De schoondochter gaat daarover met de huisarts bellen.

De volgende dag kom ik weer, ik ben opgeroepen. Ik laat de cliënt waar ik mee bezig ben in handen van een collega en ga erheen. Ik moet pijnmedicatie spuiten, de huisarts heeft ruim pijnbestrijding voorgeschreven. Ik trek het ampulletje op, zet de naald schuin in zijn broodmagere arm en spuit langzaam. Ik wrijf het bultje zachtjes weg, zachtjes, het is een dun vel met botjes eronder.

Als ik klaar ben vraag ik of hij een beetje opgefrist wil worden, een schoon broekje aan of iets anders. Hij ligt alleen in het broekje, zijn huid doet ook pijn. Dan grijnst hij naar mij en zegt, wijzend op het wegwerpbroekje met de roesjes van elastiek aan de benen en zegt: "Mooi hè, een communiebroekje".

Verbaasd kijken we elkaar aan en lachen. Zoveel humor aan het eind duidt volgens mij op het gehad hebben van een bijzonder leven. Humor om de dood te plagen.

Als ik de verrichtingen genoteerd heb, grinnik ik nog even na met de schoondochter, het breekt voor hen ook de spanning even en geeft de zwaarte van alles even iets lichts.

Voordat ik wegga loop ik nog even de slaapkamer in om afscheid te nemen.
Hij zit gesteund door zijn zoon op de rand van het bed, de hoofden vlak naast elkaar.
De gelaatstrekken zijn exact hetzelfde, ik grap iets over afdrukjes van één negatief en beiden lachen.
De lach is ook in beider ogen, een guitige lach en de vier omhoog gekrulde mondhoeken lijken even op vrolijk kabbelende golfjes in een meer vol tranen.




©Gavi Mensch
Maastricht, 13-7-2011


Opgetekend voor mijn Dagboek: Hinkend tussen twee gedachten
©Foto Gavi Mensch All right reserved 2011

.

3 opmerkingen:

Grietje zei

Ik krijg er rillingen van, dat is goed

Anoniem zei

Ik kreeg tranen in mijn ogen van je zo aanwezige liefde.

Monique zei

Bijzonder!

Een reactie plaatsen