dinsdag 13 augustus 2013

Agressie en zorg 1

.


Als vroeger in de marginale wijken, waar ik als wijkverpleegkundige werkte, een patiënt agressief was tegen de zorgverleners werd eerst gekeken of de patiënt wel anders zou kunnen. Dat wil zeggen, veel patiënten, diegenen met een beginnende dementie bijvoorbeeld, zijn agressief voornamelijk omdat ze uit frustratie over hun vergeetachtigheid en het niemand meer vertrouwen; daar hielden en houden we rekening mee. 

Agressie bij dementerenden is evenwel niet wijkgebonden.

Maar in die zelfde buurten woonden ook meerdere generaties 'niet opgevoede' mensen, mensen die zelden gecorrigeerd werden in hun agressieve gedrag. Daar werd korte metten gemaakt (als dat mogelijk was) en ging de veiligheid van de zorgverlener voor alles.



Er waren families waar ik 's avonds heen ging om een van de ouderen te verplegen in gezelschap van de bewakingsdienst. Niet de leukste klus in de avonddienst. Er gebeurde zelden iets, waarschijnlijk dank zij de stoere mannen voor de deur. Maar soms wekte dat ook weer agressie op. Er werd dan uiteindelijk een ander verpleegadres geadviseerd.

Sommige patiënten begonnen al te schelden als we binnen kwamen, onder de collega's werd dit altijd doorgegeven en wie er niet heen durfde, ruilde van patiënt. Want bange collega's werden dubbel gepakt.

Eén zo'n patiënt was een man van in de 80 die een injectie kreeg 's avonds en bij wie ook de catheterzak vervangen moest worden. Als je 5 minuten na de (ongeveer) afgesproken tijd binnen kwam werd je de deur weer uitgescholden. Ik heb daar een hele nieuwe vocabulaire oud-plat-Dordts geleerd. Maar het werk moest toch gedaan worden en de injectie en het vervangen van de opvangzak waren echt nodig. Dan begonnen de onderhandelingen en daar moest je zin in hebben. Soms moest je de hulp in roepen van een in de buurt wonende zoon of. Dat ging dan gepaard met een zelfde soort scheldpartij maar dan van twee tegelijk. En terwijl ze ruzie maakten deed ik razendsnel mijn werk.

Het andere voorbeeld was een relatief jonge vrouw die, door dronken in de auto te stappen, slachtoffers had gemaakt, waaronder zij zelf. Nu was ze volledig verlamd, bazig en boos, perfectioniste en nooit tevreden. Zij gaf de wereld de schuld van haar ongeluk, ik wist van de dochter dat ze geslagen was door de vorige echtgenoot en daarom dronk. 
Niets is wat het lijkt.
De vrouw deed, het volle uur dat je bezig was om haar te wassen en aan te kleden en de doorligwonden te verzorgen, niets anders dan blazen over iedereen.

Als we haar aanspraken op haar gedrag joeg ze ons weg, belde de directie en dreigde met het bellen naar de krant en de politie. En bovendien moest ze geholpen worden. Gedurende enige tijd werd een extern bureau ingeschakeld als ze zo tekeer ging en de extra kosten werden met haar verrekend. Die ze dan weer niet betaalde. Zorg weigeren was niet makkelijk. Iedereen begreep de frustraties van de vrouw, niemand had echter trek in het dagelijkse uurtje schelden incasseren en ondertussen de zware werkzaamheden klaren.

En dan het voorbeeld is dat van een schizofrene vrouw die nog steeds alleen thuis woont, zorg weigert en de hele dag min of meer scheldend op het zwarte katje, waar ze dol op is, door het huis loopt. Een huis vol losse kleedjes, een koelkast vol zaken die een diabeet niet mag hebben, insuline die verstopt wordt en een samenzweerderige glimlach als je haar kattenbrokjes cadeau geeft met de mededeling dat die voor de kat zijn. Ze is te bereiken via het katje, soms. 
Ze heeft gevoel voor humor, soms en dan ook nog maar heel even. Ik kook wel eens mee voor haar en een enkele keer blijf ik met mijn eten op de stoep staan; ze  weigert dan boos en scheldend om open te doen. Het feit dat ik niet meer voor die zorginstelling werk maakt het contact wel makkelijker. Veel ex-collega's mogen nog steeds niet naar binnen.

En als laatste voorbeeld de dementerende man die jarenlang zijn gezin geterroriseerd heeft. Een narcistische patiënt die dementeert is zo ongeveer de lastigste patiënt om te verplegen. Hij mankeert niets, hij is gezond, hij is net gewassen, hij is zó schoon op zichzelf. Nee, hij hoeft geen medicatie, die is voor zijn vrouw die gek is, volgens hem. Iedereen is gek en vergeetachtig behalve hijzelf. Nee, hij heeft geen natte broek en hoeft ook niet zo'n ding, hij heeft op een natte stoel gezeten, zijn vrouw zal daar wel op geplast hebben. Vaak schudt hij met zijn vuist richting zijn vrouw.  
Deze man vereiste een heel aparte benadering, waar ik later nog op terug kom. 

          ISBN: 9789035231610S van Geelen, R

Uiteindelijk verzorgde ik zijn vrouw als ik er heenging en hielp haar met douchen. Ik zag dan ook de blauwe plekken van het knijpen. Aanvragen voor opname moesten ondertekend worden door de echtgenote die dat eigenlijk niet durfde. De kinderen waren al heel lang uit het zicht, met angst voor de vader en minachting voor de meegaande moeder.
Uiteindelijk is hij opgenomen en doe ik nog steeds af en toe iets leuks met de echtgenote.



Ik bedenk me dat ik bij deze mensen maar hooguit een paar uur aanwezig ben en de familie en omgeving hele dagen.

Werkend in de psychiatrie kregen wij agressietrainingen, behalve een klap van een demente bejaarde heb ik nooit te maken gehad met lichamelijke agressie, ik probeer dat altijd te voorkomen. Niet eenvoudig maar toch. De trainingen helpen wel.

Maar de tegen de verbale agressie van patiënten kun je niets anders doen dan een manier van benaderen per patiënt zoeken, met als basis bedenken dat de agressie meestal komt doordat de patiënt boos is op zichzelf.
Als je kunt maken dat hij of zij ook ergens trots op kan zijn of zo af een toe eens een compliment geven lukt het meestal wel. Belangrijk is dat je je verhaal na het werk kwijt kunt en dat de agressieve patiënt wisselende medewerkers krijgt. In dit geval prevaleert het welzijn van de zorgverlener boven die van de patiënt die beter af zou zijn met vaste mensen.

Dat is in al die jaren niet veranderd, het idee dat zorgverleners doof en blind en ongevoelig zijn en dat de patiënt de meeste rechten heeft, simpelweg omdat hij of zij patiënt is. Ik heb veel collega's gehad die de patiënt op den duur niet meer verdroegen en zich na veel onenigheid met planners ziek meldden om er niet heen te hoeven. Zo ver is het bij mij nooit gekomen, ik kan me er echter wel alles bij voorstellen.

Als iedereen weet dat het professioneel verlenen van zorg tegenwoordig steeds minder leuk is door het gebrek aan humor, tijd, kennis en uithoudingsvermogen, snapt ook iedereen dat er verpleegkundigen en verzorgenden tekort zijn.

Ik geloof dat het vak 'omgangskunde' in theorie en praktijk, niet meer gegeven wordt op de opleidingen;  pure noodzakelijk voor de omgang met zieke mensen, voor alle zorgverleners!

En dat is, denk ik, een groot gemis! 




 ©Gavi Mensch

Maastricht, 13-8-2013.

.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen