dinsdag 2 augustus 2016

Haat is niets anders dan angst voor het gehate.



De afgelopen 24 uur heb ik heel wat keren de woorden haat en fobisch horen zeggen. Heel veel mensen heb ik gezien die alsmaar instemmend ja knikken en niet zo erg veel mensen die het hoofd nadenkend schudden. Veel meehaters en meepraters, veel populaire nep-rebelie.

In een programma op tv werd me door een vreemd lachend mannetje uitgelegd dat fobie en haat hetzelfde is. Homofobie en homohaat is hetzelfde? Geen enkele nuance?
Ik ben het daar helemaal niet mee eens. Niet met het vreemde lachje en zeker niet met de verkrachting van de Nederlandse taal.


Homofoben zijn in de eerste plaats bang dat ze zelf anders ( dan verwacht) zouden kunnen zijn. Ook zijn ze bang om 'verkracht' te worden terwijl gebleken is dat aardig wat mannen dromen van anale sex. Of ze ook homo's haten durf ik niet te zeggen. Ze zijn gewoon bang.

Bij Islamofobie zie je een ander verschijnsel. In de smalle denkwereld van heel veel bijbellovers en veel mensen die met 'bidden voor het eten' zijn opgevoed is het beangstigend om te bedenken dat anderen iets heel anders geloven. In de herinnering misschien de bloederige voorstellingen uit oude prentenboeken en bijna zeker weten de overlevering van die angsten door vele generaties min of meer streng gelovigen. De makkelijke haatzaaierijen van peroxidedingen en de economisch/politieke angst dat moslims macht hebben over het wel of niet volproppen van ons land met druk bezocht autosnelwegen, hebben daaraan allemaal bijgedragen.

Bijna alle fobieën zijn ontstaan uit de angst voor het onbekende, een onverwerkt verleden of sociale dwang of de angst gedwongen afstand moeten doen van je enige houvast.

Het woord Jodenfobie ken ik niet; wel Judeofobie. Het zou wat mij betreft kunnen vallen onder de angst als vermeld in Islamofobie.

Het juiste woord in het rijtje van anti-semitisme zou dus moeten zijn anti-islamisme

Judeofobie zou dan passen in de rij van angsten zoals Islamofobie.

Deze dagen worden de ismes en fobieën door elkaar gehusseld alsof het een boerenkool stamppot is. Veel gebep en weinig letten op de diepere betekenis van woorden en wat ze kunnen aanrichten.

Over het algemeen schelden we om onze frustratie kwijt te raken of als we boos zijn om onrecht. Ik vind dat een goede optie. "Schelden doet geen zeer, slaan des te meer."

Als ik iemand een mies mannetje noem, dan kan ik de redenen daarvoor tot op de laatste letter uitleggen. Ik ben echter niet fobisch voor het ventje; voor haat is hij te miezerig. Haten is trouwens een woord dat niet in mijn woordenboek staat, evenmin als jaloezie.

De saamhorigheid van de dames met de prachtige hoofddoeken, allemaal anders en toch bij elkaar horend, heeft veel weg van de (gedwongen) saamhorigheid van de gereformeerde vrouwen die alleen naar hun kerk een hoedje dragen.
Praten over kopvoddentax is een vorm van jaloezie, jaloers op de vrouwen die steun kunnen zoeken bij elkaar en zichtbaar als een sociaal blok naar voren kunnen treden.

Het peroxidehoofd als keurmerk komt alleen voor bij types als Wilders en Johnny van Flodder. Het hoofd van Wilders (als ex-donker harige) is een jaloers hoofd, een hoofd dat erbij wil horen.

Naar mij is gebleken, ik kan heel veel voorbeelden noemen, wordt jaloezie vaak geuit door middel van haatdragend gedrag: treiteren, onwaarheden vertellen en mensen naar het leven staan, dat laatste in het ergste geval.

Een stoere vrouw die niet gauw bang is, loopt de kans om vernederd te worden door een mies mannetje dat erg onzeker is en nergens bij hoort. En de haat van dat mannetje kan zich settelen in haar leven. Vaak gebeurt dat als er sprake is van huiselijk geweld.

Als we huiselijk geweld opblazen tot wereldlijk geweld, zouden daar best eens dezelfde overeenkomsten kunnen zijn. Jaloezie, op welvaart, op landbezit, op het educatieve niveau…. En angst.

Haat is niets anders dan angst voor het gehate. Voor het onbekende. Je kunt er niets mee. Je kunt het negeren want het gaat niet om jou. Iemand die jou haat om welke reden dan ook heeft een rottig leven, haten verpest je dag en je levensvreugde.

Sommige mensen "vind ik niet". Niet de moeite waard om me er druk over te maken, niet interessant, niet mooi en niet lelijk. Gewoon niet. Dat is veel makkelijker dan al dat gehaat. Mensen die me haten vraag ik één keer waarom. Daarna nooit meer, daarna negeer ik hen. En krijg ik geen zinnig antwoord? Of een antwoord als: "Ik haat dikke vrouwen van 64"? Tja... dan moet ik er om grinniken. Wat een trieste manier van haters om zich door het leven te worstelen.

Ismes en fobieën laat ik zo weinig mogelijk toe in mijn leven. Feminisme en atheïsme zijn enkele van de woorden die van mij wel mogen, ook al gebruik ik het het liefst in de vorm van feministe en atheïste. Fobieën heb ik, geloof ik, niet. De meeste angsten heb ik, denk ik, overwonnen.

Veel fobieën zijn trouwens aangeleerd of aangepraat. Zelf blijven denken is een must.



Gavi Mensch
Nederland BV, 1-8-2016


Update voor toe, een puike bijdrage van Tofik Dibi bij 'De  Correspondent'
https://decorrespondent.nl/5034/Homos-zwaai-niet-terug-maar-steek-je-middelvinger-op/1116886824372-66c63f8b

Update met info over wat angsten veroorzaakt als we het hebben over oorlogsslachtoffers
https://psychotraumanet.org/nl/tweede-generatie-oorlogsslachtoffers


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen