zondag 29 januari 2017

Kinderopvang en kwaliteit, de problematiek






Ik heb een nieuw kleinvriendje, tijdelijk, ik ben een ingeleende oma in een gezin met een omagebrek.

Het betreffende kleinvriendje dat me nu Omajien noemt, is een schattig en bijdehand ventje van 2, Tom genaamd; een kindje met wat wij een slechte start noemen. Ziekenhuizen, operaties en een behoorlijke uitdaging om een kindje met een klein geboortedefect door het eerste jaar te slepen, zorgen voor een vroegwijs mannetje dat de volgorde een beetje kwijt is. Zoals eigenlijk alle peuters die iets langer met moeder alleen waren, ziek zijn geweest of zich in een speciale situatie bevonden, heeft hij een beetje last van het verschil in mijn en dijn. 

En van onbekende gevoelens waar hij nog niets mee kan. Wat zich soms uit in knijpen, meppen of bijten. Bijten doet het meest zeer en heeft dan ook een zware consequentie, in Tom's geval: *verwijdering uit de normale peutermaatschappij.


De moeder is sinds kort bezig om haar werk weer op te pakken en de jongeman mag dagdelen spelen op een kinderdagverblijf. Helaas heeft Tom een verdedigingsmechaniek ontwikkeld en bijt letterlijk van zich af. Het kinderdagverblijf zet Tom (natuurlijk uit angst voor de ouders en de reputatie maar ongehinderd door kennis van zaken) de deur uit. Ook een volgend kinderdagverblijf wijst moeder en kind de deur.
Ouders gaan naar besprekingen met een psychologe, iedereen ( behalve de reguliere kinderopvang) verdiept zich in de materie en uiteindelijk wordt besloten om het kindje enkele dagdelen naar een MKD te laten gaan, een medisch kinderdagverblijf.

Aan mij om het ventje op te halen en hem mee naar huis te nemen tot zijn moeder, die in de buurt werkt, hem ophaalt. Ik speel ook enkele dagen in de week met mijn kleinkinderen en de uurtjes met Tom kunnen daar nog prima bij.

Ooit ben ik mijn zorgcarrière begonnen als KVJV'er (nu pedagogisch medewerker met een aantekening) in een medisch kinderdagverblijf, dus Tom roept goede herinneringen op. Het is zo'n halve eeuw geleden dat ik daar werkte en mijn kennis over speciale kinderen heb ik de laatste 45 jaar aardig uitgebreid, onder andere als verpleegkundige in een kinderziekenhuis. En ik moet vaak constateren dat pedagogische medewerkers niet altijd up-to-date zijn, niet het verschil zien tussen de achtergrond van het ene en het andere kind. En ook de consequenties van de medische behandeling is hocus pocus. Ik stel dan ook voor om de M uit MKD te verwijderen totdat alle medewerkers op de hoogte zijn van wat die M inhoudt.

Het is leuk samenzijn met Tom. Net zoals mijn kleinkinderen is hij afwisselend aanhankelijk en heel onafhankelijk. Ik zie weinig verschil met andere kinderen. Soms heeft hij een stampvoetje, soms een huilbui en soms is hij even gefrustreerd. Een uh-uh en het afleiden van kinderen in zo'n state of mind, gevolgd door de vraag 'waarom' als ze weer gekalmeerd zijn doet wonderen. Uitleggen kunnen ze het nog niet echt maar ze geven wel aanwijzingen en het is aan volwassenen om daaruit het probleempje te filteren.

Mijn kleinkinderen en Tom kunnen rekenen op 1 op 1 momenten, zowel thuis als ook bij mij.
Ook in het MKD gaf ik vroeger ruimte voor een 1 op 1, dat was absoluut nodig voor de ontwikkeling en zeker voor kinderen met een opstartprobleem, een gezondheidsprobleem of situaties die veel stress veroorzaakt hebben. Maar de meeste MKD's hebben kinderen met grote gebreken, zowel lichamelijk als ook geestelijk. Het was destijds geen opvangplek voor kinderen die door ondeskundigheid van kinderdagverblijfmedewerksters niet op de reguliere opvang terecht konden Nu lijken de bezuinigingen en de minder brede opleidingen te zorgen voor overbevolking van MKD's met kinderen en medewerkers die daar niet horen. Verder zijn er de bezuinigingen; die zorgen te vaak voor dubbele groepen en/of te weinig leidsters en/of te veel stagières.

Dat gaat ook op voor alle soorten kinderdagverblijven.

Afgelopen week toen ik Tom ging ophalen vroeg ik iets over buitenspelen. Het was geen mooi weer maar het leek me niet prettig om de hele dag in een klein groepslokaaltje te moeten zitten. Om over de slaapplekjes maar niet te praten. Het konijn op de kinderboerderij heeft meer ruimte. 
Er werd heel fel op gereageerd door een jongere leidster. Die heb ik snel uitgelegd dat het nog geen aanmerking was maar een vraag en dat daar een wezenlijk verschil tussen is. Hoe dan ook kreeg ik te horen dat al die jasjes en mutsjes en sjaaltjes en snotneuzen zoveel tijd in beslag namen dat het de moeite niet waard was. Ik gaf aan dat die tijd ook besteed werd aan de kindjes, met een brede lach, maar de jonge dame liep weg waarop een oudere leidster haar vragend nakeek. We wisselden een knipoog uit, Iedereen heeft zijn dag wel eens niet, dacht ik.

Maar toen ik van de week mijn vriendje ging halen zat hij aan tafel in een triptrapstoel waar hij niet zelf uit kon (deed me denken aan de vastgezette ouderen in een geriatrische instelling waar ik als wijkverpleegkundige kwam). Hij was heel enthousiast dat ik hem kwam halen en zwaaide vrolijk met zijn armen. Toen trok hij een educatief spelletje dat op tafel stond naar zich toe om het me te laten zien.

Ik schrok van de reactie van de leidster. Met een nare harde stem zei ze: "Tom niet doen, mag niet" terwijl ze het ding uit zijn handjes trok en verder weg op tafel zette. En aangezien ik oud ben en mijn mond niet meer hoef te houden, keek ik de leidster in de ogen en zei met een, voor haar niet te peilen, glimlach dat dát een veel te felle en niet educatieve actie was.

Ik haalde Tom uit zijn stoel en keurde haar geen blik waardig. In het benauwde slaaphok annex garderobe annex bergruimte pakten we zijn rugzakje en zijn jas. De jas legde ik demonstratief midden in ruimte op de grond en liet Tom op zijn manier, keurig zelf zijn jas aantrekken. "Goed van hem hè", zei ik tegen de bozige leidster. Ze zei niets.  

Mijn opmerking over ondeskundigheid en een gebrek aan communicatiemogelijkheden van sommige medewerkers werd hierbij bewezen. 

Er is een gouden regel: als je wilt praten met een kind, het iets verbieden of corrigeren, zorg dan altijd dat het kind je ogen ziet en dat hij aandacht heeft voor wat je zegt.
En als je een fout maakt, zeg je sorry. 
Maar behalve dat heeft deze leidster nog veel meer te leren. Namelijk dat ze een voorbeeld is voor kinderen en ouders en dat begreep deze jongedame echt niet. 

Het is niet zo maar een vak! Een leidster moet veiligheid bieden, rechtvaardig zijn en liefdevol. Ze moet kinderen verder helpen. Deze leidster lijkt mij persoonlijk totaal ongeschikt. Het is te hopen dat het medisch kinderdagverblijf aan bijscholing doet. Anders moeten we het daar maar eens over hebben.

Hoe dan ook, ik ga er persoonlijk voor zorgen dat Tom binnen de korst mogelijke keren terug kan naar een gewoon kinderdagverblijf. Een dat ik persoonlijk kan aanbevelen. Waar de communicatie met de ouders verloopt via What'sapp, waar live-momentjes doorgegeven worden, waar geen berispende overlegjes met ouders plaatsvinden. Waar een kind gewoon een kind kan zijn. En waar bijten en slaan en knijpen een onderdeel zijn van het groter worden en geen criminele activiteit.

MKD's moeten gerenoveerd worden. De methodes op sommigen zijn hopeloos ouderwets weet ik van een neuropsycholoog die er ooit een periode meeliep.

Wie is zich er nog van bewust dat de opvang van jonge kinderen een uitermate verantwoordelijke bezigheid is? Kinderen worden niet gestald en medewerkers plakken geen stallingsbewijs op het voorhoofd van het kind. Dat geldt voor peuterspeelzalen en kinderdagverblijven, voor BSO's en helemaal voor MKD's.

En tot besluit, mijn beide kinderen hebben op kinderdagverblijven en BSO's gezeten. Daar hebben ze behalve een multiculturele sociale omgeving genoten van volwassenen die er waren voor hen. Ook daar ging wel eens iets fout. Door mijn schuld of door het botsen van opvoedingsmethodes of onredelijkheden. Daar werd over gepraat, daar werd van geleerd, ook door mij, en meestal niet waar de kinderen bij waren. Mijn kinderen hebben er zaken geleerd die ze thuis niet leerden. Ze begrepen dat ze niet mee konden naar mijn werk en dat werk behalve plezier ook geld op leverde.

Ik vind dat heel veel opleidingen op de schop moeten. Dat een opleiding voor pedagogisch medewerker op minimaal havo en daarna mbo niveau moet. Dat er voor medewerkers op een MKD nog strengere eisen zijn. Dat elke stap die ze doen voor het welzijn van het kind moet zijn. Dat ze medische en psychologische achtergronden moeten kunnen begrijpen maar ook hanteren. Dat er begeleidingsplannen gemaakt moeten worden samen met de ouders of voogden en dat die toetsbaar moeten zijn.

Het verhaal van Tom is nog niet afgelopen natuurlijk. En het is geen op zichzelf staande situatie. Bezuinigingen hebben overal tot onveiligheid geleid.

Bezuinigingen op de toekomst van onze jeugd is bezuinigen op de toekomst van iedereen.


©Gavi Mensch
Nederland BV, 29-1-2017






NB *verwijdering uit de normale peutermaatschappij lijkt me een ernstige zaak, soms veel ernstiger dan de reden waarom.
Ik ben hier dan ook nog niet mee klaar en ga op zoek naar de regels van kinderdagverblijven en hun mogelijkheid om een kind te weigeren ( lees marginaliseren) en hun verplichting om kinderen en ouders bij te staan als er kleine moeilijkheden zijn. 




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen