woensdag 2 augustus 2017

Vrijdag de veertiende.



Hij is arts zegt ie. Tja, dat heb ik al eerder gehoord. En ik heb al veel jonge mensen de aanbeveling gedaan om niet zomaar te zeggen dat ze arts zijn. En zeker niet als ze niets doen om te helpen of te ondersteunen of in ieder geval een mentaal overzicht te maken door vragen en observatie van iemand in pijn of nood; dan houd je je mond.

Alles ging sowieso kapot vandaag. Mijn auto startte niet en ik moest het kreng aaien, bedreigen en laten staan om het dan nogmaals, dit keer met succes, te proberen.
Ik moest bellen naar het ziekenhuis om te zeggen dat ik te laat zou komen, gelukkig kon dat nog.

De radioloog stond op me te wachten en tijdens de echo van mijn zere schouder begon het: "dat is niet zo mooi, dat is kapot, dat is waarschijnlijk niet te repareren, daar zit een fikse ontsteking en dit zwarte gedeelte is allemaal vocht. Rotatorcuff letsel.  Dit alles wordt me verteld omdat ik de juiste opmerkingen maakte en de aimabele jongenman vroeg of ik arts was. Ik zei dat ik verpleegkundige was en me ingelezen had zodat ik de juiste vragen zou kunnen stellen, Ik denk dat hij toen dacht dat hij mij wel direct het slechte nieuws kon toefluisteren: "Het ziet er slecht uit, de artrose zal u wel bekend zijn en de rest is een flinke klus voor de orthopedisch specialist, sorry".  Ik bedank hem voor zijn spijtbetuiging en zeg dat binnenkort de andere schouder ook nog moet omdat die overbelast wordt nu. Hij beaamt dat en wenst mij sterkte.

Bij het verlaten van de kliniek ben ik mijn mobieltje kwijt. Door alle consternatie ben ik er van overtuigd dat ik hem mee naar binnen genomen heb. De paniek zal op mijn gezicht te lezen zijn geweest want de receptionisten begonnen gelijk met zoeken. Om een lang verhaal kort te maken, hij lag tussen de autostoel, vrolijk te bellen. Weer binnen om te betalen bedankte ik de dames, lieve meiden trouwens van het DC, viste wat kleingeld uit mijn portemonnaie en kwam dus een 10 cent stukje tekort. Ik heb nu €48,40 aan kleingeld in mijn tas die nu extra zwaar tegen mijn zere schouder aan hangt.

Bijschrift toevoegen
Dan haal ik de kleintjes op voor omadag, alleen een morgen in dit geval. Ik haal een koffie en krijg een kuipje melk waarvan de klonters langzaam in mijn koffie zakken. Gelukkig is er een nieuw bakkie troost, ik heb het nu écht nodig. De kindjes willen cake maar hun mama verbood alle zoetigheden. Dus hebben de snoezepoezen bijna een hele bak aardbeien verorberd.
En twee keer, op het punt dat het verste van de wc's af ligt, zegt mijnkleindochter: "Oma, caca. Terwijl we naar de wc spurten bedenk ik dat ik inderdaad Oma Caca ben vandaag. De kindjes hebben een paar heerlijke uurtjes gehad op de Daalhoeve, de kinderboerderij met het meest veelzijdige aanbod aan dieren. Inclusief nandu's, alpaca's, stokstaartjes en grote schildpadden, ara's en dwergkoetjes en -paardjes.

Nadat ik de kindjes heb afgeleverd thuis, rijd ik naar de garage. Daar start ie prima, wel 6 keer achter elkaar, blijkt dat er te weinig koelvloeistof in zit maar kan een ander technisch mankement alleen maar verholpen worden door Charlie. Deze waarschuwt me dat hij alle kabelbundels moet controleren en dat het een klus werk is en dat mijn
Twingo een hele dag opgenomen moet worden. Met alle kosten van dien.

Fijn dan, ik maak een afspraak en thuis aangekomen stort ik me op de doos paracetamol en daarna op de bank.
Twee uur later word ik wakker met pijn in mijn zij. Een rib die vorige week over een andere is geschoten tijdens een hoestbui, zit er weer overheen en voorzicht rek ik me uit. Ik vloek gewoon hardop, ik woon alleen.

Ik moet nog wat zaken regelen en stap in de auto die natuurlijk weer niet start. Met een lief stemmetje bel ik de Wegenwacht en die staat in no time voor mijn neus. Mijn auto start natuurlijk en de man zegt dat het komt omdat mijn auto de sleutel niet herkent want een van de 600 lampjes blijft flikkeren. Ik haal een reserve sleutel en ja hoor die herkent ie en het flikkerende lampje dooft. Verder kan de beste man niet veel doen. Ik vraag of ik hem eventueel nog een keer mag bellen als ik een probleempje met het starten heb? Dat mag, na het eten. Ik doe wat ik nog moet doen en rijd langs de Lidl om nog wat boodschapjes voor het weekend te doen, alleen het hoognodige.

Terwijl ik in het laatste pad sta krijg ik een ontzettende klap tegen mijn zij. Een zeer geverfde dame trok haar volle boodschappenkar even de hoek om waardoor de kar uit de bocht vloog en het zware handvat in mijn zere ribben slaat en me met de zere schouder tegen de vitrine aan drukt. Ik geef een gil, zij kijkt om en zegt sorry terwijl ik naar adem hap en bijna flauwval van de pijn. Mijn adem snerpt, ik zak door mijn benen, ik heb niet vaak een dergelijk pijn gehad. De als niet al te briljant bekend staande bedrijfs'líjdster' komt me vertellen dat het vast niet zo erg is, terwijl de zeer geverfde lippen van de daderes, die dat beaamt, zich in een verachtelijke boog laten zakken. Dan komt hij die zei: "Ik ben arts" en zegt dat ik moet stoppen met hyperventileren. Nog naar adem snakkend mompel ik over ribben en ademnood en ik kijk heel boos. Waarna iedereen boos is om mijn pijn die ze natuurlijk verwarren met eigenwijzigheid. Ik stuur hen naar een plaats heel ver weg en dat doen ze. "Aanstelster", zeggen de knetterrode lippen van de daderes; ondertussen probeer ik al strekkend mijn rib weer op zijn plek te krijgen. De pijn zakt een beetje en het ademen wordt makkelijker. Ik bel een vriendin die om de hoek woont, maar die blijkt niet thuis te zijn. Ik zeg dat ik het wel probeer en strompel naar de kassa, de tranen van pijn lopen over mijn wangen. Uit nijd haal ik mijn penning buiten uit het karretje en laat het daar staan. Ik kruip de auto in en rijd naar huis, zonder riem, die verdraag ik niet.

Een eindje verderop lopen de lippen en haar dokter en ik besluit hem toch nog even te zeggen wat ik denk. Ik leg snel uit wat het probleem is en zeg dat hij nooit meer moet zeggen dat hij dokter is als hij niet eerst een stoel vraagt zodat een duizelig 'slachtoffer' kan gaan zitten. En dat verder als iemand problemen heeft met ademhalen en een enorme klap tegen de ribben krijgt hij zich af moet vragen of er geen longprobleem is ontstaan. En dat hij, als hij ooit 'arts', wil worden, ik hem eerst wel bekend wil maken met anatomie en ziekteleer. Ik heb het antwoord niet afgewacht.

Eenmaal thuis, scheurde nog het hengsel van de boodschappentas en had ik geen zin meer om iets anders te doen dat dit op te schrijven voordat ik met een kop hete thee naar de bank loop.


©Gavi Mensch

Maastricht, vrijdag de14de juli 2017



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen