vrijdag 2 maart 2018

Groen grijze leegstand




Vandaag las ik in de krant het volgende stukje over het weren van auto's uit de binnensteden. 

Van alles wat er misgaat, krijgt de vergrijzing de schuld. Voor dit item, "leegstand" moet ik echter verwijzen naar de stadspolitiek: 

Het is een duidelijke zaak: ik kom nooit in het centrum van Maastricht. Ik koop buiten het centrum. En met mij heel veel ouderen. Met de bus gaan betekent soms twee keer overstappen en zoeken naar ver-weg bushaltes. Met de belbus ben ik uren kwijt. Taxi is te duur, parkeren kost meer dan de eventuele aankopen. 

Mijn oudere patiënten komen ook zelden of nooit in de stad. Er is geen bankje om op te zitten, de straatbekleding is veelal 'looponvriendelijk'. De fiets, als je over de bergen en dalen naar naar het centrum heen komt, mag niet mee de winkelstraat in. Dus moet men vooral flink klagen over terugloop van omzet. En over de eenzaamheid van ouderen die hun huis niet meer uit komen.


Jaren geleden was dit in Dordrecht ook al zo. Leegstand en te weinig fantasie, weinig parkeerplek, te ver weg, bussen uit de buurt. Voor wie niet goed ter been is of was zoals mijn moeder destijds, is het centrum een crime, ondanks de leuke winkeltjes ( voor zover die er nog zijn). 
De leegstand in Dordrecht en ook die in Maastricht is enorm. Om nog maar niet te spreken van Rotterdam en andere grote steden.

Persoonlijk doe ik mijn boodschappen in een winkelcentrum in een buitenwijk. Er zijn drie ingangen dus kan ik de parkeerplaats kiezen die het dichtst bij mijn hoeveelheid boodschappen past. De vloerbedekking is mensvriendelijk. Alles is toegankelijk voor mindervaliden. Er zijn toiletten en horeca naar keuze. Kinderen vermaken zich, voor ouderen zijn er her en der bankjes om even op adem te komen of te wachten. De Hema, C&A, Etos, Kruidvat AH, Jumbo en andere ketens zijn aanwezig en verder winkeltjes met een eigen karakter. Minder dan in het stadscentrum maar genoeg, tot nu toe. Ik kan met een winkelwagentje overal in en overal komen. Waarom zou ik dan in gotsnaam naar een centrum gaan waar het mij zo moeilijk mogelijk wordt gemaakt. Ik ben zo groen als het maar kan, maar mijn lijf wordt grijzer, samen met de rest van de bevolking.

De groene politici worden ook ouder; hopelijk hebben ze zich dan niet kapot gewerkt en kunnen ze allemaal met een bakfiets boodschappen gaan doen. Of in de binnenstad gaan wonen; politici worden (door ons ) goed betaald.
Oh ja, voordat ik her vergeet, al die eigenaars van leegstaande gebouwen hebben er baat bij dat ze leegstaan, het levert qua verliezen een leuke aftrekpost op die wij gezamenlijk weer aanvullen via onze belastingafdrachten..

Mij verbaast het niet dat de winkelstraten in de stadscentra kapotgaan. De nieuwe generatie gaat liever naar de sportschool en bestelt alles online.
Jammer wel maar het is niet anders.



©Gavi Mensch
Maastricht 2-2018


Update: Hiermee wordt het ook makkelijker om het centrum te omzeilen en de hele hoge huurprijzen. Het wordt kiezen of delen.

https://nos.nl/artikel/2220700-hoe-haal-je-als-winkelier-het-jaar-2030.html




zondag 11 februari 2018

Een rustig Carnaval gewenst.


Carnaval maakt dat het heerlijk rustig is op straat, hier in een buitenwijk van Maastricht. Ik heb er helemaal niets mee. Ik zie het als verplicht plezier maken. Ik kan geen feestjes bouwen, al heel lang niet meer. Feestjes ontstonden bij mij thuis altijd spontaan. Hoe minder je regelde, des te leuker werd het.
Als nu een niet-Limburgse burgemeester-mevrouw op tv een mestreechs liedje zingt zonder de bijbehorende zachte g, vraag ik me af hoe ik zo iemand nog serieus zou moeten nemen tijdens een raadsvergadering.
Ik ben niet zuur, gewoon een realist die zich in het dagelijks leven al vaak genoeg belachelijk schijnt te maken, realisme is niet hip! Reality shows wel, maar daar is realiteit niet echt een item. Ik hoef het niet dik over te doen tijdens Carnaval.

Eens leerde ik een Prins Carnaval kennen, een leuke man met goede ideeën die het hele jaar door zichzelf is; hij zou van mij zo burgemeester kunnen worden. Ik ken ook hele spontane mensen die ook zichzelf blijven. Maar zij vormen een uitzondering. Maastrichtenaren zijn normaal gesproken niet open en écht vrolijk. Ze beschermen hun feest met het excuus dat er heel veel gedaan wordt voor goede doelen, die ik op drie na niet kan vinden.

Weten we wat zo'n Carnaval kost? Weten hoeveel mensen zich dagelijks melden bij de voedselbank? Weten we ook hoeveel kinderen of een carnavalsoutfit aanhebben van duizenden euro's en hoeveel ouders en grootouders zich daarvoor in de schulden hebben gestoken. Mensen die het normaal gesproken al niet zo breed hadden?
Holadiejee Holadiejoo?
Mijn ex patiënten uit de armste buurt van Mestreech waar nog veel ouderen analfabeet zijn of geen Nederlands spreken/ verstaan, hebben moeite met het hoofd boven water houden. Lijkt het niet logisch dat ipv auto met chauffeur, de prins uit die wijk op zijn minst zijn wijkgenoten uitnodigt voor een gratis feestavond, inclusief eten en drinken? Wat hebben ze aan een bezoekje?

Iedereen mag van mij iemand anders zijn tijdens Carnaval, of als ze dat het hele jaar door al doen, even een paar dagen zichzelf zijn.

Ik vind het heerlijk om mijn kleintjes verkleed te zien, ze hebben er plezier in, ze zien gelukkig nog niet hoeveel verloren geld er zit in enorme optochten, praalwagens geproduceerd voor een paar uur en ik zal niet degene zijn die hen dat uitlegt.
Maar Carnaval is niet echt voor de kleintjes. Als de groten dronken worden en doordraaien van drank en andere zaken, moeten de kleintjes maken dat ze weg komen. Verplichte vrije dagen met Carnaval? Krijgt iedereen er dan gewoon twee vrije dagen naar keuze bij?
Ik ben het verkapte religieuze gedoe zat; de dwang om je te vermaken en vrij te hebben met kerstmis, pasen, carnaval, goede vrijdag, pinksteren, hemelvaartdag. Ik heb niet veel vrije feestdagen gehad, als zorgverlener bestaat dat niet. Ik kon er ook niet om treuren, het leverde me andere dagen op waarin ik bij mijn kinderen kon zijn en iets extra's kon doen. Ik volg die tradities nog steeds maar half. Misschien is dat het, ik heb het niet zo op de tradities van anderen.

Even terug naar Carnaval, ik zap telkens de beelden van het carnaval weg. Ik schaam me een beetje voor volwassenen die met een narrenkap en een smoking een polonaise doen. Wat bezielt die mensen?
Ik heb het gevraagd en krijg er geen wetenschappelijk verantwoord antwoord op. "gewoon leuk, lekker uit je dak, je lekker bezatten, gewoon hopsen en springen en keihard meezingen" zijn nog de meest intelligente antwoorden.
"Het nog even uit de band springen voor je gaat vasten" heeft nog enigszins een poot om op te staan. Maar de meeste mensen vasten niet, de kinderen hebben geen vastentrommeltje waarin ze hun snoepjes bewaren tot Pasen. En de volwassenen, drinken en vreten vrolijk door tot ver na Pasen, dan pas moet het lijf weer gemarteld worden voor de pasvorm van bikini en zwembroek.
Dat was allemaal grappig in de vorige eeuwen. maar wat te doen met de mensen die verplicht vasten omdat er geen eten is? Het hele jaar door? Geen voedsel en geen water?

Ben ik nu een moralist in plaats van een realist? Ik weet wel een paar mensen die hier ja op antwoorden. En als ik dan in discussie zou gaan met hen, komen ze met clichés en dooddoeners en bergen gebakken lucht. En als ik die discussie uit zou willen diepen zal ik dat moeten doen voor de spiegel.

Vaak denk ik dat het al zoveel moeite kost om de voeten in rem stand te zetten om je niet te laten meeslepen door de waanzin van de dag en om te blijven dwarsliggen. Maar dan lees ik over de Limburgse politiek en weet weer waarom ik het doe en ook waarom ze hier Carnaval zo intens vieren. Om alles even te vergeten.
Ik kan niets met malle fratsen, ik gun wel iedereen zijn feesie.

Vandaag lees ik, luister ik naar kunstige muziek en kijk naar National Geographic, gewoon omdat het kan.


Gavi Mensch
Maastricht 13-2-2018


Dit is het 5 de deel van Carnaval blogs. de andere vier zijn te vinden onder het lebal Carnaval.

maandag 5 februari 2018

Organen krijgen of behouden



Over ja en nee tegen 'wettelijke' orgaandonatie en de "houd je mond nou maar en teken wet" van D'66.  

Ik ben blij dat de Senaat nog vragen heeft.

Bijna 23 jaar geleden ging ik een beetje dood door een geklapt aneurysma in mijn hoofd gevolgd door een flinke bloeding, had ik een adem- en hartstilstand, werd ik gereanimeerd en de vraag was hoe ik daar uit zou rollen. Ik had niet veel kans.
Ik was in coma en werd in coma gehouden om te stabiliseren. Daarna ben ik geopereerd, heb nu een clip in mijn hoofd en enkele gaten in mijn schedel.

Ik had destijds een donorcodicil, eigenlijk gewoon omdat ik ook vanaf mijn 18de bloeddonor ben geweest, omdat ik vond dat ik 2 of 3 keer per jaar een halve liter kon missen.

Ik heb mijn donorschap ingetrokken. Ik ben een neezegger. Waarom? Orgaandonatie is nog niet duidelijk. Wel voor de ontvanger, niet voor de donor.



Omdat ik er niet van overtuigd ben dat iedere arts even goed op de hoogte is wat hersendood is, wat het inhoudt. En ook niet met het buiten, onder- en onbewust zijn.
Een bijna-dood-ervaring is geen BIJNA DOOD ervaring maar een DOOD ervaring.
Hersendood is niet dood maar bijna dood, dat wel. Hart en ademstilstand leiden tot de dood, een blijvende dood als er niet gereanimeerd wordt.


Tijdens de keren dat ik dood ging of was, was er geen rust of stilte. Ik hoorde mijn dochter gillen, en ik weet nog dat ik dacht dat hoe fijn het wegglijden ook was, de kinderen het nog niet alleen af konden. De volgende keer zag ik alles van bovenaf, dat bleek nadat ik mijn nachtmerries had uitgelegd aan de anesthesist. Van de laatste keer weet ik alleen dat er veel schaduwen waren die in mijn licht stonden en dat er een zeker paniek voelbaar was.

Soms horen we van diep-comateuze patiënten dat ze van alles gehoord en gevoeld hebben tijdens de periode dat ze in coma waren. Als verpleegkundige heb ik ook geleerd om met comapatiënten te praten alsof ze bij bewustzijn zijn, soms reageren ze op pijnprikkels, soms op het stemgeluid van iemand die hen lief is. Ik heb een traan zien rollen op het uitdrukkingsloze gezicht van een diep-comateuze man wiens dochter vertelde dat ze een dochter had gekregen en dat ze die kwam laten zien. De man stierf een week erna, na een longembolie.

Even terug naar de hersendood, die bepaalt of we kunnen dienen als
donormateriaal.
1.     Wanneer een operatie om de levende organen eruit te halen begint, stijgen hartslag en bloeddruk significant. Als je in een stoffelijk overschot gaat snijden gebeurt er niets. Hartslag en bloeddruk zijn immers gestopt.



Hieronder een deel van discussies op sociale media:


Ik ben tegen de nieuwe wet; het is een breuk in ons zelfbeschikkingsrecht. Of ik iets zal doneren is aan mij en niet aan de overheid. Wel eens bedacht dat als je de organen haalt uit een nog levende patiënt, je die patiënt doodt om een andere zieke patiënt in leven te houden. Ik ben vóór het klonen van organen. Deze wet is een farce van politici die ver van de patiënten afstaan. Stel je Pia Dijkstra voor na een val van de trap, in coma. In het ziekenhuis wordt 'besloten' dat dit lijf met twee mooie nieren een nog kloppend hart, functionerende longen en een lever en alvleesklier, hersendood is. Is dat wel zo of is ze pas echt dood als het kloppende hart verwijderd is? Denk na! En kijk dan met je te doneren ogen of het verhaal volgens Dijkstra anders is gepresenteerd.

AG Je kunt toch gewoon van te voren laten registreren dat je het NIET wil. Probleem opgelost! 🤗

Ik wil dit soort wetten niet A, dit soort wetten zijn een schande voor de democratie. En wie regelt de wens van mensen die dat zelf niet kunnen, de familie? De maatschappelijk werker? De huisarts? Ik denk het niet. Van al die mensen is de ja dus al gewoon binnen zonder dat ze daar op hebben kunnen reageren.

AG Beste G, we verschillen van mening en dat mag!🙏

Het is geen mening. Het zijn onze argumenten om tegen deze wet te zijn. Als je gewoon een andere mening hebt had je niet op het argument hoeven reageren. We hebben er meer aan als je kijkt of je de argumenten kunt weerleggen. Ik hoor het graag.

BT
 Ik reageer nooit op discussies op fb maar deze cartoon geeft heeel goed weer hoe dubbel alle discussies over deze wet zijn. Als het er op aan komt zal iedereen blij zijn met een donororgaan!!!! En daar zijn donoren heel hard voor nodig!!!! Het mes snijdt aan 2 kanten: en vergeet niet je hebt altijd een keus!!!!een niet-donor is dat ook een niet-ontvanger??? Deze wet doet een beroep op je sociaal maatschappelijk denken🤨

Het gaat niet om wel of niet, B, maar om het feit dat de overheid mensen die niet 'kunnen' reageren, het zelfbeschikkingsrecht ontneemt. Gelukkig is er geen wet op verplichte bloeddonatie, dat heb ik sinds mijn 18de gedaan. Zou ik ook geweigerd hebben als het moest van de overheid. Dit is gelukkig Noord Korea niet. Donor worden doe je uit eigen vrije wil. Nooit omdat je geen papiertje met Nee hebt ingestuurd. Dat is wat er fout aan is. Verder zou ik blij geweest zijn als iedereen, net als ik, een donorcodicil bij zich had gedragen. Maar tot nu toe waren er dat niet zoveel. Mensen laten zich duidelijk liever dwingen door een wet. Vreemd toch?

https://www.nporadio1.nl/1-op-1         uitzending gemist van 5-2-2018
Sven Kockelman in '1op 1 met oa een Belgische hoogleraar Patrick Ferdinande over orgaandonatie.
Luister hier eens naar....

Het is niet mijn bedoeling om donorschap tegen te werken maar slechts om er over na te denken; het is niet goed als we alleen Pia Dijkstra horen jubelen over haar behaalde succes. De Nederlandse arts die in 1 op 1 aan het woord komt zegt niets over de vragen die ik heb en die ik onderaan zal stellen. 

Hieronder ook nog een duidelijk beeld over het onderwerp van een medisch ethicus. 

Het waarom we wél allemaal donor zouden moeten zijn is duidelijk, we houden zo veel van onze medemens dat we hen graag willen laten voortleven door onze organen te doneren. Dat is natuurlijk heel mooi. Dat is prachtig.
Een islamitische lever in een PVV'er of een PVV alvleesklier in een moslim. Het hart van Trump en Kim Jung-un wil natuurlijk niemand, maar wel de hoornvliezen voor een immigrant of een Zuid Koreaan?

We zijn, denk ik allemaal bereid om als we op leeftijd zijn te doneren aan onze kinderen en kleinkinderen, of niet? Zitten er tussen de neezeggers ook mensen die zelfs dat niet zouden doen? Vast wel. Dat vind ik persoonlijk ook niet zo ethisch.
Of draait het niet om houden van?







Er zitten meer kanten aan het verhaal
Er zijn nog veel onduidelijkheden die men graag onduidelijk houdt.
Zoals bijvoorbeeld deze:

Wie houdt je hand vast als je de dood tegemoet gaat?
Wie bepaalt of je dood genoeg bent?
Zijn er onderdelen van je lijf die ook na (totale) dood kunt doneren?
Wat als je nieren en hart, lever en alvleesklier, niet patiënt compatibel zijn?
Hoe ziek moet een patiënt zijn om voor orgaandonatie in aanmerking te komen?
Waarom is de dood van de donor minder erg dan de dood van de ontvanger?
Wie ziet er persoonlijk op toe dat alles volgens de regels gaat?
Kun je na de donatie het operatierapport inzien van de donor?
Hoe groot is de kans op afstoting van donororganen?
Hoeveel medicatie slikt een ontvanger om een orgaan te kunnen behouden?
Wat zijn de bijwerkingen van die medicijnen?
Waar komen de extra artsen en verpleegkundigen vandaan?
Hoe lang kun je 'kunstmatig in leven' gehouden worden?
Wie garandeert dat ik als donor geen enkele last zal hebben van de uitneming?
Kun je ook alleen doneren aan je naaste omgeving?
Is een nierdonatie goedkoper dan lang dialyseren?
Is doneren sowieso goedkoper dan zieken gaande te houden?
Wat vinden de zorgverzekeraars van orgaandonatie?
Is de farmaindustrie blij of niet blij met wel of niet doneren?
Is de D'66 actie 'voltooid leven' een onderdeel van de donorregistratie?

Wie ook nog vragen heeft kan ze kwijt bij de reacties.
Ik ben benieuwd.

Kortom ik ben tegen de dwang wet. Ik vind dat de overheid niets te vertellen heeft over ons lijf. De bemoeizucht van de overheid heeft het leven al zo vreselijk lastig gemaakt dat ik verlang naar een democratische opruiming van idiote regeltjes en verzinsels van ambtenaren en politici. 




Eveline van Donkelaar
Nederland BV, 5-2-2018




Zie ook een blogpost over dit onderwerp uit 2014
https://gavimensch.blogspot.nl/2014/07/verplicht-donor.html







vrijdag 29 december 2017

Bebés robados....




Mi hija nacio en el 1978 en una clinica católica, Durante el parto difícil, entraron sin permiso las malditras monjas....aconsejandome, yo siendo madre soltera, dejar mi bebe en adoptación.
Les chillé a toda voz, que se fueron. Me daban miedo y ese miedo me daba fuerza. Dije al medico que no me dejara sola con la comadrona o las monjas. Y que después del parto entrejaba mi bebe a mi amiga. El tener a mi amiga esperandome, me salvó de una tragedia como estas del corto, la de los bebes robados. Estoy convencida de eso.







Mucho se ha escrito ya sobre los bebes desaparecidos, nunca serä suficiente. Aun quedan muchisimos niños desaparecidos, viviendo con gente que no son de su familia. 


LOS BEBES ROBADOS DE SOR MARÍA




los bebes robados de sor maría-soledad arroyo-9788490066027

LOS BEBES ROBADOS DE SOR MARÍA

 (EN PAPEL)

SOLEDAD ARROYO 

, 2013

  • Nº de páginas: 240 págs.
  • Encuadernación: Tapa blanda
  • Editorial: RBA LIBROS
  • Lengua: CASTELLANO
  • ISBN: 9788490066027

  • Una monja acusada de robar bebés recién nacidos en una maternidad madrileña… Mujeres separadas de sus bebés por la fuerza, padres ad optivos que fueron engañados, falsificación de documentos, adopciones irregulares y arbitrarias a cambio de dinero… Son algunas de las gravísimas acusaciones lanzadas en primera persona por protagonistas y testigos de unos delitos que estuvieron ocultos durante treinta años. Y en el centro del escándalo la figura de una religiosa ya anciana que fue imputada por crímenes execrables: Sor María Gómez Valbuena. Personaje polémico, que se descubre a sí misma durante la única conversación que mantuvo en su vida con la prensa y que le realizó la autora de este libro.

Esto pasó en un mundo católico, en Europa en América del Sur, pero sobre todo en España. Desde los tiempos de Franco hasta finales del siglo XX.





Unos crímenes aún sin fin.





©Gavi Mensch
  29-7-2017

woensdag 22 november 2017

¿que me quejo?







¿que me quejo?


nunca cuando estoy
sola me hablo
cuando por fin
me escucha alguien
entonces me quejo
durante el rato
que esta escuchando
me conozco mis quejas
de memoria son
realistas y molestan
sola no tengo
solucion por eso
no me quejo sola









©Gavi Mensch
Maastricht
19-11-2017

dinsdag 31 oktober 2017

Gast column Chawwa Wijnberg genderneutraalsintgedoe

Ter voorbereiding op de discussie die weer gaat komen:
Zie ginds komt de stoomboot uit Spanje weer aan....
Het woord "zie" kan als uiterst kwetsend worden ervaren door visueel gehandicapten, al zullen die dit waarschijnlijk niet lezen, en dient dus vervangen te worden door "ervaar" o.i.d. Daarnaast is het onacceptabel voor de Catalanen om het over Spanje te hebben, dus daar moet een oplossing voor worden gezocht. Net als voor het fenomeen "stoomboot", want iedereen weet dat deze vaartuigen zeer milieubelastend zijn.
Hij brengt ons Sint Nicolaas, ik zie hem al staan...
Het "hij" van de stoomboot is onmiskenbaar genderspecifiek en dient vervangen te worden. De milieuonvriendelijke boot moest toch al weg, wellicht vervangen door 'milieuvriendelijk genderneutraal voertuig'? "Sint Nicolaas" is een uiting van de christelijke traditie en bijgevolg ongewenst. "zie" (zie hierboven) moest al weg (i.v.m. visueel gehandicapten).
Hoe huppelt het paardje, het dek op en neer...
Dieren horen in de vrije natuur en zijn er niet om trucjes te doen (huppelen) en al helemaal niet op eerder genoemde boot. Een exces dat men vroeger ook wel zag in dierentuinen en circussen. Past niet meer in 2017. Helaas.
Hoe waaien de wimpels al heen en al weer...
Mag in principe nog wel, al suggereert het een continu wisselende windrichting. Milieu-effect of veroorzaakt door de vervuilende gassen van de stoomboot? Hier dient een milieu-effect-rapportage gemaakt te worden. Tot de gevolgen bekend worden, voorlopig geen wimpels. Ook omdat de niet nader genoemde kleur van de wimpels weleens voor verkeerde beeldvorming ZOU KUNNEN zorgen.
Zijn knecht staat te lachen en roept ons reeds toe...
Knecht is denigrerend, weinig respectvol voor minder of lager opgeleiden en suggereert een arbeidsongelijkheid die onacceptabel is. Het zogenaamde lachen, zonder humoristische context, kan als een teken van minder intelligentie worden uitgelegd. Het zogenaamde "roepen" is door slechthorenden niet of nauwelijks mee te krijgen en hierdoor onnodig kwetsend en dient vervangen te worden door een passend alternatief.
Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe...
Door zoet aan lekkers te koppelen ontstaat een onjuist beeld. Het is juist zoetigheid (lees suikers) dat voor obesitas en hart- en vaatziekten zorgt. Door uitgerekend het woord "zoet" te verwarren met "lief" of "braaf " ontstaat een verkeerd beeld. Voorstel: A Wie zoet eet, krijgt obesitas. (Waarschuwend.) of B Wie braaf is, krijgt een wortel. (Beloning. ) Eerder werd "snoeptomaatje" voorgesteld maar de koppeling tussen snoep (slecht) en tomaat (goed) is ongewenst.
Oh lieve Sint Nicolaas, kom ook eens bij mij...
Absoluut uitgesloten. De koppeling van een katholieke heilige en het woord "komen" roept bijzonder ongemakkelijke beelden op van seksueel misbruik in de breedste zin des woord en is daarom een "no go ".
En rijd dan niet stilletjes ons huisje voorbij...
Het woord "huisje" doet onrecht aan mensen die zich geen huis kunnen veroorloven, waaronder veel alleenstaande moeders, en die noodgedwongen in een flat of appartement wonen. "ons huisje" is in deze context (vaak) onbewust bedoeld als eigen bezit. Onnodig grievend voor huurders of niet-huizenbezitters.
Deze korte analyse bewijst maar weer dat alles kapot te redeneren is en kwam tot stand na een half uurtje bullshit lezen op FB. Vind je het leuk, deel het gerust en ben je het er niet mee eens, reageer dan vooral niet...





©Chawwa Wijnberg
31-10-2017
http://www.chawwawijnberg.nl/

zondag 8 oktober 2017

100 jaar Koos van Donkelaar.




100 jaar Koos van Donkelaar.


7-10-1917
Jacobus, Koos, Coco.
7-10-2017.



Een humorvolle hardwerkende lieve lastpost die vaak ziek was maar zich nooit liet weerhouden om te doen wat hij moest en wilde. Hij kon alles. Hij was technisch en creatief, een kunstenaar met een familiebedrijf. Hij fotografeerde en produceerde het luxe reclamemateriaal voor zijn bedrijf, was hofleverancier en leek nooit een sluitingstijd te hebben voor de winkel.
100 jaar zou hij vandaag geworden zijn.

Op de steen van zijn nis stond "Hij was een bijzonder mens".

En hij zou het bijzonder gevonden hebben; deze tijd, zijn 4 kleinkinderen, zijn 7 achterkleinkinderen, de wetenschap en de techniek..
De steen hebben, na het ruimen van de nis, laten zinken in zijn geliefde Biesbosch.
Voor mij hij is altijd een bijzonder mens gebleven.

Hij was de motor van ons gezin, de strenge vader die geen tegenspraak duldde. De zakenman die eerlijk zaken deed en geliefd was bij leveranciers en klanten en die nooit geld over de balk gooide. Een vriend voor zijn vrienden.
De man die zijn belasting op tijd betaalde en alle bonnetjes kon verantwoorden aan de belastinginspecteur


Maar ook de man die zich op liet maken door zijn kleindochter, die zwarte humor had tot op zijn sterfbed.
Hij reed 2 dagen lang door Europa met zijn gezin om op vakantie te gaan in Spanje en weer 2 dagen terug 3 weken later.

Hij overleefde TBC,het afbranden van het familiebedrijf door een duitse brandbom. Het bedrijf bouwde hij weer op, zijn slechte longen (hij had slechts 1long en 1/3 van de andere) en dat droeg hij met zich mee zonder al te veel te klagen. Hij deed zen-zen op maandagen op zijn bootje in de Biesbosch. Daar las hij en creëerde nieuwe ideeen. Hij kende de Biesbosch op zijn duimpje en leerde mij, zijn enige dochter dat vaartuig laveren door de kreken,

Hij was voor mij een onrustige, drukke, grappige, liefhebbende, wijze vader die me veel leerde en waar ik veel van hield, van hou....

Hij is er nog steeds.






© Eveline van Donkelaar
7-10-2017







.

Gastcolumn Coen Verbraak interviewt Hedy d'Ancona




Hedy D'ancona over de staat van vrouwen en ouderen emancipatie.

Door Coen Verbraak

Zonder toestemming overgenomen uit de digitale NRC. Ik neem aan dat het ok is zolang ik maar reclame maak voor Coen Verbraak en de NRC

  
Ik denk heel vaak: wat fantástisch dat ik er nog ben
Hedy d’Ancona
Oud-politica Hedy d’Ancona werd 1 oktober tachtig. Een gesprek over relaties, populisme en emancipatie. ’Er is nog zoveel niét gelukt.’

·         Coen Verbraak
 6 oktober 2017
Ja, Hedy d’Ancona vindt het zelf ook een mijpaal. Tachtig worden. „Dat had ik ook met vijftig. Dat gevoel van: nu stap ik definitief de tweede helft in. De verjaardagen daartussen vielen wel mee. Maar met tachtig weet je: dit is echt het allerlaatste stukje.” Niet dat het iets is om over te klagen. Ben je gék. „Dan had ik maar eerder dood moeten gaan.”
Ze geniet nu meer van het leven dan vroeger, zegt ze stralend. „Ik denk heel vaak: wat fantástisch dat ik er nog bén. Dat ik nog een geliefde heb (kunstenaar Aat Veldhoen), en dat ik kan werken.” En toch: „Ik hoef heus niet nog dertig jaar te leven. Laat staan eeuwig. Echte bloemen zijn veel mooier dan kunstbloemen. Je geniet ervan, juist omdat je weet dat er een einde aan hun houdbaarheid zit. Als ik die knappe jonge kinderen op televisie zie vertellen over hun onderzoek naar hoe we heel oud kunnen worden, dan denk ik: Nee, dankuwel.”
We zitten in haar huis aan de Amstel en drinken thee uit Wedgwood-kopjes met Beatrix Potter-decoratie. Daarnaast staat de boterkoek, op een etagère. Zelf gebakken? Ze schatert het uit. „Ik? Welnee. Heel Holland bakt, behalve ik.” Maar denk nou niet dat ze niet kan koken. „Dat doe ik nog bijna elke dag.”  
Hedy d’Ancona: ‘Ik heb veel moeite met mensen die vinden dat hun mening onmogelijk gemist kan worden.’Foto Merlijn Doomernik
Hedy d’Ancona (Den Haag, 1 oktober 1937) zat voor de PvdA in de Eerste Kamer en het Europees Parlement. In het kabinet-Van Agt II (september ‘81 tot mei ‘82) was ze staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Voor het kabinet-Lubbers III (november ’89 tot augustus ’94) was ze minister van Volksgezondheid, Welzijn en Cultuur.Onder dat kabinet trad in maart ’94 de Algemene wet gelijke behandeling in werking.
Ze is een boegbeeld van de tweede feministische golf. In 1968 richtte ze samen met Joke Smit de feministische actiegroep Man Vrouw Maatschappij op. Met Wim Hora Adema (1914-1998) begon ze vier jaar later het maandblad Opzij, waarvan ze in de beginjaren tot 1981 hoofdredactrice was.
In 2002 kreeg d’Ancona de Aletta Jacobsprijs, die om het jaar wordt uitgereikt aan een vrouw die een bijzondere rol vervult op het gebied van emancipatie.
D’Ancona heeft twee kinderen met psychiater Guus de Boer, met wie ze getrouwd was. Nu is ze samen met kunstschilder Aat Veldhoen (1934).
Wanneer ben je eigenlijk oud?
„Als je niet nieuwsgierig meer bent. Als je geen zin meer hebt om de krant open te slaan. Dat heb ik juist nog heel erg. Ik ben wel oud, maar ik heb altijd iets te doen. Ik zou graag nog veel méér lezen dan ik nu doe. Ik zou eindelijk eens al die dozen met foto’s willen ordenen. En ik zou willen leren drummen. Lijkt me zo leuk. Of op een schrijfcursus gaan, kijken of ik korte verhalen kan schrijven.”
Maar ja, voor die dingen heeft ze nu nog helemaal geen tijd. „Ik heb ook nog ’ns een man, hè. Aatje zegt weleens: ‘Het lijkt wel of ik met een stewardess getrouwd ben’.”
Het leven is mild voor haar geweest. Dat beseft ze maar al te goed. Al was het eerste decennium van haar leven – dat van de Tweede Wereldoorlog – „gruwelijk en ellendig”. „Ik ben echt door de mazen van het net gezwommen.” Haar Joodse vader kwam aan het eind van de oorlog om het leven, tijdens de transporten van de kampen terug naar Duitsland. Hij werd maar 37 jaar. Ze realiseert zich regelmatig dat ze nu al ruim twee keer zo oud is als hij werd. En haar moeder werd maar 65. „Ze heeft het zwaar gehad. Twee keer weduwe geworden, in haar eentje vijf kinderen moeten grootbrengen. Zij had zo graag willen studeren, maar dat zat er niet in. Voor mij was dat allemaal gewoon. Ik heb verschillende relaties gehad. Altijd met heel aardige, bewonderenswaardige mannen. Als je afscheid moest nemen, was dat heel verdrietig. Zoiets ging gepaard met een diep gevoel van falen. Maar ik heb met die mannen nog steeds goed contact. Dat is ook iets waar je heel blij mee moet zijn. Ik had het heel romantisch gevonden om een heel leven met één man door te brengen. Dat je uiteindelijk zo’n stokoud vogelpaar wordt. Maar zoals het nu is, is het ook goed. Ondanks alle fouten die ik natuurlijk ook gemaakt heb. Als je jong bent, ben je egocentrisch, wil je de ander veranderen. Ik ben nu veel verstandiger in relaties.”
Dat is het rare aan het leven: op het moment dat je er het meest van snapt, heb je er het minst aan.
„Ik heb er wel degelijk iets aan, hoor. De heer Velthoen boft enorm met mij.” Ze heeft nooit fanatiek een carrière nagestreefd, zegt ze. „Ik heb mijn talenten gebruikt. Wat erin zat, is eruit gekomen. Maar ik heb nooit grote doelen nagejaagd. Het meeste is mij overkomen.”
Is er toch een Handleiding voor het Leven uit te destilleren?
„Dat denk ik niet. Hooguit dat het stellen van doelen altijd leidt tot een teleurstellende discrepantie tussen wat je wilt en wat je krijgt. Dat kan leiden tot grote ontevredenheid. Daar heb ik dus geen last van. Ik ben nogal relativerend van aard. Dat ik belangrijke posities had, heb ik nooit bijzonder gevonden. Ik ben altijd veel meer een actievoerder dan een politicus geweest. Dan is het nooit klaar. Het gebeurt weleens dat mensen op me af komen en me bedanken. ‘Fantastisch wat u gedaan hebt voor vrouwen’. Dan denk ik: er is nog zoveel niét gelukt.”
Rijk worden is er ook niet van gekomen. Zeker, ze woont in een prachtig huis. Maar dat kan alleen omdat ze dat veertig jaar geleden heeft gekocht. „Ik zou het nu onmogelijk kunnen betalen. Ik krijg weleens mensen op bezoek die geld proberen binnen te halen voor een of ander doel. Die denken dat ik in rijke kringen verkeer. Niets is minder waar. Ik ken vooral armoedzaaiers. Dan zeg ik: Je kunt veel beter naar Neelie gaan’.”
Meiden van begin twintig voeren nu actie voor het recht om in de publieke ruimte met rust gelaten te worden.
Het was in elk geval een leven vol idealen. Een halve eeuw geleden richtte D’Ancona samen met Joke Smit Man Vrouw Maatschappij op, bedoeld om de maatschappelijke achterstand van vrouwen aan te pakken. Tegenwoordig hoor je in Den Haag vrijwel niemand meer over emancipatie. Tot haar grote spijt. „Het politieke debat speelt zich veel meer af op andere thema’s: veiligheid, vluchtelingen. Electorale onderwerpen. Daar hoort de vrouwenemancipatie niet bij. Dat is namelijk een beweging die totaal niet populistisch is. Het is opvallend dat de generatie na ons – die van mijn dochter – iets had van: jullie hebben het allemaal wel prima geregeld. De wet gelijke behandeling, abortus, werken buitenshuis… dat zijn allemaal geen twistpunten meer. Het leuke is dat de generatie daaronder weer wél van zich doet spreken. Meiden van begin twintig voeren nu actie voor het recht om in de publieke ruimte met rust gelaten te worden, en niet in hun billen geknepen te worden. Over eerlijke verdeling van huishoudelijk werk hoor je ze niet. Ze zijn pas twintig, dus ze komen er nog wel achter dat dat niet gelukt is.”
Ja, daar kan ze zich echt nog boos over maken. „Wij dachten destijds: we moeten eerst de ongelijkheid bestrijden. Ik was enorm trots dat ik in 1992 als minister de wet gelijke behandeling erdoor mocht helpen. Maar wat wij ten diepste wilden, was de samenleving echt veranderen. We streefden naar een vijf-urige werkdag voor iedereen, waardoor werk binnenshuis en buitenshuis eerlijker verdeeld zou kunnen worden. Dat is niet gelukt. Daar ben ik teleurgesteld over.”

Hedy d’Ancona tijdens een debat in de Eerste Kamer over de Abortuswet, 1981.Foto ANP
Laatst vlamde de emancipatiediscussie weer even op, rondom de vrouw die in Amsterdam was bekeurd voor wildplassen. In de jaren 60 bonden Dolle Mina’s roze linten om urinoirs, omdat ze vonden dat ook vrouwen fatsoenlijk op straat moesten kunnen plassen. „En wat zegt zo’n rechter dan, zoveel jaar later? ‘Ga maar in zo’n urinoir zitten.’ Nou, probeer het maar ’ns. Zo viés. Daar moet je echt een man voor zijn, om dat te bedenken.”
Het feminisme is in Nederland nooit echt door grote groepen omarmd, zegt D’Ancona. „In het buitenland zeggen topvrouwen ronduit dat ze feminist zijn. Dat zie je bij ons veel minder. Hier wordt feminisme nog steeds geassocieerd met mannenhaat, tuinbroeken en lesbiennes. Als ik nu foto’s terugzie van vroeger, denk ik: we waren helemaal niet zo’n verongelijkte, stampvoetende meute. We hebben ook verschrikkelijk gelachen.”
Het was de tijd – midden jaren zeventig – waarin Opzij (in 1972 opgericht door D’Ancona en Wim Hora Adema) op de cover prominent meldde: „Kut ruikt lekker”. Dat was de ‘lijfpolitiek’ die ook onderdeel uitmaakte van het feminisme. „Anja Meulenbelt was naar een Deens vrouwenkamp geweest waar vrouwen zich onafhankelijk verklaarden van gynaecologen. Ze zaten met spiegeltjes in elkaars kut te turen. En als ze daarin iets ontdekten van oppervlakkige aard, dan hadden ze daar allerlei kuren voor. Anja schreef daar een heel mooi verslag over voor Opzij, waar die kreet uit voortkwam. Ik was meer van de sociaal-economische kant dan van de lijfpolitiek, maar ik vond het toch nuttig. Ik hield destijds eens een lezing voor allemaal nette dames. Stond er opeens een mevrouw op met die Opzij: ‘Moet dat nou?’. En ik antwoordde: ‘Ja mevrouw, dat moét!’.” D’Ancona schiet in de lach bij de herinnering. „Dat vónd ik ook echt.”
Dat feminisme bestaat niet meer. Ook Opzij is totaal van karakter veranderd. Sinds kort leest ze het blad weer. „Het was me te veel ‘bakfietsmoeders uit Oudzuid’ geworden. Maar nu lees ik weer hartstikke goede verhalen. Laatst een stuk over vrouwelijke bewakers in Guantánamo Bay. Prachtig. Had door veel meer media opgepikt moeten worden.”

De laatste jaren manifesteert D’Ancona zich vooral als voorvechter van de positie van ouderen. In haar Socrateslezing, die ze afgelopen mei in De Rode Hoed hield, waarschuwde ze voor de „zachte uitsluiting” die veel ouderen in Nederland ten deel valt. „In Italië bestaat juist een zekere verheerlijking van oudjes. Dat vind ik ook niet goed, hoor. Hoewel ik het geweldig vind om die stokoude politiek commentatoren te zien. Dat kennen wij niet. Hanneke Groenteman moest weg vanwege haar leeftijd. Terwijl ik haar programma’s fantastisch vond. Annemarie Oster verloor haar column Mooi Geweest in de Volkskrant. Zonder enig zinnig inhoudelijk argument. Dat noem ik dus zachte uitsluiting. Als ik iemand op straat tegenkom – ze zijn tegenwoordig allemaal jonger dan ik – is het altijd: ‘Doe jij nog wat?’ Dan vragen ze eigenlijk: ‘Doe jij er nog wel toe?’” Ze herhaalt de vraag, verontwaardigd: „Doe jij nog wat… ja, hoor ’ns, ik open heus niet elke dag een tentoonstelling. Maar dan kan ik altijd nog lekker de vloer gaan dweilen.”
Lees ook de bewerkte en ingekorte versie van de Socrates-lezing: Mooi oud worden is niet jong blijven
Lijkt de ouderenemancipatie in essentie op de vrouwenemancipatie?
„Ouderen zijn nog niet zo met die emancipatie begonnen. Maar die karakteristieken, zelfontplooiing en zelfbeschikking, zouden ook voor ouderen kenmerken kunnen zijn. Hoewel het beeld van ouderen sterk vertekend wordt. Je hoort voortdurend over ‘de zorg voor ouderen’. Maar de groep ouderen die echt intensieve zorg behoeft, beslaat maar 4 procent van alle ouderen. De pr rond die inderdaad schandelijke situatie van ouderen in verpleeghuizen is ijzersterk. Maar de overgrote meerderheid van de ouderen bevindt zich in een andere positie. In de nabije toekomst zouden de buren mijn mantelzorgers moeten zijn. Het is eerder andersom. Ik neem de hele dag voor iedereen postpakketjes aan.”
Met de Haagse politiek bemoeit ze zich nauwelijks meer. Ze behoort niet tot de oude partijtijgers die – gevraagd en vooral ongevraagd – zonodig moeten meedenken. „Ik heb veel moeite met mensen die vinden dat hun mening onmogelijk gemist kan worden.” Met een vilein lachje: „En dat zijn ook altijd mánnen, hè…”
Ik heb veel moeite met mensen die vinden dat hun mening onmogelijk gemist kan worden.
Dat betekent uiteraard niet dat ze geen mening hééft. Integendeel. „Ik had als minister de opvang van asielzoekers in mijn portefeuille. Daar dacht ik toen al heel anders over dan Wim Kok en Aad Kosto (toenmalig staatssecretaris van Justitie, red.). Als je vindt dat je op de wereld zo’n kolossale scheefte in welvaart kunt laten bestaan, zul je altijd vluchtelingen houden. Bestrijd die scheefheid of aanvaard de consequenties. Ik ben nu nog veel kwaaier dan toen. Dat wij mensen in Griekenland achter tralies laten zitten, in de blubber, is echt ongelofelijk. En dan wél vol trots verkondigen dat er acht asielcentra dichtkunnen. Begin dan niet meer over ‘beschaving’. Ik schaam me echt dóód. Ik voel me veel meer Europeaan dan Nederlander. Maar ik ben als Europeaan diep teleurgesteld over het onvermogen om dit ordentelijk te regelen.”
Achteraf bezien had zij het als minister relatief makkelijk. „Ik had nooit te maken met dat smeulende populistische vuur. Er zat maar één Janmaat in de Kamer. We hadden onderling tussen alle partijen de stilzwijgende afspraak dat we geen electoraal issue zouden maken van asiel- en vreemdelingenvraagstukken. Zelfs de VVD deed daaraan mee.”
Was dat wel goed? Door het niet te benoemen ging het juist etteren.
„Natúúrlijk was dat niet goed. We hebben sommige dingen veronachtzaamd. Het probleem van Nederlanders die zich in de steek gelaten voelden omdat ze nog ongeveer de enige autochtoon in hun straat waren, hebben we onvoldoende erkend. We hadden dat beter moeten begrijpen, meer compassie moeten tonen en het niet moeten afdoen als ‘onderhuids racisme’. Maar dat is iets anders dan dat je het electoraal uitspint. Dat is begonnen bij Bolkestein, en later voortgezet bij Fortuyn. Dat vond ik het begin van het onfatsoen. Al was dat nog kinderspel vergeleken met wat Wilders doet. Onbehagen mobiliseren is zoveel makkelijker dan tevredenheid mobiliseren. Daarom richten sommige ouderen zich nu tot Henk Krol met z’n flauwekul. Krol mobiliseert ook ontevredenheid.”
Het is vanuit het oogpunt van ouderen-emancipatie toch juist goed dat een partij voor die belangen opkomt?
„Ouderen moeten volwaardige democratische burgers blijven en zich niet door meneer Krol naar de zachte uitsluiting laten drijven. Hij beweert dat hij voor ouderen opkomt, maar hij heeft zijn cijfers niet eens op orde. Ik ben altijd opgekomen voor vrouwenrechten, maar ik ben nooit voor een vrouwenpartij geweest. Democratie betekent dat je belangen afweegt, en niet alleen maar roept: ‘Dit is van ons en dat pakt niemand ons af!’ Ik zag laatst ouderen op televisie die heel gezellig bij elkaar zaten tijdens een buurtbijeenkomst. De mannen stonden te biljarten, de vrouwen lepelden een advocaatje. Vervolgens verscheen er een microfoon onder hun neus en begonnen ze vanuit het niets verschrikkelijk te fulmineren: ‘Het is een schánde wat ze met ons ouderen doen’. Ik keek ernaar en dacht: wat krijgen we nou? Je moet je verontwaardiging zeker tot het laatst behouden, maar wel reserveren voor de juiste kwesties.”
Hoe ze naar de situatie rond haar eigen Partij van de Arbeid kijkt? D’Ancona zwijgt veelbetekenend, en zegt dan: „Het gaat me verschrikkelijk aan het hart. Het is zo shameful wat er is gebeurd. We hadden nooit moeten gaan regeren met de VVD. Ja, zeggen ze dan, we hebben geprobeerd erger te voorkomen. Maar dat is echt een burgemeester-in-oorlogstijdredenering.”

Dat het Diederik Samsom siert dat hij het landsbelang zwaarder liet wegen dan het partijbelang, wil er bij D’Ancona niet in. Fel: „Is het landsbelang dat ondertussen een populistische partij verder opbloeit? Een groot deel van onze kiezers is naar Wilders gegaan. Wat zijn we er dan mee opgeschoten?”
Komt het nog goed met de PvdA?
„Ik denk het niet. De PvdA kan in de oppositie natuurlijk weer wat aansterken. Maar ik zou veel meer voelen voor een nieuwe, grote linkse partij, inclusief GroenLinks en de SP. Ik heb het boek van Femke Halsema gelezen. Daar voel ik zoveel verwantschap mee.”
Uw advies: opdoeken en fuseren?
„Dat zou zeker mijn advies zijn, ja. Op naar een grote, veelkleurige socialistische partij. De SP denkt over een aantal dingen natuurlijk anders. Dat ga je dan onderling uitvechten. Maar alsjeblieft wel bij elkaar. Dát is echt de enige toekomst.”

Uit de NRC.