woensdag 22 november 2017

¿que me quejo?







¿que me quejo?


nunca cuando estoy
sola me hablo
cuando por fin
me escucha alguien
entonces me quejo
durante el rato
que esta escuchando
me conozco mis quejas
de memoria son
realistas y molestan
sola no tengo
solucion por eso
no me quejo sola









©Gavi Mensch
Maastricht
19-11-2017

maandag 20 november 2017

Column van Syp Wynia over Gloria Wekker


·
ER IS GEEN HOOP VOOR WIT, SCHULDIG NEDERLAND

18 november 2016

De voormalige professor Gloria Wekker publiceert voortdurend over Witte Schuld. Ik vroeg of daar nog aan te ontkomen is, voor de witmens. Het blijkt voor haar geen prioriteit te hebben.

Syp Wynia

Het radioprogramma Met het Oog op Morgen organiseerde een ‘Estafette’ over racisme in Nederland. Op zaterdag 16 juli 2016 was ik aan de beurt. Aan het eind van uitzending werd mij gevraagd of ik een vraag wilde voorleggen aan de ‘Estafette’-gast van de volgende dag, Gloria Wekker. Mevrouw Wekker, geboren in Suriname, was lang professor aan de Utrechtse universiteit, gespecialiseerd in ‘Gender Studies, Sexuality Studies, African American Studies en Caribbean Studies’.
Dit jaar [2016] publiceerde Gloria Wekker het boek ‘White Innocence’, waarin ze aan de kaak stelt dat Nederland, blank Nederland in het bijzonder, maar niet wil erkennen schuldig te zijn aan de slavernij in het bijzonder en het kolonialisme in het algemeen. Daarin betrekt ze ook de discussie over Zwarte Piet. Gloria Wekker fungeerde de afgelopen jaren als ideoloog achter de piekkleine anti-Zwarte Piet-beweging, waarvan Quinsy Gario en Sylvana Simons de bekendste gezichten zijn.
Over de vraag die ik via Met het Oog op Morgen aan Gloria Wekker mocht stellen hoefde ik niet lang na te denken. Die vraag luidde: ‘Acht u het denkbaar, desnoods theoretisch, dat witte personen, door eigen toedoen of door andermans toedoen, op enig moment, desnoods na vele generaties, af kunnen komen van hun schuld?’. Het ging uiteraard over de koloniale schuld die Nederlandse blanken volgens Gloria Wekker met zich meetorsen.

ZO HOLLANDS

Presentatrice Mieke van der Weij interviewde Gloria Wekker de volgende avond en kwam halverwege het gesprek met mijn vraag. Mevrouw Wekker leek even verrast, maar had onmiddellijk een tegenzet. Het ging om een hele complexe materie, waar macht aan te pas kwam en er was nog veel te onderzoeken aan bijvoorbeeld gemengde relaties stelde zij. Het leek even of ze vraag niet had begrepen. Maar dat was allerminst het geval. Gloria Wekker was echter helemaal niet geïnteresseerd in het oplossen van het door haarzelf opgeworpen probleem van de witte schuld.
Het kwam er eigenlijk op neer dat er nog zoveel aan witte schuld te erkennen valt, met heropvoeding en al – ze zegt het niet, maar daar komt het op neer – dat Gloria Wekker het helemaal niet wil hebben over het oplossen van het fenomeen Blanke Schuld. Ze vindt dat trouwens ook heel ‘Hollands’, zo’n kwestie maar even op te willen lossen. Mevrouw Gloria Wekker, zo moet de conclusie luiden, signaleert dat blanke Nederlanders rondlopen met een schuld die ze niet willen erkennen en vindt dat kennelijk een probleem maar geeft tegelijkertijd geen enkele prioriteit aan het oplossen van dat probleem.
Ook presentatrice Mieke van der Weij betoonde zich nogal onthutst over de reactie van professor Wekker, die geen oplossing kan geven voor de door haar zelf opgeworpen probleem van de witte schuld. Waarop Gloria Wekker de historische woorden sprak: ‘Ik kan het wel, maar wil het niet’.

ZE WIL HET NIET

Gloria Wekker zadelt blank Nederland dus op met een dubbele schuld. Ten eerste de schuld van koloniale tijd en slavernij. En ten tweede de schuld van het ontkennen, of niet voldoende willen dragen van die schuld. Maar ze wil de blanke Nederlander niet bevrijden van al die schuld. Ze kan het wel, maar ze wil het niet.
De Nederlandse witmens zal, als het aan Gloria Wekker ligt, nog tot in de verre toekomst zuchten onder zijn schuld aan kolonialisme en slavernij, waarbij een kans op bevrijding van die schuld hoogst onzeker, zo niet afwezig is. Voor Gloria Wekker heeft dat in ieder geval geen prioriteit. Integendeel.

[Dit artikel verscheen eerder in de zomer van 2016, op www.sypwynia.nl.
 Daar is ook de link naar de bedoelde radiouitzending te vinden.]





Mijn opinie:
Het is lastig voor sommige mensen. Mijn mensen hebben geen specifieke kleur maar een naam. Dik Trom, Zwarte Piet of JJ; het is me verder allemaal om het even. Even voor alle duidelijkheid. Mw. Wekker behoort niet tot mijn mensen, zij zegt namelijk wel een kleur te hebben en beoordeelt mensen ook op hun kleur. Vervelende dame.




Nederland BV

20-11-2017

dinsdag 31 oktober 2017

Gast column Chawwa Wijnberg genderneutraalsintgedoe

Ter voorbereiding op de discussie die weer gaat komen:
Zie ginds komt de stoomboot uit Spanje weer aan....
Het woord "zie" kan als uiterst kwetsend worden ervaren door visueel gehandicapten, al zullen die dit waarschijnlijk niet lezen, en dient dus vervangen te worden door "ervaar" o.i.d. Daarnaast is het onacceptabel voor de Catalanen om het over Spanje te hebben, dus daar moet een oplossing voor worden gezocht. Net als voor het fenomeen "stoomboot", want iedereen weet dat deze vaartuigen zeer milieubelastend zijn.
Hij brengt ons Sint Nicolaas, ik zie hem al staan...
Het "hij" van de stoomboot is onmiskenbaar genderspecifiek en dient vervangen te worden. De milieuonvriendelijke boot moest toch al weg, wellicht vervangen door 'milieuvriendelijk genderneutraal voertuig'? "Sint Nicolaas" is een uiting van de christelijke traditie en bijgevolg ongewenst. "zie" (zie hierboven) moest al weg (i.v.m. visueel gehandicapten).
Hoe huppelt het paardje, het dek op en neer...
Dieren horen in de vrije natuur en zijn er niet om trucjes te doen (huppelen) en al helemaal niet op eerder genoemde boot. Een exces dat men vroeger ook wel zag in dierentuinen en circussen. Past niet meer in 2017. Helaas.
Hoe waaien de wimpels al heen en al weer...
Mag in principe nog wel, al suggereert het een continu wisselende windrichting. Milieu-effect of veroorzaakt door de vervuilende gassen van de stoomboot? Hier dient een milieu-effect-rapportage gemaakt te worden. Tot de gevolgen bekend worden, voorlopig geen wimpels. Ook omdat de niet nader genoemde kleur van de wimpels weleens voor verkeerde beeldvorming ZOU KUNNEN zorgen.
Zijn knecht staat te lachen en roept ons reeds toe...
Knecht is denigrerend, weinig respectvol voor minder of lager opgeleiden en suggereert een arbeidsongelijkheid die onacceptabel is. Het zogenaamde lachen, zonder humoristische context, kan als een teken van minder intelligentie worden uitgelegd. Het zogenaamde "roepen" is door slechthorenden niet of nauwelijks mee te krijgen en hierdoor onnodig kwetsend en dient vervangen te worden door een passend alternatief.
Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe...
Door zoet aan lekkers te koppelen ontstaat een onjuist beeld. Het is juist zoetigheid (lees suikers) dat voor obesitas en hart- en vaatziekten zorgt. Door uitgerekend het woord "zoet" te verwarren met "lief" of "braaf " ontstaat een verkeerd beeld. Voorstel: A Wie zoet eet, krijgt obesitas. (Waarschuwend.) of B Wie braaf is, krijgt een wortel. (Beloning. ) Eerder werd "snoeptomaatje" voorgesteld maar de koppeling tussen snoep (slecht) en tomaat (goed) is ongewenst.
Oh lieve Sint Nicolaas, kom ook eens bij mij...
Absoluut uitgesloten. De koppeling van een katholieke heilige en het woord "komen" roept bijzonder ongemakkelijke beelden op van seksueel misbruik in de breedste zin des woord en is daarom een "no go ".
En rijd dan niet stilletjes ons huisje voorbij...
Het woord "huisje" doet onrecht aan mensen die zich geen huis kunnen veroorloven, waaronder veel alleenstaande moeders, en die noodgedwongen in een flat of appartement wonen. "ons huisje" is in deze context (vaak) onbewust bedoeld als eigen bezit. Onnodig grievend voor huurders of niet-huizenbezitters.
Deze korte analyse bewijst maar weer dat alles kapot te redeneren is en kwam tot stand na een half uurtje bullshit lezen op FB. Vind je het leuk, deel het gerust en ben je het er niet mee eens, reageer dan vooral niet...





©Chawwa Wijnberg
31-10-2017
http://www.chawwawijnberg.nl/

zondag 8 oktober 2017

Gastcolumn Coen Verbraak interviewt Hedy d'Ancona




Hedy D'ancona over de staat van vrouwen en ouderen emancipatie.

Door Coen Verbraak

Zonder toestemming overgenomen uit de digitale NRC. Ik neem aan dat het ok is zolang ik maar reclame maak voor Coen Verbraak en de NRC

  
Ik denk heel vaak: wat fantástisch dat ik er nog ben
Hedy d’Ancona
Oud-politica Hedy d’Ancona werd 1 oktober tachtig. Een gesprek over relaties, populisme en emancipatie. ’Er is nog zoveel niét gelukt.’

·         Coen Verbraak
 6 oktober 2017
Ja, Hedy d’Ancona vindt het zelf ook een mijpaal. Tachtig worden. „Dat had ik ook met vijftig. Dat gevoel van: nu stap ik definitief de tweede helft in. De verjaardagen daartussen vielen wel mee. Maar met tachtig weet je: dit is echt het allerlaatste stukje.” Niet dat het iets is om over te klagen. Ben je gék. „Dan had ik maar eerder dood moeten gaan.”
Ze geniet nu meer van het leven dan vroeger, zegt ze stralend. „Ik denk heel vaak: wat fantástisch dat ik er nog bén. Dat ik nog een geliefde heb (kunstenaar Aat Veldhoen), en dat ik kan werken.” En toch: „Ik hoef heus niet nog dertig jaar te leven. Laat staan eeuwig. Echte bloemen zijn veel mooier dan kunstbloemen. Je geniet ervan, juist omdat je weet dat er een einde aan hun houdbaarheid zit. Als ik die knappe jonge kinderen op televisie zie vertellen over hun onderzoek naar hoe we heel oud kunnen worden, dan denk ik: Nee, dankuwel.”
We zitten in haar huis aan de Amstel en drinken thee uit Wedgwood-kopjes met Beatrix Potter-decoratie. Daarnaast staat de boterkoek, op een etagère. Zelf gebakken? Ze schatert het uit. „Ik? Welnee. Heel Holland bakt, behalve ik.” Maar denk nou niet dat ze niet kan koken. „Dat doe ik nog bijna elke dag.”  
Hedy d’Ancona: ‘Ik heb veel moeite met mensen die vinden dat hun mening onmogelijk gemist kan worden.’Foto Merlijn Doomernik
Hedy d’Ancona (Den Haag, 1 oktober 1937) zat voor de PvdA in de Eerste Kamer en het Europees Parlement. In het kabinet-Van Agt II (september ‘81 tot mei ‘82) was ze staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Voor het kabinet-Lubbers III (november ’89 tot augustus ’94) was ze minister van Volksgezondheid, Welzijn en Cultuur.Onder dat kabinet trad in maart ’94 de Algemene wet gelijke behandeling in werking.
Ze is een boegbeeld van de tweede feministische golf. In 1968 richtte ze samen met Joke Smit de feministische actiegroep Man Vrouw Maatschappij op. Met Wim Hora Adema (1914-1998) begon ze vier jaar later het maandblad Opzij, waarvan ze in de beginjaren tot 1981 hoofdredactrice was.
In 2002 kreeg d’Ancona de Aletta Jacobsprijs, die om het jaar wordt uitgereikt aan een vrouw die een bijzondere rol vervult op het gebied van emancipatie.
D’Ancona heeft twee kinderen met psychiater Guus de Boer, met wie ze getrouwd was. Nu is ze samen met kunstschilder Aat Veldhoen (1934).
Wanneer ben je eigenlijk oud?
„Als je niet nieuwsgierig meer bent. Als je geen zin meer hebt om de krant open te slaan. Dat heb ik juist nog heel erg. Ik ben wel oud, maar ik heb altijd iets te doen. Ik zou graag nog veel méér lezen dan ik nu doe. Ik zou eindelijk eens al die dozen met foto’s willen ordenen. En ik zou willen leren drummen. Lijkt me zo leuk. Of op een schrijfcursus gaan, kijken of ik korte verhalen kan schrijven.”
Maar ja, voor die dingen heeft ze nu nog helemaal geen tijd. „Ik heb ook nog ’ns een man, hè. Aatje zegt weleens: ‘Het lijkt wel of ik met een stewardess getrouwd ben’.”
Het leven is mild voor haar geweest. Dat beseft ze maar al te goed. Al was het eerste decennium van haar leven – dat van de Tweede Wereldoorlog – „gruwelijk en ellendig”. „Ik ben echt door de mazen van het net gezwommen.” Haar Joodse vader kwam aan het eind van de oorlog om het leven, tijdens de transporten van de kampen terug naar Duitsland. Hij werd maar 37 jaar. Ze realiseert zich regelmatig dat ze nu al ruim twee keer zo oud is als hij werd. En haar moeder werd maar 65. „Ze heeft het zwaar gehad. Twee keer weduwe geworden, in haar eentje vijf kinderen moeten grootbrengen. Zij had zo graag willen studeren, maar dat zat er niet in. Voor mij was dat allemaal gewoon. Ik heb verschillende relaties gehad. Altijd met heel aardige, bewonderenswaardige mannen. Als je afscheid moest nemen, was dat heel verdrietig. Zoiets ging gepaard met een diep gevoel van falen. Maar ik heb met die mannen nog steeds goed contact. Dat is ook iets waar je heel blij mee moet zijn. Ik had het heel romantisch gevonden om een heel leven met één man door te brengen. Dat je uiteindelijk zo’n stokoud vogelpaar wordt. Maar zoals het nu is, is het ook goed. Ondanks alle fouten die ik natuurlijk ook gemaakt heb. Als je jong bent, ben je egocentrisch, wil je de ander veranderen. Ik ben nu veel verstandiger in relaties.”
Dat is het rare aan het leven: op het moment dat je er het meest van snapt, heb je er het minst aan.
„Ik heb er wel degelijk iets aan, hoor. De heer Velthoen boft enorm met mij.” Ze heeft nooit fanatiek een carrière nagestreefd, zegt ze. „Ik heb mijn talenten gebruikt. Wat erin zat, is eruit gekomen. Maar ik heb nooit grote doelen nagejaagd. Het meeste is mij overkomen.”
Is er toch een Handleiding voor het Leven uit te destilleren?
„Dat denk ik niet. Hooguit dat het stellen van doelen altijd leidt tot een teleurstellende discrepantie tussen wat je wilt en wat je krijgt. Dat kan leiden tot grote ontevredenheid. Daar heb ik dus geen last van. Ik ben nogal relativerend van aard. Dat ik belangrijke posities had, heb ik nooit bijzonder gevonden. Ik ben altijd veel meer een actievoerder dan een politicus geweest. Dan is het nooit klaar. Het gebeurt weleens dat mensen op me af komen en me bedanken. ‘Fantastisch wat u gedaan hebt voor vrouwen’. Dan denk ik: er is nog zoveel niét gelukt.”
Rijk worden is er ook niet van gekomen. Zeker, ze woont in een prachtig huis. Maar dat kan alleen omdat ze dat veertig jaar geleden heeft gekocht. „Ik zou het nu onmogelijk kunnen betalen. Ik krijg weleens mensen op bezoek die geld proberen binnen te halen voor een of ander doel. Die denken dat ik in rijke kringen verkeer. Niets is minder waar. Ik ken vooral armoedzaaiers. Dan zeg ik: Je kunt veel beter naar Neelie gaan’.”
Meiden van begin twintig voeren nu actie voor het recht om in de publieke ruimte met rust gelaten te worden.
Het was in elk geval een leven vol idealen. Een halve eeuw geleden richtte D’Ancona samen met Joke Smit Man Vrouw Maatschappij op, bedoeld om de maatschappelijke achterstand van vrouwen aan te pakken. Tegenwoordig hoor je in Den Haag vrijwel niemand meer over emancipatie. Tot haar grote spijt. „Het politieke debat speelt zich veel meer af op andere thema’s: veiligheid, vluchtelingen. Electorale onderwerpen. Daar hoort de vrouwenemancipatie niet bij. Dat is namelijk een beweging die totaal niet populistisch is. Het is opvallend dat de generatie na ons – die van mijn dochter – iets had van: jullie hebben het allemaal wel prima geregeld. De wet gelijke behandeling, abortus, werken buitenshuis… dat zijn allemaal geen twistpunten meer. Het leuke is dat de generatie daaronder weer wél van zich doet spreken. Meiden van begin twintig voeren nu actie voor het recht om in de publieke ruimte met rust gelaten te worden, en niet in hun billen geknepen te worden. Over eerlijke verdeling van huishoudelijk werk hoor je ze niet. Ze zijn pas twintig, dus ze komen er nog wel achter dat dat niet gelukt is.”
Ja, daar kan ze zich echt nog boos over maken. „Wij dachten destijds: we moeten eerst de ongelijkheid bestrijden. Ik was enorm trots dat ik in 1992 als minister de wet gelijke behandeling erdoor mocht helpen. Maar wat wij ten diepste wilden, was de samenleving echt veranderen. We streefden naar een vijf-urige werkdag voor iedereen, waardoor werk binnenshuis en buitenshuis eerlijker verdeeld zou kunnen worden. Dat is niet gelukt. Daar ben ik teleurgesteld over.”

Hedy d’Ancona tijdens een debat in de Eerste Kamer over de Abortuswet, 1981.Foto ANP
Laatst vlamde de emancipatiediscussie weer even op, rondom de vrouw die in Amsterdam was bekeurd voor wildplassen. In de jaren 60 bonden Dolle Mina’s roze linten om urinoirs, omdat ze vonden dat ook vrouwen fatsoenlijk op straat moesten kunnen plassen. „En wat zegt zo’n rechter dan, zoveel jaar later? ‘Ga maar in zo’n urinoir zitten.’ Nou, probeer het maar ’ns. Zo viés. Daar moet je echt een man voor zijn, om dat te bedenken.”
Het feminisme is in Nederland nooit echt door grote groepen omarmd, zegt D’Ancona. „In het buitenland zeggen topvrouwen ronduit dat ze feminist zijn. Dat zie je bij ons veel minder. Hier wordt feminisme nog steeds geassocieerd met mannenhaat, tuinbroeken en lesbiennes. Als ik nu foto’s terugzie van vroeger, denk ik: we waren helemaal niet zo’n verongelijkte, stampvoetende meute. We hebben ook verschrikkelijk gelachen.”
Het was de tijd – midden jaren zeventig – waarin Opzij (in 1972 opgericht door D’Ancona en Wim Hora Adema) op de cover prominent meldde: „Kut ruikt lekker”. Dat was de ‘lijfpolitiek’ die ook onderdeel uitmaakte van het feminisme. „Anja Meulenbelt was naar een Deens vrouwenkamp geweest waar vrouwen zich onafhankelijk verklaarden van gynaecologen. Ze zaten met spiegeltjes in elkaars kut te turen. En als ze daarin iets ontdekten van oppervlakkige aard, dan hadden ze daar allerlei kuren voor. Anja schreef daar een heel mooi verslag over voor Opzij, waar die kreet uit voortkwam. Ik was meer van de sociaal-economische kant dan van de lijfpolitiek, maar ik vond het toch nuttig. Ik hield destijds eens een lezing voor allemaal nette dames. Stond er opeens een mevrouw op met die Opzij: ‘Moet dat nou?’. En ik antwoordde: ‘Ja mevrouw, dat moét!’.” D’Ancona schiet in de lach bij de herinnering. „Dat vónd ik ook echt.”
Dat feminisme bestaat niet meer. Ook Opzij is totaal van karakter veranderd. Sinds kort leest ze het blad weer. „Het was me te veel ‘bakfietsmoeders uit Oudzuid’ geworden. Maar nu lees ik weer hartstikke goede verhalen. Laatst een stuk over vrouwelijke bewakers in Guantánamo Bay. Prachtig. Had door veel meer media opgepikt moeten worden.”

De laatste jaren manifesteert D’Ancona zich vooral als voorvechter van de positie van ouderen. In haar Socrateslezing, die ze afgelopen mei in De Rode Hoed hield, waarschuwde ze voor de „zachte uitsluiting” die veel ouderen in Nederland ten deel valt. „In Italië bestaat juist een zekere verheerlijking van oudjes. Dat vind ik ook niet goed, hoor. Hoewel ik het geweldig vind om die stokoude politiek commentatoren te zien. Dat kennen wij niet. Hanneke Groenteman moest weg vanwege haar leeftijd. Terwijl ik haar programma’s fantastisch vond. Annemarie Oster verloor haar column Mooi Geweest in de Volkskrant. Zonder enig zinnig inhoudelijk argument. Dat noem ik dus zachte uitsluiting. Als ik iemand op straat tegenkom – ze zijn tegenwoordig allemaal jonger dan ik – is het altijd: ‘Doe jij nog wat?’ Dan vragen ze eigenlijk: ‘Doe jij er nog wel toe?’” Ze herhaalt de vraag, verontwaardigd: „Doe jij nog wat… ja, hoor ’ns, ik open heus niet elke dag een tentoonstelling. Maar dan kan ik altijd nog lekker de vloer gaan dweilen.”
Lees ook de bewerkte en ingekorte versie van de Socrates-lezing: Mooi oud worden is niet jong blijven
Lijkt de ouderenemancipatie in essentie op de vrouwenemancipatie?
„Ouderen zijn nog niet zo met die emancipatie begonnen. Maar die karakteristieken, zelfontplooiing en zelfbeschikking, zouden ook voor ouderen kenmerken kunnen zijn. Hoewel het beeld van ouderen sterk vertekend wordt. Je hoort voortdurend over ‘de zorg voor ouderen’. Maar de groep ouderen die echt intensieve zorg behoeft, beslaat maar 4 procent van alle ouderen. De pr rond die inderdaad schandelijke situatie van ouderen in verpleeghuizen is ijzersterk. Maar de overgrote meerderheid van de ouderen bevindt zich in een andere positie. In de nabije toekomst zouden de buren mijn mantelzorgers moeten zijn. Het is eerder andersom. Ik neem de hele dag voor iedereen postpakketjes aan.”
Met de Haagse politiek bemoeit ze zich nauwelijks meer. Ze behoort niet tot de oude partijtijgers die – gevraagd en vooral ongevraagd – zonodig moeten meedenken. „Ik heb veel moeite met mensen die vinden dat hun mening onmogelijk gemist kan worden.” Met een vilein lachje: „En dat zijn ook altijd mánnen, hè…”
Ik heb veel moeite met mensen die vinden dat hun mening onmogelijk gemist kan worden.
Dat betekent uiteraard niet dat ze geen mening hééft. Integendeel. „Ik had als minister de opvang van asielzoekers in mijn portefeuille. Daar dacht ik toen al heel anders over dan Wim Kok en Aad Kosto (toenmalig staatssecretaris van Justitie, red.). Als je vindt dat je op de wereld zo’n kolossale scheefte in welvaart kunt laten bestaan, zul je altijd vluchtelingen houden. Bestrijd die scheefheid of aanvaard de consequenties. Ik ben nu nog veel kwaaier dan toen. Dat wij mensen in Griekenland achter tralies laten zitten, in de blubber, is echt ongelofelijk. En dan wél vol trots verkondigen dat er acht asielcentra dichtkunnen. Begin dan niet meer over ‘beschaving’. Ik schaam me echt dóód. Ik voel me veel meer Europeaan dan Nederlander. Maar ik ben als Europeaan diep teleurgesteld over het onvermogen om dit ordentelijk te regelen.”
Achteraf bezien had zij het als minister relatief makkelijk. „Ik had nooit te maken met dat smeulende populistische vuur. Er zat maar één Janmaat in de Kamer. We hadden onderling tussen alle partijen de stilzwijgende afspraak dat we geen electoraal issue zouden maken van asiel- en vreemdelingenvraagstukken. Zelfs de VVD deed daaraan mee.”
Was dat wel goed? Door het niet te benoemen ging het juist etteren.
„Natúúrlijk was dat niet goed. We hebben sommige dingen veronachtzaamd. Het probleem van Nederlanders die zich in de steek gelaten voelden omdat ze nog ongeveer de enige autochtoon in hun straat waren, hebben we onvoldoende erkend. We hadden dat beter moeten begrijpen, meer compassie moeten tonen en het niet moeten afdoen als ‘onderhuids racisme’. Maar dat is iets anders dan dat je het electoraal uitspint. Dat is begonnen bij Bolkestein, en later voortgezet bij Fortuyn. Dat vond ik het begin van het onfatsoen. Al was dat nog kinderspel vergeleken met wat Wilders doet. Onbehagen mobiliseren is zoveel makkelijker dan tevredenheid mobiliseren. Daarom richten sommige ouderen zich nu tot Henk Krol met z’n flauwekul. Krol mobiliseert ook ontevredenheid.”
Het is vanuit het oogpunt van ouderen-emancipatie toch juist goed dat een partij voor die belangen opkomt?
„Ouderen moeten volwaardige democratische burgers blijven en zich niet door meneer Krol naar de zachte uitsluiting laten drijven. Hij beweert dat hij voor ouderen opkomt, maar hij heeft zijn cijfers niet eens op orde. Ik ben altijd opgekomen voor vrouwenrechten, maar ik ben nooit voor een vrouwenpartij geweest. Democratie betekent dat je belangen afweegt, en niet alleen maar roept: ‘Dit is van ons en dat pakt niemand ons af!’ Ik zag laatst ouderen op televisie die heel gezellig bij elkaar zaten tijdens een buurtbijeenkomst. De mannen stonden te biljarten, de vrouwen lepelden een advocaatje. Vervolgens verscheen er een microfoon onder hun neus en begonnen ze vanuit het niets verschrikkelijk te fulmineren: ‘Het is een schánde wat ze met ons ouderen doen’. Ik keek ernaar en dacht: wat krijgen we nou? Je moet je verontwaardiging zeker tot het laatst behouden, maar wel reserveren voor de juiste kwesties.”
Hoe ze naar de situatie rond haar eigen Partij van de Arbeid kijkt? D’Ancona zwijgt veelbetekenend, en zegt dan: „Het gaat me verschrikkelijk aan het hart. Het is zo shameful wat er is gebeurd. We hadden nooit moeten gaan regeren met de VVD. Ja, zeggen ze dan, we hebben geprobeerd erger te voorkomen. Maar dat is echt een burgemeester-in-oorlogstijdredenering.”

Dat het Diederik Samsom siert dat hij het landsbelang zwaarder liet wegen dan het partijbelang, wil er bij D’Ancona niet in. Fel: „Is het landsbelang dat ondertussen een populistische partij verder opbloeit? Een groot deel van onze kiezers is naar Wilders gegaan. Wat zijn we er dan mee opgeschoten?”
Komt het nog goed met de PvdA?
„Ik denk het niet. De PvdA kan in de oppositie natuurlijk weer wat aansterken. Maar ik zou veel meer voelen voor een nieuwe, grote linkse partij, inclusief GroenLinks en de SP. Ik heb het boek van Femke Halsema gelezen. Daar voel ik zoveel verwantschap mee.”
Uw advies: opdoeken en fuseren?
„Dat zou zeker mijn advies zijn, ja. Op naar een grote, veelkleurige socialistische partij. De SP denkt over een aantal dingen natuurlijk anders. Dat ga je dan onderling uitvechten. Maar alsjeblieft wel bij elkaar. Dát is echt de enige toekomst.”

Uit de NRC.


zaterdag 19 augustus 2017

Oma's favoriete gedichtjes van Annie MG.


Eén van die kindergedichtjes die ik altijd gekoesterd heb vanwege het logische rebelse van kinderen, kleinkinderen en grootmoeders zoals ik.


Ik wil niet meer.

Ik wil niet meer, ik wil niet meer!
Ik wil geen handjes geven!
Ik wil niet zeggen elke keer:
Jawel mevrouw, jawel meneer...
nee, nooit meer in m'n leven!
Ik hou m'n handen op m'n rug
en ik zeg lekker niks terug!


Ik wil geen vieze havermout,
ik wil geen tandjes poetsen!
Ik wil lekker knoeien met het zout,
ik wil niet aardig zijn, maar stout
en van de leuning roetsen
en schipbreuk spelen in de teil
en ik wil spugen op het zeil!

En heel hard stampen in een plas
en dan m'n tong uitsteken
en morsen op m'n nieuwe jas
en ik wil overmorgen pas
weer met twee woorden spreken!
En ik wil alles wat niet mag,
de hele dag, de hele dag!

En ik wil op de kanapee
met hele vuile schoenen
en ik wil aldoor gillen: nee!
En ik wil met de melkboer mee
en dan het paardje zoenen.
En dat is alles wat ik wil
en als ze kwaad zijn, zeg ik: Bil!

De gezongen versie, die ik wat minder leuk vind dan het opzeggen van het gedichtje.



 En deze omdat het zo lief en tegenstrijdig is…


Stekelvarkentjes wiegelied


Suja suja Prikkeltje, daar buiten schijnt de maan,
je bent een stekelvarkentje, maar trek het je niet aan,
je bent een stekelvarkentje, dat heb je al begrepen,

De leeuwen hebben manen en de tijgers hebben strepen
en onze tante eekhoorn heeft een roje wollen staart,
maar jij hebt allemaal stekeltjes en dát is zoveel waard.

Slaap, mijn kleine Prikkeltje, dan wordt je groot en dik,
dan wordt je net zo'n stekelvarken als je pa en ik.

Het olifantje heeft een slurf, de beren hebben klauwen,
de papegaai heeft veren, van die groene, van die blauwe,
en onze oom giraffe heeft een héle lange nek,
maar jij hebt allemaal stekeltjes en dat is ook niet gek,

Suja suja Prikkeltje, het is al vreselijk laat,
je bent het mooiste stekelvarken, dat er maar bestaat,
de poezen hebben snorren en daar kunnen ze door spinnen,
de koeien hebben horens en de vissen hebben vinnen,
en onze neef, de otter, heeft een bruinfluwelen jas,
maar jij hebt allemaal stekeltjes, die komen nog te pas.

Dit is de gezongen versie; bij dit gedichtje vind ik die wel weer mooier.



Met dank aan de enige echte Annie MG Schmidt



Gavi Mensch
Nederland BV  19-7-2017

.

vrijdag 11 augustus 2017

Lovely house for sale Jerez de la Frontera.


For sale

Lovely house (semi-detached) in Jerez de la Frontera.  (Province of Cádiz.) Built on owned plot of 165 m2.

Living space is 95 m2 and 2 patios:  a large one (half-covered) at the back and a smaller one at the front of the house.

There are 2 bedrooms (the large second one used to be 2 smaller bedrooms) with built-in wardrobes, and 2 bathrooms - one with WC, spacious shower, hand basin and bidet and one with WC, shower and small hand basin as well as washing machine and tumble dryer.

Comfortable living area with library shelves, piano (for sale as well) and small hallway to bathroom and the bedrooms and a big storage room accessible from one of the bedrooms.

Spacious kitchen-diner with built-in dishwasher, electric oven and ceramic hob, windows and sliding doors to the patio. 

Kitchen, pipework and electricity were completely replaced in 2006.

Solar panel for heating water and a back-up electric boiler.  There is no gas connection in the house, everything works on electricity. No butane gas bottles necessary.

The house is only a 7-minute walk from the old centre of Jerez and close to sherry bodegas.   15 minutes from the airport.   Atlantic Ocean is just a 20-minute drive away.



























Price € 95.000 (GBP 86.000)


For information or offers: 
email to gavimensch@hotmail.com
Whatsapp 0031 638088243 .


woensdag 2 augustus 2017

Geachte EIgenzinnige rEIzigers,






De reis van het ei vanuit de kip naar ons bord heeft enige vertraging opgelopen door om- en misleiding van de giganten door de giganten. Als dit zo doorgaat zet ik mijn blog over het bewust uitroeien weer online. De corruptie binnen de controlerende instanties is al net zo hoog als die van politici, de ministers en de bijbehorende departementen.

"Zeg jij nou dat het geen kwaad kan dan zal ik zorgen dat een fabriek in het buitenland de schuld krijgt", een van de standaard zinnetjes van ministeries en de klonen die er 'beleid voeren". "En de kippen kun je gewoon ruimen als niemand voor de kosten op wil draaien".

 Dus beste reizigers, we  vergassen de kip, gebruiken geen ei en daarbij ook geen zelfrijzend bakmeel, geen bacon en geen pannekoeken; zonder ei kun je geen taart bakken, geen bacon and eggs en ook geen pannekoeken maken. Om maar wat te noemen. Eierkoeken gaan in de ban en eierbiscuit ook.

We zullen maar niet spreken over eierstokken en eileiders, over eierdoppen en eiderdons.
Ei is een besmet woord. En daar mee ook eigen, eigenlijk, eigenaresse en eigenwijs. Eigengereidheid, eigennaam, eigentijds en eigendom. Het verbod op eigenzinnigheid en eigenwaarde is door de corrupte instanties uitgeroepen.

Conclusie:
We kopen twee kippen en noemen ze hennen; wat deze dames leggen noemen we het onbevruchte nageslacht. De lippen mogen thuis gehouden worden in hoeveelheden die het aantal gezinsleden niet overschrijdt. We geven onze kippen een naam en liefde en als ze te oud worden en het niet meer naar hun zin hebben plegen we onze van de SGP bekende Oud-Hollandse euthanasie op hen. Waarna we hen, of hoen, verwerken in een kibbesoeb ( volgens de Joodse normen met verse foelie) of een cupasoep maar dan home made.
De veren worden verzameld om verendekbedjes van te maken voor vluchtelingenkindjes die het altijd koud hebben. En kippen in huis is super gezellig.


Al die veelhouders kunnen wat ons betreft de pot op. Het uitbranden van goedverzekerde stallen met daarin 80.000 batterijkippen is daarmee voorgoed verleden tijd.





©Gavi Mensch
Nederland BV, 12-8-2017


Vrijdag de veertiende.



Hij is arts zegt ie. Tja, dat heb ik al eerder gehoord. En ik heb al veel jonge mensen de aanbeveling gedaan om niet zomaar te zeggen dat ze arts zijn. En zeker niet als ze niets doen om te helpen of te ondersteunen of in ieder geval een mentaal overzicht te maken door vragen en observatie van iemand in pijn of nood; dan houd je je mond.

Alles ging sowieso kapot vandaag. Mijn auto startte niet en ik moest het kreng aaien, bedreigen en laten staan om het dan nogmaals, dit keer met succes, te proberen.
Ik moest bellen naar het ziekenhuis om te zeggen dat ik te laat zou komen, gelukkig kon dat nog.

De radioloog stond op me te wachten en tijdens de echo van mijn zere schouder begon het: "dat is niet zo mooi, dat is kapot, dat is waarschijnlijk niet te repareren, daar zit een fikse ontsteking en dit zwarte gedeelte is allemaal vocht. Rotatorcuff letsel.  Dit alles wordt me verteld omdat ik de juiste opmerkingen maakte en de aimabele jongenman vroeg of ik arts was. Ik zei dat ik verpleegkundige was en me ingelezen had zodat ik de juiste vragen zou kunnen stellen, Ik denk dat hij toen dacht dat hij mij wel direct het slechte nieuws kon toefluisteren: "Het ziet er slecht uit, de artrose zal u wel bekend zijn en de rest is een flinke klus voor de orthopedisch specialist, sorry".  Ik bedank hem voor zijn spijtbetuiging en zeg dat binnenkort de andere schouder ook nog moet omdat die overbelast wordt nu. Hij beaamt dat en wenst mij sterkte.

Bij het verlaten van de kliniek ben ik mijn mobieltje kwijt. Door alle consternatie ben ik er van overtuigd dat ik hem mee naar binnen genomen heb. De paniek zal op mijn gezicht te lezen zijn geweest want de receptionisten begonnen gelijk met zoeken. Om een lang verhaal kort te maken, hij lag tussen de autostoel, vrolijk te bellen. Weer binnen om te betalen bedankte ik de dames, lieve meiden trouwens van het DC, viste wat kleingeld uit mijn portemonnaie en kwam dus een 10 cent stukje tekort. Ik heb nu €48,40 aan kleingeld in mijn tas die nu extra zwaar tegen mijn zere schouder aan hangt.

Bijschrift toevoegen
Dan haal ik de kleintjes op voor omadag, alleen een morgen in dit geval. Ik haal een koffie en krijg een kuipje melk waarvan de klonters langzaam in mijn koffie zakken. Gelukkig is er een nieuw bakkie troost, ik heb het nu écht nodig. De kindjes willen cake maar hun mama verbood alle zoetigheden. Dus hebben de snoezepoezen bijna een hele bak aardbeien verorberd.
En twee keer, op het punt dat het verste van de wc's af ligt, zegt mijnkleindochter: "Oma, caca. Terwijl we naar de wc spurten bedenk ik dat ik inderdaad Oma Caca ben vandaag. De kindjes hebben een paar heerlijke uurtjes gehad op de Daalhoeve, de kinderboerderij met het meest veelzijdige aanbod aan dieren. Inclusief nandu's, alpaca's, stokstaartjes en grote schildpadden, ara's en dwergkoetjes en -paardjes.

Nadat ik de kindjes heb afgeleverd thuis, rijd ik naar de garage. Daar start ie prima, wel 6 keer achter elkaar, blijkt dat er te weinig koelvloeistof in zit maar kan een ander technisch mankement alleen maar verholpen worden door Charlie. Deze waarschuwt me dat hij alle kabelbundels moet controleren en dat het een klus werk is en dat mijn
Twingo een hele dag opgenomen moet worden. Met alle kosten van dien.

Fijn dan, ik maak een afspraak en thuis aangekomen stort ik me op de doos paracetamol en daarna op de bank.
Twee uur later word ik wakker met pijn in mijn zij. Een rib die vorige week over een andere is geschoten tijdens een hoestbui, zit er weer overheen en voorzicht rek ik me uit. Ik vloek gewoon hardop, ik woon alleen.

Ik moet nog wat zaken regelen en stap in de auto die natuurlijk weer niet start. Met een lief stemmetje bel ik de Wegenwacht en die staat in no time voor mijn neus. Mijn auto start natuurlijk en de man zegt dat het komt omdat mijn auto de sleutel niet herkent want een van de 600 lampjes blijft flikkeren. Ik haal een reserve sleutel en ja hoor die herkent ie en het flikkerende lampje dooft. Verder kan de beste man niet veel doen. Ik vraag of ik hem eventueel nog een keer mag bellen als ik een probleempje met het starten heb? Dat mag, na het eten. Ik doe wat ik nog moet doen en rijd langs de Lidl om nog wat boodschapjes voor het weekend te doen, alleen het hoognodige.

Terwijl ik in het laatste pad sta krijg ik een ontzettende klap tegen mijn zij. Een zeer geverfde dame trok haar volle boodschappenkar even de hoek om waardoor de kar uit de bocht vloog en het zware handvat in mijn zere ribben slaat en me met de zere schouder tegen de vitrine aan drukt. Ik geef een gil, zij kijkt om en zegt sorry terwijl ik naar adem hap en bijna flauwval van de pijn. Mijn adem snerpt, ik zak door mijn benen, ik heb niet vaak een dergelijk pijn gehad. De als niet al te briljant bekend staande bedrijfs'líjdster' komt me vertellen dat het vast niet zo erg is, terwijl de zeer geverfde lippen van de daderes, die dat beaamt, zich in een verachtelijke boog laten zakken. Dan komt hij die zei: "Ik ben arts" en zegt dat ik moet stoppen met hyperventileren. Nog naar adem snakkend mompel ik over ribben en ademnood en ik kijk heel boos. Waarna iedereen boos is om mijn pijn die ze natuurlijk verwarren met eigenwijzigheid. Ik stuur hen naar een plaats heel ver weg en dat doen ze. "Aanstelster", zeggen de knetterrode lippen van de daderes; ondertussen probeer ik al strekkend mijn rib weer op zijn plek te krijgen. De pijn zakt een beetje en het ademen wordt makkelijker. Ik bel een vriendin die om de hoek woont, maar die blijkt niet thuis te zijn. Ik zeg dat ik het wel probeer en strompel naar de kassa, de tranen van pijn lopen over mijn wangen. Uit nijd haal ik mijn penning buiten uit het karretje en laat het daar staan. Ik kruip de auto in en rijd naar huis, zonder riem, die verdraag ik niet.

Een eindje verderop lopen de lippen en haar dokter en ik besluit hem toch nog even te zeggen wat ik denk. Ik leg snel uit wat het probleem is en zeg dat hij nooit meer moet zeggen dat hij dokter is als hij niet eerst een stoel vraagt zodat een duizelig 'slachtoffer' kan gaan zitten. En dat verder als iemand problemen heeft met ademhalen en een enorme klap tegen de ribben krijgt hij zich af moet vragen of er geen longprobleem is ontstaan. En dat hij, als hij ooit 'arts', wil worden, ik hem eerst wel bekend wil maken met anatomie en ziekteleer. Ik heb het antwoord niet afgewacht.

Eenmaal thuis, scheurde nog het hengsel van de boodschappentas en had ik geen zin meer om iets anders te doen dat dit op te schrijven voordat ik met een kop hete thee naar de bank loop.


©Gavi Mensch

Maastricht, vrijdag de14de juli 2017



donderdag 15 juni 2017

Halve gare Goudvis




Kloris, Roosje en Fay
Mijn goudvissen zijn 3 jaar oud, hetgeen op zich al een record is, en het aquarium moet eigenlijk elke maand verschoond worden. Dit keer was het wat later en na de goudvissen in een slabak met schoon water te hebben gedeponeerd, nam ik het aquarium mee om het van de dikke laag alg te ontdoen, dat vieze groenbruine spul dat snel aangroeit in de warmte. 
Het duurde even; transparant en glanzend nam ik de loodzware bak mee terug naar de kamer. 

Maar toen ik de goudvissen er in wilde doen, miste ik er een. Ik was eerst verbaasd, waar verstopt een goudvis zich? Op de tafel lag geen vis en op het kleed ook niet.
Ik schudde mijn hoofd als om te ontwaken. Ik knielde en keek onder tafel en ja hoor, daar lag de oranje halve gare naar adem happend en een halve meter verderop op de wat stoffige grond.

Kloris is de middelste
Hij moet een enorme sprong en smakkerd hebben gemaakt.  
Ik pakte hem op en zette hem in het aquarium. Ik verwachte dat hij zou gaan drijven zoals dode vissen dat normaliter doen. Maar hij sprintte  weg door het schone water. Nadat ook de andere twee vissen overgeplaatst waren, kwamen ze gedrieën naar het voederhoekje alsof er niets gebeurd was. 

De stoere springer lijkt niet suïcidaal. Ik denk dat hij alleen een sprong naar de vrijheid wilde wagen. Voor vissen is dat geen intelligente actie. Jammer genoeg kon ik hem niet fotograferen op het Perzische tapijt, dat had ie echt niet overleefd. 
Ik houd 'm toch maar in de gaten.




© Gavi Mensch
Maastricht 13-6-2017

*pagina voor slechtzienden 

Update:15-7-2017  Kloris leeft nog steeds.


.