Posts tonen met het label hersens. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hersens. Alle posts tonen

woensdag 1 juli 2015

9 Things NOT to Say to Someone with a Brain Injury

9 Things NOT to Say to Someone with a Brain Injury


Brain injury is confusing to people who don’t have one. It’s natural to want to say something, to voice an opinion or offer advice, even when we don’t understand.
And when you care for a loved one with a brain injury, it’s easy to get burnt out and say things out of frustration.
Here are a few things you might find yourself saying that are probably not helpful:

1. You seem fine to me.

The invisible signs of a brain injury — memory andconcentration problems, fatigue, insomnia, chronicpain, depression, or anxiety — these are sometimes more difficult to live with than visible disabilities. Research shows that having just a scar on the head can help a person with a brain injury feel validated and better understood. Your loved one may look normal, but shrugging off the invisible signs of brain injury is belittling. Consider this: a memory problem can be much more disabling than a limp.

2. Maybe you’re just not trying hard enough (you’re lazy).

Lazy is not the same as apathy (lack of interest, motivation, or emotion). Apathy is a disorder and common after a brain injury. Apathy can often get in the way ofrehabilitation and recovery, so it’s important to recognize and treat it. Certain prescription drugs have been shown to reduce apathy. Setting very specific goalsmight also help.
Do beware of problems that mimic apathy.Depression, fatigue, and chronic pain are common after a brain injury, and can look like (or be combined with) apathy. Side effects of some prescription drugs can also look like apathy. Try to discover the root of the problem, so that you can help advocate for proper treatment.

3. You’re such a grump!

Irritability is one of the most common signs of a brain injury. Irritability could be the direct result of the brain injury, or a side effect of depression, anxietychronic pain, sleep disorders, or fatigue. Think of it as a biological grumpiness — it’s not as if your loved one can get some air and come back in a better mood. It can come and go without reason.
It’s hard to live with someone who is grumpy, moody, or angry all the time. Certain prescription drugs, supplements, changes in diet, or therapy that focuses on adjustment and coping skills can all help to reduce irritability.

4. How many times do I have to tell you?

It’s frustrating to repeat yourself over and over, but almost everyone who has a brain injury will experience some memory problems. Instead of pointing out a deficit, try finding a solution. Make the task easier. Create a routine. Install a memo board in the kitchen. Also, remember that language isn’t always verbal. “I’ve already told you this” comes through loud and clear just by facial expression.

5. Do you have any idea how much I do for you?

Your loved one probably knows how much you do, and feels incredibly guilty about it. It’s also possible that your loved one has no clue, and may never understand. This can be due to problems with awareness, memory, or apathy — all of which can be a direct result of a brain injury. You do need to unload your burden on someone, just let that someone be a good friend or a counselor.

6. Your problem is all the medications you take.

Prescription drugs can cause all kinds of side effects such as sluggishness, insomnia, memory problems, mania, sexual dysfunction, or weight gain — just to name a few. Someone with a brain injury is especially sensitive to these effects. But, if you blame everything on the effects of drugs, two things could happen. One, you might be encouraging your loved one to stop taking an important drug prematurely. Two, you might be overlooking a genuine sign of brain injury.
It’s a good idea to regularly review prescription drugs with a doctor. Don’t be afraid to ask about alternatives that might reduce side effects. At some point in recovery, it might very well be the right time to taper off a drug. But, you won’t know this without regular follow-up.

7. Let me do that for you.

Independence and control are two of the most important things lost after a brain injury. Yes, it may be easier to do things for your loved one. Yes, it may be less frustrating. But, encouraging your loved one to do things on their own will help promote self-esteem, confidence, and quality of living. It can also help the brain recover faster.
Do make sure that the task isn’t one that might put your loved one at genuine risk — such as driving too soon or managing medication when there are significant memory problems.

8. Try to think positively.

That’s easier said than done for many people, and even harder for someone with a brain injury. Repetitive negative thinking is called rumination, and it can be common after a brain injury. Rumination is usually related to depression or anxiety, and so treating those problems may help break the negative thinking cycle.
Furthermore, if you tell someone to stop thinking about a certain negative thought, that thought will just be pushed further towards the front of the mind (literally, to the prefrontal cortex). Instead, find a task that is especially enjoyable for your loved one. It will help to distract from negative thinking, and release chemicals that promote more positive thoughts.

9. You’re lucky to be alive.

This sounds like positive thinking, looking on the bright side of things. But be careful. A person with a brain injury is six times more likely to have suicidal thoughts than someone without a brain injury. Some may not feel very lucky to be alive. Instead of calling it “luck,” talk about how strong, persistent, or heroic the person is for getting through their ordeal. Tell them that they’re awesome.
Written by Marie Rowland, PhD, EmpowermentAlly. 

Used with permission.www.brainhealthconsulting.com.


Just so you know!



Gavi Mensch
1-7-2015


dinsdag 27 januari 2015

Geen schrijversblok maar een overdaad aan geschriften

.

De maanden december en januari verzoop ik in de geschriften. De kranten, columns en blogs, de sociale media gingen allemaal over vrede op aarde en hoe wreed die andere mensen wel niet zijn. Ik had daar niets meer aan toe te voegen.

Mijn kleine kring was vol van andere zaken. Het herdenken van een overleden kleindochter, het nieuws over een nieuw kleinkind in de maak, het herseninfarct van een goede vriend die te ver weg woont om hem te omarmen en moed in te spreken. Het kind van mijn vriendin met kanker, een andere vriendin die genezen is. Onze gezamenlijke winterdepressies en onze gezamenlijke kracht om daar ook weer zonder kleerscheuren uit te komen. En de geldduivels.

Ik hoefde niet te schrijven over haat en vrede, ik kon het zelfs niet meer lezen, ik werd en word er moe van. Veel geschreeuw en weinig wol. Alles was al beschreven, over alles was zogenaamd gediscussieerd. Veel foto's werden hergebruikt, wreedheden uit andere jaren werden gebruikt om de overdaad aan leugens en lobby's een gezicht te geven.

Het nieuwe jaar is weer begonnen met leugens en doden, met moorden en verkrachtingen, met loze beloftes en gemene graaiers. Ik heb daar niets meer over te zeggen, ik kan er niets meer over schrijven zonder te vloeken en grof te worden.

Dit is voor mij een revolutionair jaar aan het worden.
Geld is gelukkig geen moer meer waard, dat is al een goed begin. Dan hoeft er ook niet meer gestolen te worden. Van mij mag het worden afgeschaft, net zoals de overkoepelende ambtelijke molens. Het wordt tijd voor kleine gemeenschappen, met een circulaire economie en onderlinge uitwisselingen van diensten. Het wordt tijd voor een basis salaris om de vaste lasten van te betalen, waarbij ik dan ook zou willen opmerken dat vaste lasten ook zouden kunnen verdwijnen, dan is het basissalaris niet meer nodig. Woongemeenschappen, noem ze commons, met een bepaald doel voor ogen, met een bepaalde sociale vormgeving, zonder wurgende hypotheken, met gezonde moestuinen in plaats van gemeente plantsoenen.

Zelfrijdende auto's buiten de bebouwde kom, tussen 16 en 18 u zijn de straten gesloten voor alle verkeer, dan moeten kinderen buiten spelen. Geen werktijden van 9 tot 5, geen woensdagopening of zondagsluiting.
Ik noem zo maar wat, iedereen is ingedut; het wordt tijd om de rotondes te beplanten met fruitbomen en de straten vol te zetten met bankjes, plantenbakken, eucalyptus struiken en openbare toiletten.

Het wordt tijd dat iedereen stopt met ja knikken en nee schudden. Er moet ja geschud worden op alle goede voorstellen en er moeten spijkers met koppen gelagen worden. Tegen de politiek en de ambtenaren, tegen de oorlogszuchtigen en de menschenhaters knikken we nee.

Elke leefgemeenschap is verantwoordelijk voor de eigen omgeving, voor de eigen beslissingen, er is een roulerend 'leiderschap', er zijn experts die tegelijkertijd lesgevers zijn.
Het land is van niemand, grenzen zijn larie evenals de verdeling van de zeeën en het luchtruim.

Ik ben deze rottige mannetjeswereld spoegzat, ik wil dit geknoei niet achterlaten voor mijn kleinkinderen. Wie gelooft in goden mag dat doen zonder anderen daarmee lastig te vallen. Dat geldt ook voor wie gelooft in geld, macht, Doornroosjes en spoken, voor wie gelooft in heksen en filantropen, voor wie gelooft in politici en bestuurders. Het mag allemaal. Maar houdt het voor je, laat een ieder zijn eigen denkbeelden ontwikkelen zonder hen te laten brainwashen door supergelovers.

Ik heb besloten dat ik in mijn kleine sociale kring genoeg kan doen voor iedereen en iedereen genoeg kan doen voor mij. En dat heeft niets te maken met een dwaze participatiewet van bijzonder onbegaafde politici. Er bestaan geen 10 jarige mantelzorgers meer, 10 jarigen zitten op school en spelen buiten, sporten en doen aan schaken. Er bestaan ook geen ongezonde cateringprakjes meer. Iedereen kookt voor 2+2, voor 3+1, de boodschappen voor eten worden gezamenlijk gedaan en betaald, de moestuin opbrengsten worden verdeeld.

Op kleine schaal gebeurt dit al in mijn kringetje. Mijn dochter krijgt groente uit de tuin van de buren, die deelt ze met mij en ik kook mee voor twee van mijn (ex) patiënten.
De hoofdmantelzorger van een van hen, repareert indien nodig mijn fiets. Ik ga af en toe kijken hoe het gaat met mijn veel te jonge moederbuurmeisje, haar vader brengt hout mee voor mij om op te schilderen. Ik rijd zelden alleen op grote afstanden en deel de kosten met mijn meerijders, snel, leerzaam en goedkoop en voor de deur afgezet.

Steeds meer initiatieven ontplooien zich, weggeef- en kringloopwinkels, ruilbeurzen, vlooien- en tweedehands kledingmarkten. Aanschuif- en mee-eet restaurantjes. Lessen in ruil voor lessen. Oppas in ruil voor oppas. Vakantie door huizenruil. Slecht voor de business, goed voor de verdeling van mogelijkheden voor iedereen.
Er gebeurt al heel veel zonder geld, je kunt er alleen nooit iets over zeggen want de overheid wil overal korten en heffen. Maar vandaag of morgen is die ondergrondse beweging zo groot dat alleen die 1% stinkend rijken nog geld hebben, waar ze dan niet veel meer mee kunnen. Zomaar waardeloos uit de lucht gegrepen geld bijdrukken….het is het lachertje van de eeuw, Monopolie spelen in plaats van Olympische, hoe verzinnen ze het.

Door het overbrengen van kennis van specialist op leek wordt de wetenschap verbreidt, komt het onderwijs op een hoger niveau en kan iedereen deelnemen aan de maatschappij, daar zorgt de commons voor, samen doen en samen denken.

Deze start krijgt nog een positief vervolg, dat weet ik zeker.
Leven heeft niets te maken met haat of godsdiensten maar met persoonlijke inzet en de voldoening die je eruit haalt. Ga iets doen wat je leuk vindt en maak er je werk van of omgekeerd, maak van je werk iets leuks. Wees een rebel en stimuleer anderen ook om te rebelleren. Accepteer niets klakkeloos, denk zelf, informeer je of doe het samen met anderen, in overleg.

Denk zelf, daar heb je die hersens voor. Denken heeft niets te maken met hoge of lage IQ's maar met de wil om te leren, op elk niveau. Iedereen kan iets bedenken, al is het maar de te verbouwen groenten in het plantsoen.
Ik ben op zoek naar een plek voor mijn en onze huisjes, vriendelijk en met groene energie, met veel groen en een 'verbod' op grijs en zwart. Een ieder een huisje in de eigen stijl
, naar vermogen, naar noodzaak.


En wil je appelmoes eten dan plant je gewoon een appelboom.
Zo simpel is het.



©Gavi Mensch
Uit mijn dagboek: Binnenstebuiten.

Januari 2015