Posts tonen met het label keuzes. Alle posts tonen
Posts tonen met het label keuzes. Alle posts tonen

zondag 14 mei 2017

Over vrije keuzes en dominantie


.
Ik had dominante ouders, controle freaks zoals velen, in een tijd dat vrijheid een nieuw woord was. Dat al die controles en de vergissingen die ze daar mee maakten hebben geleid tot ongelukken lijkt logisch. En dat ik ook een dominante ouder dreigde te worden leek ook logisch. Alleen was ik behoorlijk rebels.
Daar waar mijn ouders altijd iets hadden met façades en altijd rekening hielden met de buitenwereld heb ik dat mijzelf afgeleerd. En het was niet zo dat mijn ouders niet aardig waren. Mijn vader was een lieverd en mijn moeder bewoog zich in haar sociale netwerk met een helpende hand.

Ik denk ook wel dat ze met mij het beste voorhadden, alleen moeste het gebeuren op de manier waarop zij vonden dat het 'heurde'.
Mijn weg was uitgestippeld. Na de basisschool ging ik naar de MMS. Maar daar stokte de zaak. Ik wilde wel hockeyen, ik vond het heerlijk en trainde me suf, maar ik wilde maar niet aan het dokterszoontje blijven klitten, tot grote wanhoop van mijn moeder. Ik was jong uit huis en snel aan het werk. Studeren deed ik al werkend. 
Mijn moeder duldde ook geen inmenging in mijn kledingkeuze. Ik kreeg degelijke kleding en bruine leren veterschoenen. En als ik klaagde bij mijn vader zei hij sussend dat ik maar moest doen wat mijn moeder zei. De leuke dingen kreeg ik van mijn grootmoeder, de vrijheid ook en het uitgebreide keuzepakket. Ik heb mijn kinderen altijd vrijgelaten in hun kledingkeuze. Alle variaties van klassiek tot pikzwart en slobber tot alternatief, ik vond het allemaal prima. Ik mocht dat niet. Ik was een dochter van….. 
Pas toen ik uit huis ging droeg ik waar ik zin in had.

De schoolkeuze van mijn kinderen was die van hun. En de studiekeuze ook. En als ze een periode niets wilden mochten ze een paar maanden een baantje zoeken en daarna weer de draad op pakken. En toch was ook ik dominant. Mijn nee was veelal nee, ik kon niet altijd marchanderen. Dat is de pech van een één-ouder situatie, je kunt als kind nooit verhaal halen bij de andere ouder. En ja ik heb mijn kinderen opgeleid tot zelfstandige wezens. Uit noodzaak en overtuiging. Ik mocht thuis niet koken. Mijn kinderen mochten al koken toen ze nog heel waren. Ze konden koffie zetten en afwassen (afdrogen hoefde nooit). De een onderzocht en de ander deed, toen al. Nu zie ik mijn kleinkinderen ook in dat jong geleerd oud gedaan systeem, gelukkig.

Ik heb nooit dat streven naar perfectie. Goed was goed. Als mijn kinderen zelf beter wilden was dat prima. Maar van een perfectionistische vader had ik gezien dat je daar niet altijd gelukkig van werd. Ik kocht prachtige kleertjes voor mijn kinderen, veel tweedehands maar wel altijd mooi. Met mijn korte budget konden ze toch vragen en dragen wat ze wilden. Speelgoed was ook geen punt. We ruilden en ik maakte ook toen al veel zelf. Ik zie wel dat mijn kinderen daar een voorliefde voor nieuw aan hebben over gehouden. Ik herinner me dat ik móest schaatsen in een rokje en een maillot, later mocht ik daar wel een skibroek onder, maar toch.

In tegenstelling tot mijn ouders was ik nooit blij met mijzelf als moeder, ik was onzeker en klankbordarm. Zoals mijn ouders het gedaan hadden wilde ik het niet en ik toetste dus aan mijn grootmoeder, die weer veel te goeiig was en die door haar eigen kinderen onder de voet gelopen werd. Strak opvoeden dus zodat ik vaak een veer kon laten. Ook die opvoedingstheorie komt en gaat, samen met het antiautoritaire, de bezielende opvoeding en de oeverloos geduldige.
Ik denk dat voor alles wat te zeggen is. Maar het nee is nee voelde destijds het veiligst aan voor ons alle drie. In je eentje twee kinderen betekent dat je vier armen en vier ogen nodig hebt. En soms als ik ogen en handen te kort had was ook mijn lontje korter, was ik aan het eind van mijn Latijn dan kon ik uitvallen en vreselijk gefrustreerd zijn. Dat zijn van die dingen die je de rest van je leven spijten.
Hulp van mijn ouders en hun andere kinderen had ik niet. Ik had wel steun aan mijn nicht en aan tantes en oudere vriendinnen, die mij bevestigden in sommige dingen en daar blijf ik hen dankbaar voor.



Terwijl mijn moeder de hoop had opgegeven toen ik KVJV wilde doen (ik had 6 jaar voor mijn jongste broertje gezorgd) ook omdat ik de middelbare school niet had afgemaakt, kwam mijn vader wel met een trots gezicht naar de diploma-uitreiking. Toen ik jaren later de verpleging deed, wisten ze geen van beiden hoe zwaar dat was met een klein kindje bij me. En voor een dergelijk eigenwijze dochter hoef je dan ook niets meer te doen. Wel moest ik altijd de verhalen aanhoren over mijn oude schoolvriendinnetjes die met dokters en notarissen waren getrouwd. Alleen ik wist, blijkbaar, dat het geluk niet ligt in een titel maar in het houden van, ook van je werk. En in de overwinning van het halen van nog een diploma, voor mij. En voor mijn toekomst.

Mijn kinderen hebben fantastische dingen gedaan, ik ben altijd trots op hen (een enkele dag uitgezonderd). Ze hebben geweldige partners gekozen en hebben en krijgen geweldige kinderen.

Ik trouwde met een oudere man die respect eiste, gewoon omdat vaak opdrachten gaf, omdat hij dat zo vond. Dat heeft niet lang geduurd. Eerst komen mijn kinderen en dan pas de rest van de wereld.

Enfin, ik was nooit een perfecte moeder en het verleden is ook nooit meer te perfectioneren, zoals mijn nicht laatst opmerkte. Voor de dag van vandaag en de toekomst doe ik nog wat ik kan, probeer een leuke oma te zijn en een moeder die er altijd is, op de achtergrond. Ik cijfer mijzelf niet helemaal weg, ik houd altijd ruimte om me op af te zetten op weg naar boven. Boven dat maaiveld uit. 
Ik ben geen meeloper, heb een eigen wil en een goed gevoede mening. Ik incasseer nog steeds, de narigheden en de sores.

Mijn grote geluk is het zijn van een redelijke en aanwezige moeder van geweldige kinderen.
Dat is op zo'n dag als vandaag een blessing.






©Gavi Mensch
14-5-2017 









maandag 20 februari 2017

Piraten zijn cool




Piraten zijn cool,  zegt mijn kleinzoon
Goed, na heel veel lees- en uitpluiswerk ga ik me dan maar eens concentreren op de Piratenpartij.

Ik heb daarvoor wel enkele voor mij geldige redenen waaronder:
Het Finse voorbeeld
Een vrouwelijke lijsttrekker
Een meer democratische democratie
Baas over eigen leven
Liquid democracy



Lees het interview in Vrij Nederland  eens door en vergelijk sommige zaken eens met de vastgeroeste werkelijkheid. Enkele opmerkingen spraken mij extra aan.

[.....Bijvoorbeeld de echtgenoot van Edith Schippers, onze minister van Volksgezondheid: die bleek als consultant geld te verdienen aan haar beleid. Over zulke zaken wil ik Kamervragen stellen.’.....]

[...Maar nieuwe methoden als Loomio maar ook liquid democracy maken directe zeggenschap van de burger tussentijds mogelijk. Volgens liquid democracy kan je je stem op bijvoorbeeld het gebied van zorg toevertrouwen aan iemand die je kent die daar veel verstand van heeft. Op die manier kan je in de democratie veel beter gebruik maken van de expertise van de burgers, en het vergroot de democratische betrokkenheid.’....]

[...En dan het gedoe over het bonnetje van Fred Teeven. Ard van der Steur is de derde VVD-bewindsman die erover is gevallen, maar Rutte lijkt er nauwelijks last van te hebben. Het verbaast me dat de verontwaardiging over de houding van de VVD niet veel groter is. Daardoor denken ze in die partij nog steeds dat ze met alles kunnen wegkomen, en.’...]


Ik heb al aardig wat verschillende partijen gestemd in mijn leven. Helaas gaan de meesten niet met de tijd mee, dulden geen inmenging of hebben te veel punten die overeenkomen met de gevestigde orde. En ze zijn vooral goed in het hanteren van partijbeschermende maatregelen.

Ik zou een partij willen die dagelijks meegaat met de gang van zaken. Die mij vertegenwoordigt in zaken die ik belangrijk vind voor de toekomst, voor mijn kinderen (uit de low-protest-generatie) en kleinkinderen die ik nog protestfähig moet maken (alleen op het gebied van de volksvertegenwoordigers).

Ik houd de Piratenpartij al jaren in de gaten. Ik snap dat Ancilla een mooie lijsttrekster is maar dan denk ik dat het ook wel een goede zet is. Ik ben niet zo'n vrouwenvrouw maar alles is beter dan de koppies van die half ingedutte mannetjes. Het zou andere partijen geen kwaad doen al die mannen eens van de eerste plaats te halen.
Tot zover deze korte overpeinzing.
Wordt hopelijk vervolgd.


©Gavi Mensch
Nederland BV 18-2-2017








woensdag 1 juli 2015

9 Things NOT to Say to Someone with a Brain Injury

9 Things NOT to Say to Someone with a Brain Injury


Brain injury is confusing to people who don’t have one. It’s natural to want to say something, to voice an opinion or offer advice, even when we don’t understand.
And when you care for a loved one with a brain injury, it’s easy to get burnt out and say things out of frustration.
Here are a few things you might find yourself saying that are probably not helpful:

1. You seem fine to me.

The invisible signs of a brain injury — memory andconcentration problems, fatigue, insomnia, chronicpain, depression, or anxiety — these are sometimes more difficult to live with than visible disabilities. Research shows that having just a scar on the head can help a person with a brain injury feel validated and better understood. Your loved one may look normal, but shrugging off the invisible signs of brain injury is belittling. Consider this: a memory problem can be much more disabling than a limp.

2. Maybe you’re just not trying hard enough (you’re lazy).

Lazy is not the same as apathy (lack of interest, motivation, or emotion). Apathy is a disorder and common after a brain injury. Apathy can often get in the way ofrehabilitation and recovery, so it’s important to recognize and treat it. Certain prescription drugs have been shown to reduce apathy. Setting very specific goalsmight also help.
Do beware of problems that mimic apathy.Depression, fatigue, and chronic pain are common after a brain injury, and can look like (or be combined with) apathy. Side effects of some prescription drugs can also look like apathy. Try to discover the root of the problem, so that you can help advocate for proper treatment.

3. You’re such a grump!

Irritability is one of the most common signs of a brain injury. Irritability could be the direct result of the brain injury, or a side effect of depression, anxietychronic pain, sleep disorders, or fatigue. Think of it as a biological grumpiness — it’s not as if your loved one can get some air and come back in a better mood. It can come and go without reason.
It’s hard to live with someone who is grumpy, moody, or angry all the time. Certain prescription drugs, supplements, changes in diet, or therapy that focuses on adjustment and coping skills can all help to reduce irritability.

4. How many times do I have to tell you?

It’s frustrating to repeat yourself over and over, but almost everyone who has a brain injury will experience some memory problems. Instead of pointing out a deficit, try finding a solution. Make the task easier. Create a routine. Install a memo board in the kitchen. Also, remember that language isn’t always verbal. “I’ve already told you this” comes through loud and clear just by facial expression.

5. Do you have any idea how much I do for you?

Your loved one probably knows how much you do, and feels incredibly guilty about it. It’s also possible that your loved one has no clue, and may never understand. This can be due to problems with awareness, memory, or apathy — all of which can be a direct result of a brain injury. You do need to unload your burden on someone, just let that someone be a good friend or a counselor.

6. Your problem is all the medications you take.

Prescription drugs can cause all kinds of side effects such as sluggishness, insomnia, memory problems, mania, sexual dysfunction, or weight gain — just to name a few. Someone with a brain injury is especially sensitive to these effects. But, if you blame everything on the effects of drugs, two things could happen. One, you might be encouraging your loved one to stop taking an important drug prematurely. Two, you might be overlooking a genuine sign of brain injury.
It’s a good idea to regularly review prescription drugs with a doctor. Don’t be afraid to ask about alternatives that might reduce side effects. At some point in recovery, it might very well be the right time to taper off a drug. But, you won’t know this without regular follow-up.

7. Let me do that for you.

Independence and control are two of the most important things lost after a brain injury. Yes, it may be easier to do things for your loved one. Yes, it may be less frustrating. But, encouraging your loved one to do things on their own will help promote self-esteem, confidence, and quality of living. It can also help the brain recover faster.
Do make sure that the task isn’t one that might put your loved one at genuine risk — such as driving too soon or managing medication when there are significant memory problems.

8. Try to think positively.

That’s easier said than done for many people, and even harder for someone with a brain injury. Repetitive negative thinking is called rumination, and it can be common after a brain injury. Rumination is usually related to depression or anxiety, and so treating those problems may help break the negative thinking cycle.
Furthermore, if you tell someone to stop thinking about a certain negative thought, that thought will just be pushed further towards the front of the mind (literally, to the prefrontal cortex). Instead, find a task that is especially enjoyable for your loved one. It will help to distract from negative thinking, and release chemicals that promote more positive thoughts.

9. You’re lucky to be alive.

This sounds like positive thinking, looking on the bright side of things. But be careful. A person with a brain injury is six times more likely to have suicidal thoughts than someone without a brain injury. Some may not feel very lucky to be alive. Instead of calling it “luck,” talk about how strong, persistent, or heroic the person is for getting through their ordeal. Tell them that they’re awesome.
Written by Marie Rowland, PhD, EmpowermentAlly. 

Used with permission.www.brainhealthconsulting.com.


Just so you know!



Gavi Mensch
1-7-2015


zondag 1 februari 2015

Levenslessen 1 Opgeven.

.

Nog te vaak houd ik vast aan gewoontes en gedrag die me niets dan pijn en stress opleveren. Terwijl ik eigenlijk gewoon rust en vrijheid van handelen wil.
Ons leven verbetert pas wanneer we de onzin van deze dingen inzien en die zaken eindelijk opgeven. Stress-arm leven betekent ook dat je vaker nee moet zeggen als er een ja van je verwacht wordt. Ho durven zeggen als het pijnlijk wordt, letterlijk en figuurlijk.

Onderstaand stukje lezen en herlezen ( vooral dat laatste) heeft me uitstekend geholpen. Ik beveel het dus van harte aan:


"Geef de volgende vijftien zaken op en je gaat gegarandeerd een makkelijker en gelukkiger leven tegemoet:

1. Altijd gelijk willen hebben
Kan je de gedachte dat je het bij het verkeerde eind hebt niet verdragen? Blijf je aandringen op je gelijk, zelfs wanneer er belangrijke relaties op het spel staan? Het is al die moeite niet waard. Vraag jezelf af: “Wat is beter? Mijn gelijk halen, of de vriendschap behouden?”


2. Drang naar controle
Wees geen controlefreak en wees bereid om je drang naar controle over situaties en mensen op te geven. Laat anderen toe te zijn wie ze zijn en je voelt je direct veel beter.

3. Beschuldigingen
Neem verantwoordelijkheid voor je eigen leven en stop met anderen de schuld te geven.


4. Negativiteit
Raak niet verstrikt in een negatieve spiraal. Geloof in jezelf, geef jezelf kansen en denk niet altijd het slechtste over jezelf.

5. Leg jezelf geen limieten op
Stop met jezelf limieten op te leggen over wat je kunt en niet kunt bereiken. Spreid je vleugels en vlieg zo hoog als je kan, zonder op voorhand aan je plafond te denken.

6. Klagen
Klaag niet over alles en iedereen. Niets of niemand kan je ongelukkig maken als je dat zelf niet toelaat. Laat het niet toe en wees positief.

7. Kritiek
Stop met voortdurend anderen te bekritiseren. Alle mensen zijn uniek, maar tegelijkertijd hetzelfde. We willen allemaal gelukkig worden, liefhebben en geliefd worden. Kritiek is geheel overbodig.

8. Indruk maken
Probeer niet zo hard iemand te zijn die je niet bent, want zo maak je echt geen indruk. Integendeel, anderen voelen zich aangetrokken tot jou wanneer je net alle maskers afwerpt en de echte ‘jij’ onthuld wordt.

9. Verzet tegen verandering
Verandering is goed en is het enige wat je van A naar B kan brengen. Je verzetten tegen verandering is dan ook het slechtste dat je kunt doen.

10. Etiketten
Stop met een etiket te plakken op alles en iedereen die anders is dan jij. Je verstand werkt enkel als het open staat voor nieuwe dingen.

11. Angst
Angst is een illusie. Angst bestaat niet echt – jij bent degene die het creëert.

12. Excuusjes
Stop met jezelf en anderen
smoesjes wijs te maken. In 99.9% van de gevallen zijn ze niet echt en verdoezelen ze de waarheid.

13. Het verleden
Het verleden loslaten is niet vanzelfsprekend, vooral wanneer het verleden zo mooi lijkt in vergelijking met het heden, en je bang bent van de toekomst. Maar het heden is alles wat je hebt. Stop met in het verleden te leven en leef in het hier en nu in alles wat je doet, met een oog op de toekomst. Enkel zo kun je genieten van het leven.

14. Banden
Leer loslaten. Geef niet op waar je van houdt, maar laat de zaken los die je onbewust aan banden leggen en je begrenzen in wat je kunt en niet kan bereiken.

15. Leven naar de verwachtingen van anderen
Je leven is van jou en van jou alleen. Te veel mensen leven alsof hun leven anderen toebehoort. Ze leven naar de waarden, normen en het verwachtingspatroon van hun ouders, kinderen, vrienden, vijanden, leraren, overheid en media. Maar jij niet, jij moet luisteren naar wat je innerlijke stem zegt. Je moet ontdekken wat je gelukkig maakt en dat ten allen koste nastreven. Je hebt maar één leven. Gebruik het om te doen wat jij, en niet anderen, belangrijk vindt."

Gelezen op Internet op een moment dat ik dacht dat ik dát wat ik niet belangrijk vind gewoon kan laten. Die ruimte krijg ik niet, die moet ik nemen. Loslaten is een must. Streverige ambities had ik al nooit, behalve dan het beste voor mijn kinderen en kleinkinderen. Ik maak elke dag een nieuw begin, het leven is zo kort.



©Gavi Mensch

Maastricht,1-2-2015

.