Posts tonen met het label alleenstaand. Alle posts tonen
Posts tonen met het label alleenstaand. Alle posts tonen

vrijdag 4 februari 2022

Dit is  Don Juan



Dit Is Juan, hij is 81


Hij woont alleen in een schamel huisje aan het strand van Tarifa. Hij heeft daar altijd gewoond. Hij heeft 4 goed doorvoede honden een geit en een koe van 22.                                "Ze is blond en rond, net als u", zegt hij met een ondeugende uitdrukking op zijn gezicht, "ze heet Rubia".                                                                                                                   

Hij heeft 30 jaar een Belgische vrouw gehad, zegt hij, zonder verder uit te wijden over haar huidige verblijfplaats. Hij kijkt gretig naar mijn dikke kuiten. Die doen hem duidelijk denken aan zijn verloren lief.                                                         

Hij is geboren in het schamele huisje en zit duidelijk verlegen om gezelschap. Hij zegt nog iets aardigs over mijn uiterlijk  als ik langzaam richting auto loop. Hij is duidelijk niet van plan om me zomaar weer af te staan. 

"Hoe heet u" vraagt hij. "Evelien". "Ebeli" herhaalt hij en zegt dan: "ik heet Juan".                "Hasta la vista, Juan", zeg ik terwijl ik in de auto stap.                                                              "Hasta pronto Ebeli", zegt hij een beetje sip en zwaait.

 

Tarifa, Spanje,   januari 2028

Gavi Mensch



maandag 22 mei 2017

Maak plaats voor de naam van mijnheer.





Wat maakt dat vrouwen de naam van een voorheen 'volledig onbekende' man ineens voor hun eigen familienaam zetten? En waarom gebeurt dat nog steeds?
Zijn ze zich er niet van bewust dat ze zich daarmee halveren en de helft van zichzelf hebben weggegeven aan een meneer die niet eens familie is?
Zoals toen vrouwen nog monddood waren en eigendom van een man?
Je ziet dat nooit bij vrouwen die met vrouwen of bij mannen die met mannen getrouwd zijn.

Als ik op bijvoorbeeld Facebook pagina's zie dat vrouwen met de naam van hun man én die van zichzelf 'tekenen' ga ik soms op onderzoek uit. En wat blijkt? Dat zij protesteren op de FB pagina's van anderen en op hun eigen pagina's niets origineels te melden hebben. Zou dat komen door het zichzelf wegcijferen? Er zijn er ook die hun 'meisjesnaam'( achterlijk woord) helemaal niet meer gebruiken. Doen ze dat om een bepaalde reden?

Voor het aannemen van een familienaam voor een gezin met kinderen kan ik nog wel een excuus vinden, ook al is het logischer dat de kinderen de achternaam van hun moeder krijgen; de extra betrokkenheid van de vader door het gebruik van diens achternaam is verre van bewezen.
Voor het vastleggen van het vaderschap hebben we tegenwoordig DNA tests.

Verder blijven maar heel weinig gehuwden bij elkaar. Neem je dan bij een tweede huwelijk weer iemands achternaam erbij, vóór die van jezelf? 
Wat een gesol. Bij je geboorte krijg je de achternaam van degene die je gebaard heeft en desnoods aangevuld met de naam van de vader die de kinderen verwekt heeft. Dat lijkt me het meest logische. 
Het is geen heet hangijzer natuurlijk ook al zou de wetgeving in deze best een beetje meer met de tijd mee mogen gaan.

Zo zijn in de Tweede Kamer de vrouwelijke politici die de naam van hun man sjouwen naast die van henzelf allemaal van VVD en CDA afkomst. Conservatisme ten top. Ook CU dames gebruiken de naam van de man die hen door god is geschonken, (uitleg van een CU kennis van mij). Het is toch bar en boos.

Binnenkort kun je aan de dubbele achternaam aflezen wie er wel en niet getrouwd zijn. Of waren. Want er zijn zelfs vrouwen die zich zelfs na hun scheiding nog vastklampen aan mijn-heer zijn achternaam.
Zelfs echtgenotes van heren die publiekelijk vreemd zijn gegaan, klampen zich vast aan zijn achternaam. Soms voor de naam, soms voor het geld, soms voor het aanzien. Duidelijk allemaal zaken die ze zonder die andere achternaam niet hebben?
In plaats van Hillary Clinton (vrouw van die man met die sigaar) had ze zich Hillary Diane Rodham hebben moeten noemen; persoonlijk zou zeker eerder op haar hebben gestemd.

Ik vrees dat het dragen van de achternaam van de meneer die op dat moment het beste bij je past toch wel zeulen wordt als het uit is met de liefde en de trouw.
Mijn advies dus: Niet doen! Je bent mooi zoals je bent, je bent zo geboren en daar moet je niets aan veranderen.





Gavi Mensch
22-5-2017


Uit mijn dagboek Erger nisjes 




https://www.theperfectwedding.nl/artikelen/101/naam-veranderen-gaat-trouwen
.

zondag 14 mei 2017

Over vrije keuzes en dominantie


.
Ik had dominante ouders, controle freaks zoals velen, in een tijd dat vrijheid een nieuw woord was. Dat al die controles en de vergissingen die ze daar mee maakten hebben geleid tot ongelukken lijkt logisch. En dat ik ook een dominante ouder dreigde te worden leek ook logisch. Alleen was ik behoorlijk rebels.
Daar waar mijn ouders altijd iets hadden met façades en altijd rekening hielden met de buitenwereld heb ik dat mijzelf afgeleerd. En het was niet zo dat mijn ouders niet aardig waren. Mijn vader was een lieverd en mijn moeder bewoog zich in haar sociale netwerk met een helpende hand.

Ik denk ook wel dat ze met mij het beste voorhadden, alleen moeste het gebeuren op de manier waarop zij vonden dat het 'heurde'.
Mijn weg was uitgestippeld. Na de basisschool ging ik naar de MMS. Maar daar stokte de zaak. Ik wilde wel hockeyen, ik vond het heerlijk en trainde me suf, maar ik wilde maar niet aan het dokterszoontje blijven klitten, tot grote wanhoop van mijn moeder. Ik was jong uit huis en snel aan het werk. Studeren deed ik al werkend. 
Mijn moeder duldde ook geen inmenging in mijn kledingkeuze. Ik kreeg degelijke kleding en bruine leren veterschoenen. En als ik klaagde bij mijn vader zei hij sussend dat ik maar moest doen wat mijn moeder zei. De leuke dingen kreeg ik van mijn grootmoeder, de vrijheid ook en het uitgebreide keuzepakket. Ik heb mijn kinderen altijd vrijgelaten in hun kledingkeuze. Alle variaties van klassiek tot pikzwart en slobber tot alternatief, ik vond het allemaal prima. Ik mocht dat niet. Ik was een dochter van….. 
Pas toen ik uit huis ging droeg ik waar ik zin in had.

De schoolkeuze van mijn kinderen was die van hun. En de studiekeuze ook. En als ze een periode niets wilden mochten ze een paar maanden een baantje zoeken en daarna weer de draad op pakken. En toch was ook ik dominant. Mijn nee was veelal nee, ik kon niet altijd marchanderen. Dat is de pech van een één-ouder situatie, je kunt als kind nooit verhaal halen bij de andere ouder. En ja ik heb mijn kinderen opgeleid tot zelfstandige wezens. Uit noodzaak en overtuiging. Ik mocht thuis niet koken. Mijn kinderen mochten al koken toen ze nog heel waren. Ze konden koffie zetten en afwassen (afdrogen hoefde nooit). De een onderzocht en de ander deed, toen al. Nu zie ik mijn kleinkinderen ook in dat jong geleerd oud gedaan systeem, gelukkig.

Ik heb nooit dat streven naar perfectie. Goed was goed. Als mijn kinderen zelf beter wilden was dat prima. Maar van een perfectionistische vader had ik gezien dat je daar niet altijd gelukkig van werd. Ik kocht prachtige kleertjes voor mijn kinderen, veel tweedehands maar wel altijd mooi. Met mijn korte budget konden ze toch vragen en dragen wat ze wilden. Speelgoed was ook geen punt. We ruilden en ik maakte ook toen al veel zelf. Ik zie wel dat mijn kinderen daar een voorliefde voor nieuw aan hebben over gehouden. Ik herinner me dat ik móest schaatsen in een rokje en een maillot, later mocht ik daar wel een skibroek onder, maar toch.

In tegenstelling tot mijn ouders was ik nooit blij met mijzelf als moeder, ik was onzeker en klankbordarm. Zoals mijn ouders het gedaan hadden wilde ik het niet en ik toetste dus aan mijn grootmoeder, die weer veel te goeiig was en die door haar eigen kinderen onder de voet gelopen werd. Strak opvoeden dus zodat ik vaak een veer kon laten. Ook die opvoedingstheorie komt en gaat, samen met het antiautoritaire, de bezielende opvoeding en de oeverloos geduldige.
Ik denk dat voor alles wat te zeggen is. Maar het nee is nee voelde destijds het veiligst aan voor ons alle drie. In je eentje twee kinderen betekent dat je vier armen en vier ogen nodig hebt. En soms als ik ogen en handen te kort had was ook mijn lontje korter, was ik aan het eind van mijn Latijn dan kon ik uitvallen en vreselijk gefrustreerd zijn. Dat zijn van die dingen die je de rest van je leven spijten.
Hulp van mijn ouders en hun andere kinderen had ik niet. Ik had wel steun aan mijn nicht en aan tantes en oudere vriendinnen, die mij bevestigden in sommige dingen en daar blijf ik hen dankbaar voor.



Terwijl mijn moeder de hoop had opgegeven toen ik KVJV wilde doen (ik had 6 jaar voor mijn jongste broertje gezorgd) ook omdat ik de middelbare school niet had afgemaakt, kwam mijn vader wel met een trots gezicht naar de diploma-uitreiking. Toen ik jaren later de verpleging deed, wisten ze geen van beiden hoe zwaar dat was met een klein kindje bij me. En voor een dergelijk eigenwijze dochter hoef je dan ook niets meer te doen. Wel moest ik altijd de verhalen aanhoren over mijn oude schoolvriendinnetjes die met dokters en notarissen waren getrouwd. Alleen ik wist, blijkbaar, dat het geluk niet ligt in een titel maar in het houden van, ook van je werk. En in de overwinning van het halen van nog een diploma, voor mij. En voor mijn toekomst.

Mijn kinderen hebben fantastische dingen gedaan, ik ben altijd trots op hen (een enkele dag uitgezonderd). Ze hebben geweldige partners gekozen en hebben en krijgen geweldige kinderen.

Ik trouwde met een oudere man die respect eiste, gewoon omdat vaak opdrachten gaf, omdat hij dat zo vond. Dat heeft niet lang geduurd. Eerst komen mijn kinderen en dan pas de rest van de wereld.

Enfin, ik was nooit een perfecte moeder en het verleden is ook nooit meer te perfectioneren, zoals mijn nicht laatst opmerkte. Voor de dag van vandaag en de toekomst doe ik nog wat ik kan, probeer een leuke oma te zijn en een moeder die er altijd is, op de achtergrond. Ik cijfer mijzelf niet helemaal weg, ik houd altijd ruimte om me op af te zetten op weg naar boven. Boven dat maaiveld uit. 
Ik ben geen meeloper, heb een eigen wil en een goed gevoede mening. Ik incasseer nog steeds, de narigheden en de sores.

Mijn grote geluk is het zijn van een redelijke en aanwezige moeder van geweldige kinderen.
Dat is op zo'n dag als vandaag een blessing.






©Gavi Mensch
14-5-2017 









woensdag 31 augustus 2016

De lieverds van de belastingdienst.




Ik kijk op Facebook terwijl ik zit te telefoneren.
Daar vragen ze wat ik doe, ach….


Ik hang al een uurtje aan de telefoon met een door ons allen gefinancierd bedrijf voor rijke lui. Baas Wiebes is met vakantie en die zijn ze, denk ik, zoeken op zijn vakantieadres. Een meneer met een sexy voice vraagt me om "Een ogenblik geduld, alstublieft". Zolang ik me verbeeld dat het George Clooney is, is het nog vol te houden. Ik zeg ook elke keer maar wat terug. "Natuurlijk lieverd" of "En na dat ogenblik wat dan?"


De vreselijk vriendelijke dames van de belastingdienst die mij heen en weer schakelen omdat het systeem nou eenmaal zo ingewikkeld in elkaar zit, blijven positief en aardig.
Ik lach door mijn tranen heen.





Nooit schulden gehad en nu door slechte voorlichting van dat achterlijke UWV kom ik elke maand net genoeg te kort om niet veel te kunnen doen met mijn geld behalve het ene gat dichten met het andere.


Beide dames tonen begrip en proberen alle betrokken afdelingen op een lijn te krijgen. Er kan zelfs een grapje af. Ik complimenteer hen voor hun gesprekstechnieken. Ik stelde het bellen elke keer maar weer uit omdat ik bang was dat ik ontzettend pissig zou worden. Dat bleek dus niet nodig.

Uiteindelijk maken ze een redelijke oplossing voor mij die betekent dat ik toch nog een kop koffie kan gaan drinken ergens. En als ik iets van mijn inboedel verkoop, zoals ik af en toe doe als het nodig is, kan ik iets meer doneren aan de Staat der Nederlanden en aan het vakantiegeld van de Ministers. Ik heb dus weer hoop voor de toekomst.


Als je de belastingdienst belt, bedenk dan dat het niet het UWV is, leg uit wat je nodig hebt en wat je zelf kunt regelen en dan hoop ik dat je deze twee leuke dames treft. Ze zijn een en al oor en denken mee.
Leuker kan zo'n Wiebes het zelf nooit maken!



©Gavi Mensch
Nederland BV, 31-8-2016


PS Advies van de rijksoverheid afdeling belastingdienst: 



woensdag 15 juni 2016

Klassieke gevalletjes van semi-patiënte



Patiënten zijn patiënten en gek zijn we allemaal op onze eigen manier. 
Maar sommige mensen met een stoornis zijn net iets lastiger dan anderen.

Tegenwoordig heb ik twee semipatiënten boven mij wonen. Niet zo vreemd want de oude huisbaas, een beroemde Maastrichtse huizenmelker is ook een beetje van het padje af.
Gelukkig doen enkele van zijn zoons de zaken en heb ik van de oude heer alleen last als ik mijn auto aan het laden ben en hij telkens het tuinhek dichtdoet, zodat ik alles op de grond moet zetten om het weer open te maken.
Een van de niet zo wijze zoons, die niet veel meer in zijn leven gedaan heeft dan klusjes en in een huis van zijn vader woont enkele meters verderop, heeft geen idee wat 'verhuur' betekend. Hij zet ladders voor mijn uitgang omdat hij op het dak moet zijn, smijt piepschuim op mijn kleine duurbetaalde binnenplaatsje en komt ongevraagd mijn huis binnen terwijl ik onder de douche sta. Het scheelde maar weinig of ik had de politie gebeld. Een van de broers met meer verstand kon mij daar nog net van afbrengen. 

Toch was de familie verbaasd dat ik daar zo'n ophef over maakte.
 Onbegrijpelijk.
Als je bedenkt dat Maastricht vol rolluiken zit die bij het aanbreken van de avond allemaal dicht gaan, tot op de zolder, is het vreemd dat zo een inboorling zomaar op klaarlichte dag met zijn sleutel mijn huis binnen stapt.
Ach, het vreemde territoriumgevoel van de Maastrichtenaren zal wel opgelopen zijn tijdens de overheersingen van Jan en Alleman in het verleden. Helaas heb ik geen angst voor binnenkijkers of inbrekers en heb ik ook geen rolluiken. Voor mijn privacy houd ik wel de gordijnen aan de straatkant wat meer gesloten; het huis tegenover heeft heel veel ramen die precies mijn huis inkijken. En ik houd van pyjamadagen. Wat voor pyjama en hoeveel dagen gaat niemand iets aan.

Terug naar het huis. 
Mijn bovenbuurtjes zijn verhuisd, ze waren in verwachting en hadden maar 1 slaapkamer. Bovendien stonden ze al jaren op punt van verhuizen want de huurster op de bovenste verdieping is van het type semi-patiënt. Hoboïste zonder werk. Onduidelijke dag- en nachtritmes. Klost elke avond om 22.45 u naar beneden,gaat weg en komt soms na 5 minuten, soms wat later weer terug om dan alle trappen weer op te klossen. Ze ziet er uit als Jerommeke en doet me telkens weer denken aan zo'n Belgische tuinkabouter, een waar de verf al vanaf is.

Ik heb haar te eten gevraagd toen ik hier net woonde, ze at en vertrok en stond nog geen dag later te gillen op de gang dat het stonk naar de rook, ondertussen haar eigen peuken uit het gangraam kieperend. Ze heeft zelden een baan en als mijn bovenbuurtjes klaagden over haar urenlange nachtelijke ijsbeersessies nam ze haar hele familie mee naar de huisbaas om uit te leggen dat het niet waar was. 
Maar zelfs met een verdieping ertussen was het nog te horen. Ook haar momentjes van eigenliefde waren nogal rumoerig.

Alles irriteert haar, voornamelijk de andere huurders. Ze is agressief als ik vraag of ze geen peuken op de hoofdjes van mijn kleinkinderen wil gooien die op de binnenplaats spelen, zegt ze gewoon dat die peuken niet van haar zijn. Mijn bovenbuurtjes roken niet. 
Het is dus in plaats van slecht weer….het regent hier peuken. 
Ze gilt nog steeds over de rook en dat terwijl zij de enige in huis is die rookt. Enfin een gebed zonder einde. Een sombere, lelijke narrige jongedame van een jaar of veertig die ik nog nooit heb zien lachen en die bij nacht en ontij op haar hobo oefent, oefent!
In het huurcontract staat iets over geen muziekinstrumenten of huisdieren. 



Ik denk dat ik maar weer een hondje neem. Een lieverd met pit en een goed zelfbeeld
Zo'n lieverd met kaken van oor tot oor en een schorre blaf.


De bovenbuurtjes zijn dus vertrokken en nu heb ik een bovenbuurman die ook semi-patiënt is.
Hij heeft een kindje van anderhalf dat hij af en toe een dag en een nacht bij zich heeft. Zou je toch zeggen dat het een lieverdje is, de papa. Helaas had ook hij last van het heen en weer lopen van de sombere hoboïste en meerdere malen moest ik 's nacht mijn bed uit om naar boven te rennen omdat ik dacht dat er mensen vermoord werden. Hij werd helemaal gek van de herrie boven zijn hoofd, kwam frequent klagen en toen ik hem verwees naar de huisbaas keek hij mij aan als of hij water zag branden. 
Hij uitte bedreigingen tegen de benen van de jongedame ( iets over breken) en toen ik zei dat hij naar zijn etage terug moest omdat ik de politie zou bellen als hij zo doorging, zei hij dat hij in therapie was om de agressie te controleren. Hetgeen mijn geruststelde…. maar niet heus.
Soms hoorde ik hem huilen, heel hard en urenlang telefoneren en toen ik hem waarschuwde dat het huis heel gehorig was en dat ik echt niet mee wilde luisteren, zei hij dat ik dan maar naar de huisbaas moest gaan. Dat had hij ook gedaan en de vloer boven zijn hoofd zou geluiddempend gemaakt worden.

Het leek me nogal overbodig om voor deze euvelen een nieuwe vloer te laten leggen. Ik sprak hem gelukkig weinig. Het agressieve macho typetje in trainingsbroek is nou niet bepaald mijn favoriet.
Op een dag kwam hij vragen of hij om mijn wifi mee mocht liften tegen betaling was ik wat terughoudend. Maar uiteindelijk had ik ook zoiets van dat zijn situatie misschien niet al te rooskleurig was.
Ik leende hem ook een poppenwagentje voor zijn dochtertje en wat boekjes.

Maar het duurde niet lang voordat hij 'vergat' om de Wifi bijdrage te doen. Geen geld maar wel nieuwe meubels, dat werkt niet helemaal bij mij. Toen ik hem er op aan sprak, zei hij dat hij moest werken maar dan wel eerst geld ging pinnen.
En voegde daar aan toe dat als hij dan te laat op zijn werk zou komen, dat mijn schuld zou zijn. Ik knikte en zei nog dat ik twee weken weg zou zijn en dat mijn vriendin voor de tuin en de goudvissen zou zorgen, dan wist hij wie er mijn huis binnen ging. En dat hij natuurlijk mijn plaatsje mocht gebruiken met zijn dochtertje als het warm was en dat ik daar speelgoed had laten staan.
Hij knikte en stapte in zijn auto.
Toe ik me net geïnstalleerd had bij de tv, klopt hij weer aan en gaf het geld zonder iets te zeggen en ging weer weg.
Ik laat me niet in de war brengen door stampvoetertjes en ging de volgende dag op reis.

 Bij terugkomst enkele dagen geleden, viel ik direct weer met mijn oor in de anderhalf uur durende telefoongesprekken die door de vloer heen lekten.
Wat een ramp. Dat gezoem dringt overal doorheen. Ik was blij toen hij om 12 uur naar bed ging.

Vanmiddag toen ik thuiskwam met de kleinkinderen, hield hij mij staande met een kletspraatje. Ik had daar geen zin in. Ik zei alleen dat er geen post was geweest tijdens mijn vakantie, of hij soms iets gezien had.
Hij had ook geen post gehad. Mijn kleindochter hing op mijn arm en ik wilde naar binnen.

Om te grappen zei ik dat de telefoongesprekken vannacht zacht moesten omdat mijn kleintjes bleven slapen. Direct schoot hij uit zijn slof, ik had zeker iets in mijn oren en misschien moest ik daar eens naar laten kijken. Ik maakte er voor mijn kleinzoon een grapje over. Hij was laaiend. Ik zei dat hij zich niet zo druk moest maken en ging via het tuinhek mijn achterdeur in.
Daarmee was voor mij de kous af.

Maar voor hem duidelijk niet. Een half uur later klopte hij aan de deur en ik deed open, in de verwachting de wifi bijdrage te kunnen vangen. Hij moest eens even met mij praten want ik bespioneerde hem toch niet? En wat had ik gehoord en aan wie vertelde ik dat verder? Ik wees op mijn kleintjes en zei dat hij moest stoppen zeker in het bijzijn van mijn kleinkinderen. Dat de levens van de medebewoners mij echt geen fluit interesseerde en dat ik hem daarom gewaarschuwd had over de telefoongesprekken. Hij kwam later nog wel eens, snauwde hij.
Ik vertelde hem vriendelijk doch beslist dat ik ook later geen behoefte had aan gesprekjes over zijn leven. Daarna volgde een scheldpartij waarop ik vlug de deur dichtdeed en op slot. Hij gilde nog dat ik altijd achter de deur stond als hij thuiskwam of wegging. En dat ik dus zijn telefoon afluisterde. En dat ik met iedereen ruzie maakte.

Ik nam mijn kleinkinderen mee naar de achterkant van mijn huis en moest even bijkomen van zoveel larie en agressie.
Ik was er helemaal klaar mee.
Wifi werd vergrendeld en het contact hield daarmee op.

Maar het duurde niet lang of hij stond weer voor de deur. Hij wilde nog €5 terug van de wifi (erg origineel als je achteraf betaalt). En anders verkocht hij het speelgoed van mijn kleindochter wel.
Ik schudde mijn hoofd en deed de deur weer dicht waarna hij tegen de deur trapte.
Na het inlichten van de zoon van de huisbaas over deze gang van zaken, kreeg ik te horen dat er post was geweest voor hem, van de reclassering en dat tijdens mijn afwezigheid de maffe bovenbuurvrouw ook al had geklaagd.
Dat van de reclassering verbaasde me niets.
Toen hij weer kwam zeuren over het geld en mijn afluistermethodes, heb ik hem via de dichte deur verteld dat ik, bij de eerst volgende klop op mijn deur, de reclassering zou inlichten over zijn bedreigende gedrag.

Enkele weken later bracht de zoon van mijn huisbaas, die ik ingelicht had over de agressieve manier van doen van het jongmens, de kinderspulletjes terug.

Er zijn veel te veel van dit soort uit de kluiten gewassen maar nooit volwassen geworden jonge mensen. Er wordt veel te weinig gecorrigeerd. Er is te veel angst en te weinig sociale controle.

Toen ik vandaag bij een winkel stond te praten met een vriendin die daar werkt, stond ik duidelijk in de weg van ook zo'n doorgeschoten puber van een jaar of 35.
Hij schoof mijn mandje met nog af te rekenen spullen weg met de woorden dat ik daar niet mocht staan. Mijn 'nou ja zeg' werd beantwoord met een scheldpartij waarbij de hele zaak opeens doodstil was, mijn vriendin een beetje achter de toonbank dook en de vuilbekkende slungel dreigend op mij af kwam.
Mijn blik hield hem tegen. 
Hij draaide zich al scheldend om en verdween naar het magazijn.

Mijn vriendin kwam achter de toonbank weer omhoog. Ik was niet zo blij met haar bangheid. Zij werkt daar al jaren en zij had de redelijk recente vrijwilliger op zijn nummer moeten zetten. Of ik niet bang was, vroeg ze. Ik zei dat ik zelfs niet bang ben om dood te gaan. En dat dit soort dat ziet. Ik heb gewerkt met zware jongens die ik naar hun kamer moest kunnen sturen. Moordenaars en verkrachters die moesten afkicken van de rechters. En de gouden regel was dat je nooit mocht laten zien dat je twijfelt.

Ik twijfel echter wel. Niet aan mijzelf. Maar aan de stoerheid van deze maatschappij, die niet flink genoeg lijkt om voor zichzelf op te komen. En als ze dat wel doen ook nog eens de klappen moeten opvangen.

Dagelijks zie en lees ik klassieke gevalletjes van jongens die zichzelf niet verdragen, nooit volwassen zijn geworden, moederskindjes; ik had ook wat van die twijfelachtige broertjes met uitermate korte lontjes. Van jongs af aan heb ik gezien wat gebrek aan kritiek doet met deze mannetjes. Semi-patiënten die het niemand naar de zin maken, er gewoon op los schreeuwen en meppen, die niet geholpen zijn met de agressiebeheersing therapie, zeker niet als de trainer een vrouw is.
Het woord semi-patiënt is geen excuus in de vorm van ze zijn 'bijna ziek'.
De maatschappij die dit soort mensen (voornamelijk mannetjes) tolereert is ziek.

Enfin. Het is weer rustig boven mijn hoofd. Ik heb geen zin om andermans kinderen op te voeden ook al kan ik vaak de neiging om even een kritisch woord te uiten, als ik bijvoorbeeld een winkeldeur in mijn gezicht krijg, niet onderdrukken. Het niet bang zijn voor een reactie maakt dat ik die meestal pas krijg, als de onopgevoede persoon ver genoeg verwijderd denkt te zijn van mijn blik.

Het zorgt toch vaak voor ongemak. Het feit dat ik een kleine ronde doch sterke 64+ vrouw ben, schijnt bij velen iets vreemds los te maken.
Helaas voor hen, heb ik nog nooit de kaas echt van mijn brood laten eten, behalve door mensen die meer honger hadden dan ik.


©Gavi Mensch
Maastricht, 7-6-2016.

 .

woensdag 10 februari 2016

De zure patiënt

.
Heb ik weer....bemoeizuster die ik ben.

Een ontzettend slecht verzorgd uitziende man zit aan een tafeltje achter mij vreselijk te hoesten. Ik schat hem op een jaar of 75 maar zeker weten doe ik het niet.

Ik vraag hem om een stukje van de krant waarvan hij de puzzel invult. Hij is dus wel bij de tijd. Ik kan een bladzijde krijgen. Ik blijf even staan en krijg dan nog een stukje. Ik bedank vriendelijk en ga weer zitten. De vreselijke hoestbuien houden aan. 
Het ongeknipte haar valt over zijn gezicht.

Hij heeft de krant uit en gaat ergens anders zitten. Ik sta op om de krant te pakken en zeg tegen hem dat hij mij wel bemoeizuchtig zal vinden. Hij kijkt verstoord. Ik twijfel maar vervolg dan toch: " Ik ben verpleegkundige en ik hoor dat u en hele nare hoest heeft. Misschien moet u even langs de huisarts." Woedend kijkt hij mij aan. 
Ik krijg een kleur van schaamte en van schrik. Waar bemoei ik me ook mee?


Dan snauwt de man: "Naar de dokter…..naar de dokter? 
Wat een geouwehoer. Ik ben vanmorgen ontslagen uit het ziekenhuis na een lever- en niertransplantatie." De baas van de lunchroom knikt beamend. 
En de revalidant gaat verder: "Dom, slap geouwehoer.... stomme bemoeizuchtige wijven...donder op mens!"


Ik schiet bijna in de lach maar kan nog net een pokerface opzetten.
De lachreflex is van de schrik van het nare antwoord en ook wel van de assertiviteit van de oude man. Ik wacht rustig op mijn koffie maar de man heeft een zondebok gevonden voor zijn ellende.
"Daar waren het ook al van die ouwehoeren, lullen de hele dag over niets. Zetten je na de operatie op een stoel. Zorgzaamheid? Noppes. Waardeloos. Als je alles zelf moet doen kun je die verpleegsters net zo goed ontslaan."
Ik mompel iets over verpleegkundigen in plaats van verpleegsters en vraag hoe hij zo snel weer op de been gekomen is. "Niet dank zij jouw soort", snuift hij.

Ik heb mijn koffie en voordat ik weer naar mijn tafeltje loop zeg ik dat hij de volgende keer ook maar moet vragen om een transplantatie van zijn humeur of van zijn hele karakter.
Ik hoor niets meer. Ik zie de buurtjes grinniken. De baas kijkt neutraal, hij zal het wel ongepast vinden. Maar hij controleert dan ook nog elke dag zijn volwassen zoon om te zien of die de lunchroom wel goed bestiert. Ook al zo'n mannetjesputter.

Enfin, ik kom nog wel achter de levensloop van de hoester. Iedereen kent iedereen in die buurt. Ik vermoed dat de man boos is omdat hij niet vertroeteld is. Ik vermoed ook dat hij geen vrouw heeft en er misschien ook nooit een heeft gehad.



Ik moest ook even slikken bij de gedachte aan zo'n mooie goedwerkende lever en zo'n prachtige nier in het lijf van zo'n vervelende man. 
En aan de donor.
Maar goed, daar ga ik gelukkig niet over.

Als verpleegkundige heb ik wel wat excuses voor de man, als mensch nog niet zo veel.

Volgende week weet ik meer. Wordt vervolgd




©Gavi Mensch

Nederland BV. 1-2-2016



zondag 15 juni 2014

Alleenstaande moeders vieren óók Vaderdag



Door nare omstandigheden buiten mijn schuld ben ik een alleenstaande moeder van twee kinderen van twee vaders. Zwangerschap en verantwoording waren duidelijk ineens te zwaar voor de heren na een jarenlange relatie. En al snel was alle contact verbroken.
De rest van de sores zal ik voor me houden. Zo heeft elke alleenstaande moeder haar verhaal en alleenstaande vaders zullen ook hun portie hebben gehad.

Ik vier mijn (ook)Vader(zijn)dag.

De verantwoording voor mijn twee kinderen was helemaal van mij. En ik kon niet anders dan het goed doen, zo goed mogelijk was geen optie.
Als alleenstaande moeder word je geacht twee keer zoveel te kunnen, je op twee manieren te kunnen inleven: inleven in je dochter en in je zoon.
Dat gaat vanzelf dacht ik maar nu ik jonge mensen om me heen zie met kleine kinderen zie ik dat het allemaal niet zo vanzelfsprekend was en dat ik mezelf best een schouderklopje mag geven.

Volgens mijn kinderen was ik streng, helaas kon dat niet anders want er was niemand die ik de bal kun toespelen. Ik was een volhouder in wat mocht en wat niet mocht en moest ruimte zoeken voor een 'vooruit dan maar'. Ik vond de stoutkabouter uit, als hulpje in de leer van het goed en het kwaad. Er van uitgaande dat kinderen precies weten wat goed is en wanneer ze iets doen wat echt niet mag, had ik alleen de stoutkabouter nodig om te vragen of ze die niet gehoord hadden.
"Zei de stoutkabouter dat je een snoepje mocht pikken?" leverde vaak een ja op. En dan kon ik makkelijker uitleggen dat ze daar nooit naar moesten luisteren. Dat de goedkabouter nog zo had gezegd: "Joh, dat mag niet". Voor mij waren deze twee wezens een handige hulp in de opvoeding, ook al waren ze dat alleen maar de eerste 6 jaar.

Het vervangen van de vaderfiguur is lastig, maar het kan wel. Behalve tegen een boom plassen kan ik alles wat de gemiddelde vader ook kan. Ik wilde me nooit laten kisten en was gelukkig redelijk technisch aangelegd. Bovendien had ik zelf een vader gehad die me hielp bij repareren van mijn spullen maar het nooit helemaal overnam. Mijn mazzel.

Met Vaderdag kregen de kinderen in het begin niets mee naar huis, ik moest dan de juf of de meester tot de orde roepen en vertellen dat alle kinderen een vader hebben. Uiteindelijk besloot mijn dochter dat ik ook de Vaderdag schilderijen en tekeningen moest krijgen en die heb ik trots aan de wand gehangen en bewaard.

Ik denk dat mijn kinderen het gemis van een vader nog steeds voelen maar meer in de vorm van de vraag waarom ze niet goed genoeg waren voor hen om van te houden. Behalve een stukje extra veiligheid, zich extra geliefd voelen en gewoon ook kunnen zeggen: "Mijn vader zegt…", zijn ze weinig tekort gekomen.

Financieel was het geen vetpot met alleen mijn verpleegkundige salaris en tussen de bedrijven door gaf ik Engelse en Spaanse les, uit en thuis en werkte voor de Rutgersstichting. We hadden een goede fiets en later een klein autootje, de kinderen mochten sporten en op muziekles. Er was quality-time, ik ging nooit uit en ik maakte 's avonds huiswerk met hen en sprak schoolboekteksten in voor mijn dyslectische kind. 

 Er is veel geknokt en gestreden toen mijn kinderen jong waren. Kantonrechters wilden het spaargeld van mijn kinderen in de gaten houden, geld dat ik er zelf had opgezet, mocht er niet zonder toestemming af? Ik mocht geen rekening openen voor hen, alleen met een handtekening van een vader? En zo nog een miljoen malle fratsen meer. ik heb ze allemaal overwonnen.

 Ik zat ik de ouderraad van school en hield vingers aan de pols op t kinderdagverblijf. Ik hield dagboekjes bij en werkte dus ook nog gemiddeld 50 uur per week. Oppas zoeken als ik moest werken was het moeilijkst, vooral toen ze groter werden. Zelfstandig maken was een must. Scholing was belangrijk, sociaal contact ook. Mijn huis stond altijd open en gelukkig brachten mijn kinderen aardig wat leuke vriendjes en vriendinnetjes mee.

Na een ernstig ziekte waarbij ik op een minimaal inkomen kwam, bleek hoe goed mijn kinderen waren in het overleven.
Het eerste jaar na de ziekte had ik het geluk dat mijn beide kinderen zich het vuur uit de sloffen liepen om me te helpen.  Ik heb fantastische kinderen en eigenlijk verdienen zij een kaartje voor deze vaderloosdag. 

Ik heb gereisd met mijn kinderen, gefeest, verjaardagen uitbundig gevierd, musea bezocht en concerten. We hebben gelezen, geverfd en geknutseld.

Ik kijk terug op een nooit saai leven met hen waarin het streven naar rust en regelmaat voor de kinderen van groot belang was en ook het maken van vrolijke uitzonderingen daarop.

In het leven van een alleenstaande moeder zit dat eeuwige schuldgevoel dat je nooit genoeg kunt doen om iets te compenseren wat niet te compenseren valt. Als moeder kun je niet vader zijn. Kinderen van alleenstaande ouders missen een stuk klankbord. De vaderlijke voorbeeldfunctie was in ons geval niet wenselijk geweest. Maar ik moest wel uitleggen hoe vaders dat zouden doen en me verplaatsen in de vaderrol.

Ik denk dat ik mijn kinderen in ere heb gehouden en dat het voor een buitenstaander niet aan hen te merken is dat ze geen 'echte vader' hebben. 

Vandaag 'herdenk' ik Vaderdag, alleen, denkend aan mijn vader en grootvader, aan mijn goede vrienden die soms lieve hulpvaders waren voor mijn kinderen en die geen van allen meer leven.
Het is een beetje 'a dead fathers society' viering en eigenlijk niet veel anders dan het de afgelopen 40 jaar geweest is.

Gelukkig heb ik vandaag geen scheer apparaat in ontvangst hoeven nemen en de klopboor heb ik lang geleden zelf al gekocht! ;-)



@Gavi Mensch
15-6-2014

All rights reserved 2014