Posts tonen met het label dagboekarchief. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dagboekarchief. Alle posts tonen

woensdag 1 februari 2017

Overpeizingen van een mensch met kraak.




Als ik me oud voel, ouder dan ik ben, ouder dan de jaren die ik geleefd heb, helpt het om te bladeren in mijn beschreven verleden. De redenen waarom ik me oud voel, soms, worden dan duidelijk. Ik heb veel gedaan, goed en fout, meer goed dan fout, gelukkig; jawel, dat kan alleen ik maar beoordelen. Voor mijn fouten heb ik al geboet, ik heb er al wakker van gelegen, ik heb ze de revue laten passeren en erover nagedacht. Ik kan het verleden niet veranderen. Ik heb het een en ander overleefd en ik daarom wil en kan mij zelf niet veranderen, de overlevingsstrategie is in mijn persoonlijkheid ingebed. Ik kan wel gaan huichelen en draaien maar dat zit er niet in, zo ben ik niet.

Wel zie ik waar anderen soms last hebben gehad van mijn ietwat temperamentvolle  (klinkt niet zo erg) persoonlijkheid. Ik kan dat niet terug draaien, aan excuses heeft niemand wat; het meeste is te lang geleden of zijn die anderen dood.  Als ik tegenwoordig wat schrijf geef ik anderen in ieder geval de ruimte om het NIET te lezen. 

Ik heb grote moeite met een gebrek aan loyaliteit. Ik verdedig mijn mensen door dik en dun. Als ik dat ten onrechte doe, zeg ik dat later in een 1 op 1 situatie en nooit waar anderen bij zijn. Natuurlijk verwacht ik die loyaliteit ook maar alleen van mijn mensen, de mensen die me kennen en die ik ken. Vrienden en vriendinnen en anderen die die loyaliteit van mij 'for granted' namen kwamen van een koude kermis thuis. 

Ben ik lastig, vraag ik me dan? Daar kan ik 'ja' op antwoorden. Ik heb zo'n kop die alsmaar boven dat maaiveld uit wil. Anderen zouden zich daar voor kunnen schamen. Daar kan ik niets mee, helaas.  Het wil dus niet zeggen dat ik graag in het centrum van de belangstelling sta, helemaal niet; ik vind toegezongen worden al moeilijk. En die kop steek ik niet met voorbedachte rade naar boven.

Ik heb het meeste in mijn leven zelf moeten doen, ik wil dat blijven doen op de manier die mij het meest effectief lijkt, als was het maar met af en toe in plaats van een klopje op eigen schouder. 
Dat is ook zo'n teken van ouderdom. Dat die klopjes op mijn schouder vaak komen van nieuwe mensen. Dat is prettig. Door dat  'for granted' nemen krijg je steeds minder complimentjes.

Mijn kleinkinderen brengen mij weer terug in het heden. Veel van wat een moeder 'fout' doet, kan ze enigszins verbeteren bij de tweede kans die het zorgen voor kleinkinderen eigenlijk is. Tijdens een uitgebreid en meer relaxt (groot) moederschap zonder moederschap te zijn. Omaschap is heel spannend en leerzaam.   

Hoe ik hier op kwam? Oh ja ( dit is ook een teken van geen 16 meer zijn, de draad kwijtraken), ik zat te bladeren in het nog niet zo verre verleden en kwam de volgende herinnering tegen: 


Kinderlogica.


Daar op de rieten poef
Die kraakt van ouderdom,
Wiebelt ze en vraagt
Waarom die mand kraakt.

Ouderdom zeg ik
die mand is al heel oud

Dan kruipt ze lachend
Op schoot bij mij en
Zegt al wiebelend
En blij; Jij kraakt niet

En jij bent ook al oud
Maar jij bent geen mand


Blanca december 2013 






©Gavi Mensch
Maastricht, 1-2-2017







zondag 15 juni 2014

Alleenstaande moeders vieren óók Vaderdag



Door nare omstandigheden buiten mijn schuld ben ik een alleenstaande moeder van twee kinderen van twee vaders. Zwangerschap en verantwoording waren duidelijk ineens te zwaar voor de heren na een jarenlange relatie. En al snel was alle contact verbroken.
De rest van de sores zal ik voor me houden. Zo heeft elke alleenstaande moeder haar verhaal en alleenstaande vaders zullen ook hun portie hebben gehad.

Ik vier mijn (ook)Vader(zijn)dag.

De verantwoording voor mijn twee kinderen was helemaal van mij. En ik kon niet anders dan het goed doen, zo goed mogelijk was geen optie.
Als alleenstaande moeder word je geacht twee keer zoveel te kunnen, je op twee manieren te kunnen inleven: inleven in je dochter en in je zoon.
Dat gaat vanzelf dacht ik maar nu ik jonge mensen om me heen zie met kleine kinderen zie ik dat het allemaal niet zo vanzelfsprekend was en dat ik mezelf best een schouderklopje mag geven.

Volgens mijn kinderen was ik streng, helaas kon dat niet anders want er was niemand die ik de bal kun toespelen. Ik was een volhouder in wat mocht en wat niet mocht en moest ruimte zoeken voor een 'vooruit dan maar'. Ik vond de stoutkabouter uit, als hulpje in de leer van het goed en het kwaad. Er van uitgaande dat kinderen precies weten wat goed is en wanneer ze iets doen wat echt niet mag, had ik alleen de stoutkabouter nodig om te vragen of ze die niet gehoord hadden.
"Zei de stoutkabouter dat je een snoepje mocht pikken?" leverde vaak een ja op. En dan kon ik makkelijker uitleggen dat ze daar nooit naar moesten luisteren. Dat de goedkabouter nog zo had gezegd: "Joh, dat mag niet". Voor mij waren deze twee wezens een handige hulp in de opvoeding, ook al waren ze dat alleen maar de eerste 6 jaar.

Het vervangen van de vaderfiguur is lastig, maar het kan wel. Behalve tegen een boom plassen kan ik alles wat de gemiddelde vader ook kan. Ik wilde me nooit laten kisten en was gelukkig redelijk technisch aangelegd. Bovendien had ik zelf een vader gehad die me hielp bij repareren van mijn spullen maar het nooit helemaal overnam. Mijn mazzel.

Met Vaderdag kregen de kinderen in het begin niets mee naar huis, ik moest dan de juf of de meester tot de orde roepen en vertellen dat alle kinderen een vader hebben. Uiteindelijk besloot mijn dochter dat ik ook de Vaderdag schilderijen en tekeningen moest krijgen en die heb ik trots aan de wand gehangen en bewaard.

Ik denk dat mijn kinderen het gemis van een vader nog steeds voelen maar meer in de vorm van de vraag waarom ze niet goed genoeg waren voor hen om van te houden. Behalve een stukje extra veiligheid, zich extra geliefd voelen en gewoon ook kunnen zeggen: "Mijn vader zegt…", zijn ze weinig tekort gekomen.

Financieel was het geen vetpot met alleen mijn verpleegkundige salaris en tussen de bedrijven door gaf ik Engelse en Spaanse les, uit en thuis en werkte voor de Rutgersstichting. We hadden een goede fiets en later een klein autootje, de kinderen mochten sporten en op muziekles. Er was quality-time, ik ging nooit uit en ik maakte 's avonds huiswerk met hen en sprak schoolboekteksten in voor mijn dyslectische kind. 

 Er is veel geknokt en gestreden toen mijn kinderen jong waren. Kantonrechters wilden het spaargeld van mijn kinderen in de gaten houden, geld dat ik er zelf had opgezet, mocht er niet zonder toestemming af? Ik mocht geen rekening openen voor hen, alleen met een handtekening van een vader? En zo nog een miljoen malle fratsen meer. ik heb ze allemaal overwonnen.

 Ik zat ik de ouderraad van school en hield vingers aan de pols op t kinderdagverblijf. Ik hield dagboekjes bij en werkte dus ook nog gemiddeld 50 uur per week. Oppas zoeken als ik moest werken was het moeilijkst, vooral toen ze groter werden. Zelfstandig maken was een must. Scholing was belangrijk, sociaal contact ook. Mijn huis stond altijd open en gelukkig brachten mijn kinderen aardig wat leuke vriendjes en vriendinnetjes mee.

Na een ernstig ziekte waarbij ik op een minimaal inkomen kwam, bleek hoe goed mijn kinderen waren in het overleven.
Het eerste jaar na de ziekte had ik het geluk dat mijn beide kinderen zich het vuur uit de sloffen liepen om me te helpen.  Ik heb fantastische kinderen en eigenlijk verdienen zij een kaartje voor deze vaderloosdag. 

Ik heb gereisd met mijn kinderen, gefeest, verjaardagen uitbundig gevierd, musea bezocht en concerten. We hebben gelezen, geverfd en geknutseld.

Ik kijk terug op een nooit saai leven met hen waarin het streven naar rust en regelmaat voor de kinderen van groot belang was en ook het maken van vrolijke uitzonderingen daarop.

In het leven van een alleenstaande moeder zit dat eeuwige schuldgevoel dat je nooit genoeg kunt doen om iets te compenseren wat niet te compenseren valt. Als moeder kun je niet vader zijn. Kinderen van alleenstaande ouders missen een stuk klankbord. De vaderlijke voorbeeldfunctie was in ons geval niet wenselijk geweest. Maar ik moest wel uitleggen hoe vaders dat zouden doen en me verplaatsen in de vaderrol.

Ik denk dat ik mijn kinderen in ere heb gehouden en dat het voor een buitenstaander niet aan hen te merken is dat ze geen 'echte vader' hebben. 

Vandaag 'herdenk' ik Vaderdag, alleen, denkend aan mijn vader en grootvader, aan mijn goede vrienden die soms lieve hulpvaders waren voor mijn kinderen en die geen van allen meer leven.
Het is een beetje 'a dead fathers society' viering en eigenlijk niet veel anders dan het de afgelopen 40 jaar geweest is.

Gelukkig heb ik vandaag geen scheer apparaat in ontvangst hoeven nemen en de klopboor heb ik lang geleden zelf al gekocht! ;-)



@Gavi Mensch
15-6-2014

All rights reserved 2014

zaterdag 14 juni 2014

Songs from my past


Just because they're such lovely songs and they bring back so many memories.....






You must remember this

A kiss is just a kiss, a sigh is just a sigh
The fundamental things apply
As time goes by
And when two lovers woo
They still say, "I love you"
On that you can rely
No matter what the future brings
As time goes by
Moonlight and love songs
Never out of date
Hearts full of passion
Jealousy and hate
Woman needs man
And man must have his mate
That no one can deny
it's still the same old story
A fight for love and glory
A case of do or die
The world will always welcome lovers
As time goes by
-----------------
Moonlight and love songs
Never out of date
Hearts full of passion
Jealousy and hate
Woman needs man
And man must have his mate
That no one can deny
it's still the same old story
A fight for love and glory
A case of do or die
The world will always welcome lovers
As time goes by


I am getting older and older, much older than I was supposed to get  about 20 years ago.
Sometimes I tend to dig up pieces of the past, fishing for good memories, like this song I sang as a young girl (47 years ago), not knowing I would see a lot more than I could have wished for.


 Nobody knows the trouble I've seen;
Nobody knows my sorrow.
Nobody knows the trouble I've seen;
Glory, Hallelujah!
Sometimes I'm up, sometimes I'm down;
Oh, yes, Lord.
Sometimes I'm almost to the groun',
Oh, yes, Lord.
I wish that I could find a way;

Oh, yes, Lord,
But life is just one long, rainy day;
Oh, yes, Lord.
Glory, Hallelujah!


Solo singing was sort of a punishment of my musicteacher Kors Monster who knew he would never get me on stage without a reason. I don't remember what I did to deserve it.
 It was a strickt ánd Christian school, so it was easy for me to make mistakes...

But now, as time goes by I get more and more disapointed. 
I had dreams: I have always wished for my children and my grandchildren and all the other children everywhere, to inherrit a better world from us. Because I thought and still think that we have all the ingredients for a splendid life for everyone. There is more than enough of everything  for everybody. But I fear things have to get even worse before they'll get better.


But I never lost hope.... and I hope I never will.





When you walk

Through a storm
Hold your head, up high
And don't be afraid, of the dark
At the end of the storm
Is a golden sky
And the sweet silver song
Of a lark
Walk on, through the wind
Walk on, through the rain
Though your dreams be tossed
And blown
Walk on, walk on
With hope, in your heart
And you'll never walk alone
You'll never walk alone
You´ll never walk, alone

You'll never walk, alone




Never ;-)



@Gavi Mensch
Nederland BV, 14-6-2014


.

dinsdag 13 augustus 2013

Agressie en zorg 1

.


Als vroeger in de marginale wijken, waar ik als wijkverpleegkundige werkte, een patiënt agressief was tegen de zorgverleners werd eerst gekeken of de patiënt wel anders zou kunnen. Dat wil zeggen, veel patiënten, diegenen met een beginnende dementie bijvoorbeeld, zijn agressief voornamelijk omdat ze uit frustratie over hun vergeetachtigheid en het niemand meer vertrouwen; daar hielden en houden we rekening mee. 

Agressie bij dementerenden is evenwel niet wijkgebonden.

Maar in die zelfde buurten woonden ook meerdere generaties 'niet opgevoede' mensen, mensen die zelden gecorrigeerd werden in hun agressieve gedrag. Daar werd korte metten gemaakt (als dat mogelijk was) en ging de veiligheid van de zorgverlener voor alles.



Er waren families waar ik 's avonds heen ging om een van de ouderen te verplegen in gezelschap van de bewakingsdienst. Niet de leukste klus in de avonddienst. Er gebeurde zelden iets, waarschijnlijk dank zij de stoere mannen voor de deur. Maar soms wekte dat ook weer agressie op. Er werd dan uiteindelijk een ander verpleegadres geadviseerd.

Sommige patiënten begonnen al te schelden als we binnen kwamen, onder de collega's werd dit altijd doorgegeven en wie er niet heen durfde, ruilde van patiënt. Want bange collega's werden dubbel gepakt.

Eén zo'n patiënt was een man van in de 80 die een injectie kreeg 's avonds en bij wie ook de catheterzak vervangen moest worden. Als je 5 minuten na de (ongeveer) afgesproken tijd binnen kwam werd je de deur weer uitgescholden. Ik heb daar een hele nieuwe vocabulaire oud-plat-Dordts geleerd. Maar het werk moest toch gedaan worden en de injectie en het vervangen van de opvangzak waren echt nodig. Dan begonnen de onderhandelingen en daar moest je zin in hebben. Soms moest je de hulp in roepen van een in de buurt wonende zoon of. Dat ging dan gepaard met een zelfde soort scheldpartij maar dan van twee tegelijk. En terwijl ze ruzie maakten deed ik razendsnel mijn werk.

Het andere voorbeeld was een relatief jonge vrouw die, door dronken in de auto te stappen, slachtoffers had gemaakt, waaronder zij zelf. Nu was ze volledig verlamd, bazig en boos, perfectioniste en nooit tevreden. Zij gaf de wereld de schuld van haar ongeluk, ik wist van de dochter dat ze geslagen was door de vorige echtgenoot en daarom dronk. 
Niets is wat het lijkt.
De vrouw deed, het volle uur dat je bezig was om haar te wassen en aan te kleden en de doorligwonden te verzorgen, niets anders dan blazen over iedereen.

Als we haar aanspraken op haar gedrag joeg ze ons weg, belde de directie en dreigde met het bellen naar de krant en de politie. En bovendien moest ze geholpen worden. Gedurende enige tijd werd een extern bureau ingeschakeld als ze zo tekeer ging en de extra kosten werden met haar verrekend. Die ze dan weer niet betaalde. Zorg weigeren was niet makkelijk. Iedereen begreep de frustraties van de vrouw, niemand had echter trek in het dagelijkse uurtje schelden incasseren en ondertussen de zware werkzaamheden klaren.

En dan het voorbeeld is dat van een schizofrene vrouw die nog steeds alleen thuis woont, zorg weigert en de hele dag min of meer scheldend op het zwarte katje, waar ze dol op is, door het huis loopt. Een huis vol losse kleedjes, een koelkast vol zaken die een diabeet niet mag hebben, insuline die verstopt wordt en een samenzweerderige glimlach als je haar kattenbrokjes cadeau geeft met de mededeling dat die voor de kat zijn. Ze is te bereiken via het katje, soms. 
Ze heeft gevoel voor humor, soms en dan ook nog maar heel even. Ik kook wel eens mee voor haar en een enkele keer blijf ik met mijn eten op de stoep staan; ze  weigert dan boos en scheldend om open te doen. Het feit dat ik niet meer voor die zorginstelling werk maakt het contact wel makkelijker. Veel ex-collega's mogen nog steeds niet naar binnen.

En als laatste voorbeeld de dementerende man die jarenlang zijn gezin geterroriseerd heeft. Een narcistische patiënt die dementeert is zo ongeveer de lastigste patiënt om te verplegen. Hij mankeert niets, hij is gezond, hij is net gewassen, hij is zó schoon op zichzelf. Nee, hij hoeft geen medicatie, die is voor zijn vrouw die gek is, volgens hem. Iedereen is gek en vergeetachtig behalve hijzelf. Nee, hij heeft geen natte broek en hoeft ook niet zo'n ding, hij heeft op een natte stoel gezeten, zijn vrouw zal daar wel op geplast hebben. Vaak schudt hij met zijn vuist richting zijn vrouw.  
Deze man vereiste een heel aparte benadering, waar ik later nog op terug kom. 

          ISBN: 9789035231610S van Geelen, R

Uiteindelijk verzorgde ik zijn vrouw als ik er heenging en hielp haar met douchen. Ik zag dan ook de blauwe plekken van het knijpen. Aanvragen voor opname moesten ondertekend worden door de echtgenote die dat eigenlijk niet durfde. De kinderen waren al heel lang uit het zicht, met angst voor de vader en minachting voor de meegaande moeder.
Uiteindelijk is hij opgenomen en doe ik nog steeds af en toe iets leuks met de echtgenote.



Ik bedenk me dat ik bij deze mensen maar hooguit een paar uur aanwezig ben en de familie en omgeving hele dagen.

Werkend in de psychiatrie kregen wij agressietrainingen, behalve een klap van een demente bejaarde heb ik nooit te maken gehad met lichamelijke agressie, ik probeer dat altijd te voorkomen. Niet eenvoudig maar toch. De trainingen helpen wel.

Maar de tegen de verbale agressie van patiënten kun je niets anders doen dan een manier van benaderen per patiënt zoeken, met als basis bedenken dat de agressie meestal komt doordat de patiënt boos is op zichzelf.
Als je kunt maken dat hij of zij ook ergens trots op kan zijn of zo af een toe eens een compliment geven lukt het meestal wel. Belangrijk is dat je je verhaal na het werk kwijt kunt en dat de agressieve patiënt wisselende medewerkers krijgt. In dit geval prevaleert het welzijn van de zorgverlener boven die van de patiënt die beter af zou zijn met vaste mensen.

Dat is in al die jaren niet veranderd, het idee dat zorgverleners doof en blind en ongevoelig zijn en dat de patiënt de meeste rechten heeft, simpelweg omdat hij of zij patiënt is. Ik heb veel collega's gehad die de patiënt op den duur niet meer verdroegen en zich na veel onenigheid met planners ziek meldden om er niet heen te hoeven. Zo ver is het bij mij nooit gekomen, ik kan me er echter wel alles bij voorstellen.

Als iedereen weet dat het professioneel verlenen van zorg tegenwoordig steeds minder leuk is door het gebrek aan humor, tijd, kennis en uithoudingsvermogen, snapt ook iedereen dat er verpleegkundigen en verzorgenden tekort zijn.

Ik geloof dat het vak 'omgangskunde' in theorie en praktijk, niet meer gegeven wordt op de opleidingen;  pure noodzakelijk voor de omgang met zieke mensen, voor alle zorgverleners!

En dat is, denk ik, een groot gemis! 




 ©Gavi Mensch

Maastricht, 13-8-2013.

.



dinsdag 6 augustus 2013

Positieve psychonurse versus echte dokters, 1001+emails

Bloemlezing uit dagboek: "1001 mailtjes of meer"  
Mailwisselingen met vrienden en vriendinnen.


Ha J, 

Nou ja, leuke dingen verplicht doen is ook wel eens lekker, of niet? 

Maar goed, het is evenzeer vervelend om niet te kunnen doen wat je wilt, om geen puf te hebben.
Weet je, ik heb al drie mailtjes geschreven en weer gedelete, ik had niet zoveel positieve inspiratie, beetje uitgeput van het somberen en van het somberen van anderen. 
Ik laat me toch nog wel eens meetrekken naar benee. 
E. is gelukkig aan de "beterende" buik, (mijn kleinkind zit in de bijlage, wonderlijk!) dat scheelt een slok op een borrel. 
Mijn pal uit Zeeland zit in een maximale depressie en ik kan er niets mee, hij mag me weer gaan schrijven als hij me aan het lachen kan maken. Anders zit ik dadelijk met een moeder Theresa-complex.
Bemoeizorg is te veel voor een bemoeial.
Twee zieke vriendinnen met achterstallig onderhoud, heb ik dit weekend geregeld.

En nu is het klaar.

De sneeuw is weg en mijn knoflook doet het werk van jouw sneeuwklokjes, de hele bol loopt uit, wel acht groene sprieten.... die heb ik dus maar in de vensterbank van de keuken gezet, net voorjaar!

Om even terug te komen op je dagindeling: 
Had je bij je lijstjes van  do’s en don’ts ook een lijstje met positieve punten over je huismuseumconservator zijn gemaakt?

Ha, je hoeft niet door de regen om een trein te halen die niet rijdt.
Je hoeft geen regenbroekje aan.
Je hoeft niet eens op tijd op te staan.
Plassen en weer terug in je warme bed is luxe.
Huishoudelijk werk een half uurtje?
Precies tijd voor de krant  en  langzaam (en met liefde voor jezelf, heel belangrijk!!!) koffie zetten. 
Twee keer per week een gekookt eitje en Niet Eens op Zondag!
Conservatoren aan je eigen collectie, eindelijk gerechtigheid!
Een gezonde lunch met een plakje gerookte zalm ( euroshopper aanbieding) en een tomaatje
Glaasje verse melk en een mandarijntje. Ja ja, fruit is goed voor u!
Niks halve sudoku, sudoku afmaken!
Eetlezen, het lekkerste wat er is.
En boeren na de maaltijd, voordeel van vrij-gezellig alleen eten.
Tijd voor een tukje, met animalchannel, van de rest krijg je dagmerries.
Niet vergeten, lekker dekentje over je benen!
Eén werktelefoontje per dag mag, maar het hoeft niet, bofkont!

Gotogot en dan begint je dag pas.... tv tot twee en de mail in de Stertijd. 
En dan net zo laat gaan slapen als je zelf wilt, eigenlijk niet natuurlijk, maar je hoeft je in ieder geval niet schuldig te voelen als je daardoor ’s morgens nog moe bent!

J., ik heb een briljant ideetje, kom dinsdag gewoon hier eten, dan maak ik iets lekkers voor je, als vanouds.
Het breekt je week een beetje en de NS heeft de jaarkaart al geïnd waarschijnlijk, kun je er beter gebruik van maken.

Weer geen bruisend schrijfwerk, maar ik beloof beterschap. 

Cheer up!
En voorzichtige kus

je pennie E.





©Gavi Mensch,
Uit mijn dagboek: 1001 mailtjes of meer. (2008-2013)
All right reserved 2013

donderdag 18 oktober 2012

Amsterdam, herinneringen 1




. 

Ik houd van Amsterdam, ik heb er ruim een jaar gewoond toen ik nog jong en onschuldig was. Ik was klaar met mijn eerste opleiding en was al een tijdje in het buitenland geweest. Mijn eerste baan was geen succes, parttime in een kinderdagverblijf, later aangevuld met het 'doen' van de Koffiecorner van de Bijenkorf in het centrum. Via het arbeidsbureau kwam ik aan een baan op een reclamebureau. 


schilderij v Corina Karstenberg ©


Ik woonde op een gedeelde etage in de Karel du Jardinstraat, met als hatelijke en slonzige en nog volkomen onbekende achterbuurvrouw Sylvia Kristel en de vrolijke Dennis en nog wat andere jonge acteurs, die 'gewoon' bij het toneel waren, als buren. Met al onze vrienden die uit het buitenland kwamen om te  logeren. De etage was een verhaal op zich, maar daarover later meer.





De heerlijke Gelaghkamer op de Vijzelgracht als stamkroeg die ik mocht delen met Ramses Shaffy, Marjol Flore, Amman Werner (mijn baas ) en nog wat van dat soort doorgewinterde boemelaars; allemaal even beschermend en elegant met de jongste (ik).  


                                                                                                                                                                                     
schilder: Ramses Shaffy

Doorgewinterde en humoristische dronkenlappen. Er waren theatermakers en acteurs, filmproducenten en actrices, die dat niet waren en er was altijd muziek. Heel veel jaren later zag ik Ramses in een klein theater in Dordrecht en hij improviseerde een liedje waar ze in de Gelaghkamer altijd ter plekke andere woorden op verzonnen, afhankelijk van wie er binnen kwam. En de eerste regels van het mijne wist ie nog!
                                                                                                    



Amman Werner was mijn baas op het reclamebureau Trend Communications, een reclamebureau bevolkt met uitermate creatieve en ontembare briljante geesten. Kwinkslagen werden beloond, dat was het betere werk! 
Op zondagmorgen gingen we ook wel met alle Wernertjes zwemmen in het Sportfondsenbad, destijds nog in de buurt van het Mercatorplein als ik me goed herinner.

Op vrijdagmiddag na het werk een terrasje, ´s avonds naar de kroeg, daarna naar de nachtfilm, dan naar een zeemanscafé ergens op de Oudezijds om, al zittend op het afgedekte biljart met bruinebonensoep in je handen, te schaken of te dammen met een verlopen intellectueel. En eindigend om 5 uur 's morgens op Nieuwmarkt, in het café van een oude slechtgehumeurde prostituee die je sterke koffie schonk terwijl ze je uitschold. Maar het was de eerste kroeg die op die tijd open ging..... voor koffie.
Dan naar huis, douchen en gelijk door naar de markt. Daarna meestal eten bij wie je tegenkwam en vervolgens begon dan alles weer van voren af aan.

Als hippie schuimde ik het Waterloo plein af en de Looier. Alles was tweedehands en tegelijkertijd allemaal nieuw...voor mij.

Jaren in het buitenland maakten niet dat mijn liefde voor Amsterdam verdween. Elke Schiphol-landing (er was nog niet veel keuze in vliegvelden) deed ik een rondje. 

Later kwam ik wel weer wat vaker in Amsterdam, mijn tante woonde op de Groenburgwal en mijn nicht, die in kunst handelde, woonde in een prachtig appartement aan de Amstel. Met mijn dochter ging ik de jaren '60 winkeltjes in en uit. Met mijn zoon naar Café Chaos, geweldig dat je daar de schillen van de pinda´s op de grond mocht gooien!
Een lacherige boom opzetten met Paul Asscher (van de diamanten) en zijn vrouw over het nut van een grote kosjere McDonald's halverwege Amsterdam en Antwerpen. Om de heen en weer reizende diamantairs van goedkoop én kosjer eten te voorzien. Van hem heb ik geleerd om een diamant te beoordelen. Gewoon een aardige Amsterdamse jongen.

Negentien was ik en in Amsterdam altijd de jongste. Dat was ik daarvoor nooit geweest en daarna ook niet meer. Het was een belangrijke mijlpaal in mijn leven.
Ik heb destijds zoveel in mijn geheugen gegrift, ik kan er nog jaren mee vooruit. Het is al zolang geleden, maar zo voelt het niet.

Amsterdam is mijn woord voor contrasten, voor zoete en stoere herinneringen en voor authentiek. Ik heb iets met Amsterdam en het houdt nog steeds van mij.


©Gavi Mensch
Nederland BV 18-10-2012
All rights reserved 2012


Uit mijn dagboek: Hinkend op twee gedachten
Amsterdam, 1971;
bewerkt: Jerez, 26-11-2006

maandag 3 mei 2010

Met in mijn hand de levenslijn




Een groepje Gitanas struint over het plein. Ze kletsen met elkaar en kijken ondertussen in het rond, ze speuren naar klanten. Over hun lange rokken dragen ze schorten en eronder zie je bulten ter hoogte van hun middel. Daar, om de niet meer zo slanke tailles, bewaren ze hun dierbaarste bezittingen. 
De vrouwen zijn van verschillende leeftijden maar vormen een homogene groep: de donkere lange haren opgestoken in een rol en de kleding smoezelig en oud. Zij hebben allemaal dezelfde kleur huid, olijf bruin, en dezelfde donkere ogen. En eigenlijk ook dezelfde ondeugend ironische oogopslag. 

Eén draagt een mand met takjes tijm en de anderen hebben allemaal een bosje in de hand. Twee jongere vrouwen dragen een baby op de heup. Kleine Gitanos met pluizige blonde haren en vuile toetjes, de één sabbelend op een korst brood en de andere zoekend naar zijn moeders borst, trekkend aan de bloes in een poging die open te krijgen zodat hij kan drinken. De vrouwen hebben geen haast, ze worden niet echt genegeerd, ze trekken de aandacht. Hun houding is die van trotse stoere vrouwen met een missie. Ze zijn niet bang, brutaal kijken ze terug naar de politiemannen die hen observeren. 

Gitanas hebben eeuwen van vervolging achter de rug en zelfs vandaag de dag worden ze nagewezen en gediscrimineerd. Gitanas erger dan gitanos. Ze hebben ook nog eens een tweederangs plaats binnen de families, de patriarchen hebben het voor het zeggen. Maar hier op het plein in de binnenstad van Jerez vormen ze een groep om rekening mee te houden.

Toen ik zo rond 1970 voor de eerste keer in Jerez woonde was ik al onder de indruk van hun levensstijl. 

Ik zette nog wel eens een groep bedelende Gitano-kinderen aan de bar in het grote café 'San Fransisco' en bestelde dan bij de narrige barman acht koppen warme melk en acht ‘tostadas’ met dik boter. Dat leek me een betere oplossing dan geld geven, het is een stuk prettiger bedelen met een volle maag. 

Eén keer heb ik zelfs, met behulp van mijn buurvrouw, de hele schare in mijn bad gedaan en van schone kleren voorzien. Het oudste meisje van die groep, broertjes zusjes, neefjes en nichtjes, liep altijd met een smoezelig bruine baby op haar arm en ze liet zich verleiden om zich te baden met schuimend zeepsop en warm water. De baby bleek na de badbeurt zachtroze en blond. Ook de andere kinderen bleken vele tinten lichter. 

Mijn buurvrouw moest om me lachen, maar droeg geduldig handdoeken en schone kleertjes aan die we verzameld hadden. Ze vond het behoorlijk zinloos, de volgende dag zouden ze er weer vies bijlopen, dat leverde hen immers veel meer geld op. 
Maar mijn antwoord was dat iedereen een keer in zijn leven in een schuimbad gezeten moest hebben en dat het misschien zou helpen om een volgende generatie met iets meer wasbeurten door het leven te sturen.

Er zijn veel gitanos in Jerez, van alle rangen en standen. Afgestudeerde en werkende gitanos, die je niet meer zo mag noemen (d.w.z. volgens niet-gitanos)
waar je van moet zeggen dat ze van het 'gitanoras' afstammen. Ook veel kunstenaars, dansers, zangers en musici, schilders en schrijvers en marktkooplui, kapsters en juweliers, dokters en leerkrachten zijn gitanos; Jerez is een stad waar gitanos wonen, werken en leven. Er zijn niet meer zoveel marginale buurten en de groep is al eeuwen geleden grotendeels geïntegreerd in het Jerezaanse leven. 

Jerez is de stad van Flamenco, de muziek die van oorsprong van de gitanos komt. Maar het is en blijft een speciaal volk, vervolgd door de Hitler’s en de Franco's, genegeerd door Rome en zijn de pausen en dus door de katholieken; de laatsten vormen driekwart van de Spaanse bevolking en daar horen de gitanos ook bij. Ze hebben diverse geloven door elkaar gehaspeld, waarbij ze de katholieke heiligen het meest voor ogen houden. Ze zijn vroom en vaak conservatief in hun manier van geloven.

De groep vrouwen op het plein behoort bij de Gitanos die nog steeds in chabolas wonen, schamele huizen die ze zelf bouwen van gestolen bouwmateriaal. Ze halen al waarzeggend en kruiden verkopend een extra inkomen binnen dat meestal gebruikt wordt voor de dagelijkse levensbehoeften.

Ik heb iets met Gitanos, daar zijn meerdere redenen voor. Ten eerste hun trotse houding die ze nooit verloren hebben en die na al die eeuwen van marginatie nog steeds mijn aandacht trekt. 
Daarnaast heb ik iets met de vrijheid van hun bestaan, niet belemmerd door ons idee over ‘wat hoort’. 
En als laatste hun zicht op het verre, de toekomst en het ongeschrevene, hun overtuiging dat het allemaal komt op een dag. 
Ik ben slecht in het geloven van wat ik niet kan zien, maar ze hebben die speciale mystieke ingevingen die ze met je delen of je dat nu wilt of niet.

Ik zat in 1977 ook op dat plein met enkele vriendinnen koffie te drinken, nadat we naar de overdekte markthallen waren geweest voor de verse boodschappen. 
Een van de jongere Gitanas liep op ons af en bleef vlak voor mij staan 
Ze keek me aan en ik had een gevoel van herkenning. Zo scheel als ze keek, haar sarcastische grijns, ze leek op het meisje dat jaren ervoor in mijn bad had gepoedeld. 


Maar ze zei niets en greep mijn rechterhand en draaide die met de palm naar boven. ”Twee levens heb je, in je eerste leven maak je kinderen en in je tweede leven maak je jezelf”, zei ze en trok met haar dunne bruine vinger de lijnen in mijn handpalm na. Ik keek, de levenslijn was gebroken, het was me nooit eerder opgevallen. 
Ik moest lachen en zei dat ik mijn toekomst niet wilde weten. 
Waarop ze giechelde, naar de ander vrouwen keek en daarna weer naar mij en mompelde dat het nu te laat was, maar dat ik haar niets hoefde te betalen en dat ze blij was dat ik nog een volgend leven had. Er werd een tak tijm op mijn schoot gelegd, ‘para la suerte’ (voor het geluk) en daarna liep ze terug naar de anderen.

 Geen van mijn vriendinnen was door de Gitana aangesproken, alleen ik en ik voelde me een beetje opgelaten. Maar mijn gezelschap was al weer aan de praat over andere zaken. Ik vermoedde dat het waarschijnlijk toch het oudste meisje was geweest van de groep dat ik in mijn onschuld en met de beste bedoelingen jaren geleden in bad gedaan had.


Nu, meer dan vijfentwintig jaar later, zit ik dus weer op het plein, met mijn kinderen en hun aanhang. Een de groep Gitanas, nu  luidruchtig cactusvijgen en kruiden verkopend, staat niet ver van ons tafeltje en ik kijk met een zeker genoegen naar de vrouwen, die nooit lijken te veranderen.  
Een van de vrouwen kijkt mijn kant op en blijft kijken. Ze kijkt scheel en het is niet eenvoudig om te bepalen of ze nu naar me kijkt of langs mij heen. Ik sta op en loop naar haar toe. 
Er zit een baby met blonde haartjes op de grond op een doek. Ik kijk van de baby naar de vrouw en vraag haar grinnikend of ze de haartjes volgens Spaanse traditie met kamillethee blondeert. 
Waarop ze zegt dat ze het haar van haar kleinzoon gewoon wast, dat hij zo blond is als de vrouw die haar dat zo geleerd had. 

Ik moet even slikken en kijk haar aan; ik bedank voor de tijm van zoveel jaar geleden en van de hoop die ze me gegeven heeft, dat ik mijn eerste leven over-leefd heb na een ernstige ziekte en nu aan het tweede bezig ben. 
Ze kijkt me grinnikend aan en zegt: “Dat zei ik toch, je eerste voor die mooie kinderen die daar zitten en je tweede voor jezelf. 

Wil je prachtige citroenen en de mooiste peterselie? Cactusvijgen? Ik pel ze voor je...............”.





© Gavi Mensch
Uit:”Jerez gezien door groene ogen”
Jerez,  5 mei 2003


.