Posts tonen met het label empathie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label empathie. Alle posts tonen

zaterdag 15 april 2017

Doodschieten.


.


 Pief paf poef pang, mijn kleinzoon en zijn vriendje schieten aan de lopende band als ze samen spelen. Het irriteert me mateloos, het heeft me altijd geïrriteerd. Het is copycat gedrag van moordenaars, maar zo lijkt niemand het te zien. Ik wil geen geweertjes in huis, ook niet het schiet-handgebaar.

En ik luister ook niet naar commen-taartjes zoals:
"Ach, het zijn maar kinderen",
"Zo zitten jongetjes nu eenmaal in elkaar",
"Als je pistooltjes verbiedt, gaan ze andere dingen als pistool gebruiken",
"Dat snappen ze toch niet".

Van de week heb ik het mijn kleinzoon uitgelegd. Hij mocht voorin de auto zitten, een klein stukje en dat is de maatstaf voor groot genoeg. Daar zaten wel consequenties aan vast want toen hij vanaf zijn hoge troon begon met schieten met zijn hand heb ik hem iets uitgelegd wat niet 'bij zijn leeftijd hoort", net zo min als schieten trouwens.

"Je hebt vast nog nooit iemand gezien die doodgeschoten is, met een gat in zijn hoofd of in zijn borst of buik en allemaal bloed. Want dat is wat er gebeurt als je op iemand schiet. En die iemand die dan dood is, is de grote zoon van een moeder die ongelooflijk verdrietig gaat zijn. Zo verdrietig dat het nooit meer overgaat. En die iemand heeft misschien ook een vrouw en kinderen, zoals jullie. Die huilen allemaal wel 100 dagen en duizend nachten, die gaan hem zo erg missen. Dat missen doet zo pijn in je buik!
En misschien had hij een oma en een opa die ook vreselijk verdrietig zijn omdat ze hun kleinzoon nooit meer zullen zien. Die kleinzoon die doodgeschoten is door iemand (die misschien ook wel een kleinzoon is) met een pistool of een geweer.

Er is niets ergers op de hele wereld dan wapens en mensen die ze gebruiken om andere mensen dood te maken.
Waarom moeten mensen dood eigenlijk? Ik heb nooit begrepen waarom je, als je ruzie hebt met iemand, je die dan dood wilt maken.
Soms ben je heel erg boos, maar dat ga je toch zeker niemand doodschieten?
Dan kun je als je boosheid weg is, toch ook niet meer met diegene praten om het weer goed te maken.

Hoe denk je dat iemand zich voelt die iemand dood gemaakt heeft? Ik denk dat die zijn hele leven spijt en buikpijn heeft. In het leger maken mensen zogenaamde vijanden dood, alleen maar omdat iemand dat zegt. Alleen maar omdat iemand vindt dat de vijand gemeen is. En dat zegt de baas van de vijand ook. En dan schieten ze elkaar dood en wie dan nog leeft heeft daar zijn hele leven spijt van, van dat doodschieten.


Sommige monsters, hele gemene mannen en ook wel een enkele gemene vrouw willen de baas spelen over iedereen en zeggen dan dat ze mensen wat geld betalen om anderen dood te schieten. Maar als je dan iemand dood geschoten hebt en je gaat iets leuks kopen van dat geld en je denkt dan dat degene die je dood geschoten hebt, nooit meer iets leuks kan kopen voor zijn kinderen, dan heb je, zeker weten,  buikpijn voor altijd.

Kortom, ik wil nooit meer schieten zien of horen. En als je voorin de auto zit ga je rode auto's tellen. Van tellen wordt je slim. Veel slimmer dan jongens die pief paf poef pang doen.

Snap je dat?"

Hij knikt en is een beetje overrompeld door mijn monoloog. En zegt dat het erg is als je dood bent, heel erg. Ik knik en laat hem er rustig over nadenken. Mijn kleindochter die achterin zit, heeft het verhaal aangehoord en zit nadenkend uit het raam te kijken. Het is even stil in de auto.
Als we op de plaats van bestemming zijn, zegt mijn kleinzoon dat hij twee rode auto's heeft gezien en mijn kleindochter zag er wel vier, zegt ze.
Ik geef hen een high five en een kus en zeg dat ik van hen houd.
En weg zijn ze.




©Gavi Mensch
Nederland BV, 15-4-2017




dinsdag 20 augustus 2013

Kunstwerk als eerbetoon aan Mandela




Vijftig staven van staal, symbool voor de tralies van een gevangenis, om nooit te vergeten dat Mandela vele jaren achter de tralies zat ...
Het merkwaardige aan dit kunstwerk zie je pas als je op een bepaalde afstand ( gemarkeerde plaats ) gaat staan ...
KIJK MAAR EENS !




Een groot kunstenaar die dit werk gecreëerd heeft !




Met dank aan  vriend Ron die me dit zojuist mailde. 



Gavi Mensch
Maastricht 20-8-2013

dinsdag 13 augustus 2013

Agressie en zorg 1

.


Als vroeger in de marginale wijken, waar ik als wijkverpleegkundige werkte, een patiënt agressief was tegen de zorgverleners werd eerst gekeken of de patiënt wel anders zou kunnen. Dat wil zeggen, veel patiënten, diegenen met een beginnende dementie bijvoorbeeld, zijn agressief voornamelijk omdat ze uit frustratie over hun vergeetachtigheid en het niemand meer vertrouwen; daar hielden en houden we rekening mee. 

Agressie bij dementerenden is evenwel niet wijkgebonden.

Maar in die zelfde buurten woonden ook meerdere generaties 'niet opgevoede' mensen, mensen die zelden gecorrigeerd werden in hun agressieve gedrag. Daar werd korte metten gemaakt (als dat mogelijk was) en ging de veiligheid van de zorgverlener voor alles.



Er waren families waar ik 's avonds heen ging om een van de ouderen te verplegen in gezelschap van de bewakingsdienst. Niet de leukste klus in de avonddienst. Er gebeurde zelden iets, waarschijnlijk dank zij de stoere mannen voor de deur. Maar soms wekte dat ook weer agressie op. Er werd dan uiteindelijk een ander verpleegadres geadviseerd.

Sommige patiënten begonnen al te schelden als we binnen kwamen, onder de collega's werd dit altijd doorgegeven en wie er niet heen durfde, ruilde van patiënt. Want bange collega's werden dubbel gepakt.

Eén zo'n patiënt was een man van in de 80 die een injectie kreeg 's avonds en bij wie ook de catheterzak vervangen moest worden. Als je 5 minuten na de (ongeveer) afgesproken tijd binnen kwam werd je de deur weer uitgescholden. Ik heb daar een hele nieuwe vocabulaire oud-plat-Dordts geleerd. Maar het werk moest toch gedaan worden en de injectie en het vervangen van de opvangzak waren echt nodig. Dan begonnen de onderhandelingen en daar moest je zin in hebben. Soms moest je de hulp in roepen van een in de buurt wonende zoon of. Dat ging dan gepaard met een zelfde soort scheldpartij maar dan van twee tegelijk. En terwijl ze ruzie maakten deed ik razendsnel mijn werk.

Het andere voorbeeld was een relatief jonge vrouw die, door dronken in de auto te stappen, slachtoffers had gemaakt, waaronder zij zelf. Nu was ze volledig verlamd, bazig en boos, perfectioniste en nooit tevreden. Zij gaf de wereld de schuld van haar ongeluk, ik wist van de dochter dat ze geslagen was door de vorige echtgenoot en daarom dronk. 
Niets is wat het lijkt.
De vrouw deed, het volle uur dat je bezig was om haar te wassen en aan te kleden en de doorligwonden te verzorgen, niets anders dan blazen over iedereen.

Als we haar aanspraken op haar gedrag joeg ze ons weg, belde de directie en dreigde met het bellen naar de krant en de politie. En bovendien moest ze geholpen worden. Gedurende enige tijd werd een extern bureau ingeschakeld als ze zo tekeer ging en de extra kosten werden met haar verrekend. Die ze dan weer niet betaalde. Zorg weigeren was niet makkelijk. Iedereen begreep de frustraties van de vrouw, niemand had echter trek in het dagelijkse uurtje schelden incasseren en ondertussen de zware werkzaamheden klaren.

En dan het voorbeeld is dat van een schizofrene vrouw die nog steeds alleen thuis woont, zorg weigert en de hele dag min of meer scheldend op het zwarte katje, waar ze dol op is, door het huis loopt. Een huis vol losse kleedjes, een koelkast vol zaken die een diabeet niet mag hebben, insuline die verstopt wordt en een samenzweerderige glimlach als je haar kattenbrokjes cadeau geeft met de mededeling dat die voor de kat zijn. Ze is te bereiken via het katje, soms. 
Ze heeft gevoel voor humor, soms en dan ook nog maar heel even. Ik kook wel eens mee voor haar en een enkele keer blijf ik met mijn eten op de stoep staan; ze  weigert dan boos en scheldend om open te doen. Het feit dat ik niet meer voor die zorginstelling werk maakt het contact wel makkelijker. Veel ex-collega's mogen nog steeds niet naar binnen.

En als laatste voorbeeld de dementerende man die jarenlang zijn gezin geterroriseerd heeft. Een narcistische patiënt die dementeert is zo ongeveer de lastigste patiënt om te verplegen. Hij mankeert niets, hij is gezond, hij is net gewassen, hij is zó schoon op zichzelf. Nee, hij hoeft geen medicatie, die is voor zijn vrouw die gek is, volgens hem. Iedereen is gek en vergeetachtig behalve hijzelf. Nee, hij heeft geen natte broek en hoeft ook niet zo'n ding, hij heeft op een natte stoel gezeten, zijn vrouw zal daar wel op geplast hebben. Vaak schudt hij met zijn vuist richting zijn vrouw.  
Deze man vereiste een heel aparte benadering, waar ik later nog op terug kom. 

          ISBN: 9789035231610S van Geelen, R

Uiteindelijk verzorgde ik zijn vrouw als ik er heenging en hielp haar met douchen. Ik zag dan ook de blauwe plekken van het knijpen. Aanvragen voor opname moesten ondertekend worden door de echtgenote die dat eigenlijk niet durfde. De kinderen waren al heel lang uit het zicht, met angst voor de vader en minachting voor de meegaande moeder.
Uiteindelijk is hij opgenomen en doe ik nog steeds af en toe iets leuks met de echtgenote.



Ik bedenk me dat ik bij deze mensen maar hooguit een paar uur aanwezig ben en de familie en omgeving hele dagen.

Werkend in de psychiatrie kregen wij agressietrainingen, behalve een klap van een demente bejaarde heb ik nooit te maken gehad met lichamelijke agressie, ik probeer dat altijd te voorkomen. Niet eenvoudig maar toch. De trainingen helpen wel.

Maar de tegen de verbale agressie van patiënten kun je niets anders doen dan een manier van benaderen per patiënt zoeken, met als basis bedenken dat de agressie meestal komt doordat de patiënt boos is op zichzelf.
Als je kunt maken dat hij of zij ook ergens trots op kan zijn of zo af een toe eens een compliment geven lukt het meestal wel. Belangrijk is dat je je verhaal na het werk kwijt kunt en dat de agressieve patiënt wisselende medewerkers krijgt. In dit geval prevaleert het welzijn van de zorgverlener boven die van de patiënt die beter af zou zijn met vaste mensen.

Dat is in al die jaren niet veranderd, het idee dat zorgverleners doof en blind en ongevoelig zijn en dat de patiënt de meeste rechten heeft, simpelweg omdat hij of zij patiënt is. Ik heb veel collega's gehad die de patiënt op den duur niet meer verdroegen en zich na veel onenigheid met planners ziek meldden om er niet heen te hoeven. Zo ver is het bij mij nooit gekomen, ik kan me er echter wel alles bij voorstellen.

Als iedereen weet dat het professioneel verlenen van zorg tegenwoordig steeds minder leuk is door het gebrek aan humor, tijd, kennis en uithoudingsvermogen, snapt ook iedereen dat er verpleegkundigen en verzorgenden tekort zijn.

Ik geloof dat het vak 'omgangskunde' in theorie en praktijk, niet meer gegeven wordt op de opleidingen;  pure noodzakelijk voor de omgang met zieke mensen, voor alle zorgverleners!

En dat is, denk ik, een groot gemis! 




 ©Gavi Mensch

Maastricht, 13-8-2013.

.



dinsdag 6 augustus 2013

geriatrie, brief van een verscholen mensch.....



De brief in het nachtkastje

In een Engels ziekenhuis stierf onlangs een oude vrouw op de geriatrische afdeling. Toen de zuster die haar in de laatste levensfase had verzorgd, het kastje naast het bed opruimde, vond ze daarin geen voorwerpen van enige waarde. Maar wel lag er een vel papier in, dat de oude vrouw met moeizaam gevormde lettertjes had volgeschreven. Er stond:

“Wat zie je zuster? Wat zie je? Een kribbige oude vrouw, niet meer bij de tijd. Een beetje onzeker, met starende ogen. Een oude vrouw, die met haar eten knoeit en die geen antwoord geeft, als je met een hard stemmetje tegen haar zegt “Ik wou dat je het nou maar eens probeerde.” Een oude vrouw die schijnbaar niets merkt van de dingen die jij doet. Die steeds weer iets kwijt is, een kous of een schoen. Die zonder tegenstribbelen laat doen wat jij wilt. Die met wassen en eten de lange dagen laat vullen. Denk je dat? Zie je dat?

Doe dan je ogen eens open, zuster. Je kijkt niet eens naar me. Ik zal je zeggen wie ik ben, als ik hier zo zit. Als ik plas op jouw bevel en eet, wanneer jij het wilt.

Ik ben een jong meisje van tien, met een vader en een moeder, met broers en zusters die van elkaar houden.

Een bruid van twintig ben ik en mijn hart springt op als ik denk aan de belofte die ik deed.

Vijfentwintig ben ik, en ik heb zelf kinderen die me nodig hebben om een veilig, gelukkig huis te bouwen.

Een vrouw van dertig ben ik en de kleintjes worden snel groot, verbonden door banden die zullen blijven.

Veertig ben ik. Mijn zoontjes zijn volwassen geworden en uitgevlogen. Maar mijn man is bij me om te zorgen dat ik niet treur.

Vijftig ben ik – en weer spelen er kinderen op mijn schoot.

Dan komen de donkere dagen. Mijn man is dood. Ik kijk naar de toekomst en ik huiver van angst. Want mijn kinderen hebben nu zelf een gezin. Ik denk aan de jaren van liefde die ik kende.

Nu ben ik een oude vrouw.


De tijd is wreed. Het is een grap van de tijd, ouderen er als dwazen te laten uitzien.

Mijn lichaam is vervallen, gratie en kracht zijn verdwenen.

En er zit nu een steen op de plaats waar ik ooit een hart had.

Maar… binnen in dat oude karkas woont toch nog dat jonge meisje.

Soms klopt mijn oude hart wat sneller.

Ik herinner me de vreugde en de pijn.

Ik heb weer lief. Ik leef mijn leven opnieuw.

Ik denk aan de jaren die voorbij zijn, te snel vervlogen, en ik accepteer de harde waarheid dat niets kan duren.

Doe je ogen open, zuster, en kijk.

Niet naar die kribbige oude vrouw.

Kijk eens goed, zuster.

Kijk eens naar… mij.”



~~~~~~~~~~


"Elke leerling of eigenlijk iedereen die met (oudere) mensen werkt, moet deze brief eigenlijk hebben gelezen vind ik", zegt arts Pavel Kreczmanski "De mens achter de mens."

Ik ben het helemaal met hem eens en hoop dan ook dat dit weer een educatieve bijdrage is op dit blog.



©Gavi Mensch
Maastricht, 6-8-2013


.



donderdag 25 april 2013

Koude kippensoep met kokos en appeltjes



Biologische soep- en andere kippen opgepast! Het is weer tijd voor een kippensoep!


Veel verdriet, verkoudheden, allergieën en ander ongemak heb ik in mijn gezin opgelost met joodse kibbesoeb. Maar 's zomers als het echt warm is doet mijn gezin vaak een vitaminerijke switch naar  de koude cazpacho andaluz..

Helaas is vandaag pas de eerste warme dag en de rijke koude tomaten'soep' trekt me nog niet. Toch maar kip dus, koude kippensoep is een prima vervanger van de warme.



Hier een van mijn recepten voor koude kippensoep met kokos kerrie en appel en een van de favorieten van mijn vader. Hij verving de appel soms door blokjes stemgember, een pittig alternatief.

Nodig:

500 gram biologisch groot geworden kip (een met verstand dus) in losse onderdelen.
Beetje citroensap.
1liter kippenbouillon gemaakt van verse groenten (uit buurman's onbespoten moestuin) een deel van de schoongespoelde kip en/of een biologisch bouillonblokje.
Kerriepoeder naar smaak
2 dooiers van echt biologische eitjes.

2 dl kokosmelk
1 in kleine blokjes gesneden appel zonder schil
2 sjalotjes in snippers gesneden


Maak de bouillon van (eventueel stukje kip) verse soepgroenten en een kipbouillon(blokje).
Bak ondertussen de sjalotjes glazig in wat olijfolie en voeg de met citroensap besprenkelde kipfilet toe. Bak deze kort en goudgeel.
Bak op het laatst kort 1 eetlepel kerrie mee. Kerrie krijgt pas echt smaak als het gebakken is.
Voeg er het kippenvlees toe aan de gezeefde bouillon laat het langzaam en op een zacht 'vuurtje' gaar worden.
Schep het vlees uit de bouillon en voeg de helft van de kokosmelk bij. Breng op smaak.
Laat alles zachtjes nog ca 5 minuten koken.
Klop in een ruime kom de eierdooiers los, roer er de rest van de kokosmelk door en voeg er beetje bij beetje de hete bouillon bij (dus niet alles bij de bouillon gieten maar andersom).
Zet de soep in de kom minstens 2 uur in de koelkast.

Snijd de kipfilets in reepjes en voeg die samen met de appelblokjes aan de koude soep toe.


Met warm naanbrood en komkommersalade een heerlijke maaltijd


Biologisch, lactose, suiker- en glutenvrij. 
Behalve het naanbrood natuurlijk.
Ik heb geen idee of het halal of koosjer is en who cares?



Eet smakelijk!


©Gavi Mensch
Maastricht, 25-4-2013

.

donderdag 7 februari 2013

Ruth




Dertig jaar jong en dertig jaar oud.

Een leuke jonge vrouw om te zien, qua uiterlijk. Helaas blowde zij de hele dag door thuis, kon geen invulling geven aan haar dag. Seksueel misbruik en door haar moeder aangeleerde ongeremdheid, altijd op zoek bij de verkeerde naar die zo noodzakelijke veiligheid. Toen ze bij ons kwam was ze op alle fronten verwaarloosd, zwaar depressief en met een “zwaar” etiket. Een muur om haar heen, nog dikker en hoger dan die van Berlijn en erachter de opeenstapeling van narigheden. Psychiatrische patiënte.

Vijf weken lang alle zwakke plekken aangepakt om door de muur heen te komen. Nieuwe medicatie. Groepstherapeutische gesprekken. Elke dag een stukje assertiever, vooral tegen de medewerkers. Grenzen aangevend. Boos zijn om reële dingen. Strak begrenzen van haar negatieve houding. Ik bracht onzinnige ideeën naar voren waar ze dan om moest lachen. Ze werd weer wat creatiever.
Tekening Chawwa Wijnberg
Chawwawijnberg.nl
Af en toe ging ze een middag naar huis. Alleen, geen familie, weinig vriendinnen, geen vrienden, behalve die uit het gebruikerscircuit en die meed ze als de pest.

Heel alleen en  heel hard werken aan een onzekere toekomst. 

Het ging wel steeds beter met Ruth, maar de dag voordat zij naar huis zou gaan, kwam ze huilend vragen om een gesprek. Ze durfde niet naar huis. De kliniek was een veilig toevluchtsoord geweest.  Heel begrijpelijk, maar ze had alle fases doorlopen en het werd tijd om het zelf in praktijk te gaan brengen. Bange ogen en een gebogen hoofd. Grote tranen die op haar kleren drupten.

Ik ging voor haar zitten en voor ik het wist sloeg ze twee armen om mijn hals en huilde hoorbaar met haar hoofd op mijn schouder gedurende enige minuten. Toen keek ze me aan en zei:’Ik weet dat lichamelijk contact niet mag, maar het feit dat je je niet losgemaakt hebt, betekent voor mij dat je mij even belangrijker vond dan de regels. Eigenlijk was dit wat ik nodig had om naar huis te kunnen gaan. Eigenlijk had ik dit jaren geleden moeten doen, moeten kunnen doen, troost zoeken en vinden bij iemand die niets van mij wil. Ik zal je nooit vergeten”.

Ik ben haar en haar wilskracht  ook nooit vergeten. Ik kom haar nog wel eens tegen op de fiets en dan zwaait ze en werpt ondeugend een kushandje. Dan denk ik, stiekem, dat voor sommige mensen de regels niet goed zijn, of juist wel!




© Gavi Mensch,
Utrecht, juli 2009
Nederland BV, 7-2-2013

Eerder gepubliceerd in de Psy. Naam is  fictief.

©All right reserved 2009