Berichten van alledag, voornamelijk over de gezondheidszorg, politiek, gastcolumns en niet literaire rariteiten uit eigen en andermensch's brein
Posts tonen met het label menschenkind. Alle posts tonen
Posts tonen met het label menschenkind. Alle posts tonen
dinsdag 16 december 2014
Een jaar geleden
In een hoekje van de bank
in het veel te stille huis,
huilt mijn oudste om haar jongste.
Mijn ziel knijpt
verdriet omhoog, ik slik.
Het is kleverig leed.
Ik wilde sterk zijn en haar troosten.
met tranen dan maar.
Ik hou haar dicht tegen me aan,
zoals alleen een moeder haar kind
vasthouden kan.
Zij heeft even niets
om tegen zich aan te houden.
Haar jongste kindje is er niet meer,
niet om mee te kroelen.
Voor eeuwig in ons hart, onze gedachten
Oma
Maastricht
24-11-2013
24-11-2014
Labels:
2013,
2014,
adios,
Babymensch,
gemis,
grootmoeder,
liefde,
menschenkind,
moeder,
Zaira,
ziekte,
ziel
donderdag 13 februari 2014
Gristenen gaan voor de kinderhospice?
Van wie ben je?
Van jezelf.
Moet je altijd doen wat een ander zegt?
Nee, je moet altijd blijven bedenken of het goed is wat ze
zeggen.
En als je het er niet mee eens bent dan praat je er over,
dat heet een discussie.
Er zijn discussies die je beter niet aan kunt gaan
Bijvoorbeeld een discussie over euthanasie.
Er zijn mensen die dat dood gaan liever overlaten aan iets
dat niet bestaat, aan Roodkapje, Sinterklaas of iemand die ze god noemen.
Dat is lekker makkelijk.
Ze hoeven alleen maar te doen wat er gezegd wordt.
Gezegd door de 'vertalers' van een groot en wreed sprookjesboek
dat ze de bijbel noemen.
Zo willen ze ook heersen over het leven en de dood van
anderen
Want anders zou god wel een boos op hen kunnen worden omdat
ze zijn woord niet goed uitgedragen hebben.
En zo komt het dat in de discussie over het vrijlaten van de
leeftijd waarop je kunt vragen om euthanasie, mensen een soort 'pro-leven' stelling
voor anderen gaan hanteren, met alle gruwelijke opmerkingen van dien.
Zoals ik hoorde: "Er zijn alternatieven voor
euthanasie, er is palliatieve pijnbestrijding (=het onder de verdovende middelen houden) en er zijn zelfs kinder-hospice."
Nu vraag ik je: wel eens een hospice geweest? Fantastische
instellingen voor mensen die doodgaan en niemand hebben om hen te verzorgen of
dat niet willen.
In mijn route als wijkverpleegkundige had ik de patiënten
van een hospice. Een sterfhuis is de vertaling, met geweldige vrijwilligers en vreselijk
lieve benadering van de patiënt.
De gristenmevrouw vond dat kindjes die ondragelijk lijden beter
naar een sterfhuis kunnen dan vragen om euthanasie.
Kindjes in een hospice is een uiterste, kindjes sterven in
een ziekenhuis of thuis, in de armen van de mensen die van hen houden en op het
moment dat die kinderen dat wensen, na al het ondraaglijke lijden dat ze
waarschijnlijk al hebben doorstaan. Geen enkel kind kiest voor doodgaan als het leven voor hen heerlijk is.
De gristenmevrouw is boodschapster van een wrede heerser die
alles naar zijn hand wil zetten, iedereen de wil moet ontnemen; het is een dwingeland
en een mensenhater. Die gristenmevrouw laat zich niet van de wijs brengen want
zij heeft ook een dochtertje van 10. En als die ongeneeslijk ziek zou zijn,
gaat de wil van haar god in werking: niks euthanasie, lijden zal ze tot het
bittere eind.
Mevrouw zou dus verplicht een maandje moeten doorbrengen bij
ongeneeslijk zieke kinderen die altijd pijn hebben. Of altijd onder de
verdovende middelen worden gehouden tot het hartje het opgeeft.
Euthanasie is onherroepelijk. Als verpleegkundige
heb ik alle hoop voor de genezing van mijn patiënten behalve als die hoop er
helemaal niet meer is. Dan hoop ik met hen op een zoete dood.
Het verdriet voor de achterblijvers is een verdriet om het
gemis.
Wie zijn doodzieke kind met een wens tot euthanasie helpt om
die wens te verwezenlijken is een veilige, liefdevolle en wijze ouder.
Te vaak heb ik gehoord dat een doodziek kind iedereen en
alles haat omdat het zo lang moet lijden. Dat kan zelfs niet de bedoeling zijn van
zo'n wrede god.
©Gavi Mensch
Nederland BV, 13-2-2014
All right reserved
Argument Jutta van der Werf, Nederlands oncoloog in Brussel hier
Non-argumenten (wat mij betreft) van Mw Carla Dik-Faber hier
.
Labels:
2014,
adios,
bijbel,
blind,
gevaar,
kinderen,
leed,
leugens,
menschenkind,
qualitycare,
religie,
volgers,
zorgelijk
dinsdag 21 januari 2014
Snel momentje troost
donderdag 7 februari 2013
Ruth
Dertig jaar jong en dertig jaar oud.
Een leuke jonge vrouw om te zien, qua uiterlijk. Helaas
blowde zij de hele dag door thuis, kon geen invulling geven aan haar dag.
Seksueel misbruik en door haar moeder aangeleerde ongeremdheid, altijd op zoek
bij de verkeerde naar die zo noodzakelijke veiligheid. Toen ze bij ons kwam was
ze op alle fronten verwaarloosd, zwaar depressief en met een “zwaar” etiket.
Een muur om haar heen, nog dikker en hoger dan die van Berlijn en erachter de
opeenstapeling van narigheden. Psychiatrische patiënte.
Vijf weken lang alle zwakke plekken aangepakt om door de
muur heen te komen. Nieuwe medicatie. Groepstherapeutische gesprekken. Elke dag
een stukje assertiever, vooral tegen de medewerkers. Grenzen aangevend. Boos
zijn om reële dingen. Strak begrenzen van haar negatieve houding. Ik bracht
onzinnige ideeën naar voren waar ze dan om moest lachen. Ze werd weer wat
creatiever.
![]() |
| Tekening Chawwa Wijnberg Chawwawijnberg.nl |
Af en toe ging ze een middag naar huis. Alleen, geen
familie, weinig vriendinnen, geen vrienden, behalve die uit het
gebruikerscircuit en die meed ze als de pest.
Heel alleen en heel
hard werken aan een onzekere toekomst.
Het ging wel steeds beter met Ruth, maar de dag voordat zij
naar huis zou gaan, kwam ze huilend vragen om een gesprek. Ze durfde niet naar
huis. De kliniek was een veilig toevluchtsoord geweest. Heel begrijpelijk, maar ze had alle fases
doorlopen en het werd tijd om het zelf in praktijk te gaan brengen. Bange ogen
en een gebogen hoofd. Grote tranen die op haar kleren drupten.
Ik ging voor haar zitten en voor ik het wist sloeg ze twee
armen om mijn hals en huilde hoorbaar met haar hoofd op mijn schouder gedurende
enige minuten. Toen keek ze me aan en zei:’Ik weet dat lichamelijk contact niet
mag, maar het feit dat je je niet losgemaakt hebt, betekent voor mij dat je mij
even belangrijker vond dan de regels. Eigenlijk was dit wat ik nodig had om
naar huis te kunnen gaan. Eigenlijk had ik dit jaren geleden moeten doen,
moeten kunnen doen, troost zoeken en vinden bij iemand die niets van mij wil.
Ik zal je nooit vergeten”.
Ik ben haar en haar wilskracht ook nooit vergeten. Ik kom haar nog wel eens
tegen op de fiets en dan zwaait ze en werpt ondeugend een kushandje. Dan denk
ik, stiekem, dat voor sommige mensen de regels niet goed zijn, of juist wel!
© Gavi Mensch,
Utrecht, juli 2009
Nederland BV, 7-2-2013
Eerder gepubliceerd in de Psy. Naam is fictief.
©All right reserved 2009
vrijdag 17 december 2010
Over houden van
Ik houd van marsepein, heel veel, maar ik ben al tonnetje rond en dus blijft het bij een houden van in de vorm van verlangen.
Ik houd van lekker eten en drinken, van genietend koken en menschen aan tafel.
Ik houd van mijn werk, maar met een restrictie, ik houd niet van gemene patiënten die hun frustraties op mij loslaten. Ik begrijp hen wel, maar ze maken ook mijn werk minder mooi. Het verplegen van hen die alleen maar aan zichzelf denken wekt mijn weerstand op.
Ik houd van mijn menschen, onvoorwaardelijk! Mijn kinderen, mijn prachtige kleindochter, mijn vriendinnen, vrienden, neven en nichten, er licht iets op in mijn binnenste als ik hen hoor of zie, ruik of vasthoud.
Ik houd van de verse sneeuw die knispert onder mijn voeten en van de zon die mijn gezicht en mijn lijf verwarmd.
Ik houd van de wind in de zomer.
Ik houd van bloemen en planten en bomen en dieren.
Ik houd van de aarde, van de rode Spaanse aarde meer dan van de vette klei.
Ik houd van menschen die van elkaar houden, het vertedert me en maakt me bewust van het geluk dat houden van met zich meebrengt.
Ik houd van passies, van je volledig geven aan iets waar je voor gaat.
Ik houd van gesmokkeld licht, van kaarsjes en kerstboomlichtjes, van schemerlampjes, van de verrassing die dat licht soms laat zien.
Ik houd van muziek, melodie en verwonderlijke klanken. Van mooie diepe stemmen en van prikkelende tonen.
Ik houd van woorden, magische zinnen en spitsvondigheden, van teksten en boeken, van verhalen en poëzie.
Ik houd van languit liggen in een warm bad, van naakt zwemmen en van douchen met een geliefde.
Ik houd van het vullen van mijn leven met zachte en mooie dingen, van stoere acties en van emoties.
Ik houd van lachen en van huilen, van allebei evenveel, het houdt mij in balans.
Ik houd van dat ene positieve dingetje dat mijn dag de moeite waard maakt.
Ik kan vreselijk veel houden van houden van; het geeft zin aan mijn leven, aan mijn bestaan.
Goeiemorgen, lieve menschen, ik moest dit even opschrijven voordat ik aan de realiteit van alle dag begin.
Houden van is belangrijker dan niet houden van, echt, geloof mij maar!
©Gavi Mensch
Maastricht, 17-12-2010
06.00u (het is nooit te vroeg om ergens van te houden;-)
Update: 20-7-2013
Inmiddels heb ik twee prachtige kleinkinderen en nog meer lovenswaardige aanwas van 'mijn menschen'.
Update; 28-12-2014 Inmiddels heb ik drie prachtige kleinkindjes waarvan ik er er twee kan knuffelen en een kleine vluchtige ster is die ik voor altijd zie schitteren in de oogjes van haar broertje en zusje.
.
Labels:
2010,
2013,
2014,
amor,
houden van,
liefde,
menschen,
menschenkind,
wonderlijk
zondag 14 maart 2010
Schietgebedjes
Het is voor een atheïstische pacifiste niet zo eenvoudig om schietgebedjes te doen.
Voordat ik aan zo’n orale en verbale communicatie met Iets of Ergens begin, moet ik eerst oefenen. Daar moet ik wel het een en ander voor uit de kast halen.
Eens kijken wat ik verzameld heb:
Een beeldje van Maria van Lourdes, cadeautje van mijn zoon, min of meer in opdracht van een vriend die vond dat in elk Maastrichts huis een Mariabeeldje hoort.
Dat is één. Dan heb ik drie Boeddha’s een lekkere dikkerd, nog een vrolijke dikkerd en een wat bescheidenere filosofisch aandoende, niet al te magere. Om de positieve uitstraling die ze hebben, prettig om naar te kijken. Dat zijn er dus al vier.
Heb ik nog een hele mooie goud met rode engel aan de muur hangen, die lag in de uitdragerij en vroeg erom om meegenomen te worden; hij hoorde daar niet, net zo min als een speelgoedpopje in een vuilnisbak hoort, herken je dat? Hij hangt te beschermen, tegen wat….? Ik weet het nog niet. Later zal moeten blijken of ie zijn werk doet.
Nummer zes is een Zuid-Amerikaans kerststalletje in miniatuur en nummer zeven is een heksje van een centimeter groot, dat geluk zou moeten brengen. Wie niet gelooft in goden, gelooft ook niet in heksen of heiligen of Boeddha’s, maar als je schietgebedjes wilt zeggen, moet je toch wel wat hebben om tegenaan te bidden.
Wat geloven betreft, ik geloof niet meer zoveel, niet in de economie, niet in de politiek en ook niet in de wetenschap….op den duur leer je een ongelovige te zijn, nuchter en wachtend op een plausibele uitleg die als min of meer acceptabel overkomt. Ik geloof wel in mijn kracht en in het natuurlijke verloop van de dingen.
Maar nu, nu moet ik schietgebedjes doen, het natuurlijke verloop van de dingen wil ik niet afwachten.
Elke keer dat ik onder de engel door loop, prevel ik dat hij niet op mij moet letten, alsjeblieft, er is een menschje dat meer bescherming nodig heeft. De Boeddha’s hebben sinds vandaag elk een eigen kaarsje, de verlichting, van angst en boosheid en nare gedachten!
Maria moet, als moeder, maar weer eens een wonder verrichten, daar staan de boeken vol van, vooruit, nog één keertje! Het kerststalletje is zoals het moet worden, dat is het vooruitzicht. En het heksje gaat in mijn broekzak elke keer als ik het huis uit ga, voor het geval dat…..
Zo oefen ik al meer dan een week schietgebedjes op mijn verwonderde huisgenootjes; voorheen werden ze vrijwel alleen afgestoft, nu zijn ze omringd met geurkaarsjes en bloemen.
Hypocriet? Ik denk het niet, ik heb nooit veel gevraagd, altijd vertrouwd op mijn drijfveer, mijn kracht, mijn gezond verstand en mijn passie voor het leven, ook als het allemaal niet zo goed ging. Maar nu gaat het niet meer om mij. Nu heb ik hulp nodig, van buitenaf, van dichtbij en ver weg, van hoog tot laag…. om er voor te zorgen dat het kleine menschje gezond en goed geboren wordt. Het moet nog geholpen worden, de wetenschap heeft een minuscuul foutje ontdekt en dat was geen afspraak.
Schietgebedjes dus, elke vijf seconden eentje, overdag bij elke stap, ‘s nachts bij elke zucht. Maandag een scan, donderdag nog een echo en dan nog de laboratoriumuitslagen. Geen tijd te verliezen! Maria, die van Lourdes heeft een prominente plaats, omdat ze vrouw is en dus ( volgend de overleveringen) weet hoe het werkt om een menschje te maken. De Boeddha’s zweten van warme vlammetjes, geeft niks, ze staan al een tijd relaxed vrolijk te wezen, nu is het hard werken geblazen, positief blijven denken! Mijn engel hangt boven mijn hoofd, geconcentreerd, met gesloten oogjes en de handjes samen gevouwen, goed zo!
Het heksje protesteert in mijn broekzak, weinig ruimte natuurlijk, maar helaas, als ze haar best doet mag ze er over 4 maanden uit!
Ik voel me sterk genoeg om vrolijk te zijn als het menschje met de makers in de buurt zijn.
Maar voor het leven van het menschje kan ik niets anders doen dan alleen de schietgebedjes:
Alsjeblieft, alsjeblieft, alsjeblieft!
@Gavi Mensch
Maastricht 14-3-10
UPDATE: Maastricht, 25-9-2013
Bij mijn oudste kleindochter bleek alles goed te zijn ze is bovenmatig intelligent en een regelrechte topper in alles. Mijn kleinzoon is van het zelfde laken een pak.
Nu 3 1/2 jaar later heb ik weer al mijn wonderdoeners nodig. Mijn derde kleinkind in wording moet door de keuring heen. De eerste gehad en net zoals bij mijn oudste kleindochter zag men allerhande kleine zaakjes die niet zo hoorden te zijn. Het is misschien veel gevraagd, maar ik wil deze ook recht van lijf en leden, dat wens ik ...meer dan wat dan ook!
Ik heb dus nergens tijd meer voor.
Nu weten jullie waarom.
Mensen die mee gebedjes willen schieten zijn van harte welkom.
UPDATE: Maastricht 3-10-2013
Ook deze kleindochter is goedgekeurd door de medische 20weken-echo-commissie, met dank aan de bijzondere kinderneurologe, de mankementjes zijn waarschijnlijk voorkomend bij vrouwen in mijn familie.
Wereld, maak u maar op voor de zoveelste eigenzinnige, intelligente, originele en sterke vrouw!
En aan alle gebedjes schieters heel veel dank.
.
zondag 28 februari 2010
Een autonome zenuwknoop.
Ik schrik soms van mijzelf als ik terug lees wat ik jaren geleden geschreven heb.
Dagboeken en schriften vol verdriet en eenzaamheid, niemand om mee te praten over wat me werkelijk bezighoudt.
Bladzijden vol angsten en oplossingen voor het niet bang zijn.
Grijze luchten en sombere dagen; dromen van de zon en de zomerwind.
Was alles dan zo zwart?
Of heb ik alleen opgeschreven wat ik niet wilde hoeven onthouden?
Want wat ik in mijn herinnering heb is niet zwart.
De onmogelijkheid om achtenveertig uren in één dag te stoppen en het toch doen.
Lachen omdat ik het gewonnen heb van de klok. Samen zingen op de fiets om half zeven 's ochtends. Elke schooldag een ik hou van jou' briefje in haar broodtrommeltje.
Het is helemaal niet zwart, de herinneringen zijn alle kleuren van een geklutste regenboog, rommelig vrolijk, veel herinneringen zijn zeepbelletjes die zo af en toe uit mijn hoofd ontsnappen.
In één van die doorzichtige bellen zie ik mijzelf en mijn gedachten drijven naar buiten; ik zie een moment van meer dan vijfentwintig jaar geleden:
Alleen in mijn grote bed, mijn studieboeken naast me en het dagboekje van de crèche van mijn kind op mijn buik, schrijven over vandaag voor morgen. Soms weet ik niet echt wat te schrijven, weet ik niet hoe haar dag was, avonddiensten zijn niet goed voor ons. Ik klap het boekje en mijn ogen dicht en zet even mijn verstand op nul.....even maar.
Midden in de nacht wordt ik wakker, het licht nog aan.
Het is koud op zolder en de regen lekt tussen de pannen en de spanten door.
Ik hoor mijn kind onrustig ademen in haar droom en heb al een voet uit bed, als ik een diepe zucht hoor en een genoeglijk omdraaien. Ze giechelt in haar slaap. Vlug trek ik mijn voet weer onder de stapel dekens.
Ik schaam me omdat ik in slaap gevallen ben. Eén van mijn studieboeken is op de grond gegleden en is opengevallen op de bladzijde van het hart. Ik pieker er niet over om mijn blote arm onder de dekens vandaan te halen om het op te rapen.
Het hart, orgaan waar zo veel overgeschreven is, gedichten en proza, is niet meer als een pomp.
Hier het bloed erin en daar er uit. Tja, dat houdt dus het tempo erin.
Er staat niets bij het plaatje over houden van. Daar is dit hart niet voor. Houden van zit in een ander hart.
Een moederhart, een kinderhartje.
"En waar zit dat dan", vraag ik me af en kijk nog eens over de rand van het bed naar de afbeelding. 'Zenuwknoop voor het autonoom functioneren van het hart', staat er onder een ander plaatje, een schema in het zwart met rode zigzag lijntjes.
"Dat lijkt meer op een moederhart", denk ik hardop, "zwart met rode kabeltjes die alle gevoelens in stand houden, rode kabeltjes van liefde die maken dat het andere hart blijft pompen.
In een kinderhart zit al zo'n zelfde knoopje, geweldig toch, morgenochtend twee armpjes om mijn hals en een warm kindje dat dicht tegen me aanschuift totdat de wekker gaat. En in het kwartiertje dat we zo liggen pompt mijn hart een half uur bloed door mijn vaten; van elk kwartier kan mijn liefde een half uur maken en zo kom ik aan de energie voor een lange volgende dag".
In het kamertje aan de andere kant van de koude zolder hoor ik mijn kindje praten in haar slaap. Vertelt ze zichzelf wat ze mij niet heeft kunnen vertellen voor ze naar bed ging?
Mijn hart knijpt een beetje en mijn voeten schuiven onder de dekens vandaan. Behendig omzeil ik de bakjes waar de regen in drupt, plink-plonk, ik rol mijn kindje in haar deken, til haar op en draag haar terug naar het grote bed. Ik veeg de rest van de studie boeken eraf en leg mijn kindje er voor in de plaats. Zo hoort dat.
Het bed is ineens niet zo groot meer en de nacht niet meer zo koud. Het plink-plonk klinkt ineens wel vrolijk en het warme lijfje vouwt zich tegen mijn buik. Mijn kindje draait haar hoofdje naar me toe en kijkt me door haar lange wimpers even aan. Dan trekt er een lachje over haar gezichtje en de oogjes gaan weer dicht. Ik kijk naar het mensje dat zich in mijn hart gevouwen heeft. Ik hoef even niks meer te weten over pompen en omlopen. Die zenuwknoop is veel belangrijker: die van mijn kind houdt mijn hart gaande en die van mij het hart van mijn kind.........
De volgende dag heb ik een examen. En als ik klaar ben met het geven van de uitleg over de pompfunctie zet ik er nog een regeltje onder in rode letters:
"De schrijver van dit anatomieboek is vergeten om bij het stukje over de zenuwknoop een tweede uitleg te geven, de zenuwknoop wordt gestuurd door liefde en als ik niet alle vragen goed beantwoord heb is dat omdat ik in plaats van te studeren, mijn kind naast me heb laten slapen, dat houdt mijn hart gaande en mijn energie op peil."
Ik heb er nooit iets over gehoord, ik had een negen voor het bijna foutloze examen.
En ook nog een goeie herinnering, die in geen enkel dagboek staat.
Die zit in mijn geheugen gegrift.
©Gavi Mensch
Uit mijn dagboek: Hinkend tussen twee gedachten©
Dordrecht, 1983
Maastricht, 2010
All rights reserved 2010-2013.
.







