Posts tonen met het label Hinkend tussen twee gedachten.. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hinkend tussen twee gedachten.. Alle posts tonen

donderdag 26 januari 2012

Crematie, einde van de relatie.

.

Eindelijk ben ik van hem af; na meer dan 40 jaar heb ik het mes gezet in onze relatie.

Hij begon zijn carrière bij mij als mooie jongen, om mee te pronken.

Hij was van het type niet erg intelligent maar wel slim.
Vaak wist hij zaken zo te draaien en keren dat het leek of hij mijn redder was.
Soms was hij dat ook.

Veel eenzame, droevige en depressieve momenten heeft hij aan mijn lippen gehangen, een beter klankbord had ik zelden.
Altijd in mijn buurt, hetgeen uiteindelijk ontaardde in stalking, totdat ik er ziek van werd.
Het elegante was er af, het gezellige al lang opgebrand.

Klaar ermee!

Ik heb mijn laatste sigaret gecremeerd en de as begraven.




©Gavi Mensch
24-1-2012




maandag 9 januari 2012

Dik

Januari is dé maand dat iedereen moppert over het dik zijn van zichzelf en anderen. Gek word je ervan! Ik mopper allang niet meer. Ik weet hoe het komt en ik weet dat ik niet meer van mijn life-savers af kom, dat ik gezond eet en dat ik het snaaien binnen de perken houd. Na 30 jaar jojo-werk heb ik het definitief opgegeven. Ik heb alle beweringen over dikkerds en de redenen waarom gelezen en bewerkt.

De conclusie is dat ik door gebrek aan doorzettingsvermogen rond ben en nu geen tientallen kilo's wil verliezen vanwege de vellen die er dan zo maar bijhangen. Ook al was het liedje van Herman Finkers een bijzondere opsteker. Ik kan alleen nog gered worden door iemand die zo over vellen denkt.

De vereisten om dik te worden zijn/waren deze, ik blik even terug, blikt u even mee?:

Genetische aanleg, weinig aan te doen en een levenlang oppassen. Kinderen maken met iemand die de aanleg niet heeft is wel handig omdat de kinderen daar dan minder last van hebben.

Als tweede kind in het (vier kinderen) gezin geboren worden, na een broer die verwend was en van alles deed om de aandacht te trekken. De band met mijn moeder was ongemakkelijk. Ook nog het enige meisje met een lieve maar veel te drukke vader, vooruit, voer voor onderzoekers. Emotionele 'ongebondenheid'.

Mijn grootmoeder was mijn steun en toeverlaat én rond én van het type dat dacht dat alles wel goed kwam als je maar at. Met niet of weinig eten was ze het niet eens, de lieverd, en bij elk ongemak werd er een appel van zolder gehaald en in de oven gestoofd, met kaneel en suiker.

Misbruik en mishandeling eerst door broers en later door partners leidde tot het bouwen van letterlijke muren om me heen. Buffer- en buffelzone's. Ook leidden de traumatische zaken tot een nog net niet vernietigend zelfbeeld en depressies. Geen enkel plezier zo groot als proeven, kauwen en doorslikken, het voldane gevoel komt van buiten.

Liefde maakt slank, verliefd zijn maakte dat de kilo's eraf vlogen. Relaties zijn echter een moeilijk punt voor misbruikte vrouwen. Het niet voldoen aan de eisen van de partner, iets waar ik vreselijk hard mijn best voor deed, het daarop volgende niet voldoen aan je eigen eisen, maken dat je weer terug valt op oude voldoeningen.

Zorgen dat je weinig tijd over hebt om iets aan jezelf te doen, werkte bij mij ook averechts. Fulltime banen als alleenstaande moeder met twee kinderen én quality tijd, gaven weinig ruimte voor fitness, tennis en hockey. Zwemmen deed ik nog wel, vreemd genoeg heb ik nooit moeite gehad met het rondlopen in een badpak. En fietsen, als een gek, alles ging op de fiets! Elke dag vers koken, met veel groenten, zonder vet en zelden toetjes. Snoep had ik vanwege tandartskosten en kleurstofallergie van de jongste zelden in huis. Mijn grootste zonde: brood; mijn persoonlijke fastfood tussen de bedrijven door.

Aan beweging lag het niet, aan ongezond eten of het echte fastfood ook niet. Het niet hebben van geld voor dure diëten was wel een punt. Lijnen was meer afzien dan vervangen.
En 1000 calorieën zijn te weinig voor een fulltime werkende en veelal in de avonduren nog studerende verpleegkundige. Dat was misschien wel ludiek geweest als ik om 10 uur had kunnen opstaan en een beetje rondtutteren in huis, shoppend met slanke vriendinnen en /of wachtend tot kinderen en lief zich weer zouden melden. Mijn bedrijvigheid vroeg altijd om meer dan dat.

Narigheid en dik(of broodmager) zijn hebben wat mij betreft alles met elkaar te maken. Psychologen en psychiaters begrijpen dat nog niet zo erg en diëtisten ook niet. Of misschien snappen ze het wel, maar hebben zijn ook geen oplossing?

De klap op de vuurpijl bleek de wetenschap dat doodgaan niet erg is. En dat het onverbiddelijke einde altijd op de loer ligt. Dat PMS iets typisch vrouwelijks is en dat je met het gen voor dik worden ook nog andere genen hebt. Zoals die van vaten met dunne plekjes in je hoofd, iets waar je mee geboren wordt. En dat die kunnen klappen, ook dat weet ik. En dat de reparaties daaraan jaren van je kalender schrappen. Een wat meer 'fatalistische' gedachtegang maakt dat je uiterlijk en omvang niet meer zo belangrijk zijn.

Dikke mensen worden vaak voor dom versleten. Die bewering heb ik ervaren en heeft me geleerd om degene die me daarmee om de oren slaat, steevast een uitermate cynisch staaltje van mijn buitengewoon hoge IQ op het bord te leggen.

Zo sta ik bekend als mondig, scherp en vaak sarcastisch. In combinatie met niet echt assertief zijn is dat een nare zaak, voornamelijk voor mij.

Want de angst voor agressie en de afkeer van ruzie zorgt ervoor dat ik makkelijk voor het karretje ben te spannen, was te spannen, want dat werkt niet meer. Ik heb geleerd om te vluchten, voor zowel degenen die vinden dat dik dom is als voor degenen die mij denken te kunnen gebruiken.

En zo is het gekomen. Ik lees de tweets van Ivan Wolffers en de health goeroes, zie de reclames van de geldrovende dieetmiddeltjes en  hoor de mannen met bierbuik die zeuren over een kilootje meer van hun toch al broodmagere verloofdes. En de uitroepjes van magere vrouwen die, 'Oh Hemel' niet meer in maatje 38 passen. Ik zie fitness centra, goed en goedkoop, met huppelmeisjes in minimale kledij en vervelende blikken. En weet van ronde vrouwen die verdrietig zijn. Van meisjes met anorexia. Van verzekeraars die per extra kilo extra premie willen, van vliegmaatschappijen die meer gaan rekenen voor overgewicht.

Ik denk dan maar dat ik, als alleenstaande, de enige ben die er last van heeft en dat ik daar wel mee heb leren leven. Dat ik probeer om de omvangrijke zaken zoveel mogelijk in de hand te houden. Dat mijn werk er niet onder lijdt. Dat mijn liefde voor de medemens nog steeds groot is. Dat ik een rasechte survivor ben. Dat het elastiek in mijn broeken verstelbaar is. En dat ik van mij houd omdat ik voor 90 % een goed mensch ben, een goede moeder en grootmoeder en omdat ik het verdien!

En dat ik maagbandjes geen goede oplossing vind. Een breinbandje eventueel nog wel.


“There are 3 billion women in the world who don’t look like supermodels, and only 8 who do.”
Anita Roddick, Bodyshop founder


©Gavi Mensch
Nederland BV, 9-1-2012

 .

maandag 3 mei 2010

Vier mei



Het is half acht en er klinkt tromgeroffel op het plein.

Mijn vader heeft net de vlag uitgehangen, niet helemaal omhoog. Hij wappert sloom voor het raam van mijn kamertje.
Het tromgeroffel komt steeds dichterbij en bezorgt me kippenvel. Er klopt iets niet in het ritme van de slagen. De tranen schieten in mijn ogen, maar ik huil niet. De opgesloten tranen maken rechtsomkeert en verstoppen mijn keel. Ik slik. 
Het tromgeroffel is nu onheilspellend dichtbij. Ik ga uit bed en kijk uit het raam. De trommelaars komen net de hoek om. En er achter aan lopen een heleboel mensen met sombere gezichten en donkere kleren. Ze dragen bloemen en kransen, maar het blijft een speciaal verdrietig gezicht.

Plotseling ontdek ik mijn grootmoeder. Ze heeft haar zondagse jas aan en een plechtige zwarte hoed op. Ze loopt langzaam mee met de mensen die allemaal star voor zich uit kijken. Ik klop op het raam maar ze hoort het niet en ik durf ook niet harder te kloppen. Ik mag alleen wakker blijven als ik stil ben.

Ik pak mijn boek weer op, maar ik durf niet te lezen. Het is een vrolijk boek en vrolijk is niet goed vandaag. Behalve het steeds minder luide getrommel hoor ik niets. Er is geen verkeer op straat, ik hoor de treinen niet.
Ik denk dat er iets mis is. 
Angstig kruip ik uit bed en sluip naar het trapgat en gelukkig hoor ik gedempte stemmen in de woonkamer. De tranen, die nog steeds in mijn hoofd zitten, glijden langzaam naar buiten. Luidruchtig haal ik mijn neus op.
Mijn moeder heeft het gehoord en roept dat ik naar bed moet gaan en dat ze dadelijk de vlag wel binnenhaalt. Haar stem klinkt hard in de stilte

Na een tijdje hoor ik mijn vader naar boven komen, hij hoest altijd op de trap.
Hij komt zachtjes mijn kamer in en ik zie door mijn oogharen dat hij de vlag eerst helemaal omhoog hijst en daarna naar binnen haalt. Terwijl hij de vlag opvouwt, zucht mijn vader een vlaag van verdriet mijn kamertje in.


Ik doe net of ik slaap, maar mijn vader zegt zachtjes welterusten en gaat weer naar beneden. Het lijkt een soort geheimpje; hij weet dat ik niet slaap, maar hij verwacht ook geen antwoord. Waarschijnlijk hebben wij geheimpjes, omdat mijn broers geen vlaggenstok voor hun raam hebben. 


En morgenochtend komt hij weer de vlag hijsen maar dan helemaal naar boven. 
Dan zijn er weer trommelaars maar vrolijke van Jubal, het muziekkorps. 
Dan heb ik geen tranen in mijn keel maar vlinders in mijn buik.
Want onze vlag en alle andere vlaggen in de straat én de muziek zijn speciaal voor mij. 
Dan lacht mijn vader en geeft me een kus.

Want morgen ben ik jarig, op Bevrijdingsdag!



©Gavi Mensch
Dordrecht,1958
Jerez, Spanje: 4 mei 2005, 20.05u.
Maastricht, 4-5-2010

zaterdag 1 mei 2010

Visite van de koningin.

Gemopper uit Middelburg, veel last en ongemak en waarvoor nou helemaal?
De koningin komt langs, ze komt op visite. Veel overbodige en voor iedereen onhandige zaken. Het doet een beetje denken aan zo'n ouderwets kinderliedje: "De koningin van Lombardije, die ging uit rije, die ging uit rije…."

Wat is er toch voor bijzonders aan een koningin? Het is niet mijn bedoeling om haar naar beneden te halen, maar ik krijg het ook niet voor elkaar om haar op een voetstuk te plaatsen. Ik heb dat niet zo in me, dat ophevelen van eigenlijk toch maar gewone mensen. Of ze nou Beatrix heten of Benedict of Barack of Jaap of Geert…..
Zelfs gewóne gewone mensen wil ik niet allemaal op visite, waarom zou ik de loper moeten uitleggen voor iemand die als ze tegen of over mij spreekt, het heeft over het volk?



Als Beatrix me een mailtje zou sturen met de vraag of het me uitkomt dat ze langs komt voor een kop koffie en een praatje, zou ik, voornamelijk uit nieuwsgierigheid, 'Ja' zeggen.
Ik wil wel weten wat Bea drijft om maar op die troon te blijven zitten. Maar interessanter is het om te weten hoe het gaat met een andere alleenstaande vrouw met grote kinderen en aanhang en een drukke baan.

Het zou een visite worden zonder gedoe, gewoon even aan tafel, onze vier stevige pootjes eronder en onze ellebogen erop, vooruit voor deze keer mag dat.
Gewoon een mok met lekkere, vers gezette koffie ( geen senseo), een puntje pruimenvlaai ( Maastrichts) en een oranje servetje met rode balletjes.
Vlaai uit de hand, ik heb natuurlijk geen taartvorkjes.

En dan de openingszin:
- Leuk hoor dat we elkaar nou eens persoonlijk treffen-
-Hoe gaat het met je? Eerlijk zeggen! -
-Met mij gaat het redelijk, beetje druk, de kinderen zijn wel uit huis, maar baren toch de nodige zorgen.-
-En als 55+-er maar door blijven werken, tja soms is het wel vermoeiend.-
-Heb jij dat nou ook, zulke moeie benen 's avonds?-
-Ja en dikke voeten-
-Ananas en cranberrythee, dat helpt mij goed en even de benen omhoog.-
-Ik begreep uit je mailtje dat we allebei al meer dan 40 jaar werken, lang wel eigenlijk, met al die dubbele functies.-
-En we doen het toch maar, alleenstaanden, t is niet zo simpel als het lijkt, toch?-
-Je hebt gelijk, hmmm gezellig, even zomaar kletsen met iemand…..-

We zouden een klein uurtje volpraten over onze gemeenschappelijke vrouwenzaken, over de kinderen en onze werkzaamheden, over het alleen zijn en over kunst. Geen woord over politiek, over wereldzaken, niets over de buren of over al die andere ver van ons bed dingen, geen woord! Dat is niet leuk als je ergens even op visite bent.



Als ze weggaat, zie ik weer die twee kuiltjes naast haar glimlach, leuk smoeltje denk ik dan! 
Ik loop nog even met haar mee tot aan de auto.
Zij slaat een arm om mijn schouder en bedankt en ik geef haar twee van mijn klinkende kussen op haar rimpelige wang en bedank ook.
We beloven wat vaker te mailen en elkaar op de hoogte te houden van wat er zoals speelt.
En als ze weg rijdt, zwaaien we nog even en dan ga weer naar binnen. Aardig mens, denk ik dan, en ook geen eenvoudig leven. Gewoon 's morgens wachten op de Volkskrant en 's middags op het NRC en voor het naar bed gaan je tanden poetsen en een nachtcrème op de rimpels. En je tussendoor bedenken dat er toch wel veel overbodige rompslomp is in het leven.
Geen voetstukken, geen bewondering voor iemand die ik alleen ken van 'horen zeggen'. Zolang ik die mensen niet persoonlijk op de koffie heb gehad, moeten ze het doen met mijn mening over het geheel, als 'volk' zijnde heb ik daar recht op.

Zo op visite, gaan of krijgen, maakt het niet uit wie de openingszin doet.



©Gavi Mensch
Maastricht 30-4-2010

Foto's van Vincent Mentzel


donderdag 29 april 2010

Lintjesregen

Het regent lintjes hier en daar, ja ook hier, ondanks de Limburgse zon. Koninginnedag wordt hier maar mondjesmaat gevierd. Het is meer de vrije dag op vrijdag. Ze hebben niet zo'n band met Holland maar van lintjes lusten de Zuid-Nederlanders wel pap.
Die lintjesregen lijkt me wel leuk om te zien, naar beneden dwarrelende allerhande lintjes: satijnen en katoentjes, rood, wit, blauwe en paarse lintjes. Oranje, gele en groene (milieuvriendelijke) lintjes. En natuurlijk ook door-het-lintjes, wormenlintjes en zaaglintjes.
Naar het schijnt kun je iemand opgeven om zo'n lintje te mogen vangen en/of te laten opspelden, dat heet dan 'een lintje krijgen'. Veel mensen die iets aardigs hebben gedaan krijgen een lintje, soms ook mensen die al 40 jaar op dezelfde werkplek gezeten hebben. Sommigen krijgen er een indrukwekkende titel bij cadeau, je koopt er niks voor maar het staat wel leuk: Ridder Albert en jeetje hoe noem je een vrouwelijke ridder, Ridderes? Of Ridster? Of Ridderin Anneke, staat dat een beetje op je CV?
Er zijn mijns inziens ook wat vreemde decoratiekeuzes. Eén voor de kapper en één voor een dame die veel geld heeft verdiend door anderen aan het werk te zetten, één voor een ex-DJ, één voor een restaurantgidsinspecteur(?) annex kok. En nog een voor een hooggeleerde weermeneer en ook een voor een journaalmevrouw. Er is ook iemand Lid geworden zag ik, in de Orde, dat is wel makkelijk als er gestaakt gaat worden op Koninginnedag, orde en netheid, lekker calvi-nederlands!
Heel veel (3637) vrijwilligers krijgen alleen een lintje, geen titels natuurlijk, daar waren er niet zo veel van. Ik gun het iedereen van harte en allemaal erg gefeliciteerd!
Een leuke traditie? Welnu, ik ben er niet zo kapot van, ik heb liever persoonlijk liever een boekenbon en de vrijwilligers ook, denk ik, hoewel die erkenning voor je inzet op zich wel erg prettig is.
En wie krijgen er nou wéér geen lintje? Ik heb een korte lijst, maar ik vermoed dat iedereen er wel een zou kunnen maken. De mijne: Meneer J. van 87 die al 50 jaar voor zijn invalide vrouw zorgt. Mevrouw P, die al haar hele leven generaties buurkinderen van een kopje thee voorziet als ze uit school komen en nog een uur ouderloos zijn. Jan M. die al twee jaar de hond van zijn moeilijk lopende buurman uitlaat, minstens 2 x per dag. Tineke S, die meekookt voor Els, alleenstaande moeder met 3 kleine kinderen en een pokkebaan. En dan mijn vriendinnen, mijn vrienden en mijn nichten, die hebben ook een lintje verdiend. Voor het mij uit de put kletsen, voor het telefoneren met mij, voor de mij toegestoken handen, al vele jaren! Voor het opmaken van het logeerbed en de kosjere maaltijd en het broodje zuurkool. De oeverloze hoeveelheid thee en koffie en de glaasjes wijn niet te vergeten. Voor de boterkoek en de heerlijke propmacaroni.
En voor mijn kinderen! Die krijgen niet zomaar één lintje, die krijgen een hele rol, dan kunnen ze ook uitdelen!
En behalve het lintje krijgt natuurlijk iedereen een boekenbon én een bosje bloemen, wat heb je nou aan alleen een lintje? Ik heb maar een uurtje de tijd om van die vrolijke lintjesbui te genieten, ik werk! Iemand moet op de patiënten letten. Als ik morgen nou ook nog wat extra uitbetaald krijg omdat het een feestdag is, kan ik weer een boekenbon en misschien een bloemetje kopen.
Uiteindelijk is het dus een vicieuze cirkel: 't is wat je Trix-d'r-dag zou kunnen noemen en zij deelt alleen maar lintjes uit, maar ik krijg wat extra's voor mijn werk op haar dag en daar kan ik dan weer iets mee kopen om weg te geven. Logisch toch?
Daar zou zij zélf een lintje voor moeten krijgen.




P.S. Als ik de koningin zou zijn, zou ik trouwens wel een écht feestje geven, voor iedereen, van mijn eigen geld en bij mij in de tuin!




@Gavi Mensch
Maastricht, 29-4-2010

zaterdag 3 april 2010

Slap links geklets.


.
Ik wordt beticht van slap links geklets, eens kijken wat ik daarmee kan in het kader van de opbouwende kritiek die ik op mijn blog krijg.
De meeste critici (en die zijn er) sturen gelukkig een mailtje!

Wat is slap? Waarschijnlijk is het slap om geen specifieke opinie op tafel te willen gooien alleen maar omdat die je zo voorgekauwd is; slap is dus als je er over nadenkt? Een opinie hebben die overeenkomt met opkomen voor de zwaksten is slap?

En links? En als je die opinie dan ook opschrijft op je blog dan is dat slap links geklets? Buah, het is maar net hoe je het bekijkt. Vanuit het standpunt van sommigen kan wat ik schrijf soms slap links geklets zijn, gelukkig hoeft niemand daar van wakker te liggen.

Het woordje slap kan ik voor veel zaken gebruiken maar het enige dat slap is aan míj is mijn vel, mag, ik doe er al bijna 58 jaar mee. Ooit een leren handtas gezien die 58 jaar gebruikt is en die nog net zo stijfjes is als in het begin? Nee meneer, het leer wordt slap enne............in die tas kun je, juist daardoor, meer proppen als vroeger.

Slap is ook zo'n mannending als er niet ergens een stimulans van uit gaat, al was het maar van de viagra en een 58 jarig mannending is 90% van de tijd slap is mij verteld, meestal zijn het de eigenaren van het ding die daar over uitweiden, als een soort van waarschuwing? Slap is ook het koord waar je je op beweegt als je met je lezers in discussie gaat. Maar het is ook slap om niets te doen met commentaar op je schrijfsels.

Tot zover slap, nu links! Links ga ik niet weer- en niet uitleggen.
Links is links, da's duidelijk, toch? Alle moeders zijn links om mee te beginnen en alle verpleegkundigen ook en eigenlijk alle vrouwen, behalve types zoals GlossyGerda en Margareth Thatcher , maar dat zijn uitzonderingen en bevestigen de regel. En ik ben mijn hele leven al links. Rechts ben ik alleen als ik met een pen schrijf en om op de fiets te stappen. Verder is alles links. Het natrappen van de zwakkeren is niet mijn ding, in tegendeel, ik ben zo sterk ( en dus niet slap) dat ik wel voor twee kan knokken en dat doe ik dan ook.
Als moeder ben ik links, bescherm en verdeel, de zwaksten komen altijd eerst. Moeders delen ook hun lijf, het vlees en hun salaris enne.....eerlijk willen delen schijnt links te zijn . In tegenstelling tot graaien, dat is echt rechts.
Als verpleegkundige maak ik er mijn dagtaak van om links te zijn, eerst de ( lichamelijk, sociaal en mentaal) zwakkeren en dan de rest, de gezonde haantjes de voorsten hebben mij niet zo nodig.
En als vrouw, ik deel me, punt. Ik ben in staat om me in tweeën te delen( ik maak nieuwe mensen uit mij), ik deel met mijn vrienden en vriendinnen en als het even meezit het bed met mijn lief; ik slaap ook, voor de kijkers, links. Ik ben niet uiterst, maar ook niet gematigd, gewoon links.

Dus van het slap links geklets heb ik nu twee woorden onder de loep genomen. Rest mij nog de behandeling van 'geklets'. Daar moet ik over nadenken....... tja, het kan zijn dat ik teveel klets, dat is natuurlijk vervelend voor anderen. Helaas ben ik veel alleen en heb weinig mensen om tegen te kletsen; tegen mijn collega's en patiënten en ook tegen mijn menschen práát ik meestal, soms wat slap geouwehoer rondom een flesje wijn...... Maar ik geef toe, vooruit dan....: ik klets alleen op papier en soms op mijn blog en dus niet eens hardop. Daar zou ik dan volgens de criticus iets aan moeten doen? Dat wordt moeilijk, ik vind het bloggen en twitteren en schrijven in forumverband leuk en spannend.

Dit blog had in 9 weken meer dan 725 bezoekjes en er zijn 1500 pagina's bezocht en gelezen ( 3 minuten gemiddeld per pagina) en aardig wat terugkerende bezoekers en dat vind ik toch leuk! Daar ga ik mooi nog niet mee stoppen, met mijn geklets! Ik kan de delete-knop natuurlijk aanbevelen aan degene die het geklets vindt, het lezen is geen must, het mag en als het gaat irriteren dan is het altijd mogelijk om de blog alerts bij de junkmail te dumpen of me even te vragen ze niet meer te sturen, zo simpel!

Maar ik zou dat jammer vinden, want ik heb ook graag (genuanceerd) commentaar op wat ik er uitgooi, ik hoor graag een intelligente(re) opinie, dan heb ik weer iets om over na te denken en om over te schrijven. Zo hou ik de grijze massa soepel. Mijn eventueel slappe mening ruil ik graag voor een betere, ik neem de kritiek op het kletsen graag voor lief en mijn ideeën blijven links!

Accipere quam facere praestat iniuriam!
Ave!



©Gavi Mensch
Maastricht, 03-04-2010

donderdag 1 april 2010

Boer-K.

Het is toch wat, zelfs de minirok heeft niet zoveel protesten uitgelokt en dat zal wel een reden hebben. Ik weet nog steeds niet wat ik nou vind van die Boer-K dracht.
Ik heb daar wisselende gevoelens over.

Net zoals ik die ook heb over volleyballen op een 40+naaktstrand. Of over alle maten naveltruitjes. En ook over dragqueens en Gothic's. Die vallen bij mij allemaal onder de noemer 'onduidelijkheden op esthetisch gebied'.
Ik ben me 's morgens vroeg wel eens rot geschrokken op de Amsterdamse Straatweg in Utrecht, toen er uit de mist ineens een 'iets' in een wapperend zwart kleed naast me opdook. Ik viel bijna van mijn fiets af en kon het ding niet gelijk plaatsen. Een non? Een pater? Het reed voor me uit en ik zag het pas toen het de fiets neerzette voor het station, het was een mens, een vrouw denk ik, in Boer-K!

Onprettig als je iemands gezicht niet kunt zien. Dat heb ik ook met mensen die steevast hun zonnebril ophouden, ook in een gesprek en met gehelmde en gebivakmutste mensen, ik zie graag gelaatsuitdrukkingen.
Ik versta het Meestrichs eigenlijk alleen maar als ik de mensen zíe praten. Mimiek!
Maar bij de dragers van Gothic kleding en bij sommigen met een naveltruitje kan ik door de hoeveelheden make-up ook geen mimiek meer ontdekken.

Even terug naar de Boer-K.
Ik had net besloten me niet meer te ergeren aan de gehoofddoekte Hollandse caissières van de AH's in Rotterdam en Utrecht. Ik moet er eigenlijk wel om grinniken, wat een stomme manier van protesteren tegen de gevestigde orde. Een minirok was veel leuker geweest, zelfs een punkkapsel zit niet vervelend.
Zoveel moslima's die volgens de wetten van de Islam leven zijn er niet, noch onder de oude, noch onder de nieuwe Nederlanders.
Net zomin als alle langgerokte zwaar gereformeerde meisjes de grijze knotjes van hun moeder overnemen vanwege de sobere religieuze intenties. Het is vaak een kwestie van erbij horen! Waar de ene platte schoenen en hooggesloten bloesjes draagt met lange mouwen, draagt de andere een Boer-K.
Ik weet zeker dat het de goden worst zal zijn wat sommige vrouwen (moeten) doen om zich zo onaantrekkelijk mogelijk te maken.

En daar komt dan mijn twijfel, waarom moeten de vrouwen  met Boer-K eigenlijk onaantrekkelijk zijn voor de buurman? Is het een grijpgraag en willen ze hem ontmoedigen? Of is hun vader of broer of partner er niet zo zeker van dat hij zelf zijn handen thuis kan houden en zoals de waard is...? Daar begin ik te protesteren, niemand hoeft mij te vertellen dat ik een Boer-K aan moet om er zo naar mogelijk uit te zien, ik wens dat ook andere vrouwen dat niet hoeven. Maar als ze me gaan verbieden om in een Boer-K te lopen als ik dat wil, gooi ik al mijn andere kleren weg en mogen ze kiezen, bloot of in Boer-K. Ik bepaal wat ik wel of niet draag! En als die moslima's geen Boer-K aanwillen, dan ben ik er voor om het ding helemaal te verbieden. En als moslims eisen dat hun vrouwen een Boer-K dragen mogen ze van mij terug naar Boer-K land, maar dan wel zonder die vrouwen!

De Belgen hebben besloten om parlementair tegen Boer-K's te zijn. Hetgeen averechts gaat werken, vrees ik. Moslima's mogen dan niet meer de straat op van hun starre mannen, niet meer naar school van hun vaders, net zoals gebeurde bij de pogingen tot het verbieden van hoofddoekjes. En wie is daar de dupe van? Juist, die vrouwen. Nou wordt het wel tijd dat ze hun mond open gaan doen, maar zolang als er andere redenen zijn om hen in een hoekje te zetten zullen ze zich als groep verdedigen door te datgene te dragen wat hen als groep zichtbaar en sterk maakt.

Of het nou gaat om b-h-loze en tuinbroek dragende dolle Mina's (was trouwens ook niet altijd prettig dragen, maar voor het goede doel) of in Boer-K's gehulde vrouwen, vind ik een verbod niet op zijn plaats. Zolang het niet om belemmering in de vrijheid van vrouwen gaat, maar alleen om het afstraffen van 'afwijkend van het gangbare' of over de angst van conservatieve of domme kwezels, heeft de democratie daar niets mee van doen.

Over de 'must' van goed ingeburgerde nieuwe Nederlanders, daar mag het parlement zich over uitspreken wat mij betreft.  Niet over een groep, niet over een religie!
Maar laten ze dan eerst maar racisme en reli- en andere pedo's, getrainigspakte bumperklevers, graaiende veel te veel verdienende en draaikonterige politici plaatsen op het lijstje van 'Verboden'!


Over vrijgemaakt gereformeerde dames is niet één foto en zelfs geen spotprent te vinden, geen humor die lui;-)


©Gavi Mensch
Maastricht, 01-04-2010
All rights reserved 2010-2013



UPDATE: 13-11-2013 via https://www.facebook.com/WOMENSRIGHTSNEWS


UPDATE 17-8-2016 http://nos.nl/artikel/2126395-boerkini-staat-voor-kabinet-niet-ter-discussie.html



UPDATE 17-8-2016 http://nos.nl/artikel/2126370-boerkini-verbod-in-frankrijk-komt-niet-heel-onverwacht.html  



UPDATE 15-8-2016
https://nl.wikipedia.org/wiki/Boerkini
Voormalig staatssecretaris Jet Bussemaker is van mening dat de boerkini bijdraagt aan de integratie van moslimvrouwen in de sport, omdat de moslima's daarmee ook gewoon naar het zwembad kunnen.....


OPINIE:
Ik ben van mening dat de vrijheid om te sporten de vrouwen niet gegund wordt door hun religie. Ik denk dat de sportkleding daar weinig mee te maken heeft. Veel vrouwen mogen niet zwemmen van hun man omdat er ook mannen in het zwembad zijn. Jongetjes mogen maar tot 10 jaar met hun moeder mee. En voor de meisjes van een jaar of 8 krijg je dan dit:


 Een maatje 128 in burkini????? Schande om vrouwen zo te beperken. Het moet maar eens afgelopen zijn. 




Ik blijf de humor inzien van de discussie maar ondertussen kan ik wel janken. Ik hoop dat het verbod leidt tot mondigere vrouwen die de neerbuigende dwang van het reli-manvolk (dat altijd met twee maten meet) van zich af weten te schudden.

Update 18-8-2016

http://secondnexus.com/social/iranian-men-don-hijabs/?utm_content=inf_10_1164_2&tse_id=INF_398e83f060e411e68f671fd17f1d08ad



Update 12-12-2017 Als een idee bijgeschaafd wordt.....

Berkan Günel veranderde van mening.... ook goed, beter zelfs, voor hen.  (voor artikel klik op de naam)




.

maandag 1 maart 2010

Lessen van Anna 2


Ik zie het voor me, ik lucht mijn hart.

Het vernuftige orgaantje verwijder ik even: scalpel, sneetje, bloed en hup...naar buiten ermee, in de frisse zuurstofrijke lucht. Even uitwaaien. En daarna? Hou ik het dan in mijn handen, zoals bij  een 'Jezus van het heilig hart'? Of hang ik het bij de fris gewassen lakens buiten aan een ijzeren waslijn? Met de knijpers aan de aorta?




Zou het niet prettig zijn als je dat geluchte hart eerst even kon schoonspoelen voordat het weer teruggeplaatst wordt? En een scheutje 4711?
Ik bedoel maar, al het oude verdriet eruit, de kamers even schrobben, de kleppen in de was, boenwas, dat ruikt ook nog lekker. De sores, die als cholesterol aan de vaten kleeft, wegschuren met zand, zeep en soda. Grote schoonmaak, het is voorjaar, vooruit met de geit!




Anna, mijn lieve en wijze grootmoeder, zou mij aankijken met haar blik van voorzitster van de Vereniging van Plattelands Vrouwen. “Orde, orde in de zaal!”
En ze zou mij vragen: “Kleindochter, waar ben je nu mee bezig?”
“Ik ben mijn hart aan het luchten, Oma, het was smoezelig van het hartzeer, het rook ook niet zo fris. Waarschijnlijk van al die nare belevenissen, die als je ze niet opruimt toch gaan liggen rotten.”

Grootmoeder zou haar hoed wat rechter op haar grijze krullen geplant hebben de hoedenpin opnieuw hebben vastgestoken en over haar bril naar me gekeken hebben, een denkrimpel tussen haar lieve ogen.
En ze zou haar hoofd geschud hebben, dat wist ze van te voren, dat ze haar hoofd ging schudden. Daarom moest die hoed goed vast zitten. Je kunt je kleindochter niet serieus toespreken met een wiebelende hoed.

En dan zou ze zeggen dat een hart gemaakt is om bloed door te pompen, het bewijs dat je leeft.

 “Alleen de doden kunnen niets meer leren van hun sores. Verdriet is een grens, daar kun je braaf achter blijven liggen huilen, maar je kunt er ook overheen. 
Hoe goed is dan het terugkijken! Dan heb je de sores achter je gelaten! 
Lieve kind, wat wil je met een schoon hart? Een schone lei, dat begrijp ik, maar een vlekkeloos hartje, dat eenmaal schoongemaakt wel weer 100 jaar meegaat? Wil je 130 worden soms? En waar ga je dan aan denken als je oud bent en de eerste 30 jaar van je leven mist?”

Anna hoefde niet vaak haar hart te luchten. Ze accepteerde het leven zoals het was. Veel gedaan, veel meegemaakt. 92 geworden en in mijn armen haar laatste adem uitgeblazen. Verzetsvrouw, moeder van lastige kinderen, een dove man en nooit te beroerd om iets voor ons te doen. Mijn voorbeeld, denk ik nu.


Niet nodig dus, je hart luchten. ”Vertel je verhaal maar”, zou ze zeggen,”dan ben je het kwijt. Laat je hart maar waar het hoort. Een enkele onregelmatige slag, maakt dat je je bewust bent van het tijdelijke, van dat je verder moet en niet terug”.

Ik vertel nu dus af en toe mijn verhaal, daarna moet ik verder. Verzamelen voor als ik oud ben, iets hebben om op terug te kijken. Het vertellen van het verhaal is een soort geheugentraining. 


Voor later, voor als mijn kleindochter zegt: “Oma, Ik moet mijn hart luchten.”
Dan moet ik met mijn doordringende ogen en lachrimpels naar haar kunnen kijken en mijn woeste krullen in bedwang houden, om serieus te lijken. En razendsnel de sores de revue kunnen laten passeren.
En bedenken dat mijn kinderen daar tussen zaten, het ook overleefd hebben en mijn kleinkinderen daar hun wijsheden uit moeten putten.
En dan moet ik glimlachend kunnen zeggen: “Lieve kind, wat moet je nou toch met zo’n schoon hart?”

Time flies!




©Gavi Mensch
Dordrecht 1985/Utrecht 2009

All right reserved 2009


.


zondag 28 februari 2010

Een autonome zenuwknoop.




Ik schrik soms van mijzelf als ik terug lees wat ik jaren geleden geschreven heb.
Dagboeken en schriften vol verdriet en eenzaamheid, niemand om mee te praten over wat me werkelijk bezighoudt. 
Bladzijden vol angsten en oplossingen voor het niet bang zijn. 
Grijze luchten en sombere dagen; dromen van de zon en de zomerwind.

Was alles dan zo zwart? 
Of heb ik alleen opgeschreven wat ik niet wilde hoeven onthouden?
Want wat ik in mijn herinnering heb is niet zwart. 
De onmogelijkheid om achtenveertig uren in één dag te stoppen en het toch doen.
Lachen omdat ik het gewonnen heb van de klok. Samen zingen op de fiets om half zeven 's ochtends. Elke schooldag een ik hou van jou' briefje  in haar broodtrommeltje.
Het is helemaal niet zwart, de herinneringen zijn alle kleuren van een geklutste regenboog, rommelig vrolijk, veel herinneringen zijn zeepbelletjes die zo af en toe uit mijn hoofd ontsnappen.
In één van die doorzichtige bellen zie ik mijzelf en mijn gedachten drijven naar buiten; ik zie een moment van meer dan vijfentwintig jaar geleden:

Alleen in mijn grote bed, mijn studieboeken naast me en het dagboekje van de crèche van mijn kind op mijn buik, schrijven over vandaag voor morgen. Soms weet ik niet echt wat te schrijven, weet ik niet hoe haar dag was, avonddiensten zijn niet goed voor ons. Ik klap het boekje en mijn ogen dicht en zet even mijn verstand op nul.....even maar.

Midden in de nacht wordt ik wakker, het licht nog aan.
Het is koud op zolder en de regen lekt tussen de pannen en de spanten door. 
Ik hoor mijn kind onrustig ademen in haar droom en heb al een voet uit bed, als ik een diepe zucht hoor en een genoeglijk omdraaien. Ze giechelt in haar slaap. Vlug trek ik mijn voet weer onder de stapel dekens. 
Ik schaam me omdat ik in slaap gevallen ben. Eén van mijn studieboeken is op de grond gegleden en is opengevallen op de bladzijde van het hart. Ik pieker er niet over om mijn blote arm onder de dekens vandaan te halen om het op te rapen.


Het hart, orgaan waar zo veel overgeschreven is, gedichten en proza, is niet meer als een pomp. 
Hier het bloed erin en daar er uit. Tja, dat houdt dus het tempo erin.
Er staat niets bij het plaatje over houden van. Daar is dit hart niet voor. Houden van zit in een ander hart. 
Een moederhart, een kinderhartje.

 "En waar zit dat dan", vraag ik me af en kijk nog eens over de rand van het bed naar de afbeelding. 'Zenuwknoop voor het autonoom functioneren van het hart', staat er onder een ander plaatje, een schema in het zwart met rode zigzag lijntjes. 
"Dat lijkt meer op een moederhart", denk ik hardop, "zwart met rode kabeltjes die alle gevoelens in stand houden, rode kabeltjes van liefde die maken dat het andere hart blijft pompen. 
In een kinderhart zit al zo'n zelfde knoopje, geweldig toch, morgenochtend twee armpjes om mijn hals en een warm kindje dat dicht tegen me aanschuift totdat de wekker gaat. En in het kwartiertje dat we zo liggen pompt mijn hart een half uur bloed door mijn vaten; van elk kwartier kan mijn liefde een half uur maken en zo kom ik aan de energie voor een lange volgende dag".

In het kamertje aan de andere kant van de koude zolder hoor ik mijn kindje praten in haar slaap. Vertelt ze zichzelf wat ze mij niet heeft kunnen vertellen voor ze naar bed ging?
Mijn hart knijpt een beetje en mijn voeten schuiven onder de dekens vandaan. Behendig omzeil ik de bakjes waar de regen in drupt, plink-plonk, ik rol mijn kindje in haar deken, til haar op en draag haar terug naar het grote bed. Ik veeg de rest van de studie boeken eraf en leg mijn kindje er voor in de plaats. Zo hoort dat.

Het bed is ineens niet zo groot meer en de nacht niet meer zo koud. Het plink-plonk klinkt ineens wel vrolijk en het warme lijfje vouwt zich tegen mijn buik. Mijn kindje draait haar hoofdje naar me toe en kijkt me door haar lange wimpers even aan. Dan trekt er een lachje over haar gezichtje en de oogjes gaan weer dicht. Ik kijk naar het mensje dat zich in mijn hart gevouwen heeft. Ik hoef even niks meer te weten over pompen en omlopen. Die zenuwknoop is veel belangrijker: die van mijn kind houdt mijn hart gaande en die van mij het hart van mijn kind.........

De volgende dag heb ik een examen. En als ik klaar ben met het geven van de uitleg over de pompfunctie zet ik er nog een regeltje onder in rode letters:
"De schrijver van dit anatomieboek is vergeten om bij het stukje over de zenuwknoop een tweede uitleg te geven, de zenuwknoop wordt gestuurd door liefde en als ik niet alle vragen goed beantwoord heb is dat omdat ik in plaats van te studeren, mijn kind naast me heb laten slapen, dat houdt mijn hart gaande en mijn energie op peil."

Ik heb er nooit iets over gehoord, ik had een negen voor het bijna foutloze examen.
En ook nog een goeie herinnering, die in geen enkel dagboek staat.
Die zit in mijn geheugen gegrift.




©Gavi Mensch
Uit mijn dagboek: Hinkend tussen twee gedachten© 
Dordrecht, 1983 
Maastricht, 2010

All rights reserved 2010-2013.

.



zondag 21 februari 2010

Bibelebontse berg

Ik zeg het nog wel eens op, het rijmpje uit mijn kindertijd. De Spaanse tweeling van15 maanden, waar ik ruim een jaar voor gezorgd heb, moet er om lachen. Al die b's achter elkaar geven de kinderen een kans om een letter te leren die in het Spaans niet  echt bestaat. Op de bibelebontse berg wonen bibelebontse mensen en die bibelebontse mensen hebben bibelebontse kinderen en die bibelebontse kinderen eten bibelebontse pap met een bibelebontse lepel uit een bibelebontse nap.
Het klinkt leuk en aangezien het geen rijmpjes zijn waar je inhoudelijk op in gaat, heb ik er verder nooit bij stil gestaan waarom de inhoud voor mij altijd iets irritants heeft gehad.

Toen ik gisteravond thuiskwam, na een paar uurtjes bij de tweeling te zijn geweest, ze zijn ziek, virusjes van de crèche, zat ik met dat rijmpje in mijn hoofd. En met de vraag of die bibelebontse mensen wel eens van die berg waren af geweest, of ze wel eens iets anders gegeten hadden dan die pap en of die kinderen ook met een vork konden eten, als ze groter werden.
De indirecte aanleiding voor deze vragen, was het gedrag van de oma's van de tweeling, jaloers, zoals alleen Spaanse vrouwen dat kunnen zijn, op mijn makkelijke omgang met de kinderen.

De ene oma is een ongemakkelijke vrouw, die haar zoon aanbidt en haar schoondochter in een hoekje schuift en de andere oma is een onderwijzeres met een groot hart en een benauwd kleine visie op de wereld.
De ene oma is ronduit onbeleefd tegen mij en als ik binnen kom draait ze zich van mij af en met haar rug naar me toe eist ze ogenblikkelijk alle aandacht op van haar zoon of, zoals gisteren, van haar schoondochter. De andere oma doet net alsof alles wat ik doe fantastisch is, prijst me de hemel in, maar ik weet dat ik zelf maar uit moet zoeken hoe ik daar moet komen, ik weet 't immers allemaal zo goed....

Het gesprek komt op de voeding van de kinderen, ze zijn te veel afgevallen en de ene oma is van mening dat er nu maar stevig voer in moet, hetgeen onmogelijk is want de kinderen verdragen nog steeds weinig. De andere oma wil er zuigflessen vol melk en granen in, maar dan wel zes keer per dag en ook dat gaan de baby's niet redden. De moeder zit er een beetje radeloos bij en kijkt naar mij. Ik weet dat, wat ik ook zeg, het altijd bij beide oma's in slechte aarde zal vallen, zij hebben hordes kinderen grootgebracht vroeger, niks geen crèches of zusters die voor de baby's zorgden.
Ik zit qua generatie niet ver van de oma's van af, maar ik woonde niet op de bibelebontse berg en ik heb er ook niet gewerkt.
Dus zeg ik tegen de moeder dat ze het goed doet, beetje bij beetje en dat ze het gewoon elke dag een beetje moet opvoeren en als de kinderen niet meer spugen, kan ze wat extra's aan hun eten toevoegen. De moeder kijkt me dankbaar aan.

De ene oma begint nu te sneren over mijn enkelbandje en mijn prachtige rode trui met v-hals waar haar kleinkinderen zo dankbaar gebruik van maken door hun koortsige koppies op het onbedekte driehoekje van mijn borst te leggen.
"Vrouwen van onze leeftijd doen geen enkelbandjes meer om en onder die trui kun je beter een hemdje doen, voor de inkijk", zegt de ene oma en de sfeer in de kamer wordt gevoelig. Ik lach en zeg nog niks, noch niet, het is voor Mamen, de moeder van de tweeling, al moeilijk genoeg. De andere oma deelt mee dat ze zo weg moet en dat ze een taxi gaat bellen. Ze kijkt naar mij en ik zeg dat ik haar wel naar huis wil brengen maar dat ik weet dat ze het eng vindt bij mij in de auto, auto rijden is niks voor vrouwen van onze leeftijd, dat heeft ze me ooit eens toevertrouwd. Zelf rijdt ze gelukkig al jaren geen auto meer omdat ze bang is van al het verkeer om haar heen. En ik vervolg met de mededeling, dat ik op de fiets ben en dat ze, als ze wil,wel achterop mag.

Ik had niet zoveel effect verwacht. "Op de fiets", gilt ze, "op de fiets, op jouw leeftijd, fietsen, en is er dan een fiets die jouw gewicht houdt....!"  Mamen, duikt eerst in elkaar en spreekt daarna haar moeder bestraffend toe. "Mamá , je lijkt wel gek, hoe kun je nou zoiets zeggen". Maar ik knik naar haar en kijk de ene 'met voldane blik in haar ogen'-oma en de andere, 'totaal opgewonden over haar durf'-oma beurtelings aan. Met één van die speciaal voor de gelegenheid gemaakte lachjes en een uitermate beheerste stem vertel ik beide dames dat ik het ze niet aanreken, beide zijn een paar jaar ouder als ik en hebben nooit iets anders gezien dan dát wat ze in de naaste omgeving hebben. Dat mijn tantes in Nederland op 82-jarige leeftijd nog fietsten en dat bleven doen totdat ze uiteindelijk vergaten waar ze hun fiets neergezet hadden. Dat het in Nederland gewoon is om een kind voorop de fiets te hebben, één achterop, een boodschappenmand aan het stuur en twee fietstassen aan de achterkant. Dat het milieu-vriendelijk vervoer is, goed voor moeders’ spieren en dat veel frisse lucht fantastisch is voor de kinderen, vooral om van de crèche-virusjes af te komen. Dat ik met een auto én een fiets onafhankelijk ben, maar dat ik me realiseer dat dames van hun leeftijd niets kunnen doen waarvan iemand ook maar iets zou kunnen zeggen, dat hun favoriete kleur al jaren grijs en beige is en dat ze gewoon jaloers zijn op mijn prachtige knetterrode ballerina's met strik. En dat ik zelfs niet begraven wil worden in de keurige dameskleding die ze dragen.

En dan schiet ik tot overmaat van ramp ook nog in de lach en Mamen lacht opgelucht mee. Zelfs de baby's moeten lachen. Iedereen lacht, behalve de oma's.

De oma's zijn opgegroeid op de bibelebontse berg en hebben nog maar voor een deel bibelebontse kinderen, die niet altijd meer bibelebontse pap eten en zeker niet met een bibelebontse lepel en bibelebontse nappen bestaan zelfs niet meer. Het wordt stilletjes op die bibelebontse berg. Veertig jaar nadat in de landen er omheen het bibelebontse al werd afgeschaft komt ook hier een anti- bibelebontse beweging. Het zijn de bibelebontse mensen op leeftijd die het proberen af te remmen , maar er is geen houden aan. Bibelebonts is uit en met die wetenschap probeer ik de mij toevertrouwde kindertjes op te voeden. De bibelebontse oma's zijn een uitstervend ras.

Ik geef mijn baby's een fles terwijl ik in het Nederlands "In de maneschijn" zing en na het eten speel ik nog even met hen op de grond; ik zeg in het Engels de kleuren van de ringen en zij doen ze zonder zich ook maar één keer te vergissen op het stokje. Zo werkt dat. Niks bibelebonts aan.


©Gavi Mensch
Jerez, 30-10-2007