Posts tonen met het label levensverhalen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label levensverhalen. Alle posts tonen

woensdag 10 februari 2016

De zure patiënt

.
Heb ik weer....bemoeizuster die ik ben.

Een ontzettend slecht verzorgd uitziende man zit aan een tafeltje achter mij vreselijk te hoesten. Ik schat hem op een jaar of 75 maar zeker weten doe ik het niet.

Ik vraag hem om een stukje van de krant waarvan hij de puzzel invult. Hij is dus wel bij de tijd. Ik kan een bladzijde krijgen. Ik blijf even staan en krijg dan nog een stukje. Ik bedank vriendelijk en ga weer zitten. De vreselijke hoestbuien houden aan. 
Het ongeknipte haar valt over zijn gezicht.

Hij heeft de krant uit en gaat ergens anders zitten. Ik sta op om de krant te pakken en zeg tegen hem dat hij mij wel bemoeizuchtig zal vinden. Hij kijkt verstoord. Ik twijfel maar vervolg dan toch: " Ik ben verpleegkundige en ik hoor dat u en hele nare hoest heeft. Misschien moet u even langs de huisarts." Woedend kijkt hij mij aan. 
Ik krijg een kleur van schaamte en van schrik. Waar bemoei ik me ook mee?


Dan snauwt de man: "Naar de dokter…..naar de dokter? 
Wat een geouwehoer. Ik ben vanmorgen ontslagen uit het ziekenhuis na een lever- en niertransplantatie." De baas van de lunchroom knikt beamend. 
En de revalidant gaat verder: "Dom, slap geouwehoer.... stomme bemoeizuchtige wijven...donder op mens!"


Ik schiet bijna in de lach maar kan nog net een pokerface opzetten.
De lachreflex is van de schrik van het nare antwoord en ook wel van de assertiviteit van de oude man. Ik wacht rustig op mijn koffie maar de man heeft een zondebok gevonden voor zijn ellende.
"Daar waren het ook al van die ouwehoeren, lullen de hele dag over niets. Zetten je na de operatie op een stoel. Zorgzaamheid? Noppes. Waardeloos. Als je alles zelf moet doen kun je die verpleegsters net zo goed ontslaan."
Ik mompel iets over verpleegkundigen in plaats van verpleegsters en vraag hoe hij zo snel weer op de been gekomen is. "Niet dank zij jouw soort", snuift hij.

Ik heb mijn koffie en voordat ik weer naar mijn tafeltje loop zeg ik dat hij de volgende keer ook maar moet vragen om een transplantatie van zijn humeur of van zijn hele karakter.
Ik hoor niets meer. Ik zie de buurtjes grinniken. De baas kijkt neutraal, hij zal het wel ongepast vinden. Maar hij controleert dan ook nog elke dag zijn volwassen zoon om te zien of die de lunchroom wel goed bestiert. Ook al zo'n mannetjesputter.

Enfin, ik kom nog wel achter de levensloop van de hoester. Iedereen kent iedereen in die buurt. Ik vermoed dat de man boos is omdat hij niet vertroeteld is. Ik vermoed ook dat hij geen vrouw heeft en er misschien ook nooit een heeft gehad.



Ik moest ook even slikken bij de gedachte aan zo'n mooie goedwerkende lever en zo'n prachtige nier in het lijf van zo'n vervelende man. 
En aan de donor.
Maar goed, daar ga ik gelukkig niet over.

Als verpleegkundige heb ik wel wat excuses voor de man, als mensch nog niet zo veel.

Volgende week weet ik meer. Wordt vervolgd




©Gavi Mensch

Nederland BV. 1-2-2016



woensdag 4 november 2015

Leven in een notendop 10



Ze schreeuwt tegen het katje. Verder heeft ze niemand. En ze wil ook geen zorg. 
Ik kom zogenaamd koffie drinken; dan geef ik medicijnen, ze heeft schizofrenie.

Ze gaat zitten en legt haar handen in haar schoot, de eeuwige stofdoek in haar tachtigjarige vuist geklemd. Ik zie roodomrande ogen. Ik vraag of ze al gegeten heeft. Dan huilt ze opeens, grote dikke tranen. Ze heeft geen geld meer. Brood nog wel, maar niets erop. 

Ik griezel van de superschone lege koelkast. Ik race naar de winkel voor beleg, fruit, vers brood, melk, eitjes; we drinken koffie. 

Ik ben dik over de zorgminuten heen.
Zíj is het gelukkigst met het bakje kattenvoer.

Ik schaam me voor ons systeem.
En u meneer Rutte?

foto NRC


Maastricht, 29-10-2011

Ook gepubliceerd op 120 woorden 


NB De reden dat deze patiënte geen geld had was omdat een familielid  haar zaken beheerde. Naar later bleek gaf hij haar weekgeld, noteerde dat en gaf haar de helft. Ook daar letten wijkverpleegkundigen op en maken het bespreekbaar. Soms met de huisarts en soms met een vertrouwenspersoon die het familielid er op kunnen aanspreken. Nu is daar geen tijd meer voor. 

Aan de goden overgeleverd, deze zeer kwetsbare patiënten......


Gavi Mensch
Maastricht,4-11-2015


donderdag 7 augustus 2014

Leven in een notendop 21





Een pubermeisje is het, met nukken, zoals dat hoort. 
Hoe kun je anders uitvinden wie of wat je bent? 

Ze is verslaafd aan van alles en woont sinds kort weer thuis bij haar vader. Haar moeder woont in de buurt en heeft MS en een aangepaste woning; ze wordt verpleegd door haar ex vriend. 

Mieke is boos op het leven, op haar gescheiden ouders, op de ziekte van haar moeder en op haar begeleiders. 
Haar behandeling bestaat niet, de begeleider neemt alleen papieren met haar door. 
Van het frequente blowen schiet ze in psychoses en als ze weer in het heden valt, wil ze niet meer leven. 

Misschien heeft Mieke alleen een soort oma nodig? 
Uithuilen en samen opnieuw proberen?







Gavi Mensch 
Utrecht, 21-7-2009 
Uit het archief:  Levensverhalen in 120 woorden
All rights reserved 2014



maandag 13 januari 2014

Leven in een notendop 19




Rust

Opeens was het stil, geen woord meer.
Van de buurvrouw hoorde ik dat hij dood was aangetroffen met de pijp nog in de mond, die hij dus ook niet aan Maarten gaf, de egoïst. En een lege drankfles.
Waaraan hij stierf? Ach, hij had standaard zuurstof tekort; hij kwam zelden het huis uit en alles was hermetisch afgesloten. Dan was er het alcoholprobleem, het tekort aan beweging en natuurlijk de tabakverslaving
.
Maar het meest waarschijnlijk leek dat hij was gestorven aan zichzelf.
Aan zijn paranoïde angsten, zijn levenslange leugens en jaloezie en zijn haat jegens iedereen die hem tegensprak.
Daarom staat er op zijn grafsteen: “Rust in vrede”.
Niemand had het lef om de waarheid in steen te beitelen.


©Gavi Mensch
Maastricht,12-1-2014

All rights reserved 2014



Eerder in soortgelijke vorm gepubliceerd op 120w.nl

zaterdag 20 juli 2013

Denkend aan Ramses

Een uniek mensch! 

Met deze tekst altijd actueel.... het laatste optreden!


Ramses Shaffy - Liesbeth List:  Pastorale


Mijn hemel blauw met gouden hallen
Mijn wolkentorens, ijskristallen 
Kometen, manen en planeten, aah alles draait om mij 
En door de witte wolkenpoort tot diep onder de golven 
Boort mijn vuur, mijn liefde, zich in de aarde 
En bij het water speelt een kind 
En alle schelpen die het vindt gaan blinken als ik lach. 

'k Hou van je warmte op mijn gezicht 
Ik hou van de koperen kleur van je licht 
Ik geef je water in mijn hand 
En schelpen uit het zoute zand 
Ik heb je lief, zo lief 

Ik scheur de rotsen met mijn stralen 
Verhoog de meren in de dalen en 
Onweersluchten doe ik vluchten, aah als de regen valt 
Verberg je ogen in mijn hand 
Voordat m'n glimlach ze verbrandt 
M'n vuur, m'n liefde, mijn gouden ogen 
't Is beter als je nog wat wacht 
Want even later komt de nacht en schijnt de koele maan 

De nacht is te koud, de maan te grijs 
Toe neem me toch mee naar jou hemelpaleis 
Daar wil ik zijn alleen met jou 
En stralen in het hemelblauw 
Ik heb je lief, zo lief 

Als ik de aarde ga verwarmen 
Laat ik haar leven in m'n armen 
Van sterren weefde ik het verre, aah het noorderlicht 
Maar soms ben ik als kolkend lood 
Ik ben het leven en de dood 
In vuur, in liefde, in alle tijden 
M'n kind ik vraag je, kijk omhoog 
Vandaag span ik mijn regenboog 
Die is alleen voor jou 

Nee nooit sta ik een seconde stil 
'k Wil liever branden neem me mee 
Geen mens kan mij dwingen wanneer ik niet wil 
Wanneer je vanavond gaat slapen in zee 
Geen leven dat ik niet begon 
En vliegen langs jouw hemelbaan 
Je kunt niet houden van de zon 
Ik wil niet meer bij jou vandaan 

Ik heb je lief, zo lief 
Ik heb je lief, zo lief 
Ik heb je lief, zo lief 
Ik heb je lief, zo lief 
Ik heb je lief, zo lief 


©Gavi Mensch
Nederland BV, 20-7-2013.





.

maandag 8 april 2013

Allemaal op die troon of geen van allen?




Hoe was het ook weer, het streven?
O ja, het streven was naar gelijkheid. Iedereen gelijk, iedereen op zelfde hoogte.

En dat wil zeggen dat we allemaal even veel waard zijn, om met onze voorouders slavendrijvers te spreken. Misschien waren mijn voorouders wel slaven, wie zal het zeggen.
Inschrijven bij de burgerlijke stand is simpel maar ik vraag me af hoeveel kinderen er de afgelopen pakweg 1000 jaar niet onder de naam van de biologische vader zijn ingeschreven. Of wél onder de naam van de niet biologische moeder.

Ik ga er voor het gemak maar even van uit dat we allemaal via het zelfde gaatje defeceren (stomabezitters uitgezonderd) en dat dat maakt dat we van een en dezelfde diersoort afstammen. En dat ons dat absoluut gelijken maakt.

Is dat de reden dat de zeer jonge man bij een onnozel uitzendbureau mij als heel veel + bij de voornaam noemt en het op je en jij gooit? Nee, dat is een verschil in evolutie en opvoeding, of omgekeerd. Moet ik dan wel iemand hoogheid noemen terwijl ze net zo lang is als ik? Is u en mevrouw over en weer niet gewoon genoeg?

Ik ken mijn stamboom vanaf 1653, 299 jaar voordat ik geboren werd. Mijn lieve neef Bert heeft dat voor onze familie uitgezocht. Hoeveel kan er fout gaan in 300 jaar, misstappen van iemands anders betovergrootvader/moeder en klaar ben je. Weet je nooit meer waar je vandaan komt, wel als wie je ingeschreven staat, dat wel.

Stel nou eens dat Albertine Agnes met een van mijn voorvaderen een scheve schaats had gereden en die voorvader had het daaruit ontsproten kindje ingeschreven als het zijne, dan zit dat kindje misschien wel meer in de lijn der verwachte troonbestijgers dan Willem A.

Toch?

Van de afkomst van het huidige koningshuis zijn allee n de inschrijvingen bekend, de roddels ( uit de serie rook/vuur)en de overeenkomsten van sommige kinderen met of hun vader of zomaar een vrouw uit het 'volk'.
Dat moeten ze allemaal zelf weten, het kan me echt niet boeien wie het met wie deed, het leest weg als een wat stijf geschreven: 'Lieve Lita'.

Maar nu, die mensen die ingeschreven staan onder de naam van Oranje Nassau, zeggen recht te hebben op een troon. En daaruit vloeit voort dat een democratisch parlement bij troonwisselingen een eed moeten zweren aan een nieuw niet gekozen staatshoofd.  

Wie zijn er nog meer van Oranje en Nassau? Of Jansen Nassau Of van Oranje Smit? Nou? We kunnen allemaal wel koninklijk zijn. Als ik mijn adem lang genoeg inhoud wordt mijn bloed vanzelf blauw.


Men hoeft natuurlijk nooit trouw te zweren aan mij, gewoon omdat dat 1. niet nodig is, 2. erg hypocriet is en 3. mijn DNA niet met dat van Beatrix vergeleken kan worden.




Of we gaan allemaal op die troon of geen van allen.
Als Willem A. zich kandidaat stelt voor het presidentschap van de Nederlandse Republiek en hij wordt gekozen, is het nog vroeg genoeg om een stoel op te knappen.






Gavi Mensch
Republiek BV, 8-4-2013


Links naar de veronderstelde narigheden zijn verwerkt in de tekst.*-*




.

zondag 3 maart 2013

Gastpoëet Ton Broekhuisen

.

Vergeet je pijn / ik ben al onderweg / jouw zondag kan niet meer stuk / of ben ik verwaand als ik dat zeg?





Speciaal voor mij van Ton op zondagmorgen, ik leg het vast voor het nageslacht en een toekomst zonder zorgen.



Meer van dit moois op Typisch Ton 



GaviMensch:
3-3-2013


.


woensdag 30 januari 2013

Leven in een notendop 14-15-16


.

Levens in een  in een notendop zijn verhaaltjes in 120 woorden over opmerkelijke levens van mijn patiënten of ex-patiënten.




Leven in een notendop 14


Ze heeft een grote zwarte stamboomloze hond, Max genaamd, verder heeft ze niemand.
Ze woont al 62 jaar in aangepaste stoelen, met en zonder wielen.
De hulpverlening vermoeit haar veel te veel. Ze kan ook niet meer met de verzorgenden overweg: “Ze worden steeds slechter opgeleid, al die mooie hulpmiddelen en ze snappen er niets van”.
Martha moet bijna elke dag instructies geven aan een 'nieuwe', over de tilliften en de speciale matten en spalken.
Eigenlijk wil ze niet meer. Vaak wordt ze somber, zegt ze.
Dan vertelt ze over Max, die met zijn kop scheef zo verdrietig kan kijken als ze huilt
Om dan grijnzend te vervolgen: “Maar ik besluit telkens weer om door te leven tot ná Max”

10-7-2012



Foto D'May
Leven in een notendop 15

Pas stond ik bij de Marokkaanse supermarkt in mijn geboortestad toen ik een hand op mijn schouder voelde.
Een vrouw op leeftijd met prachtige ogen keek mij blij aan. “Soeste”, zei ze met kracht en gebaarde iets tegen de jonge vrouw die naast haar stond. Deze glimlachte en zei: “U hebt moeder 20 jaar geleden verpleegd na een hersenbloeding; u sprak Frans met haar en zette ons aan het huiswerk.”

Ik hoefde niet lang te denken. Een gezin met vier kinderen en een astmatische vader. Ik vroeg naar de andere kinderen.

“Allemaal een vak geleerd”, zei ze lachend terwijl haar moeder een klinkende kus op mijn arm drukte.
Het enige woord dat ze nog kon uitspreken bleek ‘zuster’ te zijn.

25-7-2012


Leven in een notendop 16

Sloffend liep ze naar de gang, draaide de hoofdschakelaar om, haalde de zekering eruit en ging naar buiten.
Daar zat ik dan, in het schemerdonker.
Op het nachtkastje stond een kaars; ik stak hem aan en ging weer zitten.
Ik moest het even tot mij door laten dringen.
De vrouw die zojuist vertrokken was, was al 50 jaar echtgenote van mijn patiënt.
Ik begreep haar zo goed, ik had zo erg met haar te doen. Ik keek naar de tiran die blijkbaar nog steeds angst aanjoeg, belde de begrafenisondernemer en vroeg om de patiënt toch maar snel op te halen omdat de elektriciteit afgesloten was en de koeling niet functioneerde.
Zijn laatste pesterijtje, dat van ‘thuis opgebaard’, zou niet doorgaan,

29 -1-2013



Eerder gepubliceerd op www.120w.nl




©Gavi Mensch
Nederland BV, 30-1-2013


Fotografie ©DMAY All rights reserved 2013.



.






woensdag 12 december 2012

Domme krachten


.





Het is allemaal anders, minder en lager, veelal dommer en brutaler.
Niet precies waar je het voor doet. Hard werken, goed opvoeden, kwaliteit proberen te leveren op alle vlakken. Het is een eenzame strijd. We zijn maar met zo weinigen.

Dit wordt een wat arrogant stukje; als je daar niet doorheen kunt kijken, kun je nu beter stoppen.

Iets wat ik nooit gedaan heb doe ik nu: 's nachts, piekeren. Nooit is niet helemaal waar. Ik piekerde wel eens hoe ik van mijn kleine salarisje twee kinderen moest grootbrengen. Hoe ik aan het eind van de maand toch dat tientje kon overhouden voor calamiteiten. Tot nu toe is dat gelukt maar niet zomaar.
                                           
Zuinig zijn was troef. Weinig voor mij, alles voor de drie musketiers. Mijn kinderen hebben eigen levens, zijn selfsupporting en hebben de juiste instelling  Ze kunnen, net als ik, lezen en schrijven, rekenen en zijn veelzijdig en creatief, intelligentsia met een open blik. Ze spreken minimaal drie talen vloeiend. En elke oprisping van een populaire narrow mind kan ik nog steeds weerleggen en hopelijk sturen.

Tegenwoordig lig ik wakker van de hoeveelheid idioten om me heen. Ongebreidelde egootjes, nitwitten met een blik van 'dat doe ik even', beneden gemiddeld intelligent, weinig ontwikkeld, onbereisd en niet belezen.


Zo'n MP als Mark Rutte, heeft hij wel eens ergens anders gekeken? Hoe het daar werkt? Iets van de grond af opgebouwd? Ik vrees van niet. Ik vind het een domme papegaai die zijn ambtenaren napraat, zelf geen mening heeft en zich heen en weer laat duwen. En slecht zijn talen spreekt, slecht rekent en veel jokt.
De meeste ministers zijn van hetzelfde laken een pak. Ondeskundig, egotrippend, star en narcistisch. Veel politici kunnen zich bij die groep voegen, dezelfde makelij. En zo ook zorgbestuurders, schoolleiders, directeuren van vastgoedcorporaties. Zakkenvullend en vriendendiensten verlenend.

'Gelukkig' vallen ze niet op noch in Europa noch in de rest van de wereld; het charisma, het normbesef, de eerlijkheid, de empathie en het IQ en EQ van de 'machtigste 'luitjes is middelmatig, als het dat niveau al haalt. Liegen en bedriegen, roven en valse beloftes, het is aan de orde van de dag. Een walgelijke maatschappij is het resultaat.

We zijn middelmatig geworden, las ik in de krant vanmorgen.
De besten moeten zich aanpassen aan de middelmaat. En de middelmaat is een maat die elke dag een tree lager komt te staan. Om op te vallen kun je nog hard gaan schreeuwen zoals de populistische ultra-rechtsen, de fascisten en racisten en de reli- en andere fanatici. 
Maar hoe harder ze gaan schreeuwen, des te meer laten ze zien hoe kort hun stof is.
Het laken voor dat pak is nog niet toereikend voor een korte broek.

Veel machthebbers spelen met ons leven en de inhoud ervan zoals kleine jongetjes met autootjes spelen. Hard tegen elkaar aan botsen, tegen de muur op rijden en dan gierend van de lach 'KNAL' zeggen; nooit hoor je 'KIJK UIT'.

Ze kijken niet vooruit. 
Ook de politici niet.
Dat we geen schulden mogen nalaten voor de volgende generaties is de grootste onzin die er is. 
We (de meesten van mijn leeftijd) hebben het land schuldenarm gewerkt, we zijn zuinig geweest, hebben gespaard van kleine salarissen. Huis afbetaald, schulden hebben was (en is ) niet handig.

'Knal', zegt de middelmaat, 'jullie zijn stom, als je schulden had gehad had je minder belasting hoeven betalen'. De wereld op zijn kop. Ik werk nu om de schulden van anderen ook nog weg te werken.
Ik protesteer dus op mijn manier.

Heel mijn leven het goede voorbeeld moeten geven. Aan lastige broertjes, aan medewerkers, aan mijn kinderen, aan de buren, aan collega's, aan patiënten, aan leerlingen, aan klanten.
Een taak die ik serieus genomen heb en waar ik trots op kon zijn. Niet altijd gelukt maar wel altijd nagestreefd. Nu bestraft!

Is het zinloos geworden om te proberen om de dingen zo goed mogelijk te doen?
De middelmaat om me heen maakt dat ik me steeds eenzamer ga voelen. Ik zal ook wel niet de enige zijn. Van mijn mensen hoor ik dezelfde klachten als hierboven. Populisme rekent op dat soort gevoelens maar aangezien populisten heel eenzijdig en vrij dom zijn, vervliegt hun boodschap voor deze in mijn buurt is.

Ik ben domme mensen spuugzat.
Ik heb weinig aansluiting, dat ligt geheel aan mij.
Ik hoef geen tv te kijken want over het algemeen erger ik me rot aan zoveel dommigheid.
De kranten lees ik nog, als er ten minste iets leesbaars in geschreven staat. Gebral lees ik ook niet. Ongecheckte feiten check ik meestal maar zelf.

Ik kan nog genieten van een spitse column, van aangrijpende muziek, van een goede film en van bijzondere kunst, van intelligente humor en van een goed geschreven boek. Ik geniet van mijn kinderen en kleinkinderen, van het geluk van anderen, van mijn vriendinnen en vrienden. Wat dat betreft prijs ik mij zeer gelukkig.

Helaas is het in mijn omgeving allemaal anders, minder en lager, veelal dommer en brutaler.
Ik ben er niet blij mee, dat is duidelijk!




©Gavi Mensch
Nederland BV,12-12-2012




dinsdag 7 februari 2012

Leven in een notendop 13

.

Mw. T. is 85, rijk en al heel lang weduwe. Ze is al jaren ziek en vreselijk eenzaam en zou eigenlijk opgenomen moeten worden.
De dochters vinden dat ze thuis moet blijven wonen; opname in een verpleeghuis slaat een gat in de erfenis.
Zo komt er 's morgens iemand van de thuiszorg en 's middags en 's avonds en ook 's nachts. Mw. T. is een moeilijke vrouw, verzuurd en slechtgehumeurd.
De dochters komen op visite en houden hun jas aan.
Alles wat je extra doet voor Mw. T. wordt dankbaar aanvaard en toch zuur afgewezen.

Opeens was ze toch opgenomen, bij de nonnen, gratis; omdat ze vroeger veel gedoneerd had. En zo werd het geduld van de dochters beloond.



 
©Gavi Mensch
Nederland BV, 12-1-12

Levens in een notendop zijn ook gepubliceerd op http://120w.nl       
.

donderdag 26 januari 2012

Crematie, einde van de relatie.

.

Eindelijk ben ik van hem af; na meer dan 40 jaar heb ik het mes gezet in onze relatie.

Hij begon zijn carrière bij mij als mooie jongen, om mee te pronken.

Hij was van het type niet erg intelligent maar wel slim.
Vaak wist hij zaken zo te draaien en keren dat het leek of hij mijn redder was.
Soms was hij dat ook.

Veel eenzame, droevige en depressieve momenten heeft hij aan mijn lippen gehangen, een beter klankbord had ik zelden.
Altijd in mijn buurt, hetgeen uiteindelijk ontaardde in stalking, totdat ik er ziek van werd.
Het elegante was er af, het gezellige al lang opgebrand.

Klaar ermee!

Ik heb mijn laatste sigaret gecremeerd en de as begraven.




©Gavi Mensch
24-1-2012




maandag 9 januari 2012

Dik

Januari is dé maand dat iedereen moppert over het dik zijn van zichzelf en anderen. Gek word je ervan! Ik mopper allang niet meer. Ik weet hoe het komt en ik weet dat ik niet meer van mijn life-savers af kom, dat ik gezond eet en dat ik het snaaien binnen de perken houd. Na 30 jaar jojo-werk heb ik het definitief opgegeven. Ik heb alle beweringen over dikkerds en de redenen waarom gelezen en bewerkt.

De conclusie is dat ik door gebrek aan doorzettingsvermogen rond ben en nu geen tientallen kilo's wil verliezen vanwege de vellen die er dan zo maar bijhangen. Ook al was het liedje van Herman Finkers een bijzondere opsteker. Ik kan alleen nog gered worden door iemand die zo over vellen denkt.

De vereisten om dik te worden zijn/waren deze, ik blik even terug, blikt u even mee?:

Genetische aanleg, weinig aan te doen en een levenlang oppassen. Kinderen maken met iemand die de aanleg niet heeft is wel handig omdat de kinderen daar dan minder last van hebben.

Als tweede kind in het (vier kinderen) gezin geboren worden, na een broer die verwend was en van alles deed om de aandacht te trekken. De band met mijn moeder was ongemakkelijk. Ook nog het enige meisje met een lieve maar veel te drukke vader, vooruit, voer voor onderzoekers. Emotionele 'ongebondenheid'.

Mijn grootmoeder was mijn steun en toeverlaat én rond én van het type dat dacht dat alles wel goed kwam als je maar at. Met niet of weinig eten was ze het niet eens, de lieverd, en bij elk ongemak werd er een appel van zolder gehaald en in de oven gestoofd, met kaneel en suiker.

Misbruik en mishandeling eerst door broers en later door partners leidde tot het bouwen van letterlijke muren om me heen. Buffer- en buffelzone's. Ook leidden de traumatische zaken tot een nog net niet vernietigend zelfbeeld en depressies. Geen enkel plezier zo groot als proeven, kauwen en doorslikken, het voldane gevoel komt van buiten.

Liefde maakt slank, verliefd zijn maakte dat de kilo's eraf vlogen. Relaties zijn echter een moeilijk punt voor misbruikte vrouwen. Het niet voldoen aan de eisen van de partner, iets waar ik vreselijk hard mijn best voor deed, het daarop volgende niet voldoen aan je eigen eisen, maken dat je weer terug valt op oude voldoeningen.

Zorgen dat je weinig tijd over hebt om iets aan jezelf te doen, werkte bij mij ook averechts. Fulltime banen als alleenstaande moeder met twee kinderen én quality tijd, gaven weinig ruimte voor fitness, tennis en hockey. Zwemmen deed ik nog wel, vreemd genoeg heb ik nooit moeite gehad met het rondlopen in een badpak. En fietsen, als een gek, alles ging op de fiets! Elke dag vers koken, met veel groenten, zonder vet en zelden toetjes. Snoep had ik vanwege tandartskosten en kleurstofallergie van de jongste zelden in huis. Mijn grootste zonde: brood; mijn persoonlijke fastfood tussen de bedrijven door.

Aan beweging lag het niet, aan ongezond eten of het echte fastfood ook niet. Het niet hebben van geld voor dure diëten was wel een punt. Lijnen was meer afzien dan vervangen.
En 1000 calorieën zijn te weinig voor een fulltime werkende en veelal in de avonduren nog studerende verpleegkundige. Dat was misschien wel ludiek geweest als ik om 10 uur had kunnen opstaan en een beetje rondtutteren in huis, shoppend met slanke vriendinnen en /of wachtend tot kinderen en lief zich weer zouden melden. Mijn bedrijvigheid vroeg altijd om meer dan dat.

Narigheid en dik(of broodmager) zijn hebben wat mij betreft alles met elkaar te maken. Psychologen en psychiaters begrijpen dat nog niet zo erg en diëtisten ook niet. Of misschien snappen ze het wel, maar hebben zijn ook geen oplossing?

De klap op de vuurpijl bleek de wetenschap dat doodgaan niet erg is. En dat het onverbiddelijke einde altijd op de loer ligt. Dat PMS iets typisch vrouwelijks is en dat je met het gen voor dik worden ook nog andere genen hebt. Zoals die van vaten met dunne plekjes in je hoofd, iets waar je mee geboren wordt. En dat die kunnen klappen, ook dat weet ik. En dat de reparaties daaraan jaren van je kalender schrappen. Een wat meer 'fatalistische' gedachtegang maakt dat je uiterlijk en omvang niet meer zo belangrijk zijn.

Dikke mensen worden vaak voor dom versleten. Die bewering heb ik ervaren en heeft me geleerd om degene die me daarmee om de oren slaat, steevast een uitermate cynisch staaltje van mijn buitengewoon hoge IQ op het bord te leggen.

Zo sta ik bekend als mondig, scherp en vaak sarcastisch. In combinatie met niet echt assertief zijn is dat een nare zaak, voornamelijk voor mij.

Want de angst voor agressie en de afkeer van ruzie zorgt ervoor dat ik makkelijk voor het karretje ben te spannen, was te spannen, want dat werkt niet meer. Ik heb geleerd om te vluchten, voor zowel degenen die vinden dat dik dom is als voor degenen die mij denken te kunnen gebruiken.

En zo is het gekomen. Ik lees de tweets van Ivan Wolffers en de health goeroes, zie de reclames van de geldrovende dieetmiddeltjes en  hoor de mannen met bierbuik die zeuren over een kilootje meer van hun toch al broodmagere verloofdes. En de uitroepjes van magere vrouwen die, 'Oh Hemel' niet meer in maatje 38 passen. Ik zie fitness centra, goed en goedkoop, met huppelmeisjes in minimale kledij en vervelende blikken. En weet van ronde vrouwen die verdrietig zijn. Van meisjes met anorexia. Van verzekeraars die per extra kilo extra premie willen, van vliegmaatschappijen die meer gaan rekenen voor overgewicht.

Ik denk dan maar dat ik, als alleenstaande, de enige ben die er last van heeft en dat ik daar wel mee heb leren leven. Dat ik probeer om de omvangrijke zaken zoveel mogelijk in de hand te houden. Dat mijn werk er niet onder lijdt. Dat mijn liefde voor de medemens nog steeds groot is. Dat ik een rasechte survivor ben. Dat het elastiek in mijn broeken verstelbaar is. En dat ik van mij houd omdat ik voor 90 % een goed mensch ben, een goede moeder en grootmoeder en omdat ik het verdien!

En dat ik maagbandjes geen goede oplossing vind. Een breinbandje eventueel nog wel.


“There are 3 billion women in the world who don’t look like supermodels, and only 8 who do.”
Anita Roddick, Bodyshop founder


©Gavi Mensch
Nederland BV, 9-1-2012

 .

donderdag 8 december 2011

Parlementaire enquête commissies

.


Het is koud en zonnig, het soort winterweer dat men gezond noemt. De rek is er een beetje uit bij mij, ik hoef nog maar 5 jaar te werken en de laatste 3 jaren waren een uitputtingsslag. Gezond is dus een must voor mij. Ik zoek een terrasje met verwarming en van die plaids die sinds het 'gezond buiten roken' overal op de rieten terrasstoelen liggen.

Ik snuif de koude lucht op en moet hoesten van de prikkels op mijn door teer, nicotine en fijnstof aangedane slijmvliezen. Ik bestel een koffie bij een rillende serveerster; een rotbaan moet dat zijn in de winter. Binnen in een gloeiend heet café de bestelling klaarmaken om die dan te serveren op een steenkoud terras.
Maar dan had ze maar iets anders moeten gaan doen, schiet het door mijn hoofd.
Ik schrik van mijzelf. Een dergelijk gedachte kan wel dagelijkse kost zijn voor het Kabinet en de rechtse politici, ik kan me die vlakheid niet permitteren, vind ik.

Als de vrouw mijn koffie brengt vraag ik haar of ze het naar haar zin heeft in deze baan. Ze kijkt me verbaasd aan. "Het is werk," zegt ze "het brengt brood op de plank en het had slechter gekund." Ze perst een lachje uit haar keel en vervolgt: "Ik heb nooit leuke banen gehad. Ik ben na mijn middelbare school direct gaan werken omdat ik thuis wegwilde, jong getrouwd en jong gescheiden. Ik heb een paar jaar een uitkering gehad; toen mijn zoons klein waren heb ik wat cursussen gedaan en daarna heb ik gewerkt, maar het leek nooit genoeg. Ik heb geprobeerd in de zorg te gaan werken, maar ik moest de opleiding zelf betalen en dat redde ik financieel niet en ook niet met de zorg voor de kinderen, kinderopvang kost een maandsalaris."

Ik knik begrijpend. Ik weet hoe zwaar dat is. Ze grijnst en loopt weg.

Ik staar voor me uit terwijl ik nutteloos in de koffie roer. Zoveel mensen tekort in de zorg, zoveel mensen die werk doen dat ze niet leuk vinden. Zoveel mensen die zorgen voor een gezin, voor anderen, voor ouders. Wie was het ook al weer die vorig jaar besloot dat mensen die ouder zijn dan 30 hun zorgopleiding maar zelf moesten betalen?

Ik zit hier opgebrand te zijn, met de serveerster erbij had ik waarschijnlijk geen 44-urige werkweken gehad.
Minister Bijsterveldt had het bij het verkeerde eind. Maar dat verbaast me niets. Minister Schippers had geen inzicht, geen interesse in oudere zorgwerkers. Samen wilden ze 'zorgverlenersvee'. Mensen die hard werken en niets vragen.

Over die verschrikkelijke domme misstappen worden over enkele jaren vreselijk kostbare parlementaire enquêtes gehouden; maandenlange verhoren over hoe het toch kon dat de hele zorgbranche was ingestort. Ik wil in die commissie:

Vraag van de Commissie: "Mevrouw Bijsterveldt, u was toen Minister van OCW, had u geen overleg met uw collega Schippers van Volksgezondheid destijds, die maar geen mensen kon vinden die in de zorg wilden werken?
Kunt u verklaren waarom men niet gezorgd heeft voor een subsidieplan, studiefinanciering of een dergelijke ondersteuning voor mensen ouder dan 30 die graag wilden scholen of omscholen voor het werken in de zorgsector?"

Antwoord van Mw. Bijsterveldt: "Er waren gewoonweg geen mensen die in de zorg wilden werken."

Vraag van de Commissie: "Mevrouw Schippers, u was toen Minister van VWS, had u geen overleg met uw collega Bijsterveldt van Educatie destijds, die maar geen financiering kon vinden voor mensen ouder dan 30 die in de zorg wilden werken?
Kunt u verklaren waarom men niet gezorgd heeft voor die ondersteuning en het aldus aantrekken van mensen voor de zorgberoepen?"

Antwoord van Mw. Schippers: "Er waren gewoon geen mensen die opgeleid wilden worden voor de zorg."

Vraag van de commissie: "Staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten heeft deze kwestie nooit meer aangekaart, kunt u aangeven waarom niet?"

Antwoord van Mw. Schippers: "Mw. Veldhuijzen heeft meerdere keren een motie van afkeuring en wantrouwen overleefd, de laatste keer heeft ze het bijltje er bij neergegooid, logisch toch? En dan gebeurt er niets meer. Voor een antwoord op deze vraag moet u dus bij de Tweede Kamer zijn."

De serveerster komt afrekenen. Ik vertel haar wat ik net heb zitten dromen en ze lacht. "Tja", zegt ze, "Ik zie wel eens stukjes van de enquête commissie op tv en denk dan dat ze het geld voor die commissies beter hadden kunnen besteden aan het creëren van banen. Maar ik denk ook dat het een mediaspektakel is om ons voor de gek te kunnen houden, die mensen zijn toch wel allemaal erg publiciteitsgeil. En negatieve publiciteit is ook publiciteit?
Bovendien blijven ze hun salaris doorbetaald krijgen terwijl ze vertellen dat het hun schuld niet was, nooit hun schuld, het was nou eenmaal zo".

Ik ben verbaasd en vraag waarom ze daar naar kijkt. Ze zegt dat ze toen ze jong was en net van de middelbare school af ook al eens een dergelijke parlementaire enquête commissie heeft gevolgd; toen ging het over opsporingsmethoden en de georganiseerde misdaad. Gangstergebeuren, aftredende ministers en er gebeurde verder niets.
"Dit land zit nog steeds vol met criminelen, op hoog niveau zelfs. U zit hier buiten te roken, binnen had ook  weer gemogen. Want volgens mij tellen de accijnzen op tabak meer mee dan de gezondheid; die lobby van Minister Schippers bij de tabaksindustrie zal wel onderwerp worden van de volgende parlementaire enquête commissie. En bovendien vindt Mw Bijsterveldt dat ik beter bij de kinderen kan blijven. Begrijpt u het nog?
Kijk, ik lees hier natuurlijk wel de krant, ik ben te oud voor een zorgopleiding, maar niet gek."

Ik betaal en geef fooi, slimme zorgwerkers die dat nooit mochten worden verdienen wel iets extra's.
Het wachten is op de volgende parlementaire enquête.








Gavi Mensch
Nederland BV, 8-12-2011


Ctrl+Klik op de dikgedrukte woorden voor de bijbehorende links

Update: Ik rook niet meer sinds februari 2012;-))

Update 6-6-2014:er is nog niets veranderd, jongeren van onvermogende ouders mogen levenslange leningen afsluiten, er zijn verpleegkundigen tekort en er zitten veel verpleegkundigen in de WW. Wanneer is de volgende parlementaire enquête  over het wegsluizen en misbruiken van studie en zorggelden?

Update ;-) 1-1-2015
http://www.skipr.nl/blogs/id2124-de-parlementaire-enquete-decentalisaties-zorg.html?utm_source=nibri&utm_medium=email&utm_campaign=Skipr+weekly+4-1


dinsdag 12 juli 2011

Brief aan Minister Schippers

.

Geachte mevrouw Schippers,

Het geachte blijft, ik heb dat zo geleerd, ook al acht ik u voornamelijk slecht geïnformeerd. U bent Minister van Volksgezondheid geworden simpelweg omdat er te weinig vrouwen in het kabinet zaten? Heeft u ooit iets begrepen van de situatie bij de patiënten/ cliënten? Nee?
En als ik nu eens een ander scenario schrijf?

Charlotte, 47 jaar oud, afgestudeerd en werkend. Altijd last gehad van PMS, geen echt licht op school, slechte concentratie door verstoring van de hormoonhuishouding. Het gebruik van de pil (nu uit het basispakket) verbetert de situatie enigszins. Gaat, omdat ze toch iets moet, iets studeren. Trouwt als ze 31 is.

Na het eerste kind krijgt ze een post natale depressie, vecht er tegen maar verliest die strijd telkens weer; ze blijft depressief. Haar sociale kring wordt kleiner. Psychiaters en psychologen (nu vrijwel onbereik- en onbetaalbaar) weten geen raad met haar situatie, wijten het aan een traumatische ervaring in haar jeugd. Charlotte tobt jaar in, jaar uit. De medicatie heeft veel bijwerkingen, ze wordt dikker en slomer, verwaarloost zichzelf en anderen. Ze wordt opgenomen als ze zegt een einde aan haar leven te willen maken omdat ze niet alleen zichzelf maar vooral anderen, haar dochter en haar man, tot last is.

Na een half jaar wordt ze, ingesteld op nieuwe medicijnen (de goedkope) naar huis gestuurd. De medicatie neemt elke mogelijke emotie weg en als een slap slablaadje ligt ze de hele dag op de bank of op bed. Ze krijgt een begeleider via het Riagg waar ze niets aan heeft, later een PGB waarmee haar man hulp inhuurt voor het huishouden en de dagelijkse zorg voor Charlotte en haar dochter. Haar man doet wat hij kan, maar rooit het niet altijd. De puberdochter doet ook haar best, maar is eigenlijk liever niet thuis, er is weinig.

Charlotte zakt steeds verder weg, opname is onmogelijk, er is geen echte noodzaak, zegt men en de wachtlijsten zijn erg lang. Ze wordt 's morgens geholpen met douchen, middags komt de huishoudelijke hulp. Om zeven uur gaat ze naar bed. Ze kwijlt van de medicatie,

En nu?
Nu is het PGB ook weggevallen en dochter en man worden aangemerkt, zonder iets te vragen, als mantelzorgers. Er komt een huishoudelijke hulp, indicatie: twee uur per week. En in het kader van een project Specialistische Psychiatrische begeleiding iemand gedurende 4 uur per jaar. De thuiszorg komt twee maal een half uur per dag.

Charlotte overleeft het niet. Ze valt van de trap. Ze wordt 's avonds gevonden door de dochter; traumatisch; als mantelzorger had ze thuis moeten zijn.

Het had zomaar uw eigen leven kunnen zijn, mevrouw Schippers.

De gezondheidszorg heeft niet zoveel meer van doen met gezondheid en met zorg nog veel minder. Charlotte kost een X bedrag per jaar, dat X bedrag is er niet? Ik weiger om dat te geloven. Het X bedrag is alleen niet waar het zijn moet, dat is het!

Ik wens ú een ander leven toe!

Gavi Mensch, verpleegkundige.
Juni 2011

 
 
©Gavi Mensch
 
Brief eerder  geplaats op de site van PSY: http://urly.nl/2a0  in het kader van de schrijfwedstrijd 'Brieven aan  de Minister'.
 


Update18-12-2014: Ik ben tot de conclusie gekomen dat ik Schippers en Co niets anders dan ellende toewens, geheel tegen mijn gewoonte in. Helaas het is niet anders.
 
.

donderdag 7 april 2011

Een leven in een notendop 2

.

De oude man beeft een beetje, naast zijn koffiekopje staat een borrelglaasje.
Zijn kleindochter gaat naast hem zitten. Haar grootvader is net terug uit het ziekenhuis en ze heeft de thuiszorg ingeschakeld.  
Ik loop de vragenlijst door en blijf daarbij de man aankijken. In plaats van antwoorden kijkt hij vragend naar de jonge vrouw en knikt telkens als zij het antwoord geeft.
Als we bij de medicatie zijn aangeland, zegt ze lachend dat Opa zijn geheugenpilletjes niet mag vergeten. Hij woont alleen en heeft Korsakov, het geheugen zo lang mogelijk op peil houden is noodzaak.
De man grijnst, pakt het borrelglaasje en mompelt: "Daar moeten  de pilletjes in, dan vergeet ik ze niet, mijn glaasje pakken is een ingesleten gewoonte."





@GaviMensch
Maastricht, 7-4-2011

Geschreven  voor en reeds gepubliceerd op http://120w.nl


.

zondag 3 april 2011

In het donker heeft ze geen vrienden.

.

Ze huilt aan de telefoon.
Ik schraap de dikke tranen uit mijn keel en probeer gewoon te praten. Het lukt me maar half, mijn stem zakt weg in haar verdriet.
Het is middag, ze verstaat me, nu nog wel.

Maar later, als de nacht valt als een zwarte deken van doden, hoort ze alleen de knallen van schoten, het dreunen van bominslagen en het luchtalarm. En zichzelf. Ze krijst zonder geluid, ze hoort zich alleen van binnen, een angstig repeteren van weeklagen. Alsof ze weer baby is en vervoerd wordt van onderduikadres naar onderduikadres, de pleisters op het kleine mondje laten geen geluidje door.

De oorlogen van toen en later en nu komen in golven, verstopt in zware dromen die als een kussen op haar mond drukken. Moord en doodslag dempen haar angstige snikken.

Ze moet wakker worden af en toe. Haar hart jaagt haar naar het licht.
De verdikte hartspier lijkt wel een gettomuur en weet niet hoe snel hij het bloed rond moet pompen om de nachtmerries te verjagen. Ze drinkt thee en weet het weer: zij mag hardop klagen, ze is er nog, ze leeft nog, zij wel! En dan het verdriet en het ongeloof.


In het donker heeft ze geen vrienden, denkt zij, mijn lieve grote zusvriendin. Maar ik ben er ook dan, in gedachten. Ik lees 's nachts haar gedichten en haar andere woorden bezaaid met pijn en humor, met liefde en angst. Ik lees en leef mee. Soms moet ik glimlachen met tot aan de randjes gevulde ogen en soms vloek ik hard: "Moest dat nou, moet dat nou, houdt het dan nooit op, godverdomme!"

Ik kan alleen luisteren als ze wakker is, als haar stem breekt en door de kabel drupt. Of als ik naast haar zit, op het grote bed.
Maar ik kan slechts proberen te troosten en proberen te begrijpen; in haar dromen kan ik niet komen.



Gavi Mensch
Maastricht, 3-4-2011

Schildersel: ©Gavimensch All rights reserved 2011




.

zaterdag 5 maart 2011

Een leven in een notendop. 1

.


Vijf huisbezoeken heb ik gedaan: hoe het met de cliënten gaat, hoe ze de verleende zorg ervaren. Alles krijgt goede cijfers, de hulp en de verzorging, de bereikbaarheid, alles lijkt pico bello te verlopen. Zó ben ik snel klaar met het invullen van evaluatieformulieren. De nodige feedback voor en binnen de zorgwereld. Of ik koffie wil, wordt er dan gevraagd. En bij de koffie komt in plaats van het koekje het verhaal, het levensverhaal in een notendop. Het verhaal waar ik eigenlijk de zorg op zou moeten afstemmen. De reden waarom de kracht voor zelfzorg ontbreekt. De oorzaken van de lichamelijke en geestelijke slijtages. Elk mens is een wereld en elk verhaal een encyclopedie. Veel mensen krijgen niet wat ze verdienen.

Van de werkbezoeken en de verhalen die ik hoor, wil ik wat optekenen op dit blog. Het afzetten van menschenwensen tegen overheidseisen of andersom. Bijzondere levensverhalen in een notendop. De namen en plaatsnamen zijn fictief, de inhoud van de verhalen niet.


Een leven in een notendop. 1

Ze wil zelf de koffie inschenken, ik ben te gast bij een van mijn cliënten. Met haar rollator schuifelt ze naar de keuken waar de huishoudelijke hulp de koffiekopjes al op een dienblaadje heeft gezet. Ze schuifelt terug en biedt me een kopje aan, met voetbad, bibberig ingeschonken maar wel zelf gedaan. Ik prijs haar gastvrijheid en het prachtige kopje, niet een van Blokker.

En het verhaal zit aan het kopje vast, het is nog van haar trouwservies. Een huwelijkscadeau waar haar moeder voor gespaard had. Het servies heeft altijd in de kast gestaan en werd alleen gebruikt voor gelegenheden zoals Kerstmis of verjaardagen.

Haar moeder bleef alleen achter met negen kinderen en zwanger van de tiende, toen haar vader op 39-jarige leeftijd plotseling overleed. "Hij had rode en witte bloedlichaampjes tekort of zoiets en destijds liep je niet zo snel naar de dokter." legt ze uit en kijkt alsof ze zich schuldig voelt over het feit dat zij nu wel de benodigde zorg krijgt. Ik vraag haar hoe haar moeder al die kinderen alleen op kon voeden. Ze vertelt dat haar dat gelukt was omdat haar grootmoeder ook alleen was en voor de jongste kinderen zorgde. En dat de ouderen al snel aan het werk waren en het gezin financieel draaiende hielden.
"Een saamhorigheid die we niet meer kennen", zeg ik.


Ze knikt en gaat verder over hoe ze als 13 jarige, de op een na jongste van de kinderschare, in Haarlem bij een familie met 5 kinderen ging werken en pas 4 jaren later weer terug kon naar het zuiden. Haar geld ging grotendeels naar huis, zelf had ze niet veel nodig en ze spaarde ze ook nog een gulden per maand. Ze spreekt over 1936 alsof het gisteren was.

Ik luister en zet haar werken om in een slijtage proces. Drie kinderen heeft ze, vijf kleinkinderen en drie achterkleinkinderen. Zorgzame moeder, die altijd gewerkt heeft, tussen de opvoeding door. Zorgzame grootmoeder ook. Van haar broers en zusters leeft alleen nog een zuster. Ze leeft in het heden, die anderen zijn immers al lang dood. De kinderen en kleinkinderen komen regelmatig op bezoek, haar huisje staat vol foto's. Ze kijkt sport op televisie. Ze hoeft niet zo veel naar buiten, haar wereldje is ingekrompen.

Ze wil niet naar een verzorgingshuis en mijn zaak is dus om haar extra lang thuis te kunnen houden zodat ze haar leven kan leven zoals zij dat wil, met zorg op de uren dat het haar past en af en een kop koffie met verhaal. Dat lijkt toch wel het minste dat we voor haar kunnen regelen. Ik noteer dat in mijn off-the-record agenda.
Het blad met kopjes breng ik naar de keuken, dat had ik niet hoeven doen, zegt ze en glimlacht.

"Het was gezellig zuster", zegt ze tevreden, "kom je over een half jaar nog eens terug?".



©Gavi Mensch
5-3-2011.

Introductie, deels zoals gedaan op http://120w.nl/
Foto: http://www.jenneken.nl/bekijk/1900dienstbodes.htm

.

maandag 3 mei 2010

Vier mei



Het is half acht en er klinkt tromgeroffel op het plein.

Mijn vader heeft net de vlag uitgehangen, niet helemaal omhoog. Hij wappert sloom voor het raam van mijn kamertje.
Het tromgeroffel komt steeds dichterbij en bezorgt me kippenvel. Er klopt iets niet in het ritme van de slagen. De tranen schieten in mijn ogen, maar ik huil niet. De opgesloten tranen maken rechtsomkeert en verstoppen mijn keel. Ik slik. 
Het tromgeroffel is nu onheilspellend dichtbij. Ik ga uit bed en kijk uit het raam. De trommelaars komen net de hoek om. En er achter aan lopen een heleboel mensen met sombere gezichten en donkere kleren. Ze dragen bloemen en kransen, maar het blijft een speciaal verdrietig gezicht.

Plotseling ontdek ik mijn grootmoeder. Ze heeft haar zondagse jas aan en een plechtige zwarte hoed op. Ze loopt langzaam mee met de mensen die allemaal star voor zich uit kijken. Ik klop op het raam maar ze hoort het niet en ik durf ook niet harder te kloppen. Ik mag alleen wakker blijven als ik stil ben.

Ik pak mijn boek weer op, maar ik durf niet te lezen. Het is een vrolijk boek en vrolijk is niet goed vandaag. Behalve het steeds minder luide getrommel hoor ik niets. Er is geen verkeer op straat, ik hoor de treinen niet.
Ik denk dat er iets mis is. 
Angstig kruip ik uit bed en sluip naar het trapgat en gelukkig hoor ik gedempte stemmen in de woonkamer. De tranen, die nog steeds in mijn hoofd zitten, glijden langzaam naar buiten. Luidruchtig haal ik mijn neus op.
Mijn moeder heeft het gehoord en roept dat ik naar bed moet gaan en dat ze dadelijk de vlag wel binnenhaalt. Haar stem klinkt hard in de stilte

Na een tijdje hoor ik mijn vader naar boven komen, hij hoest altijd op de trap.
Hij komt zachtjes mijn kamer in en ik zie door mijn oogharen dat hij de vlag eerst helemaal omhoog hijst en daarna naar binnen haalt. Terwijl hij de vlag opvouwt, zucht mijn vader een vlaag van verdriet mijn kamertje in.


Ik doe net of ik slaap, maar mijn vader zegt zachtjes welterusten en gaat weer naar beneden. Het lijkt een soort geheimpje; hij weet dat ik niet slaap, maar hij verwacht ook geen antwoord. Waarschijnlijk hebben wij geheimpjes, omdat mijn broers geen vlaggenstok voor hun raam hebben. 


En morgenochtend komt hij weer de vlag hijsen maar dan helemaal naar boven. 
Dan zijn er weer trommelaars maar vrolijke van Jubal, het muziekkorps. 
Dan heb ik geen tranen in mijn keel maar vlinders in mijn buik.
Want onze vlag en alle andere vlaggen in de straat én de muziek zijn speciaal voor mij. 
Dan lacht mijn vader en geeft me een kus.

Want morgen ben ik jarig, op Bevrijdingsdag!



©Gavi Mensch
Dordrecht,1958
Jerez, Spanje: 4 mei 2005, 20.05u.
Maastricht, 4-5-2010