Posts tonen met het label psycho-geriatrie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label psycho-geriatrie. Alle posts tonen

woensdag 10 februari 2016

De zure patiënt

.
Heb ik weer....bemoeizuster die ik ben.

Een ontzettend slecht verzorgd uitziende man zit aan een tafeltje achter mij vreselijk te hoesten. Ik schat hem op een jaar of 75 maar zeker weten doe ik het niet.

Ik vraag hem om een stukje van de krant waarvan hij de puzzel invult. Hij is dus wel bij de tijd. Ik kan een bladzijde krijgen. Ik blijf even staan en krijg dan nog een stukje. Ik bedank vriendelijk en ga weer zitten. De vreselijke hoestbuien houden aan. 
Het ongeknipte haar valt over zijn gezicht.

Hij heeft de krant uit en gaat ergens anders zitten. Ik sta op om de krant te pakken en zeg tegen hem dat hij mij wel bemoeizuchtig zal vinden. Hij kijkt verstoord. Ik twijfel maar vervolg dan toch: " Ik ben verpleegkundige en ik hoor dat u en hele nare hoest heeft. Misschien moet u even langs de huisarts." Woedend kijkt hij mij aan. 
Ik krijg een kleur van schaamte en van schrik. Waar bemoei ik me ook mee?


Dan snauwt de man: "Naar de dokter…..naar de dokter? 
Wat een geouwehoer. Ik ben vanmorgen ontslagen uit het ziekenhuis na een lever- en niertransplantatie." De baas van de lunchroom knikt beamend. 
En de revalidant gaat verder: "Dom, slap geouwehoer.... stomme bemoeizuchtige wijven...donder op mens!"


Ik schiet bijna in de lach maar kan nog net een pokerface opzetten.
De lachreflex is van de schrik van het nare antwoord en ook wel van de assertiviteit van de oude man. Ik wacht rustig op mijn koffie maar de man heeft een zondebok gevonden voor zijn ellende.
"Daar waren het ook al van die ouwehoeren, lullen de hele dag over niets. Zetten je na de operatie op een stoel. Zorgzaamheid? Noppes. Waardeloos. Als je alles zelf moet doen kun je die verpleegsters net zo goed ontslaan."
Ik mompel iets over verpleegkundigen in plaats van verpleegsters en vraag hoe hij zo snel weer op de been gekomen is. "Niet dank zij jouw soort", snuift hij.

Ik heb mijn koffie en voordat ik weer naar mijn tafeltje loop zeg ik dat hij de volgende keer ook maar moet vragen om een transplantatie van zijn humeur of van zijn hele karakter.
Ik hoor niets meer. Ik zie de buurtjes grinniken. De baas kijkt neutraal, hij zal het wel ongepast vinden. Maar hij controleert dan ook nog elke dag zijn volwassen zoon om te zien of die de lunchroom wel goed bestiert. Ook al zo'n mannetjesputter.

Enfin, ik kom nog wel achter de levensloop van de hoester. Iedereen kent iedereen in die buurt. Ik vermoed dat de man boos is omdat hij niet vertroeteld is. Ik vermoed ook dat hij geen vrouw heeft en er misschien ook nooit een heeft gehad.



Ik moest ook even slikken bij de gedachte aan zo'n mooie goedwerkende lever en zo'n prachtige nier in het lijf van zo'n vervelende man. 
En aan de donor.
Maar goed, daar ga ik gelukkig niet over.

Als verpleegkundige heb ik wel wat excuses voor de man, als mensch nog niet zo veel.

Volgende week weet ik meer. Wordt vervolgd




©Gavi Mensch

Nederland BV. 1-2-2016



woensdag 4 november 2015

Leven in een notendop 10



Ze schreeuwt tegen het katje. Verder heeft ze niemand. En ze wil ook geen zorg. 
Ik kom zogenaamd koffie drinken; dan geef ik medicijnen, ze heeft schizofrenie.

Ze gaat zitten en legt haar handen in haar schoot, de eeuwige stofdoek in haar tachtigjarige vuist geklemd. Ik zie roodomrande ogen. Ik vraag of ze al gegeten heeft. Dan huilt ze opeens, grote dikke tranen. Ze heeft geen geld meer. Brood nog wel, maar niets erop. 

Ik griezel van de superschone lege koelkast. Ik race naar de winkel voor beleg, fruit, vers brood, melk, eitjes; we drinken koffie. 

Ik ben dik over de zorgminuten heen.
Zíj is het gelukkigst met het bakje kattenvoer.

Ik schaam me voor ons systeem.
En u meneer Rutte?

foto NRC


Maastricht, 29-10-2011

Ook gepubliceerd op 120 woorden 


NB De reden dat deze patiënte geen geld had was omdat een familielid  haar zaken beheerde. Naar later bleek gaf hij haar weekgeld, noteerde dat en gaf haar de helft. Ook daar letten wijkverpleegkundigen op en maken het bespreekbaar. Soms met de huisarts en soms met een vertrouwenspersoon die het familielid er op kunnen aanspreken. Nu is daar geen tijd meer voor. 

Aan de goden overgeleverd, deze zeer kwetsbare patiënten......


Gavi Mensch
Maastricht,4-11-2015