Posts tonen met het label verpleging. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verpleging. Alle posts tonen

donderdag 27 maart 2014

Omgangskunde: aanspreken





Daar sta je dan, met je Hollandse gewoontes en je zoveel jaar geleden geleerde aanspreekvormen voor je patiënten. Het woord cliënten gebruik ik zelden. Cliënten zijn lid van de marktwerkingsbond en voor zover ik dat in de afgelopen 40 jaar heb mogen meemaken heeft die bond geen patiënten als lid. Volgens een van mijn betere docenten is een patiënt iemand die lijdt (bijvoorbeeld aan een ziekte). In het geval van niet-lijden en een dienst- of serviceverlening zou je kunnen spreken van een cliënt.

Het liefst spreek ik in verpleeg- of verzorgingshuizen over bewoners of mede bewoners. 
Het verpleeghuis waar ik werkte was groot en ik was daar verpleegkundige van dienst. Dat betekent dat je van afdeling naar afdeling racet om nieuwe medicatie te brengen voor de noodgevallen, dat je voorbehouden handelingen doet waar nodig en tussen beide springt als je collega's belaagd worden door patiënten met een agressieve uiting van hun ellende.

Soms bleef ik wat langer op een van de afdelingen psychogeriatrie, ik heb iets speciaals met deze oudere mensen die weer kind zijn, soms. Of waar het gevoel voor decorum volledig verdwenen is. De collega's van die afdeling vonden het raar in het begin maar dat veranderde al snel toen bleek dat ik veel mensen met een andere manier van aanspreken wel aan het eten of onder de douche kreeg.
Het werd duidelijk dat ik, ook al sprak ik geen dialect, de mensen directer kon aanspreken als ik meneer en mevrouw bleef zeggen. Sommige reageerden blij verrast. Er was een lange tijd geweest waarin ze respectvol en met u aangesproken werden.

Het verschil tussen: "Kom op manneke, neem nog eens een hapje, we hebben niet de hele dag" en dan het bord wegschuiven als meneer niet reageert, en "Meneer Smeets, heeft u liever een vork om mee te eten? Nee? Is het eten niet lekker? Jawel? Het is nu nog warm, wil u zo een toetje?" zou er voor kunnen zorgen dat minder mensen ondervoed raken.

Als ik in een ziekenhuis met verkleinnaampjes word aangesproken en met ' je en jij' ,dan krijg ik daar zo'n weerstand tegen, dat ik ook niet meer reageer.
Huisartsen hebben daar ook zo'n handje van. Ik had zo'n vervanger die je hoort hoesten en zonder weg te kijken van het beeldscherm, zeggen: "Oh daar hoef ik niet eens naar te luisteren, ik hoor het al " en dan een recept uitschrijft terwijl ze je nog niet een keer aangekeken heeft. Ik heb geleerd om daar niets meer van te zeggen, ik kijk of de medicatie past bij wat ik wilde hebben en of het compatibel is met wat ik al slik.
Maar anderen, die niet weten wat ze hebben, zullen zich weinig serieus genomen voelen. Ik weet dat het ronduit onbeschoft is.  Ik vind dit een mensonwaardige slordige behandeling. Ook in deze praktijk zou omgangskunde geen overbodige luxe zijn.

Wie heeft ooit bedacht dat je mensen die ziek zijn niet meer hoeft te respecteren als mens? Geen van mijn patiënten is ooit mijn vriend of vriendin geworden, maar dat hoeft ook niet. Als ik hen moet verplegen wil ik dat ze me kunnen vertrouwen, dat ze weten dat ik weet, dat ze niet anders zijn dan als wanneer ze gezond zijn.

Patiënten die verbaasd kijken na een bezoek van de arts, vraag ik of ze het begrepen hebben en zo nodig vraag ik de arts om het nog een keer uit te leggen. Vinden ze niet leuk, de artsen.

Patiënten die klagen over het gedrag van een collega, daar kan ik weinig meer mee dan het die collega voorzichtig vertellen en vragen of ze even bij de patiënt langs willen gaan. Standaard antwoord van sommigen: "Bemoei je met je eigen zaken". Waar ik dan standaard op antwoord dat onze patiënten ook behoren tot mijn zaken.

Praten over de patiënten op een denigrerende manier is zelfs als ze er niet bijzijn soms de oorzaak van matige omgangsvormen van collega's. Ook artsen heb ik moeten vragen of ze even naast de patiënt wilden gaan zitten en hen gewezen op de zieke in het bed daar ergens in de laagte. Het werd me door de artsen niet altijd in dank afgenomen. Vaak ben ik daar de discussie over aangegaan. Soms heb ik hen ook zo behandeld om te laten zien hoe vervelend het is. Gewoon door niet om te draaien als ik iets moest uitleggen en als ik daar dan op gewezen werd zei ik lachend, ik deed u even na zoals u deed met de patiënt van daarnet.
 Patiënten Jantje of Marietje noemen past niet bij een beroepshouding. 

Met veel plezier denk ik terug aan de tijd die ik in het verpleeghuis werkte. Niet vanwege de collega's jammer genoeg, die waren snel beledigd ook al zei ik er niets over, ze vonden het aanstellerij… stadse fratsen, zoiets.
Maar mijn psychogeriatrie patiënten waren stuk voor stuk mensen met een lang leven achter zich en een zeer mistige toekomst, met dagen van paniek omdat ze niet uit het onwillige lijf konden ontsnappen. Of boos omdat het allemaal op het puntje van hun tong lag en ze het niet meer wisten. Of omdat ze wisten dat ze het niet meer wisten.
Mensen met levensverhalen die je deels kunt opmaken uit wat ze nog wel weten of hoe ze reageren. Correcte en liefdevolle behandeling doet wonderen. En zeker niet alleen in de psychogeriatrie.

Ook bij somatisch zieken in een ziekenhuis doet een empathisch respectvolle bejegening wonderen. Patiënten zijn geen broodbeleg, al begint dat er steeds meer op te lijken.

Je maakt je heel kwetsbaar als je probeert om, wat ik dan maar 'miscommunicaties' noem, voor te leggen aan collega's. Daarom wordt er ook zo weinig van gezegd.
Om die reden vind ik het vreemd dat omgangskunde geen vak is op MBO en HBO en de universiteiten. En zo komt het dat men het nu heeft over Omaatjes en Opaatjes  als men het heeft over ouderen, schaamteloos!


Ga er nooit van uit dat de patiënt je toch niet begrijpt, probeer het eens op een andere manier dan. Bijvoorbeeld zoals je zelf behandeld zou willen worden.





NB De praktische cursus omgangskunde is overigens ook toepasbaar op politici die hun stemmers niet serieus nemen.  Aanmelding via gavimensch@hotmail.com. ;-)




@Gavi Mensch
Nederland BV, 27-3-2014

All rights reserved 2014

Uit: Omgangskunde in de praktijk.

Resumen deel 6: Aanspreken
Maastricht,19-9-2010








zaterdag 15 maart 2014

Verliefd op de wijkverpleegkundige?





Naar aanleiding van een blog van Willy Velinga op de site van de CNV, wil ik het volgende toevoegen aan haar excellente blog:

De wijkverpleegkundige doet alleen haar eigen patiënten, niet de hele wijk. Ze is onderdeel van een wijkteam en werkt samen met verzorgenden. De zorg instelling levert behalve deze mensen ook de huishoudelijke hulp in sommige gevallen. Dit is samen met de huisartsen de thuiszorg.

En dan doet de huidige wijkverpleegkundige alleen nog haar werk, waar ze de handen aan vol heeft (verpleging, coördinatie en contact familie, artsen etc.) en ondertussen signaleert ze en mag ze zelf weten wat ze met die signalen doet.

Vroeger zat ik op mijn fietsje en overzag het oostelijk deel van een wijk met dure villa's en een deel achterstandsgebied.

Bij de dure villa's signaleerde ik alleen binnenshuis, in de achterstandswijk, vertelde ik strenge oma's dat haar kleinzoon onder schooltijd weer op straat liep en dat terwijl ik haar aan het verzorgen was. Oma stuurde dan haar kleinzoon boos naar school, het was schande dat de wijkzuster met zoiets moest komen. Ik signaleerde in allebei de wijkdelen het huiselijk geweld, het drankmisbruik en andere verslavingen. Over gerommel op straat sprak ik de wijk agent aan. Ik werkte per dagdeel: 2x4uur per dag en het werkoverleg was in lunchtijd, we aten met elkaar met borden en kopjes op tafel. We hielpen ook wel zonder indicatie, gewoon omdat iemand dat kwam vragen als je ergens bezig was. Ook baby's en kleine kinderen van probleemgezinnen kregen 'controlebezoeken'. We hadden veel eigen materiaal, de hulpmaterialen kwamen uit onze magazijnen en we bestelden die zelf, bijna alles was in bruikleen, via een jaarlijks lidmaatschap.


Nu is dat allang niet meer zo, je racet met je smartphone en stopwatch van de een naar de ander. Een grootmoeder in een achterstandswijk heeft echt niets meer in te brengen, de wijkagent zit slechts 1 morgen in de week 'ergens'.
Zelf herindiceren mag of moet maar er worden daarvoor nog een front- en backoffice en zorgcoördinatoren en -kantoren ingeschakeld. Het indiceren is duurder dan de zorg. Zorgmiddelen gaan via dezelfde indicatie wegen, duur en traag.

Vroeger deelden wij in onze wijkdelen 's morgens vroeg ons werk in, om 7 uur aanwezig en hop op de fiets na de planning. Diabeten eerst, dan de werkenden en daarna de mensen voor de dagopvang. Degenen die de hele dag thuis waren kregen in het weekend voorrang als ze dat wilden. Acute zaken werden er direct bij gedaan, we gingen af en toe naar een begrafenis, als we daarvoor uitgenodigd werden en deden nazorg bezoekjes aan de nabestaanden. We signaleerden en deden er iets mee, dat ging in een moeite door. Regelgeving, certificaten en protocollen over van alles en nog wat hebben de zaken dusdanig vertraagd dat ze onhandelbaar en onwerkbaar geworden zijn.

De wijkzuster is de verpleegkundige die in de wijk werkt. De huidige plannen zijn ondoordacht, ontransparant, onuitvoerbaar. Sociale teams, welja gooi er nog maar 4 uur vergaderen bovenop, nog meer mensen die niet 'uitvoeren'.

Diederik Samsom moest er zo nodig over twitteren en toen bleek: is verliefd inderdaad …op de wijkverpleegkundige, alleen heeft hij geen idee waar hij het over heeft.

Oh, en voor ik het vergeet, dames en heren politici, een verpleegster is zo'n non-achtige dame van het blikje Droste cacao, zij is helaas reeds lang geleden ter ziele gegaan.


©Gavi Mensch
Nederland BV, 15-3-2014

PS De wijkverpleegkundige is er alleen maar op achteruit gegaan, in voldoening in het werk, in salaris (overwerk, weekend- en avonddienst toeslagen) en in ATV dagen.

Aanvulling en antwoord  op blog van Willie Velinga Velinga  http://www.mijnvakbond.nl/Help-ze-zijn-verliefd!#.UyMDa179_Yk.twitter

zaterdag 4 januari 2014

Compulsief obsessief,




Het informatie- en studiemateriaal waarop ik de praktijklessen 'omgaan met patiënten' baseer is niet alleen voor zorgpersoneel nuttig gebleken maar ook voor de bloglezers die een stoornis als NPS > Narcistische Persoonlijkheid Stoornis (blogmateriaal van Mjon) en de gedragingen van pathologische leugenaars in hun eigen omgeving aantreffen en er onder lijden.

Vaak kun je niet met zekerheid zeggen wie het meest last heeft van deze stoornissen, de patiënt of zijn omgeving. 

As good as it gets, de film met Jack Nicholson als hoofdrolspeler is een prachtig voorbeeld van deze stoornis.

De obsessieve compulsieve (dwang) stoornis komt veelvuldig voor in meer of minder erge vorm. 
Ooit had ik een huisgenote die elke nacht wel tien keer de trap af stommelde om te checken of haar auto wel op slot was om dan daarna weer te komen controleren of de voordeur wel in het slot was gevallen. 

Over de benadering van en communicatie met deze patiënten leg ik later in een ander blog nog het een en ander uit.

Het volgende protocol is interessant om te lezen en voor een enkeling misschien ook wel herkenbaar en eventueel een reden om een arts te raadplegen of naar een arts te verwijzen.. 

Na het lezen van het hieronder overgenomen informatieve deel van het protocol van psychologenpraktijk Nijkerk is de film en ook de compulsief-obsessieve medemens beter te begrijpen.

Kenmerken obsessief-compulsieve stoornis of dwangstoornis:

Steeds terugkerende dwanggedachten en/of dwanghandelingen.

Dwanggedachten (obsessies) zijn ideeën, gedachten, beelden of flitsen die steeds terugkeren of aanhouden en die aanzienlijke angst en ongemak oproepen. Ze worden ervaren als onvrijwillig, intrusief, verwerpelijk, zinloos of “moeilijk van je af te zetten”.

Dwanggedachten worden wel beleefd als een product van eigen geest.

Er wordt getracht de dwanggedachten te negeren, te onderdrukken of te neutraliseren. Dit neutraliseren neemt vaak de vorm van dwanghandelingen aan.

Dwanghandelingen (compulsies) worden gedefinieerd als herhaalde en schijnbaar zinvolle handelingen die op een stereotiepe wijze moeten worden uitgevoerd (rituelen). Ze hebben de functie spanning, als gevolg van een dwanggedachte, te neutraliseren of een bedreigende gebeurtenis of situatie te voorkomen. In die zin zijn dwanghandelingen vaak meer vrijwillig van aard dan de dwanggedachten

Dwanghandelingen, overt: handen wassen, controleren

Dwanghandelingen covert: (in gedachten) nagaan van iemands gangen of herhalen van neutraliserende gedachten.

Er kan ook vermijding optreden van situaties die dwanghandelingen of –gedachten kunnen opwekken.

Medicatie
Gunstige behandelresultaten worden bereikt  met een speciaal antidepressiva met een sterk serotonerge werking. Na staken van medicatie is er wel een grote kans op terugval.



©GaviMensch
4-1-2014




Fragment uit "As good as it gets"



Voor vragen en opmerkingen zie reactie ruimte hieronder

.

zaterdag 30 november 2013

de Oma van Desiree in (verkeerde) handen van Leijkenburg.


Als verpleegkundige heb ik aardig wat domheden van collega's en ziekenhuizen meegemaakt. Een patient van Geriatrie insturen,die 's maandags  uitgedroogd in bed lag. En die zelfde mevrouw 's avonds in onveranderde toestand terug krijgen in het verpleeghuis omdat ze haar niet zo begrepen en mevrouw zo "onrustig" was. Met de ambulance mee terug gereden naar het ziekenhuis en uitgelegd dat mijn patriënt kwam voor opname, nu spoed, dat ze dementerend is en dat dat samen met de uitdroging onrust veroorzaakt. Mijn collega op de spoedeisende hulp hield vol dat demente bejaarden niet zonder familie worden opgenomen. Na mijn rondje ziekenhuis kwam het goed, velen hebben nu nog tutende oren. Mijn patiënte werd daarna prima verzorgd en begeleid.   

En zo zijn er veel te veel verhalen 

Lees hieronder het verslag  van Desirée Vermeulen van de ramp met haar grootmoeder in het Leijenburg Ziekenhuis enkele dagen geleden:



De kleindochter vertelt:

Onze oma (86jr) is in verwarde toestand gisteravond op straat gezet door HAGA ziekenhuis Leyenburg op haar sloffen en pyjama....

Ze lag daar  op de hartbewaking!


Onze verwarde oma en moeder is gisteravond in verwarde toestand (vr 29 nov 2013) op haar slofjes en in haar pyjama op straat gezet door HAGA ziekenhuis Leyenburg Den Haag (ze lag daar op de hartbewaking notabene).
Niemand van de familie (zij heeft 9 kinderen en 37 klein en achterkleinkinderen) is daarvan op de hoogte gesteld.

Oma stond ineens voor de deur bij haar oude buren in Monster (oma woont daar niet meer). Deze mensen zijn ook hoogbejaard en de oude buurman heeft een oom van mij in tranen opgebeld omdat onze oma in haar pyjama met 2 tasjes voor de deur stond.Oma moest nog zeker tot zondag in het ziekenhuis blijven ivm monitoren nieuwe medicijn; dit was de familie medegedeeld op vrijdagochtend.
Wij zijn echt verslagen hoe dit heeft kunnen gebeuren???

Na navraag gedaan te hebben 's avonds bij CCU Leyenburg, bleek dat ze haar in de lift gezet hebben en op de knop gedrukt want oma wist niet hoe de lift werkte!!
Gaat er dan niet een belletje rinkelen als verpleger van de hartbewaking?????
Er is niemand met haar meegaan. Ze hebben alleen een taxi gebeld omdat oma had gezegd dat haar kleindochter uit Amsterdam haar niet kon komen halen (die zou ze hebben gebeld maar oma heeft helemaal geen mobiele telefoon) en ik (kleindochter uit Amsterdam) ben ook niet eens de contactpersoon maar diegene die ze 's middag voor het laatst gezien had!

Oma blijkt niet in de gebelde taxi gestapt te zijn (kregen ze door van de receptie beneden) Oma is zelf naar buiten gelopen en heeft rondgezworven, is daarna in een taxi gestapt en heeft gezegd dat ze naar Monster moest.
 De chauffeur wist niet waar dat was en oma moest vooraf 70 euro betalen (pin).
Oma woont niet meer in Monster maar zolang bij een tante in Naaldwijk.

Oma was al eerder in dit ziekenhuis opgenomen (4 weken geleden) en ook toen waren ze oma vergeten en  hebben ze haar een dag zonder eten en drinken op een kamer laten liggen (ze moest nuchter blijven ivm operatie hart). Niemand van de afdeling wist wat er met mijn oma moest gebeuren.Na 3 dagen ziekenhuis was ze totaal uitgedroogd. Na 2 weken ontslagen. Oma moest aansterken (weegt nog maar 39 kilo)... Afgelopen woensdagnacht weer met spoed opgenomen op de hartbewaking en nu dit!?!?!??!
Dit kan en mag niet gebeuren in NL!!!!!


De vraag van Desiree : Dit bericht delen graag!!!!! 
Bij deze!


©Gavi Mensch 
Maastricht 30-11-2013

Update, response via Twitter 30-11-2013, 23.55u

. mentioned you
@GaviMensch @MarDeJong64 Raad van Bestuur heeft zaterdag gesproken met familie van betrokken patiënt. Dat gesprek wordt zondag voortgezet.



woensdag 30 januari 2013

Leven in een notendop 14-15-16


.

Levens in een  in een notendop zijn verhaaltjes in 120 woorden over opmerkelijke levens van mijn patiënten of ex-patiënten.




Leven in een notendop 14


Ze heeft een grote zwarte stamboomloze hond, Max genaamd, verder heeft ze niemand.
Ze woont al 62 jaar in aangepaste stoelen, met en zonder wielen.
De hulpverlening vermoeit haar veel te veel. Ze kan ook niet meer met de verzorgenden overweg: “Ze worden steeds slechter opgeleid, al die mooie hulpmiddelen en ze snappen er niets van”.
Martha moet bijna elke dag instructies geven aan een 'nieuwe', over de tilliften en de speciale matten en spalken.
Eigenlijk wil ze niet meer. Vaak wordt ze somber, zegt ze.
Dan vertelt ze over Max, die met zijn kop scheef zo verdrietig kan kijken als ze huilt
Om dan grijnzend te vervolgen: “Maar ik besluit telkens weer om door te leven tot ná Max”

10-7-2012



Foto D'May
Leven in een notendop 15

Pas stond ik bij de Marokkaanse supermarkt in mijn geboortestad toen ik een hand op mijn schouder voelde.
Een vrouw op leeftijd met prachtige ogen keek mij blij aan. “Soeste”, zei ze met kracht en gebaarde iets tegen de jonge vrouw die naast haar stond. Deze glimlachte en zei: “U hebt moeder 20 jaar geleden verpleegd na een hersenbloeding; u sprak Frans met haar en zette ons aan het huiswerk.”

Ik hoefde niet lang te denken. Een gezin met vier kinderen en een astmatische vader. Ik vroeg naar de andere kinderen.

“Allemaal een vak geleerd”, zei ze lachend terwijl haar moeder een klinkende kus op mijn arm drukte.
Het enige woord dat ze nog kon uitspreken bleek ‘zuster’ te zijn.

25-7-2012


Leven in een notendop 16

Sloffend liep ze naar de gang, draaide de hoofdschakelaar om, haalde de zekering eruit en ging naar buiten.
Daar zat ik dan, in het schemerdonker.
Op het nachtkastje stond een kaars; ik stak hem aan en ging weer zitten.
Ik moest het even tot mij door laten dringen.
De vrouw die zojuist vertrokken was, was al 50 jaar echtgenote van mijn patiënt.
Ik begreep haar zo goed, ik had zo erg met haar te doen. Ik keek naar de tiran die blijkbaar nog steeds angst aanjoeg, belde de begrafenisondernemer en vroeg om de patiënt toch maar snel op te halen omdat de elektriciteit afgesloten was en de koeling niet functioneerde.
Zijn laatste pesterijtje, dat van ‘thuis opgebaard’, zou niet doorgaan,

29 -1-2013



Eerder gepubliceerd op www.120w.nl




©Gavi Mensch
Nederland BV, 30-1-2013


Fotografie ©DMAY All rights reserved 2013.



.