Posts tonen met het label links. Alle posts tonen
Posts tonen met het label links. Alle posts tonen

zondag 8 oktober 2017

Gastcolumn Coen Verbraak interviewt Hedy d'Ancona




Hedy D'ancona over de staat van vrouwen en ouderen emancipatie.

Door Coen Verbraak

Zonder toestemming overgenomen uit de digitale NRC. Ik neem aan dat het ok is zolang ik maar reclame maak voor Coen Verbraak en de NRC

  
Ik denk heel vaak: wat fantástisch dat ik er nog ben
Hedy d’Ancona
Oud-politica Hedy d’Ancona werd 1 oktober tachtig. Een gesprek over relaties, populisme en emancipatie. ’Er is nog zoveel niét gelukt.’

·         Coen Verbraak
 6 oktober 2017
Ja, Hedy d’Ancona vindt het zelf ook een mijpaal. Tachtig worden. „Dat had ik ook met vijftig. Dat gevoel van: nu stap ik definitief de tweede helft in. De verjaardagen daartussen vielen wel mee. Maar met tachtig weet je: dit is echt het allerlaatste stukje.” Niet dat het iets is om over te klagen. Ben je gék. „Dan had ik maar eerder dood moeten gaan.”
Ze geniet nu meer van het leven dan vroeger, zegt ze stralend. „Ik denk heel vaak: wat fantástisch dat ik er nog bén. Dat ik nog een geliefde heb (kunstenaar Aat Veldhoen), en dat ik kan werken.” En toch: „Ik hoef heus niet nog dertig jaar te leven. Laat staan eeuwig. Echte bloemen zijn veel mooier dan kunstbloemen. Je geniet ervan, juist omdat je weet dat er een einde aan hun houdbaarheid zit. Als ik die knappe jonge kinderen op televisie zie vertellen over hun onderzoek naar hoe we heel oud kunnen worden, dan denk ik: Nee, dankuwel.”
We zitten in haar huis aan de Amstel en drinken thee uit Wedgwood-kopjes met Beatrix Potter-decoratie. Daarnaast staat de boterkoek, op een etagère. Zelf gebakken? Ze schatert het uit. „Ik? Welnee. Heel Holland bakt, behalve ik.” Maar denk nou niet dat ze niet kan koken. „Dat doe ik nog bijna elke dag.”  
Hedy d’Ancona: ‘Ik heb veel moeite met mensen die vinden dat hun mening onmogelijk gemist kan worden.’Foto Merlijn Doomernik
Hedy d’Ancona (Den Haag, 1 oktober 1937) zat voor de PvdA in de Eerste Kamer en het Europees Parlement. In het kabinet-Van Agt II (september ‘81 tot mei ‘82) was ze staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Voor het kabinet-Lubbers III (november ’89 tot augustus ’94) was ze minister van Volksgezondheid, Welzijn en Cultuur.Onder dat kabinet trad in maart ’94 de Algemene wet gelijke behandeling in werking.
Ze is een boegbeeld van de tweede feministische golf. In 1968 richtte ze samen met Joke Smit de feministische actiegroep Man Vrouw Maatschappij op. Met Wim Hora Adema (1914-1998) begon ze vier jaar later het maandblad Opzij, waarvan ze in de beginjaren tot 1981 hoofdredactrice was.
In 2002 kreeg d’Ancona de Aletta Jacobsprijs, die om het jaar wordt uitgereikt aan een vrouw die een bijzondere rol vervult op het gebied van emancipatie.
D’Ancona heeft twee kinderen met psychiater Guus de Boer, met wie ze getrouwd was. Nu is ze samen met kunstschilder Aat Veldhoen (1934).
Wanneer ben je eigenlijk oud?
„Als je niet nieuwsgierig meer bent. Als je geen zin meer hebt om de krant open te slaan. Dat heb ik juist nog heel erg. Ik ben wel oud, maar ik heb altijd iets te doen. Ik zou graag nog veel méér lezen dan ik nu doe. Ik zou eindelijk eens al die dozen met foto’s willen ordenen. En ik zou willen leren drummen. Lijkt me zo leuk. Of op een schrijfcursus gaan, kijken of ik korte verhalen kan schrijven.”
Maar ja, voor die dingen heeft ze nu nog helemaal geen tijd. „Ik heb ook nog ’ns een man, hè. Aatje zegt weleens: ‘Het lijkt wel of ik met een stewardess getrouwd ben’.”
Het leven is mild voor haar geweest. Dat beseft ze maar al te goed. Al was het eerste decennium van haar leven – dat van de Tweede Wereldoorlog – „gruwelijk en ellendig”. „Ik ben echt door de mazen van het net gezwommen.” Haar Joodse vader kwam aan het eind van de oorlog om het leven, tijdens de transporten van de kampen terug naar Duitsland. Hij werd maar 37 jaar. Ze realiseert zich regelmatig dat ze nu al ruim twee keer zo oud is als hij werd. En haar moeder werd maar 65. „Ze heeft het zwaar gehad. Twee keer weduwe geworden, in haar eentje vijf kinderen moeten grootbrengen. Zij had zo graag willen studeren, maar dat zat er niet in. Voor mij was dat allemaal gewoon. Ik heb verschillende relaties gehad. Altijd met heel aardige, bewonderenswaardige mannen. Als je afscheid moest nemen, was dat heel verdrietig. Zoiets ging gepaard met een diep gevoel van falen. Maar ik heb met die mannen nog steeds goed contact. Dat is ook iets waar je heel blij mee moet zijn. Ik had het heel romantisch gevonden om een heel leven met één man door te brengen. Dat je uiteindelijk zo’n stokoud vogelpaar wordt. Maar zoals het nu is, is het ook goed. Ondanks alle fouten die ik natuurlijk ook gemaakt heb. Als je jong bent, ben je egocentrisch, wil je de ander veranderen. Ik ben nu veel verstandiger in relaties.”
Dat is het rare aan het leven: op het moment dat je er het meest van snapt, heb je er het minst aan.
„Ik heb er wel degelijk iets aan, hoor. De heer Velthoen boft enorm met mij.” Ze heeft nooit fanatiek een carrière nagestreefd, zegt ze. „Ik heb mijn talenten gebruikt. Wat erin zat, is eruit gekomen. Maar ik heb nooit grote doelen nagejaagd. Het meeste is mij overkomen.”
Is er toch een Handleiding voor het Leven uit te destilleren?
„Dat denk ik niet. Hooguit dat het stellen van doelen altijd leidt tot een teleurstellende discrepantie tussen wat je wilt en wat je krijgt. Dat kan leiden tot grote ontevredenheid. Daar heb ik dus geen last van. Ik ben nogal relativerend van aard. Dat ik belangrijke posities had, heb ik nooit bijzonder gevonden. Ik ben altijd veel meer een actievoerder dan een politicus geweest. Dan is het nooit klaar. Het gebeurt weleens dat mensen op me af komen en me bedanken. ‘Fantastisch wat u gedaan hebt voor vrouwen’. Dan denk ik: er is nog zoveel niét gelukt.”
Rijk worden is er ook niet van gekomen. Zeker, ze woont in een prachtig huis. Maar dat kan alleen omdat ze dat veertig jaar geleden heeft gekocht. „Ik zou het nu onmogelijk kunnen betalen. Ik krijg weleens mensen op bezoek die geld proberen binnen te halen voor een of ander doel. Die denken dat ik in rijke kringen verkeer. Niets is minder waar. Ik ken vooral armoedzaaiers. Dan zeg ik: Je kunt veel beter naar Neelie gaan’.”
Meiden van begin twintig voeren nu actie voor het recht om in de publieke ruimte met rust gelaten te worden.
Het was in elk geval een leven vol idealen. Een halve eeuw geleden richtte D’Ancona samen met Joke Smit Man Vrouw Maatschappij op, bedoeld om de maatschappelijke achterstand van vrouwen aan te pakken. Tegenwoordig hoor je in Den Haag vrijwel niemand meer over emancipatie. Tot haar grote spijt. „Het politieke debat speelt zich veel meer af op andere thema’s: veiligheid, vluchtelingen. Electorale onderwerpen. Daar hoort de vrouwenemancipatie niet bij. Dat is namelijk een beweging die totaal niet populistisch is. Het is opvallend dat de generatie na ons – die van mijn dochter – iets had van: jullie hebben het allemaal wel prima geregeld. De wet gelijke behandeling, abortus, werken buitenshuis… dat zijn allemaal geen twistpunten meer. Het leuke is dat de generatie daaronder weer wél van zich doet spreken. Meiden van begin twintig voeren nu actie voor het recht om in de publieke ruimte met rust gelaten te worden, en niet in hun billen geknepen te worden. Over eerlijke verdeling van huishoudelijk werk hoor je ze niet. Ze zijn pas twintig, dus ze komen er nog wel achter dat dat niet gelukt is.”
Ja, daar kan ze zich echt nog boos over maken. „Wij dachten destijds: we moeten eerst de ongelijkheid bestrijden. Ik was enorm trots dat ik in 1992 als minister de wet gelijke behandeling erdoor mocht helpen. Maar wat wij ten diepste wilden, was de samenleving echt veranderen. We streefden naar een vijf-urige werkdag voor iedereen, waardoor werk binnenshuis en buitenshuis eerlijker verdeeld zou kunnen worden. Dat is niet gelukt. Daar ben ik teleurgesteld over.”

Hedy d’Ancona tijdens een debat in de Eerste Kamer over de Abortuswet, 1981.Foto ANP
Laatst vlamde de emancipatiediscussie weer even op, rondom de vrouw die in Amsterdam was bekeurd voor wildplassen. In de jaren 60 bonden Dolle Mina’s roze linten om urinoirs, omdat ze vonden dat ook vrouwen fatsoenlijk op straat moesten kunnen plassen. „En wat zegt zo’n rechter dan, zoveel jaar later? ‘Ga maar in zo’n urinoir zitten.’ Nou, probeer het maar ’ns. Zo viés. Daar moet je echt een man voor zijn, om dat te bedenken.”
Het feminisme is in Nederland nooit echt door grote groepen omarmd, zegt D’Ancona. „In het buitenland zeggen topvrouwen ronduit dat ze feminist zijn. Dat zie je bij ons veel minder. Hier wordt feminisme nog steeds geassocieerd met mannenhaat, tuinbroeken en lesbiennes. Als ik nu foto’s terugzie van vroeger, denk ik: we waren helemaal niet zo’n verongelijkte, stampvoetende meute. We hebben ook verschrikkelijk gelachen.”
Het was de tijd – midden jaren zeventig – waarin Opzij (in 1972 opgericht door D’Ancona en Wim Hora Adema) op de cover prominent meldde: „Kut ruikt lekker”. Dat was de ‘lijfpolitiek’ die ook onderdeel uitmaakte van het feminisme. „Anja Meulenbelt was naar een Deens vrouwenkamp geweest waar vrouwen zich onafhankelijk verklaarden van gynaecologen. Ze zaten met spiegeltjes in elkaars kut te turen. En als ze daarin iets ontdekten van oppervlakkige aard, dan hadden ze daar allerlei kuren voor. Anja schreef daar een heel mooi verslag over voor Opzij, waar die kreet uit voortkwam. Ik was meer van de sociaal-economische kant dan van de lijfpolitiek, maar ik vond het toch nuttig. Ik hield destijds eens een lezing voor allemaal nette dames. Stond er opeens een mevrouw op met die Opzij: ‘Moet dat nou?’. En ik antwoordde: ‘Ja mevrouw, dat moét!’.” D’Ancona schiet in de lach bij de herinnering. „Dat vónd ik ook echt.”
Dat feminisme bestaat niet meer. Ook Opzij is totaal van karakter veranderd. Sinds kort leest ze het blad weer. „Het was me te veel ‘bakfietsmoeders uit Oudzuid’ geworden. Maar nu lees ik weer hartstikke goede verhalen. Laatst een stuk over vrouwelijke bewakers in Guantánamo Bay. Prachtig. Had door veel meer media opgepikt moeten worden.”

De laatste jaren manifesteert D’Ancona zich vooral als voorvechter van de positie van ouderen. In haar Socrateslezing, die ze afgelopen mei in De Rode Hoed hield, waarschuwde ze voor de „zachte uitsluiting” die veel ouderen in Nederland ten deel valt. „In Italië bestaat juist een zekere verheerlijking van oudjes. Dat vind ik ook niet goed, hoor. Hoewel ik het geweldig vind om die stokoude politiek commentatoren te zien. Dat kennen wij niet. Hanneke Groenteman moest weg vanwege haar leeftijd. Terwijl ik haar programma’s fantastisch vond. Annemarie Oster verloor haar column Mooi Geweest in de Volkskrant. Zonder enig zinnig inhoudelijk argument. Dat noem ik dus zachte uitsluiting. Als ik iemand op straat tegenkom – ze zijn tegenwoordig allemaal jonger dan ik – is het altijd: ‘Doe jij nog wat?’ Dan vragen ze eigenlijk: ‘Doe jij er nog wel toe?’” Ze herhaalt de vraag, verontwaardigd: „Doe jij nog wat… ja, hoor ’ns, ik open heus niet elke dag een tentoonstelling. Maar dan kan ik altijd nog lekker de vloer gaan dweilen.”
Lees ook de bewerkte en ingekorte versie van de Socrates-lezing: Mooi oud worden is niet jong blijven
Lijkt de ouderenemancipatie in essentie op de vrouwenemancipatie?
„Ouderen zijn nog niet zo met die emancipatie begonnen. Maar die karakteristieken, zelfontplooiing en zelfbeschikking, zouden ook voor ouderen kenmerken kunnen zijn. Hoewel het beeld van ouderen sterk vertekend wordt. Je hoort voortdurend over ‘de zorg voor ouderen’. Maar de groep ouderen die echt intensieve zorg behoeft, beslaat maar 4 procent van alle ouderen. De pr rond die inderdaad schandelijke situatie van ouderen in verpleeghuizen is ijzersterk. Maar de overgrote meerderheid van de ouderen bevindt zich in een andere positie. In de nabije toekomst zouden de buren mijn mantelzorgers moeten zijn. Het is eerder andersom. Ik neem de hele dag voor iedereen postpakketjes aan.”
Met de Haagse politiek bemoeit ze zich nauwelijks meer. Ze behoort niet tot de oude partijtijgers die – gevraagd en vooral ongevraagd – zonodig moeten meedenken. „Ik heb veel moeite met mensen die vinden dat hun mening onmogelijk gemist kan worden.” Met een vilein lachje: „En dat zijn ook altijd mánnen, hè…”
Ik heb veel moeite met mensen die vinden dat hun mening onmogelijk gemist kan worden.
Dat betekent uiteraard niet dat ze geen mening hééft. Integendeel. „Ik had als minister de opvang van asielzoekers in mijn portefeuille. Daar dacht ik toen al heel anders over dan Wim Kok en Aad Kosto (toenmalig staatssecretaris van Justitie, red.). Als je vindt dat je op de wereld zo’n kolossale scheefte in welvaart kunt laten bestaan, zul je altijd vluchtelingen houden. Bestrijd die scheefheid of aanvaard de consequenties. Ik ben nu nog veel kwaaier dan toen. Dat wij mensen in Griekenland achter tralies laten zitten, in de blubber, is echt ongelofelijk. En dan wél vol trots verkondigen dat er acht asielcentra dichtkunnen. Begin dan niet meer over ‘beschaving’. Ik schaam me echt dóód. Ik voel me veel meer Europeaan dan Nederlander. Maar ik ben als Europeaan diep teleurgesteld over het onvermogen om dit ordentelijk te regelen.”
Achteraf bezien had zij het als minister relatief makkelijk. „Ik had nooit te maken met dat smeulende populistische vuur. Er zat maar één Janmaat in de Kamer. We hadden onderling tussen alle partijen de stilzwijgende afspraak dat we geen electoraal issue zouden maken van asiel- en vreemdelingenvraagstukken. Zelfs de VVD deed daaraan mee.”
Was dat wel goed? Door het niet te benoemen ging het juist etteren.
„Natúúrlijk was dat niet goed. We hebben sommige dingen veronachtzaamd. Het probleem van Nederlanders die zich in de steek gelaten voelden omdat ze nog ongeveer de enige autochtoon in hun straat waren, hebben we onvoldoende erkend. We hadden dat beter moeten begrijpen, meer compassie moeten tonen en het niet moeten afdoen als ‘onderhuids racisme’. Maar dat is iets anders dan dat je het electoraal uitspint. Dat is begonnen bij Bolkestein, en later voortgezet bij Fortuyn. Dat vond ik het begin van het onfatsoen. Al was dat nog kinderspel vergeleken met wat Wilders doet. Onbehagen mobiliseren is zoveel makkelijker dan tevredenheid mobiliseren. Daarom richten sommige ouderen zich nu tot Henk Krol met z’n flauwekul. Krol mobiliseert ook ontevredenheid.”
Het is vanuit het oogpunt van ouderen-emancipatie toch juist goed dat een partij voor die belangen opkomt?
„Ouderen moeten volwaardige democratische burgers blijven en zich niet door meneer Krol naar de zachte uitsluiting laten drijven. Hij beweert dat hij voor ouderen opkomt, maar hij heeft zijn cijfers niet eens op orde. Ik ben altijd opgekomen voor vrouwenrechten, maar ik ben nooit voor een vrouwenpartij geweest. Democratie betekent dat je belangen afweegt, en niet alleen maar roept: ‘Dit is van ons en dat pakt niemand ons af!’ Ik zag laatst ouderen op televisie die heel gezellig bij elkaar zaten tijdens een buurtbijeenkomst. De mannen stonden te biljarten, de vrouwen lepelden een advocaatje. Vervolgens verscheen er een microfoon onder hun neus en begonnen ze vanuit het niets verschrikkelijk te fulmineren: ‘Het is een schánde wat ze met ons ouderen doen’. Ik keek ernaar en dacht: wat krijgen we nou? Je moet je verontwaardiging zeker tot het laatst behouden, maar wel reserveren voor de juiste kwesties.”
Hoe ze naar de situatie rond haar eigen Partij van de Arbeid kijkt? D’Ancona zwijgt veelbetekenend, en zegt dan: „Het gaat me verschrikkelijk aan het hart. Het is zo shameful wat er is gebeurd. We hadden nooit moeten gaan regeren met de VVD. Ja, zeggen ze dan, we hebben geprobeerd erger te voorkomen. Maar dat is echt een burgemeester-in-oorlogstijdredenering.”

Dat het Diederik Samsom siert dat hij het landsbelang zwaarder liet wegen dan het partijbelang, wil er bij D’Ancona niet in. Fel: „Is het landsbelang dat ondertussen een populistische partij verder opbloeit? Een groot deel van onze kiezers is naar Wilders gegaan. Wat zijn we er dan mee opgeschoten?”
Komt het nog goed met de PvdA?
„Ik denk het niet. De PvdA kan in de oppositie natuurlijk weer wat aansterken. Maar ik zou veel meer voelen voor een nieuwe, grote linkse partij, inclusief GroenLinks en de SP. Ik heb het boek van Femke Halsema gelezen. Daar voel ik zoveel verwantschap mee.”
Uw advies: opdoeken en fuseren?
„Dat zou zeker mijn advies zijn, ja. Op naar een grote, veelkleurige socialistische partij. De SP denkt over een aantal dingen natuurlijk anders. Dat ga je dan onderling uitvechten. Maar alsjeblieft wel bij elkaar. Dát is echt de enige toekomst.”

Uit de NRC.


maandag 20 februari 2017

Piraten zijn cool




Piraten zijn cool,  zegt mijn kleinzoon
Goed, na heel veel lees- en uitpluiswerk ga ik me dan maar eens concentreren op de Piratenpartij.

Ik heb daarvoor wel enkele voor mij geldige redenen waaronder:
Het Finse voorbeeld
Een vrouwelijke lijsttrekker
Een meer democratische democratie
Baas over eigen leven
Liquid democracy



Lees het interview in Vrij Nederland  eens door en vergelijk sommige zaken eens met de vastgeroeste werkelijkheid. Enkele opmerkingen spraken mij extra aan.

[.....Bijvoorbeeld de echtgenoot van Edith Schippers, onze minister van Volksgezondheid: die bleek als consultant geld te verdienen aan haar beleid. Over zulke zaken wil ik Kamervragen stellen.’.....]

[...Maar nieuwe methoden als Loomio maar ook liquid democracy maken directe zeggenschap van de burger tussentijds mogelijk. Volgens liquid democracy kan je je stem op bijvoorbeeld het gebied van zorg toevertrouwen aan iemand die je kent die daar veel verstand van heeft. Op die manier kan je in de democratie veel beter gebruik maken van de expertise van de burgers, en het vergroot de democratische betrokkenheid.’....]

[...En dan het gedoe over het bonnetje van Fred Teeven. Ard van der Steur is de derde VVD-bewindsman die erover is gevallen, maar Rutte lijkt er nauwelijks last van te hebben. Het verbaast me dat de verontwaardiging over de houding van de VVD niet veel groter is. Daardoor denken ze in die partij nog steeds dat ze met alles kunnen wegkomen, en.’...]


Ik heb al aardig wat verschillende partijen gestemd in mijn leven. Helaas gaan de meesten niet met de tijd mee, dulden geen inmenging of hebben te veel punten die overeenkomen met de gevestigde orde. En ze zijn vooral goed in het hanteren van partijbeschermende maatregelen.

Ik zou een partij willen die dagelijks meegaat met de gang van zaken. Die mij vertegenwoordigt in zaken die ik belangrijk vind voor de toekomst, voor mijn kinderen (uit de low-protest-generatie) en kleinkinderen die ik nog protestfähig moet maken (alleen op het gebied van de volksvertegenwoordigers).

Ik houd de Piratenpartij al jaren in de gaten. Ik snap dat Ancilla een mooie lijsttrekster is maar dan denk ik dat het ook wel een goede zet is. Ik ben niet zo'n vrouwenvrouw maar alles is beter dan de koppies van die half ingedutte mannetjes. Het zou andere partijen geen kwaad doen al die mannen eens van de eerste plaats te halen.
Tot zover deze korte overpeinzing.
Wordt hopelijk vervolgd.


©Gavi Mensch
Nederland BV 18-2-2017








zondag 25 december 2011

Koninginnedag naar 25 december?

.

Een vermoeiende pas vanwege een door artrose geplaagde voet, maakt dat ik af en toe bij moet tanken. Dus na het verjaardagsontbijt, ik heb een kerstkind gebaard ooit, 25 jaar geleden, ben ik terug gegaan naar huis en heb mijn schoenen met corrigerende zooltjes, uitgedaan en verre van mij geworpen. Op zo'n manier waarop mijn zoon dat zou doen. Televisie aan en kaarsjes. Daarna een gezellige kuil gegraven tussen de kussens op de bank.

O schrik, mevrouw van Oranje die haar kersttoespraak gaat houden. Waar is de afstandsbediening? Terwijl ik speurend rondkijk, hoor ik mijn niet zo geliefde tante Bea verschrikkelijk van leer trekken. Ik blijf geïntrigeerd zitten en vol verbazing luisteren. Kijken hoeft niet want aan het beeld verandert niets, er beweegt geen haar en geen spiertje in haar gezicht. Alleen de mond beweegt. Het anders zo milde gezicht staat nu op onveilig. Prachtige uitdrukking, een Koningin waardig.

Ondanks mijn aversie tegen de adel en koningshuizen en meer van dat soort vaak te rijke en meestal te conservatieve machtsbolwerken, blijf ik vol verwondering luisteren:
- Er deugt geen moer meer van (ik vertaal even vrij), het is slecht geregeld, slecht verdeeld, vies en slordig; het gras is bruin en de koeien ziek. De armen liggen op een hoop en de zieken liggen er opgestapeld naast. Hebt u het plaatje? Daarnaast staan enkele mannen met symbolische welvaartsbuiken en streepjespak en halen de zakken leeg van de mensen op de stapels. De overblijfselen worden gewoon in zee gedumpt. Het geld geldt en dat is niet de bedoeling- aldus mevrouw van Oranje.

Hoop is wat 'we', moeten houden (waarbij ik het woordje 'we' hoor als 'je', maar dat kan aan mij liggen) en vertalen in onze (jullie) bijdragen voor een beter welbevinden.

Al met al een prima kersttoespraak, denk ik dan. In de hoop dat ze meerdere overtollige miljoenen gaat storten in al die fondsen die de naam dragen van de familie van Oranje. Voor onderzoek naar weinig en veel voorkomende ziektes, voor opleidingen, voor speciale kinderen de scholing op hun niveau, voor de terugkeer van de sociale werkplaatsen. Voor opvang en educatie van kansarmen, voor beter asielbeleid en betere ontwikkelingshulp. Voor de gehandicapten en de chronisch zieken. Voor de bejaarden zonder rollator.

Me bedenken dat een vreselijk rijke dame me deze toespraak geeft, doet enigszins af aan de impact, maar op geen enkel moment aan de inhoud.

Maar die zwaar geblondeerde overjarige jongen die denkt dat hij iets bijdraagt aan ons welbevinden, heeft helemaal ongelijk. Het is weer zijn blinde haat die maakt dat hij noch kan luisteren noch kan zien. Hij is degene die de kleur van ons gras bruint.

En Geertje Wilders, neem maar van mij aan dat na deze toespraak de keuze tussen jullie twee voor vele van je blinde volgers ( waaronder ik ook je politieke vrinden maar even schaar voor het gemak), ook voor niet zo koningsgezinden, uitermate eenvoudig wordt.

Binnenkort rijst de vraag: "Geertje Wilders? Wie was dat ook al weer?"


@Gavi Mensch
Nederland BV, 25-12-2011

.

zondag 13 november 2011

Volksgezondheid contra economische belangen

.

Als ik als links-denkend en links-handelend mensch geen politieke partij meer kan vinden naar mijn hart, met mensen met passie en oog voor de stemmers, dan houdt het op.

Eigenlijk kan ik dan mijn stem niet meer met fatsoen uitbrengen zonder al te veel concessies te doen. Ik zie dat er van alles moet gebeuren en de SP is te radicaal overal tegen. En de PvdA? Die heeft een sopje nodig, met koud water, verschoond wakker worden en dan een vuurtje om weer op te warmen. De middenpartijen hebben mijn voorkeur echt niet, te glibberig langs Kunduz, te veel handjeklap voor Mauro. En van de gedogers en gedoogden wil ik nu niet spreken. Ik ben daar nog niet over uitgepraat. Maar niet nu.

Nu wil ik een ieder even herinneren aan een glorieus optreden van Esther Ouwehand van de Partij van de Dieren tijdens de Kamerdebatten over de begroting van Volksgezondheid.

 "De Partij voor de Dieren Gavi Mensch?"

Ja, (ik praat even met mijzelf, neem me niet kwalijk) het is raar maar waar, ons welzijn en onze gezondheid is voor een groot deel afhankelijk van hoe men met de dieren omgaat in Nederland. En terwijl men nog steeds arme Spaanse straathondjes hierheen haalt, verliezen we het grotere uit het oog.

We bezuinigen op onze gezondheid aan de ene kant en storten ons aan de andere kant vol overgave op het eten van varkens en runderlappen in de vorm van kilotreffers en het 130km per uur mogen rijden in de file. We maken ons druk om de hypotheekrenteaftrek, terwijl alle bomen rond ons huis worden afgezaagd ten bate van het verkeer en het uitzicht op straat vanuit de villa's en de geraniumramen.

En dan stapt Esther Ouwehand (geboren in Katwijk en dus vermoedelijk ergens familie van de grote vishandelaren met dezelfde naam) met een bloedserieus gezicht op de Tweede Kamerkansel en preekt op een zeer ludiekemanier: "Dierenwelzijn is welzijn van menschen".

Zij doet minister Edith Schippers (VWS) de suggestie om een brief te schrijven aan staatssecretaris Henk Bleker (EL&I), om zo een halt toe te roepen aan het boven de gezondheid stellen van economische landbouw- en veeteelt belangen.

Glorieuze brief, mooi gebracht, duidelijke inhoud en vooral een onberispelijke houding van mevrouw Ouwehand. Ik durf te zweren dat haar optreden een verandering in denken teweeg brengt, al was het alleen maar bij degenen die denken dat het op volksgezondheid bespaarde geld ten goede komt aan een economie voor ons allen.

Zoals de zaken er nu voorstaan, gaat mijn stem als moeder en grootmoeder, als verpleegkundige en als critica van het huidige opportunistenkabinet, zonder daar ook maar een moment aan te twijfelen, naar de PvdD.

Ik hoop dat we nu snel kunnen gaan stemmen.



©Gavi Mensch
Nederland BV, 11-11-2011.

Ps. Ik ben van geen enkele patij lid, nog steeds niet. Maar ik hou de dames Ouwehand en Thieme scherp in de gaten. Op een gezonde manier wel te verstaan.

.