Posts tonen met het label taal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label taal. Alle posts tonen

zaterdag 19 augustus 2017

Oma's favoriete gedichtjes van Annie MG.


Eén van die kindergedichtjes die ik altijd gekoesterd heb vanwege het logische rebelse van kinderen, kleinkinderen en grootmoeders zoals ik.


Ik wil niet meer.

Ik wil niet meer, ik wil niet meer!
Ik wil geen handjes geven!
Ik wil niet zeggen elke keer:
Jawel mevrouw, jawel meneer...
nee, nooit meer in m'n leven!
Ik hou m'n handen op m'n rug
en ik zeg lekker niks terug!


Ik wil geen vieze havermout,
ik wil geen tandjes poetsen!
Ik wil lekker knoeien met het zout,
ik wil niet aardig zijn, maar stout
en van de leuning roetsen
en schipbreuk spelen in de teil
en ik wil spugen op het zeil!

En heel hard stampen in een plas
en dan m'n tong uitsteken
en morsen op m'n nieuwe jas
en ik wil overmorgen pas
weer met twee woorden spreken!
En ik wil alles wat niet mag,
de hele dag, de hele dag!

En ik wil op de kanapee
met hele vuile schoenen
en ik wil aldoor gillen: nee!
En ik wil met de melkboer mee
en dan het paardje zoenen.
En dat is alles wat ik wil
en als ze kwaad zijn, zeg ik: Bil!

De gezongen versie, die ik wat minder leuk vind dan het opzeggen van het gedichtje.



 En deze omdat het zo lief en tegenstrijdig is…


Stekelvarkentjes wiegelied


Suja suja Prikkeltje, daar buiten schijnt de maan,
je bent een stekelvarkentje, maar trek het je niet aan,
je bent een stekelvarkentje, dat heb je al begrepen,

De leeuwen hebben manen en de tijgers hebben strepen
en onze tante eekhoorn heeft een roje wollen staart,
maar jij hebt allemaal stekeltjes en dát is zoveel waard.

Slaap, mijn kleine Prikkeltje, dan wordt je groot en dik,
dan wordt je net zo'n stekelvarken als je pa en ik.

Het olifantje heeft een slurf, de beren hebben klauwen,
de papegaai heeft veren, van die groene, van die blauwe,
en onze oom giraffe heeft een héle lange nek,
maar jij hebt allemaal stekeltjes en dat is ook niet gek,

Suja suja Prikkeltje, het is al vreselijk laat,
je bent het mooiste stekelvarken, dat er maar bestaat,
de poezen hebben snorren en daar kunnen ze door spinnen,
de koeien hebben horens en de vissen hebben vinnen,
en onze neef, de otter, heeft een bruinfluwelen jas,
maar jij hebt allemaal stekeltjes, die komen nog te pas.

Dit is de gezongen versie; bij dit gedichtje vind ik die wel weer mooier.



Met dank aan de enige echte Annie MG Schmidt



Gavi Mensch
Nederland BV  19-7-2017

.

zaterdag 8 augustus 2015

Nog een huisdier.



Ik houd wel van dieren maar in mijn onsterfelijk veel te dure studentenstudio met één slaapkamer en een mini achterplaatsje wordt het wel wat druk. 

Buiten de vaste spinnen en de huisstofmijt heb ik nu al 4 eeuwig hongerige goudvissen. En een duif die af en toe binnenwandelt, zogenaamd per ongeluk, waarbij ik dan een verloren veer vind naast de doos met voer.
Nu heb ik ook nog een pad.

Vanmorgen moest ik al mijn blup-bluppende planten redden van de verdrinkingsdood. De binnenpotjes schommelden vrolijk in de buitenpotjes die tot aan de rand waren gevuld met regenwater. Pittige buien noemen ze die van gisteravond en vannacht. Een kleine geranium boven op de plantentrap deed haar best om te blijven drijven en smeekte om gedroogd te worden. 
Maar toen ik het plantje uit de het bakje, tilde bleef het water klotsen. Ik wilde het bakje pakken om het te legen naar een woest geklots weerhield me daarvan.
Een minieme dinosaurus loerde mij van uit het bakje aan met een boze blik. Ik deed een stap terug. Jurrasic park in Madurodamformaat?

Ik liep naar binnen om mijn telefoon te pakken. Maar toen ik de foto wilde maken wat het bakje leeg. Het water klotste nog wel. Ik haalde een plantje weg en hoorde een soort verhuisgeluid, de dino sprong ergens waar ik hem niet meer kon zien.

Achteraf gezien was de pad al lang in mijn tuintje. 's Nachts hoorde ik vaak gedoe en gerommel. Ik ben zelfs wel eens mijn bed uitgegaan om te kijken wat het geluid was. Nu weet ik het.
Zolang deze jongen (hij is te klein voor een vrouwtje) in celibaat in mijn tuintje wil leven mag dat, mits hij de spinnenbevolking op een laag peil houdt.
De poel met stenen en regenwater heb ik maar niet leeggegooid. Eens kijken of hij zich wil laten zien.
Maar zomaar bakjes leeg gooien doe ik niet meer. Die plotselinge acties van onbekenden liggen me niet zo.

Ik zal een ministoeltje voor hem neerzetten.
Ik heb altijd al mijn gelijk willen halen met het woord paddestoel.




©Gavi Mensch

Maastricht, 8-8-2015

woensdag 19 februari 2014

Analyse voor de studie "mensen lezen"




Soms lees je een stukje en dan denk je: Wat was de reden voor dit gefröbel? Ik heb geen idee hebben van wie het stukje afkomstig is, één ding is zeker, de schrijver dient meerdere goden. Een verdediging van het onzichtbare, van het bekende of is het  alleen een proberen om het ongelijk van iemand anders te bewijzen?
Het stukje duidt volgens mijn docent psychologie op een verstoorde persoon:

["Het was weer zo laat, de volkswoede kreeg weer vrij baan. Nu was het Leiden en een pedofiel* en volk namens het volk in de studio, ja namens wie? Stel je voor, wellicht zaten er pedofielen tussen, die op deze manier de best denkbare camouflage hadden, of mensen die hun broer of zus pedofiel is, of een van hun kinderen. Rond 1% van de bevolking schijnt een pedofiele aanleg te hebben, dus het ligt voor de hand. Wat me nog meer verbaasd is dat die volkswoede nu pas uitbreekt. Nooit heb ik iets vernomen van een bestorming van kerk, pastorie of klooster. Dat had nog enigszins voor de hand gelegen. Ook frappant dat je slachtoffers zo zelden hoort, mensen die als kind misbruikt zijn door een non of pater of een lieve oom. De grenzeloze schaamte, je valt je familie niet af… Vermoedelijk moeten we het in die richting zoeken."] .

In dit korte citaat valt het op dat de schrijver het opneemt voor een *pedoseksuele man (geen pedofiel want de man is veroordeeld wegens misbruik. 

Nog een citaat:

["…. vanwaar die plotse zorg voor kinderen? Massaal komt geweld tegen kinderen voor, fysiek en psychisch. Ze worden verwaarloosd, fysiek en psychisch. Massaal worden kinderen geconfronteerd met geweld, huiselijk geweld. Kinderen worden van hun natuurlijke vrijheden beroofd, de straat. Als kinderen worden doodgereden of voor het leven verminkt heet dat een ongeluk. Edoch, smeerlappen die nergens vies van zijn of lafaards die wegkijken kunnen hun blazoen schoon vegen. Daarmee angst verspreidend voor iets verschrikkelijks, maar dat hoe dan ook een marginaal verschijnsel is, pedocriminaliteit. Wat ik wel zeker meen te weten is dat je deze mensen nooit hoort over het uitzetten van buitenlandse kinderen of dergelijke acties zelfs goedkeuren."]

De laatste 2 zinnen lijken een beter beeld te geven van de chaotische denkbeelden van de schrijver. 'Pedocriminaliteit' is geen marginaal verschijnsel. Het is een verschijnsel dat liever niet gezien wordt, waarschijnlijk omdat relatief veel voorkomt bij (ook weer relatief) hoger opgeleiden. Het lijkt wel of de schrijver een leed dat hem zelf zou kunnen zijn aangedaan op een andere schaal weegt dan jonge mensen wier leven verwoest is door een pedoseksueel. Opmerkelijk zijn dan ook de volgende zinnetjes:

["De liefde voor kinderen strekt zich niet alleen in deze kringen vaak niet verder uit dan het eigen kroost. Voor mij is dat de lakmoesproef op het betrouwbaarheidsgehalte van mensen die zeggen op te komen voor kinderen."]

Hier zie ik, en mijn docent beaamt dat, dat de schrijver zijn (vermoedelijke) eigen trauma als zo groot ervaart, dat daarbij al het andere in het niet valt.

["Een petitie is snel getekend, een tweet snel verzonden. Het zegt niets, helemaal niets. Als het werkelijk allemaal zo diep zat hadden we een andere samenleving, eentje waar we bij betrokken waren, eentje waar niet zonder meer mensen verdacht worden gemaakt, waar vertrouwen heerst. Het gelikkebaard over viespeuken en vermeende deugnieten en slechte mensen wantrouw het…..."]

Bovenstaand citaat is ook weer een voorbeeld van het benoemen van eigen angsten van de schrijver. Is hij ooit verwaarloosd, misbruikt door de paters?

Binnen de vrijheid van meningsuiting komen we volgens mijn docent elke dag meer mensen met  zware persoonlijkheidsstoornissen tegen. Hoe dat komt? Het zijn vaak eenzame en in zichzelf gekeerde narcisten (zie ook: http://www.motherjones.com/blue-marble/2014/02/internet-trolls-sadists-psychopaths-lulz )

Het analyseren van deze stukjes heeft geen ander doel dan leren hoe te kijken naar de schrijvers ervan. Mensen die je dagelijks tegenkomt op straat en waar je nooit van kon vermoeden dat ze hun vreselijke trauma's omgezet hebben in evenzo vreselijke daden, namelijk het verdedigen van een kwalijke zaak (waarschijnlijk heeft de schrijver daar een motief voor) en zoals gebleken is uit de rest van het stuk, het belasteren van mensen die het niet met hem eens zijn.

En zoals ik al zei,  aan de manier van schrijven kan een taalpsycholoog al heel wat aflezen. Dit stukje komt van twitter van iemand die het duidelijk niet breed heeft, qua orde, in het hoofd: 

"Een volgend maal over een psychiatrisch wijkverpleegster een een seksuologisch. Ze bestaan echt!"

Taalpsychologie en taalpathologie, het is een erg interessante studie en een prima manier om intensief te blijven lezen en de auteurs te kunnen doorgronden op den duur. 

Wordt vervolgd.


©Gavi Mensch
Maastricht 19-2-2014





Mocht(en) de auteur(s) van de geanalyseerde stukjes bezwaar maken tegen overname van bovenstaande citaten dan zet ik daar natuurlijk graag de toegestuurde bronvermelding bij.
(gavimensch@hotmail.com)