Posts tonen met het label vreemdelingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vreemdelingen. Alle posts tonen

vrijdag 8 november 2013

Sint Pieter en Klaas de Witt

Sint Pieter.

Hier in Maastricht ga ik met zekere regelmaat naar Chalet Berglust, een fraai gelegen en uitstekend restaurant halverwege de Sint Pietersberg, met uitzicht over de stad.

Uitzicht over Maastricht vanaf Chalet Bergrust op de Sint Pietersberg
Afgelopen week dronk ik daar koffie met enkele vriendinnen en vrienden en het gesprek kwam op de viering van Pakjesavond; bijna allemaal hebben we kleinkinderen of kleine kinderen. Het gesprek ging over gerecyclede cadeautjes en de jammerlijke overvloed aan plastic weggooispeelgoed. En over de rolbevestigende rommel die nergens voor dient, zoals het oorlogs- en vechtmateriaal voor jongetjes en de huishoudartikelen in miniatuur voor meisjes.
Toch komt het daar helaas in het dagelijks leven ook op neer, dat mensen die rollen op zich nemen. En waarom jongetjes-mannen speelgoed-drones maken of meisjes-vrouwen een nieuwe stofzuiger voor hun verjaardag vragen is mij een raadsel. Ik prijs me gelukkig met een kleinzoon die een Barbie met hoge hakken aanwijst als we lang een speelgoedwinkel lopen; mijn kleindochter gaat voor een trapauto, prima keuze voor een onafhankelijke mini-vrouw zou ik zeggen.

Hoe dan ook had niemand het over het niet meer kunnen van een Sinterklaas met de slechte naam die bisschoppen hebben op het gebied van actief misbruik of het hanteren van doofpot-hoofddeksels. Eigenlijk had ik dat wel verwacht in zo'n zeer katholieke streek als Zuid-Limburg, waar zoveel getraumatiseerde mannen ( en vrouwen) met hun niet te tillen ervaringen van het seminarie of de kostschool rondlopen.
De heisa in de media over Pedro, zoals ie bij ons heette en zijn donkere uiterlijk, zijn vrolijke krullen en zijn intelligente grappen heb ik geheel aan mij voorbij laten gaan. En mijn gezelschap eigenlijk ook.
 
Sint Nicolaas
Er werden tijdens de koffie ervaringen uitgewisseld over niet giftige verfsoorten en om de hulp sinten en pieten te helpen met opschilderen van gebruikt houten speelgoed. En recepten voor suikerarme glutenvrije speculaas en koemelkloze chocolademelk.
Helaas zijn koemelk, gluten en suiker verboden goedjes voor velen, vreselijk veel mensen zijn allergisch voor voedingsstoffen en toevoegingen maar daar hoor je de goegemeente zelden over. Lijkt me trouwens wel een mooie taak voor een commissie van de Verenigde Naties, het internationaal verbieden van het internationaal toegestane gebruik van alle soorten gif in voeding voor kinderen en volwassenen. Me dunkt dat die meer slachtoffers eisen dan Pedro.

Hoe dan ook, als Dordtse heb ik een goede herinnering aan Klaas de Witt, niet zo genoemd uit racistische overwegingen, ook al weet je dat nooit zeker. Mijn kleinkinderen heb ik het versje geleerd uit mijn geboortestad:

"Hier ziet u Johan en Cornelis de Wit, de ene staat en de andere zit."
En denkende aan de Sint Pietersberg hadden wij, mijn kleinkinderen en ik de Playmobiel poppetjes al snel bijgewerkt:
"Sint Pieter en Klaas de Witt, de ene loopt en de ander zit"



©Gavi Mensch
Maastricht, 8-11-2013

All rights reserved 2013

donderdag 2 mei 2013

Gastblog Ellen van Ree: Kafka in Dakar




Paspoortperikelen
Of
Kafka in Dakar


Het aangescherpte beleid van minister Verdonk van vreemdelingenzaken en de IND leid tot volop commotie en verontwaardiging in ons land. Uitgeprocedeerde asielzoekers moeten zonder pardon het land verlaten. Tragische ontwikkelingen. De verblijfsvergunning, daar draait het allemaal om. In de praktijk is het een soort geplastificeerd pasje, formaat creditcard, met een fotootje van de rechtmatige eigenaar, en achterop de verblijfstatus en arbeidsbepalingen. Een kostbaar maar tijdelijk bezit, dat steeds verlengd moet worden, want zo zijn de regels.

Ook de Senegalese partner – al jaren legaal én getrouwd in Nederland -  van journaliste Ellen van Ree kreeg een schrijven van de IND op de deurmat. De inhoud: binnen 28 dagen vrijwillig het land verlaten. Anders volgt uitzetting.
Reden: geen geldig paspoort.

Zijn paspoort. Mooi diepblauw van kleur met ingestanste goudkleurige letters en een fraai wapen op de omslag. Binnenin uiteraard zijn personalia, dat leuke koppie  ach wat jong nog, zijn visa, met wat stempels van vakantielanden uit een recent verleden. Met een geldigheidsdatum: juli 2003.

Hola, oplettendheid is geboden. Want precies een maand eerder verstrijkt de geldigheidsdatum van zijn verblijfsvergunning.
Als buitenlander, in zijn geval Senegalees, van beider zijde tot volle tevredenheid al jaren geleden netjes voor de wet gehuwd, bestaat de verplichting jaarlijks de verblijfsvergunning verlengen. Anderen hebben geluk, verblijfsvergunningen worden inmiddels voor meerdere jaren afgegeven.
Verlengen is jaar in en jaar uit dezelfde procedure. Papieren rompslomp, poespas en regelwerk. Allebei smuiks lachend de verklaring ondertekenen ter bevestiging dat je écht nog samen bent. Kopieën van dit en van dat bijvoegen, de ziekenfondspolis niet vergeten, en waar liggen toch die verdomde recente inkomensgegevens. Boekhouder bellen en de jaarcijfers laten uitrekenen, alles keurig in een dikke envelop en voila…inleveren. Oh ja, niet onbelangrijk detail, tevens een kopie van zijn geldige paspoort bijsluiten.

Maar dat ding zou in juli gaan aflopen! Geen nood: in februari 2003 tijdens onze vakantie in Senegal maar een nieuw paspoort aanvragen. Dacht ik.  En nam alles mee, van vrolijke pasfoto’s tot zijn geboorteakte. Maar in Dakar besloot mijn man tot een andere actie. Tja, als je de keuze hebt tussen fijn met je lang niet gezien zeg familie bijpraten na al die jaren, of dagen van loket eerst van hot en dan vervolgens naar her gestuurd te worden is het kiezen niet zo moeilijk. De oplossing leek hem paspoort aanvragen op de ambassade. Op 23 maart 2003 reden wij naar Brussel. Gezellige boel, handen schudden, nieuwtjes uitwisselen, bijkletsen, beetje wachten, nog langer wachten, formulieren invullen, vingerafdrukken achterlaten, pasfoto’s  en 23 euro inleveren en klaar is kees. Aanvraag ingediend. U hoort van ons.

Na verloop van tijd gingen wij eens voorzichtig telefonisch informeren. Afrikanen koesteren over het algemeen keurige omgangsvormen, dus was de toon beleefd en afwachtend. ‘Kunt u mij misschien gaan vertellen wanneer ongeveer, ja ik wil niet lastig zijn, maar mijn paspoort klaar kan zijn? Oh, dat weet u niet dan bel ik nog wel een ander keertje terug’. Er waren veel andere keren.
Feit is dat om onverklaarbare redenen de telefoon in Brussel bijna nooit wordt opgenomen. Koffiepauze? Feestdag? Storing? Lunchtijd? En dat iedere dag???!!
Mijn man tempert mijn ingesleten Hollandse turbogedrag. Hij irriteert zich aan mijn duw en trekwerk, ik erger mij aan zijn afwachtende houding.
 ‘Morgen bel ik weer’ sust hij mijn woordenstroom en zijn geweten, maar ja zijn tijd lijkt lekker Afrikaans van elastiek en hier is de tijd een ongrijpbaar fenomeen dat altijd dringt. Bovendien, de instanties piepen. De vreemdelingenpolitie maant ons schriftelijk aan, dat zijn aanvraag voor een nieuwe verblijfsvergunning niet in behandeling wordt genomen wegens het ontbreken van een geldig paspoort. En stellen een ultimatum. Merci! Gaat ie regelen.

We bellen nog eens. En weer. Opnieuw. Steeds worden we met een kluitje in het riet gestuurd, als we al een mens aan de lijn krijgen.
In september ben ik het goed zat. Wat nou na vijf maanden nog geen paspoort? Verklaar dat maar eens. Tot grote hilariteit van mijn man schrijf ik met grote hanenpoten de naam van de Senegalese president Wade, adres Dakar Senegal, op een envelop en lik hem dicht. ‘Die komt toch nooit aan.’ smaalt hij betweterig. ‘Maakt me niet uit, ik heb een keurige Franse brief geschreven en stuur brutaalweg een kopie naar de minister van Binnenlandse Zaken en de ambassadeur in Brussel. We zullen eens zien wat er gebeurt’.

Zowaar. Twee dagen later: email! De ambassade verzoekt of hij even wil bellen.
Uiteraard, stantepede en à la minuut. Hun nieuws is niks nieuws onder de zon: zijn aanvraag ligt bij de autoriteiten in Dakar. Goed, we wachten af maar zijn al met al toch al aardig wat maanden verder. Alweer ploft een brief van de Vreemdelingenpolitie op de deurmat. Nieuwe datum ultimatum, dank u.

Wederom gaat een aangetekend antwoord de deur uit: ‘we zijn er hard mee bezig, overmacht, een traag ambtelijk apparaat in Senegal, bijgesloten stuur ik u de correspondentie met de Senegalese overheid, echt waar hoor, het antwoord van de president is als kopie tevens bijgesloten en alstublieft langs deze weg verzoeken wij u geef nog wat tijd en met heel veel hoogachting en vooral vriendelijk groet…’
Ik baal. Mijn man is inmiddels zijn werk kwijt geraakt, sneu. Hij werkte daar met veel plezier en was zo trots als een pauw op zijn allerlaagste ziekteverzuimpercentage van het concern. Maar zijn werkgever besloot, hoe visionair, tot géén contractverlenging. Inschrijven bij allerlei uitzendbureaus of anderzijds solliciteren, zo weet inmiddels iedereen wel, heeft absoluut geen zin. Waar je ook komt ze vragen terecht altijd: mogen wij een kopie paspoort en tevens van de verblijfsvergunning. Beiden kan hij niet aantonen. Tant-pis.

Vrienden en kennissen snappen er niets van. De ellende van asielzoekers wordt inmiddels breed uitgemeten in de media, dit minuscule drama maken ze van dichtbij mee. Ze lezen over traagwerkende instanties in het thuisland, papieren die niet boven water komen.  En mijn man moet schaapachtig bekennen dat het in zijn geboorteland nog niet veel beter is. ‘Maar jullie zijn toch getrouwd?’is de steeds terugkerende vraag. ‘Maakt niet uit, regels zijn regels en zo is de wet’weet mijn echtgenoot. ‘Vraag de Nederlandse nationaliteit aan!’ ‘Daarvoor heb je ook een geldig paspoort nodig’.

Dan ploft zowaar in september een envelop met veel postzegels en nog meer officiële stempels op de deurmat. Hoera, post voor mij uit Senegal.Nieuwsgierig maak ik de bruine envelop open: een antwoord via de persoonlijke secretaris van de president van Senegal. Drie weken later alweer Senegalese post. Leg je boosheid neer op het bordje waar het thuishoort en zie wat er gebeurt, was de intentie van mijn briefschrijfactie. Niks dus.

Zowel de president als de minister leven in fraaie volzinnen op handgeschept papier met onze situatie mee en hebben deze precaire situatie aan de verantwoordelijke autoriteiten doorgespeeld. Wie die verantwoordelijken zijn mag Joost weten.
Wat een fratsen allemaal, zal ik er een verhaal over gaan schrijven? Met als voorlopige werktitel Kafka in Dakar?
Na zoveel maanden staat inmiddels de KPN teller op wel 80 telefoontjes naar zowel Dakar als Brussel. Nummer 81 laat mij van mijn stoel vallen van verbazing. Doodleuk wordt meegedeeld dat alle papieren weer terug zijn in…Brussel.
Er klopt iets niet met de ingeleverde geboorteakte van mijn man, of hij een nieuw exemplaar wil inleveren. Zucht. Zet iemand maar eens aan het werk in Dakar, dat kost een paar centen en héél misschien krijg je wat.


Neef Moussa helpt ons uit de brand, voor een ‘kleine’ vergoeding wil hij die akte wel snel gaan regelen. Hij faxt hem 3 weken later naar ons door, 10 minuten later faxen wij het document van Amsterdam naar Brussel en een ambassadeklerk faxt de kakelverse akte diezelfde middag linea recta terug naar…Dakar.

We wachten af en staan met de rug tegen de muur. Ik ben ongeduldig, mijn man inmiddels een beetje bang. Zijn hoogbejaarde vader is ernstig ziek geworden, stel je voor dat…Het kriebelt, hij kan niet meer slapen. Want zijn liefste wens is zijn vader gaan opzoeken. Maar het land uit? Dat kan niet. Vervolgens Nederland weer in? Kan al helemáál niet!
Snelle navraag bij de IND leert dat een tijdelijk in- en uitreisvisum niet verstrekt kan worden. Reden: geen geldig paspoort.

Een nieuwe poging richting Zuiden, we bellen maar weer eens met lood in de schoenen naar België. Dit ‘toevallige’ telefoontje bezorgt mij bijkans een hartinfarct. Hij wordt gesommeerd nieuwe pasfoto’s te sturen, de ingeleverde zijn niet geaccepteerd want niet bruikbaar..’WAT?’schreeuw ik buiten zinnen. ‘Welke Stevie Wonder Ray Charles kloon heeft jouw aanvraag 9 maanden geleden aangepakt en kon jou op hetzelfde moment niet vertellen dat die foto’s onacceptabel zijn’.
Er rest hem niet anders dan heel snel nieuwe pasfoto’s te laten maken. Kleur en zwart-wit, we nemen geen risico. Met zwaar overbelichte portretjes komt hij terug, ook hij wil het lot niet langer tarten door weer een afwijzing om wat voor een reden dan ook te horen te krijgen.
Ook hij is deze situatie spuugzat. Hij kan zijn zieke vader niet gaan opzoeken, hij kan en mag niet werken, de uitnodiging om de kerstdagen bij vrienden in het buitenland door te brengen moeten we afslaan. Met de stress, en de dagelijkse verveling sluipt ook de armoede zijn leven in. Teren op de zak van zijn vrouw vindt hij moeilijk, hij verdient het liever zelf. Huisman daarvoor is hij niet in de wieg gelegd. 
Ook ik zie de kwaliteit van ons leven achteruit hollen, het frustreert me, al maanden permitteren wij ons geen sprankje luxe of eens lekker ongegeneerd uit de band springen.


We zoeken telefonisch een betrouwbare persoon met enige invloed in Dakar die –vanzelfsprekend tegen een aantrekkelijk donatie -  de paspoortaanvraag een duwtje kan geven
En die vinden we, gelukkig. 

Dagelijks wordt de goede man als het ware telefonisch gestalkt, zijn taak is het bij de autoriteiten in Dakar alle papieren traceren. Er zit beweging in, maar naar mijn idee op slakkensnelheid. 
De vreemdelingenpolitie heeft het dossier inmiddels overgedragen aan de Immigratiedienst. 
Fijn. Alweer aan aanmaning bij de post.

Dan komt begin februari 2004 een dikke envelop van de IND. Vellenvol geschreven tekst met als strekking: geen geldig paspoort binnen termijn boven tafel getoverd dus of meneer vrijwillig binnen 28 dagen het land wil verlaten. Vervolgens volgt: uitzetting.
Met ontzetting lees ik de woorden. Hoe kan dat nou? Wordt zijn status dus van legaal illegaal? De maandenlange pesterij van een vriend van hem - dat wordt mooi een enkele reis Dakar ami - staat het daar gek genoeg ineens heel confronterend zwart op wit. Niks humanitaire redenen om hem hier te houden, mijn huwelijk stelt dus blijkbaar niets voor.

Na al die maanden met stress en onmacht ontladen mijn traanbuizen zich, wat nou weer? Hij kan bezwaar tegen de beslissing aantekenen. Een advocaat zoeken!
Nu is het alle hens aan dek voor mijn gevoel. Na de telefonische belofte ook nog een hypermodern mobieltje cadeau te doen aan de persoon in Dakar is het een goede vriend die voor opluchting kan zorgen. Hij vertrekt al snel naar Dakar en tijdens zijn weekje familiebezoek gaat hij zijn uiterste best doen voor mijn man. Ik ken hem, hij heeft een gezond soort maling aan de Afrikaanse instanties, laat zich door niks en niemand wegblaffen maar blaft zelfs een frequentie hoger en harder terug. Bovendien heeft hij lokaal door zijn familiebanden veel invloed op hoog niveau. Handig zo blijkt. Twee mannen aan de slag voor hem daar, wat een luxe…

Na een week rinkelt de telefoon. ‘Ik heb je paspoort in mijn handen, kom me bij aankomst alsjeblieft ophalen van Schiphol’. We staan er, al moeten we een Rolls Royce huren!
Dit goede nieuws brengt een spontaan applaus en vele rondjes teweeg in ons stamcafé, waar iedereen al maanden intens meeleeft met deze bizarre paspoortperikelen.
Op Schiphol pakt mijn schat zichtbaar opgelucht zijn nieuwe paspoort met beide handen aan en draait het om en om. Wat is het mooi en glimmend en kijk eens niet langer blauw maar groen van kleur.  Wat is het kreng duur geweest denk ik cynisch. Niet meer te tellen zoveel telefoontjes naar België en Senegal, poststukken aangetekend versturen, mensen aan het werk zetten in Dakar, en hoe financieren we hemelsnaam het toegezegde mobieltje, wat is ook alweer het uurtarief van de advocaat plus nog eens gederfde inkomsten van mijn man´s kant al die maanden. Hoofdrekenend kost het documentje inmiddels boven de 12.000 euro schat ik. 

Blij en trots laat manlief nog dezelfde dag de advocaat kopieën maken om bij zijn bezwaarschrift te voegen. Klus geklaard, operatie nieuw paspoort aanvragen is afgerond na exact 11 (!) maanden en 17 dagen.

Zijn laatste daad gaat hem met zichtbaar genoegen af. Met een flinke grijns op zijn vrolijke toet belt hij, met zijn kleinood in de hand, voor de laatste keer naar de ambassade.
‘Wij hebben goed nieuws voor u, het paspoort komt over 3 weken met de diplomatieke post mee.’ krijgt hij te horen.
Hij en ik weten wel beter….


Ellen van Ree


Inmiddels (april) zijn 2 maanden verstreken na indienen bezwaarschrift tegen uitzetting. Geen reactie IND. Met andere woorden; nog steeds geen verblijfsvergunning en geen zicht op werk….




All rights reserved 2006- 2013  Ellen van Ree


Gavi Mensch
Nederland BV, 2-5-2013




woensdag 23 februari 2011

Kreas stikje.

.

In de achterkamer, aan de grote ronde eettafel zat mijn grootvader. Hij was altijd bezig met het corrigeren van ingezonden huiswerk van zijn vele leerlingen, met zijn studies of met ons. 
Opa was vroeger onderwijzer geweest en door een ongeluk stokdoof geworden. 
Om de inkomsten op een redelijk peil te houden had hij aktes gehaald voor het geven van schriftelijke lessen handelscorrespondentie in het Frans, Duits en Engels. 
En hij studeerde nog steeds om betere aktes te kunnen halen en om zijn kennis te vergroten.



Hij was recht door zee, een pietje precies en een no-nonsense man. Van origine uit Bolsward, een rasechte Fries.
Hij was weinig eisend en had slechts een paar ondeugden. Dat hij rookte was er een van. Hij draaide zelf zijn sigaretten van losse tabak in een intrigerend apparaatje van zeemleer en rollertjes. Ik keek altijd weer met verwondering naar zijn truc, rollertjes uiteen klappen, zuinigjes tabak ertussen, rollertjes weer dicht, met de duimen het zeemleer doordraaien, vloeitje in het midden, draaien en dan het randje van het vloeitje bevochtigen. Nog een draai, dan deed hij de rollertjes uit elkaar en daar lag zijn sigaret. Na de ochtendkoffie stak hij hem op, rookte zwijgend zonder al te diep te inhaleren en maakte hem uit als hij op de helft gekomen was. De andere helft rookte hij na het middageten.

Ondanks dat hij gek was op taal en vreemde talen sprak mijn grootvader nooit Fries met ons, wel legde hij woorden uit of de herkomst ervan.

Zijn gereformeerde inslag was nergens aan te merken. Op zondag, bij mooi weer, fietste hij met minstens vier kleinkinderen achter zich aan over de dijken naar een nabij gelegen dorp. Hij hield ons via twee zijspiegels in de gaten, hij hoorde geen auto's aankomen en geen claxons. Hij waarschuwde ons via handgebaren, als een dirigent. In het dorpje stopten we en kregen we een ijsje en uitleg over planten en vogels. Dan fietsten we terug.

Niemand in het zwaar gereformeerde dorp durfde ook maar iets te zeggen van Opa's activiteiten op de Dag van de Heer. Soms ging Opa naar de kerk. We mochten niet mee, de kerk was volgens hem geen plaats voor kleine kinderen; hij vond die in zondagse kleertjes gestoken jongetjes en de langgerokte kleine meisjes met hoedjes larie. Kinderen hoorden te spelen en te leren, vond hij. Larie was een van Opa's stopwoorden, het paste uitstekend bij hem. En zijn ergste vloek was sakkerloot. Als hij dat zei ging er iets vreselijk mis.

Ik was degene die het meest bij mijn grootouders kwam. Het was er gezellig, leerzaam en veilig. Opa was streng maar rechtvaardig, verzon ludieke straffen waar ik iets van leerde. En hij leerde me schaken en dammen en dus denken en vooruitzien.

Ooit kwam ik bij hem met mijn rapport, met daarop een slecht cijfer voor Duits. Ik dacht dat het wel gerechtvaardigd was. Mijn grootouders hadden in het verzet gezeten, een illegale krant gedrukt en onderduikers onder de vloer van de eetkamer verborgen; de verhalen kan ik nu nog dromen.
Maar tot mijn verbazing werd zei mijn grootvader: 'Sakkerloot!'

Ik moest voor hem komen staan en terwijl hij me in de ogen keek zei hij dat het noodzaak was om een goed cijfer voor Duits te halen. Simpelweg omdat het kunnen communiceren met de vijand heel veel doden kan besparen. Hij stelde dat als je de Duitse soldaten had kunnen vertellen hoe gevaarlijk Hitler was, ook voor zijn eigen volk, ze misschien begrepen zouden hebben dat het een domme strijd was. Dat die waarschuwing heel veel mensen, ook Duitsers, het leven had kunnen redden.



Als straf, ik was al veertien, moest ik een opstel over zijn geboorteplaats schrijven, in het Duits. Toen ik klaar was keek hij het na en onderstreepte met rood de fouten. In de kantlijn zette hij de verbeteringen, met potlood.
Daarna glimlachte hij en zei, zomaar ineens in het Fries: 'Kreas stikje'.

Het was het mooiste compliment dat ik ooit van hem heb gehad.

Vlak voor zijn overlijden studeerde ik in een semester Duitse hedendaagse literatuur, aan de universiteit van Zürich.  Voorlezen kon ik hem niet, hij kon niet zoveel tekst liplezen. Maar af en toe gaf ik hem een van mijn gedichtenbundels en daar keek ie dan in totdat hij in slaap viel. De bundel heb ik nog, ik spreek niet vaak Duits maar ik lees het graag.




© Gavi Mensch
22-2-2011