.
Ik voel dat ik geen invloed meer heb op hoe mijn leven verloopt. Heb ik eigenlijk wel enige invloed gehad? Betekent het dat ik nu geen doel meer heb anders dan ouder worden? En doodgaan op een dag? Ik weet dat dat goed voelt.
Of komt het door enkele momenten van innerlijke vrede?
Terwijl ik de film over Trueman Capote zat te kijken doezelde ik even in slaap. Het was maar even want toen ik weer op het scherm keek kon ik geen hiaat ontdekken in het verhaal.
Het even wegzakken in het niets was een goed gevoel. Na zoveel weken van slechte sfeer om me heen, weinig relaxed, had ik vanavond tegen de patient gezegd dat hij weer mee kon eten. Hij at, bedankte niet, deed geen poding om aardig te zijn en vertelde dat hij het niet meer aankon. Dat wist ik al. Het leven is veel te zwaar voor hem, zonder drank overleeft hij al zijn zelfgebreide verdriet niet. Zonder het projecteren van zaken als zijn onvrede met de wereld en de ongerechtigheden als het niet erkennen van zijn grootheid kan hij niet meer functioneren. En hij kan geen stap lager, hij is wat het leven van hem gemaakt heeft. Hij heeft daar alle stenen aan bijgedragen en heeft er niets van weten te bouwen.
Vanavond voelde ik dat het niet alleen goed is om je af en toe te verliezen in het onallerdaagse: het is absolute noodzaak om je te realiseren dat het allerdaagse de weg is en niet de invulling. En voor mij telt de invulling, hoewel ik begrijp dat ik niet invul, het gebeurt gewoon. De verrassingen van het leven verbazen me telkens weer, houden de vaart erin, van het ene project naar het andere. Geen twee dagen hetzelfde, geen jaar gelijk aan het vorige. En ik ben de laatste die al die onrustigheden probeert te stroomlijnen. Ik vind het goed.
En dan komt er zo’n moment van gelukzaligheid zoals even geleden. Een intens moment van rust en tevredenheid met het bestaan van zo’n moment. Weten dat ondanks alles het leven goed is. Weten dat er iemand is die aan me denkt, terwijl hij nog probeert uit te zoeken wat dat inhoudt en wat voor veranderingen ik met mijn impulsiviteiten in zijn sombere bestaan ga veroorzaken. Weten dat er hier een patient rondloopt die met compassie gevoed wordt. Weten dat mijn kinderen ergens mee bezig zijn. Weten dat mijn vriendinnen een deel van hun weg vrijmaken voor mij. Weten dat ik nog jaren kan werken en vrijen en lachen, in die volgorde of in welke volgorde dan ook. En dat ik kan huilen en meehuilen.
Passie en compassie zijn de voeding voor het voortbewegen, het vernieuwen en ook voor het verouderen. Herinnering op herinnering stapelen en zorgen dat de stapel niet omvalt, kost energie. Vernieuwen van gedachten is als een frisse wind die het stof van de gedane zaken even doet opwaaien en dan die oude gedachtes weer laat verdwijnen onder een verse laag. Vers stof, een onbewuste deklaag die valt en waar ik niets voor hoef te doen.
Zomaar even wegdoezelen, even sterven en dan weer wakker worden.
Voelen dat je leeft. Zo voelt geluk.
©Gavi Mensch
Uit mijn dagboek: Vanaf de 18de verdieping
Rotterdam, 21-1-09
.
Berichten van alledag, voornamelijk over de gezondheidszorg, politiek, gastcolumns en niet literaire rariteiten uit eigen en andermensch's brein
vrijdag 18 maart 2011
zaterdag 5 maart 2011
Een leven in een notendop. 1
.
Vijf huisbezoeken heb ik gedaan: hoe het met de cliënten gaat, hoe ze de verleende zorg ervaren. Alles krijgt goede cijfers, de hulp en de verzorging, de bereikbaarheid, alles lijkt pico bello te verlopen. Zó ben ik snel klaar met het invullen van evaluatieformulieren. De nodige feedback voor en binnen de zorgwereld. Of ik koffie wil, wordt er dan gevraagd. En bij de koffie komt in plaats van het koekje het verhaal, het levensverhaal in een notendop. Het verhaal waar ik eigenlijk de zorg op zou moeten afstemmen. De reden waarom de kracht voor zelfzorg ontbreekt. De oorzaken van de lichamelijke en geestelijke slijtages. Elk mens is een wereld en elk verhaal een encyclopedie. Veel mensen krijgen niet wat ze verdienen.
Van de werkbezoeken en de verhalen die ik hoor, wil ik wat optekenen op dit blog. Het afzetten van menschenwensen tegen overheidseisen of andersom. Bijzondere levensverhalen in een notendop. De namen en plaatsnamen zijn fictief, de inhoud van de verhalen niet.
Een leven in een notendop. 1
Ze wil zelf de koffie inschenken, ik ben te gast bij een van mijn cliënten. Met haar rollator schuifelt ze naar de keuken waar de huishoudelijke hulp de koffiekopjes al op een dienblaadje heeft gezet. Ze schuifelt terug en biedt me een kopje aan, met voetbad, bibberig ingeschonken maar wel zelf gedaan. Ik prijs haar gastvrijheid en het prachtige kopje, niet een van Blokker.
En het verhaal zit aan het kopje vast, het is nog van haar trouwservies. Een huwelijkscadeau waar haar moeder voor gespaard had. Het servies heeft altijd in de kast gestaan en werd alleen gebruikt voor gelegenheden zoals Kerstmis of verjaardagen.
Haar moeder bleef alleen achter met negen kinderen en zwanger van de tiende, toen haar vader op 39-jarige leeftijd plotseling overleed. "Hij had rode en witte bloedlichaampjes tekort of zoiets en destijds liep je niet zo snel naar de dokter." legt ze uit en kijkt alsof ze zich schuldig voelt over het feit dat zij nu wel de benodigde zorg krijgt. Ik vraag haar hoe haar moeder al die kinderen alleen op kon voeden. Ze vertelt dat haar dat gelukt was omdat haar grootmoeder ook alleen was en voor de jongste kinderen zorgde. En dat de ouderen al snel aan het werk waren en het gezin financieel draaiende hielden.
"Een saamhorigheid die we niet meer kennen", zeg ik.
Ze knikt en gaat verder over hoe ze als 13 jarige, de op een na jongste van de kinderschare, in Haarlem bij een familie met 5 kinderen ging werken en pas 4 jaren later weer terug kon naar het zuiden. Haar geld ging grotendeels naar huis, zelf had ze niet veel nodig en ze spaarde ze ook nog een gulden per maand. Ze spreekt over 1936 alsof het gisteren was.
Ik luister en zet haar werken om in een slijtage proces. Drie kinderen heeft ze, vijf kleinkinderen en drie achterkleinkinderen. Zorgzame moeder, die altijd gewerkt heeft, tussen de opvoeding door. Zorgzame grootmoeder ook. Van haar broers en zusters leeft alleen nog een zuster. Ze leeft in het heden, die anderen zijn immers al lang dood. De kinderen en kleinkinderen komen regelmatig op bezoek, haar huisje staat vol foto's. Ze kijkt sport op televisie. Ze hoeft niet zo veel naar buiten, haar wereldje is ingekrompen.
Ze wil niet naar een verzorgingshuis en mijn zaak is dus om haar extra lang thuis te kunnen houden zodat ze haar leven kan leven zoals zij dat wil, met zorg op de uren dat het haar past en af en een kop koffie met verhaal. Dat lijkt toch wel het minste dat we voor haar kunnen regelen. Ik noteer dat in mijn off-the-record agenda.
Het blad met kopjes breng ik naar de keuken, dat had ik niet hoeven doen, zegt ze en glimlacht.
"Het was gezellig zuster", zegt ze tevreden, "kom je over een half jaar nog eens terug?".
©Gavi Mensch
5-3-2011.
Introductie, deels zoals gedaan op http://120w.nl/
Foto: http://www.jenneken.nl/bekijk/1900dienstbodes.htm
.
Vijf huisbezoeken heb ik gedaan: hoe het met de cliënten gaat, hoe ze de verleende zorg ervaren. Alles krijgt goede cijfers, de hulp en de verzorging, de bereikbaarheid, alles lijkt pico bello te verlopen. Zó ben ik snel klaar met het invullen van evaluatieformulieren. De nodige feedback voor en binnen de zorgwereld. Of ik koffie wil, wordt er dan gevraagd. En bij de koffie komt in plaats van het koekje het verhaal, het levensverhaal in een notendop. Het verhaal waar ik eigenlijk de zorg op zou moeten afstemmen. De reden waarom de kracht voor zelfzorg ontbreekt. De oorzaken van de lichamelijke en geestelijke slijtages. Elk mens is een wereld en elk verhaal een encyclopedie. Veel mensen krijgen niet wat ze verdienen.
Van de werkbezoeken en de verhalen die ik hoor, wil ik wat optekenen op dit blog. Het afzetten van menschenwensen tegen overheidseisen of andersom. Bijzondere levensverhalen in een notendop. De namen en plaatsnamen zijn fictief, de inhoud van de verhalen niet.
Een leven in een notendop. 1
Ze wil zelf de koffie inschenken, ik ben te gast bij een van mijn cliënten. Met haar rollator schuifelt ze naar de keuken waar de huishoudelijke hulp de koffiekopjes al op een dienblaadje heeft gezet. Ze schuifelt terug en biedt me een kopje aan, met voetbad, bibberig ingeschonken maar wel zelf gedaan. Ik prijs haar gastvrijheid en het prachtige kopje, niet een van Blokker.
En het verhaal zit aan het kopje vast, het is nog van haar trouwservies. Een huwelijkscadeau waar haar moeder voor gespaard had. Het servies heeft altijd in de kast gestaan en werd alleen gebruikt voor gelegenheden zoals Kerstmis of verjaardagen.
Haar moeder bleef alleen achter met negen kinderen en zwanger van de tiende, toen haar vader op 39-jarige leeftijd plotseling overleed. "Hij had rode en witte bloedlichaampjes tekort of zoiets en destijds liep je niet zo snel naar de dokter." legt ze uit en kijkt alsof ze zich schuldig voelt over het feit dat zij nu wel de benodigde zorg krijgt. Ik vraag haar hoe haar moeder al die kinderen alleen op kon voeden. Ze vertelt dat haar dat gelukt was omdat haar grootmoeder ook alleen was en voor de jongste kinderen zorgde. En dat de ouderen al snel aan het werk waren en het gezin financieel draaiende hielden.
"Een saamhorigheid die we niet meer kennen", zeg ik.
Ze knikt en gaat verder over hoe ze als 13 jarige, de op een na jongste van de kinderschare, in Haarlem bij een familie met 5 kinderen ging werken en pas 4 jaren later weer terug kon naar het zuiden. Haar geld ging grotendeels naar huis, zelf had ze niet veel nodig en ze spaarde ze ook nog een gulden per maand. Ze spreekt over 1936 alsof het gisteren was.
Ik luister en zet haar werken om in een slijtage proces. Drie kinderen heeft ze, vijf kleinkinderen en drie achterkleinkinderen. Zorgzame moeder, die altijd gewerkt heeft, tussen de opvoeding door. Zorgzame grootmoeder ook. Van haar broers en zusters leeft alleen nog een zuster. Ze leeft in het heden, die anderen zijn immers al lang dood. De kinderen en kleinkinderen komen regelmatig op bezoek, haar huisje staat vol foto's. Ze kijkt sport op televisie. Ze hoeft niet zo veel naar buiten, haar wereldje is ingekrompen.
Ze wil niet naar een verzorgingshuis en mijn zaak is dus om haar extra lang thuis te kunnen houden zodat ze haar leven kan leven zoals zij dat wil, met zorg op de uren dat het haar past en af en een kop koffie met verhaal. Dat lijkt toch wel het minste dat we voor haar kunnen regelen. Ik noteer dat in mijn off-the-record agenda.
Het blad met kopjes breng ik naar de keuken, dat had ik niet hoeven doen, zegt ze en glimlacht.
"Het was gezellig zuster", zegt ze tevreden, "kom je over een half jaar nog eens terug?".
©Gavi Mensch
5-3-2011.
Introductie, deels zoals gedaan op http://120w.nl/
Foto: http://www.jenneken.nl/bekijk/1900dienstbodes.htm
.
zondag 27 februari 2011
Fresia's
.
Waarom ik geen tulpen koop voor mijn moeder, vraagt mijn dochter. We gaan op bezoek bij een oude vrouw die zich nooit veel gelegen liet liggen aan haar dochter; die ooit haar kleinkinderen liet tobben met een doodzieke moeder. Die daarmee een deel van haar rechten verspeelde. Die altijd te veel bezig was met materiële zaken en met zichzelf. Die daarvoor waarschijnlijk wel haar excuses had; voor ons geen enkele geldige overigens.
De oude vrouw die nu te oud en ziekjes is.
Die haar achterkleinkind ziet omdat we haar daar brengen.
Die weet wie haar kleindochter is omdat die de baby vast houdt.
Die aan haar kleinzoon vraagt wie hij is.
De oude vrouw die nog steeds op zieltjes trapt.
En de vierde generatie stoort zich nergens aan, gelukkig maar.
De prachtige achterkleindochter is van de geweldige kleindochter.
De vereeuwiging van de ontmoeting is van de fantastische fotograaf, de geweldige kleinzoon.
En van mij kreeg ze alles, de kleinkinderen en de achterkleindochter.
En fresia's, omdat ik nog weet dat ze daar meer van houdt dan van tulpen.
©Gavi Mensch
26-2-2011
Foto by Jaime D'May, 26-2-2011
.
Waarom ik geen tulpen koop voor mijn moeder, vraagt mijn dochter. We gaan op bezoek bij een oude vrouw die zich nooit veel gelegen liet liggen aan haar dochter; die ooit haar kleinkinderen liet tobben met een doodzieke moeder. Die daarmee een deel van haar rechten verspeelde. Die altijd te veel bezig was met materiële zaken en met zichzelf. Die daarvoor waarschijnlijk wel haar excuses had; voor ons geen enkele geldige overigens.
De oude vrouw die nu te oud en ziekjes is.
Die haar achterkleinkind ziet omdat we haar daar brengen.
Die weet wie haar kleindochter is omdat die de baby vast houdt.
Die aan haar kleinzoon vraagt wie hij is.
De oude vrouw die nog steeds op zieltjes trapt.
En de vierde generatie stoort zich nergens aan, gelukkig maar.
De prachtige achterkleindochter is van de geweldige kleindochter.
De vereeuwiging van de ontmoeting is van de fantastische fotograaf, de geweldige kleinzoon.
En van mij kreeg ze alles, de kleinkinderen en de achterkleindochter.
En fresia's, omdat ik nog weet dat ze daar meer van houdt dan van tulpen.
©Gavi Mensch
26-2-2011
Foto by Jaime D'May, 26-2-2011
.
vrijdag 25 februari 2011
bloed kruipt..
.
bloed kruipt en druipt
mensen vallen
in de plooien
van de aarde
uitgeperst
zonder pardon
afgeslacht opnieuw
aangevoerd

slachters persen
zaad met geweld
vrouwen persen
kinderen huilen
onbevruchte aarde
geen tijd voor liefde
kinderen kruipen
moeders huilen
slachters gillen
er is weer voorraad!
bloed kruipt
mensen vallen
bloed druipt…..
©Gavi Mensch
februari 2011
.
bloed kruipt en druipt
mensen vallen
in de plooien
van de aarde
uitgeperst
zonder pardon
afgeslacht opnieuw
aangevoerd

slachters persen
zaad met geweld
vrouwen persen
kinderen huilen
onbevruchte aarde
geen tijd voor liefde
kinderen kruipen
moeders huilen
slachters gillen
er is weer voorraad!
bloed kruipt
mensen vallen
bloed druipt…..
©Gavi Mensch
februari 2011
.
Exoten
Behalve de
nieuwe woorden zoals vet en kiwi en megaas (nieuw door de veranderde
betekenissen van de woorden), zijn er namen van dingen die er blijkbaar al
lang zijn, maar waar ik nog nooit van gehoord had en me erg intrigeren.
Ik lees in
mijn krant een stukje over exoten,
heerlijk lijkt het me om onder de exoten te vallen. Wat een vrijbrief! Helaas
gaat het niet om anders-dan-anders mensen maar om uitstervende of zich op de
verkeerde plaatsen voortplantende flora en fauna. Jammer dat we daarvoor de
naam exoten moeten gebruiken, ik ken ze net en nu al zijn ze niet welkom of
sterven ze uit. Maar hun benaming is een voedingsbodem voor mijn fantasie, er
staan geen plaatjes bij het artikel, dus ik mag van mijzelf op mijn verbeelding
afgaan. Dat is eenvoudig.
Een langlob-ribkwal, die vanuit Amerika
als verstekeling mee gereisd is naar de Nederlandse kustwateren. Zie je hem
zich al met die lange lob vastzuigen aan dat grote schip, zo mager als
eigenlijk alle verstekelingen zijn, de ribben zichtbaar? Weg uit de Verenigde
Staten waar zelfs kwallen niet meer willen wonen. Geef hem eens ongelijk. In
Nederland wonen er genoeg, daar valt hij niet op. Wilders zal hem wel terug
willen sturen, die is er vast van overtuigd dat anders zijn positie als
hoofdkwal in gevaar komt.
De lapsnuitkever heeft zich
vastgeklemd aan struiken en is vanuit Italië via de rivieren bij ons
beland. Wat een slimme voddenbaal. Weg bij Berlusconi, zo’n kever met lappen om
haar snuit is óf zigeunerin óf een islamitische allochtoon; ze is vast dringend
verzocht om niet in Italië te blijven. Wel zielig dat zij ook
hier een belastingaanslag kan krijgen voor die lappen.
Niet alle
exoten worden met uitsterven bedreigd. Ons kikkerlandje staat in eerste
instantie open voor een nieuwe exoot, maar de groep invasieve exoten wordt met
argusogen bekeken. Invasief is een eng woord. En toch, denk ik dan, gaaf
eigenlijk dat we hier ook een Japanse
duizendknoop als tuinplantje aan kunnen treffen. Hebben we
ook een Nederlandse duizendknoop of zijn duizendknopen bij ons vervangen door een
rits?
De grote waternavel is door onze
aquariumhouders gedumpt in open water en nu hebben we een overvloed aan navels
en navelstaarders. Voor grote waternavels moet je dus in Nederland zijn.
Wat te denken
van een muntjak,
een Chinees hertachtig diertje. Het gaat de volgende editie van de exotenlijst
niet halen, lees ik. Tja, dat lijkt me ook, Chinese zaken schijnen onze
economie in te dammen, een muntjak is dubbelop natuurlijk. In tijden van
recessie kan dat niet meer en helpt het diertje zichzelf om zeep; zo niet, dan
doen wij dat gewoon met wat aanpassingen aan de natuur.
Verder snap
ik de bezorgdheid niet helemaal over de opmars van grauwe ganzen. Ons land zit er vol
mee lees ik. Maar dat wisten we toch al? Al die mensdieren die maar
niet boven de middelmaat willen uitsteken, niets origineels meer hebben,
allemaal het bankstel en de tv op dezelfde plaats hebben staan en allemaal
zeuren over de politiek en nooit eens een alternatief aandragen! Wat nou ‘de
grauwe ganzen rukken op’? Gaan we nu ineens allemaal bewegen?
En hoe sta ik
dan tegenover de ruigpootuil?
Hij lijkt me wel een stoere wijsgeer, er was ook een berichtje over
hem. Hij was jammerlijk gepakt door een Hollandse arend; de plek was nabij Sint
Walrick. Was dit een pelgrim die zijn Waterloo heeft gevonden bij de sacrale
heilige eik, beter bekend als de zakdoekenboom? Een paar regels en ik heb een
eng modern sprookje voor handen. Ik schaaf mijn idee over 'stoere' wijsgeer bij
en houd het er op dat de arenden potenrammers zijn, die bij de zakdoekenboom
allemaal huilende uilen aangetroffen hadden. Zo gaat dat.
Het lijkt bij
nader inzien niet allemaal zó exotisch, door hun benamingen komen de exoten te
dicht bij de dagelijkse werkelijkheid. Mijn fantasie is geïnvadeerd door andere
berichtgevingen. Ik laat het maar voor wat het is en hoop op betere tijden.
Misschien dat
ik ooit bij de Amerikaanse
zwaardschede weer simpelweg iets prikkelends kan bedenken.
Ik wil ooit nog een keer kunnen dromen van de Amerikaanse vogelkers, kersen die zo
mijn mond invliegen terwijl ik uitrust tegen de stam van de boom, na
een lange wandeling met mijn Amerikaanse
hondsvis.
Rest mij
alleen de vraag of ze in Amerika en Japan ook exoten van Nederlandse bodem
hebben.
Ik zoek het
op. Je hoort van me.
@ Gavi Mensch
Uit: Vette
klei en rode aarde, 2009
Aangepast:
25-2-2011.
Update: 3-8-2017
Niet al mijn
geliefde exoten zijn vermeld op de blacklist. Stel je voor dat we alles
wat niet van hier is gaan verdelgen, dat zijn de reinste puhvuhvuhpraktijken. Kan
het peroxideding misschien wel op de donkergrijs/zwartelijst?
Ik ben een groot natuurliefhebster maar wil even
relatieveren: Nederland is relatief jong, zijn niet al onze planten en dieren
van uitheemse afkomst?
Of dachten we soms dat een god ons landje had
gebouwd in 7 dagen inclusief het verzinnen van 'inheemse' flora en fauna?
Het Nederlandse landschap is vooral
gevormd gedurende de laatste twee ijstijden uit het Pleistoceen en het Holoceen. De verdrinkingsgeschiedenis tijdens het Holoceen van de Schelde, Rijn, Maas en Eems en omgeving is van groot belang geweest voor de
bewoningsgeschiedenis van Nederland. Ruim twee derde van het oppervlak wordt
gevormd door Holocene afzettingen.
woensdag 23 februari 2011
Kreas stikje.
.
In de achterkamer, aan de grote ronde eettafel zat mijn grootvader. Hij was altijd bezig met het corrigeren van ingezonden huiswerk van zijn vele leerlingen, met zijn studies of met ons.
Opa was vroeger onderwijzer geweest en door een ongeluk stokdoof geworden.
Om de inkomsten op een redelijk peil te houden had hij aktes gehaald voor het geven van schriftelijke lessen handelscorrespondentie in het Frans, Duits en Engels.
En hij studeerde nog steeds om betere aktes te kunnen halen en om zijn kennis te vergroten.
Hij was recht door zee, een pietje precies en een no-nonsense man. Van origine uit Bolsward, een rasechte Fries.
Hij was weinig eisend en had slechts een paar ondeugden. Dat hij rookte was er een van. Hij draaide zelf zijn sigaretten van losse tabak in een intrigerend apparaatje van zeemleer en rollertjes. Ik keek altijd weer met verwondering naar zijn truc, rollertjes uiteen klappen, zuinigjes tabak ertussen, rollertjes weer dicht, met de duimen het zeemleer doordraaien, vloeitje in het midden, draaien en dan het randje van het vloeitje bevochtigen. Nog een draai, dan deed hij de rollertjes uit elkaar en daar lag zijn sigaret. Na de ochtendkoffie stak hij hem op, rookte zwijgend zonder al te diep te inhaleren en maakte hem uit als hij op de helft gekomen was. De andere helft rookte hij na het middageten.
Ondanks dat hij gek was op taal en vreemde talen sprak mijn grootvader nooit Fries met ons, wel legde hij woorden uit of de herkomst ervan.
Zijn gereformeerde inslag was nergens aan te merken. Op zondag, bij mooi weer, fietste hij met minstens vier kleinkinderen achter zich aan over de dijken naar een nabij gelegen dorp. Hij hield ons via twee zijspiegels in de gaten, hij hoorde geen auto's aankomen en geen claxons. Hij waarschuwde ons via handgebaren, als een dirigent. In het dorpje stopten we en kregen we een ijsje en uitleg over planten en vogels. Dan fietsten we terug.
Niemand in het zwaar gereformeerde dorp durfde ook maar iets te zeggen van Opa's activiteiten op de Dag van de Heer. Soms ging Opa naar de kerk. We mochten niet mee, de kerk was volgens hem geen plaats voor kleine kinderen; hij vond die in zondagse kleertjes gestoken jongetjes en de langgerokte kleine meisjes met hoedjes larie. Kinderen hoorden te spelen en te leren, vond hij. Larie was een van Opa's stopwoorden, het paste uitstekend bij hem. En zijn ergste vloek was sakkerloot. Als hij dat zei ging er iets vreselijk mis.
Ik was degene die het meest bij mijn grootouders kwam. Het was er gezellig, leerzaam en veilig. Opa was streng maar rechtvaardig, verzon ludieke straffen waar ik iets van leerde. En hij leerde me schaken en dammen en dus denken en vooruitzien.
Ooit kwam ik bij hem met mijn rapport, met daarop een slecht cijfer voor Duits. Ik dacht dat het wel gerechtvaardigd was. Mijn grootouders hadden in het verzet gezeten, een illegale krant gedrukt en onderduikers onder de vloer van de eetkamer verborgen; de verhalen kan ik nu nog dromen.
Maar tot mijn verbazing werd zei mijn grootvader: 'Sakkerloot!'
Ik moest voor hem komen staan en terwijl hij me in de ogen keek zei hij dat het noodzaak was om een goed cijfer voor Duits te halen. Simpelweg omdat het kunnen communiceren met de vijand heel veel doden kan besparen. Hij stelde dat als je de Duitse soldaten had kunnen vertellen hoe gevaarlijk Hitler was, ook voor zijn eigen volk, ze misschien begrepen zouden hebben dat het een domme strijd was. Dat die waarschuwing heel veel mensen, ook Duitsers, het leven had kunnen redden.
Als straf, ik was al veertien, moest ik een opstel over zijn geboorteplaats schrijven, in het Duits. Toen ik klaar was keek hij het na en onderstreepte met rood de fouten. In de kantlijn zette hij de verbeteringen, met potlood.
Daarna glimlachte hij en zei, zomaar ineens in het Fries: 'Kreas stikje'.
Het was het mooiste compliment dat ik ooit van hem heb gehad.
Vlak voor zijn overlijden studeerde ik in een semester Duitse hedendaagse literatuur, aan de universiteit van Zürich. Voorlezen kon ik hem niet, hij kon niet zoveel tekst liplezen. Maar af en toe gaf ik hem een van mijn gedichtenbundels en daar keek ie dan in totdat hij in slaap viel. De bundel heb ik nog, ik spreek niet vaak Duits maar ik lees het graag.
© Gavi Mensch
22-2-2011
In de achterkamer, aan de grote ronde eettafel zat mijn grootvader. Hij was altijd bezig met het corrigeren van ingezonden huiswerk van zijn vele leerlingen, met zijn studies of met ons.
Opa was vroeger onderwijzer geweest en door een ongeluk stokdoof geworden.
Om de inkomsten op een redelijk peil te houden had hij aktes gehaald voor het geven van schriftelijke lessen handelscorrespondentie in het Frans, Duits en Engels.
En hij studeerde nog steeds om betere aktes te kunnen halen en om zijn kennis te vergroten.
Hij was weinig eisend en had slechts een paar ondeugden. Dat hij rookte was er een van. Hij draaide zelf zijn sigaretten van losse tabak in een intrigerend apparaatje van zeemleer en rollertjes. Ik keek altijd weer met verwondering naar zijn truc, rollertjes uiteen klappen, zuinigjes tabak ertussen, rollertjes weer dicht, met de duimen het zeemleer doordraaien, vloeitje in het midden, draaien en dan het randje van het vloeitje bevochtigen. Nog een draai, dan deed hij de rollertjes uit elkaar en daar lag zijn sigaret. Na de ochtendkoffie stak hij hem op, rookte zwijgend zonder al te diep te inhaleren en maakte hem uit als hij op de helft gekomen was. De andere helft rookte hij na het middageten.
Ondanks dat hij gek was op taal en vreemde talen sprak mijn grootvader nooit Fries met ons, wel legde hij woorden uit of de herkomst ervan.
Zijn gereformeerde inslag was nergens aan te merken. Op zondag, bij mooi weer, fietste hij met minstens vier kleinkinderen achter zich aan over de dijken naar een nabij gelegen dorp. Hij hield ons via twee zijspiegels in de gaten, hij hoorde geen auto's aankomen en geen claxons. Hij waarschuwde ons via handgebaren, als een dirigent. In het dorpje stopten we en kregen we een ijsje en uitleg over planten en vogels. Dan fietsten we terug.
Niemand in het zwaar gereformeerde dorp durfde ook maar iets te zeggen van Opa's activiteiten op de Dag van de Heer. Soms ging Opa naar de kerk. We mochten niet mee, de kerk was volgens hem geen plaats voor kleine kinderen; hij vond die in zondagse kleertjes gestoken jongetjes en de langgerokte kleine meisjes met hoedjes larie. Kinderen hoorden te spelen en te leren, vond hij. Larie was een van Opa's stopwoorden, het paste uitstekend bij hem. En zijn ergste vloek was sakkerloot. Als hij dat zei ging er iets vreselijk mis.
Ik was degene die het meest bij mijn grootouders kwam. Het was er gezellig, leerzaam en veilig. Opa was streng maar rechtvaardig, verzon ludieke straffen waar ik iets van leerde. En hij leerde me schaken en dammen en dus denken en vooruitzien.
Ooit kwam ik bij hem met mijn rapport, met daarop een slecht cijfer voor Duits. Ik dacht dat het wel gerechtvaardigd was. Mijn grootouders hadden in het verzet gezeten, een illegale krant gedrukt en onderduikers onder de vloer van de eetkamer verborgen; de verhalen kan ik nu nog dromen.
Maar tot mijn verbazing werd zei mijn grootvader: 'Sakkerloot!'
Ik moest voor hem komen staan en terwijl hij me in de ogen keek zei hij dat het noodzaak was om een goed cijfer voor Duits te halen. Simpelweg omdat het kunnen communiceren met de vijand heel veel doden kan besparen. Hij stelde dat als je de Duitse soldaten had kunnen vertellen hoe gevaarlijk Hitler was, ook voor zijn eigen volk, ze misschien begrepen zouden hebben dat het een domme strijd was. Dat die waarschuwing heel veel mensen, ook Duitsers, het leven had kunnen redden.
Als straf, ik was al veertien, moest ik een opstel over zijn geboorteplaats schrijven, in het Duits. Toen ik klaar was keek hij het na en onderstreepte met rood de fouten. In de kantlijn zette hij de verbeteringen, met potlood.
Daarna glimlachte hij en zei, zomaar ineens in het Fries: 'Kreas stikje'.
Het was het mooiste compliment dat ik ooit van hem heb gehad.
Vlak voor zijn overlijden studeerde ik in een semester Duitse hedendaagse literatuur, aan de universiteit van Zürich. Voorlezen kon ik hem niet, hij kon niet zoveel tekst liplezen. Maar af en toe gaf ik hem een van mijn gedichtenbundels en daar keek ie dan in totdat hij in slaap viel. De bundel heb ik nog, ik spreek niet vaak Duits maar ik lees het graag.
© Gavi Mensch
22-2-2011
maandag 21 februari 2011
Geen piercings, wel deuken.
.
Wat mij betreft kunnen al die dictators en andere narcistische wanmannen voor lange tijd, nee voor eeuwig verdwijnen uit mijn dagelijks bestaan. Allemaal mannen overigens; over vrouwen die macht misbruiken hoor je niet zoveel, ik kan het ook niet helpen.
Weg er mee, met al die onmenselijke knoeiers; bij deze veeg ik symbolisch met mijn hand over de beeldzijde van mijn laptop, wat wel enig stof doet opwaaien.
Weg met die nare jongens en hun mislukte natte jongensdroompjes, ik heb er genoeg van, ze krijgen teveel aandacht.
Ik ga dit schrijfsel daarom wijden aan de vrouwen en mannen van mijn generatie. Die van net in en vlak na dé oorlog. Een generatie die bezig is met zichzelf te overleven.
Kapotte of te dikke hartjes die na elke schrikreactie stoer door blijven kloppen.
Koppies die geopend en weer gedicht zijn en die het nog prima doen qua denkwerk.
Heupen en knieën die het begeven en vervangen worden, steunkousen en -zolen die elk jaar opnieuw aangemeten moeten worden. De gebruikers ervan bewegen zich nog voort veelal op eigen, soms met gemotoriseerde krachten.
Allemaal met een pilletje, voor tijdelijk of voor vast, voor het ontbijt of bij de avondmaaltijd, een of twee of veel.
Overlevers van kankers en diabetes, van bloedingen en slijtages.
Allemaal still going strong, vechtsters en vechters.
Sommigen nog werkend of zelfs weer werkend zoals ik.
Sommigen altijd bezig voor anderen, onbezoldigd.
Sommigen gedeprimeerd, anderen schijnbaar onaangedaan.
Met hele, halve en kwartpensioenen, met steeds minder in het vooruitzicht.
Mijn ploeg, een winnend team, met hartzeer en diepgang, met mooie woorden, bijna allemaal filosofen van alle dag.
Alles wat de generaties na ons geleerd hebben (en in de wind slaan ) wisten wij nog niet. Maar we leren snel, we leren het er nog bij, bij alles wat we al wisten en bij alles wat we meegekregen hebben.
We zijn niet gesleten van achter de geraniums zitten en ook niet van vier keer per jaar op vakantie.
We reizen nog, naar de kleinkinderen, naar de kinderen, naar vrienden en vriendinnen, naar de zon om bij te tanken van de andere sociale besoignes.
We zitten op het Internet, Googlen en mailen. We twitteren en spellen correct.
We spreken ABN en zeggen ook K*T of kleaute.
We hebben een mening over van alles, we weten van politiek en sociale zaken en van wat echt niet kan.
We doen veel, we zijn creatief, innoverend en vooral bezig met het 'nalaten'.
We hebben geen piercings, wel deuken.
En we zijn saamhorig.
Ik denk dat mijn ploeg, zoals hierboven beschreven, bestaat uit zo'n 50 mensen.
En ik denk dat elk van ons ook wel weer 50 mensen kent die aan bovenstaande beschrijving voldoen. Laat ik niet merken dat er nog iemand iets fouts zegt over ons. Het grote herdenken begint binnenkort. Begin maar vast een mooie tekst te bedenken waarmee jullie ons nog tijdens het leven kunnen eren. Dat hebben we verdiend. Vooruitlopend daarop ben ik alvast trots op ons.
Daarna gaan jullie maar weer juichen en schreeuwen over de volgende lichting vertrekkende en nieuw aangestelde dictatoren!
©Gavi Mensch
21-2-2011
De nieuwjaarswens is gedrukt door mijn vriend Johan de Goede, een van de drukkers van de Stichting Drukwerk in de Marge: http://www.drukwerkindemarge.org/drukkers/the-rather-obscure-press/
.
Wat mij betreft kunnen al die dictators en andere narcistische wanmannen voor lange tijd, nee voor eeuwig verdwijnen uit mijn dagelijks bestaan. Allemaal mannen overigens; over vrouwen die macht misbruiken hoor je niet zoveel, ik kan het ook niet helpen.
Weg er mee, met al die onmenselijke knoeiers; bij deze veeg ik symbolisch met mijn hand over de beeldzijde van mijn laptop, wat wel enig stof doet opwaaien.
Weg met die nare jongens en hun mislukte natte jongensdroompjes, ik heb er genoeg van, ze krijgen teveel aandacht.
Ik ga dit schrijfsel daarom wijden aan de vrouwen en mannen van mijn generatie. Die van net in en vlak na dé oorlog. Een generatie die bezig is met zichzelf te overleven.
Kapotte of te dikke hartjes die na elke schrikreactie stoer door blijven kloppen.
Koppies die geopend en weer gedicht zijn en die het nog prima doen qua denkwerk.
Heupen en knieën die het begeven en vervangen worden, steunkousen en -zolen die elk jaar opnieuw aangemeten moeten worden. De gebruikers ervan bewegen zich nog voort veelal op eigen, soms met gemotoriseerde krachten.
Allemaal met een pilletje, voor tijdelijk of voor vast, voor het ontbijt of bij de avondmaaltijd, een of twee of veel.
Overlevers van kankers en diabetes, van bloedingen en slijtages.
Allemaal still going strong, vechtsters en vechters.
Sommigen nog werkend of zelfs weer werkend zoals ik.
Sommigen altijd bezig voor anderen, onbezoldigd.
Sommigen gedeprimeerd, anderen schijnbaar onaangedaan.
Met hele, halve en kwartpensioenen, met steeds minder in het vooruitzicht.
Mijn ploeg, een winnend team, met hartzeer en diepgang, met mooie woorden, bijna allemaal filosofen van alle dag.
Alles wat de generaties na ons geleerd hebben (en in de wind slaan ) wisten wij nog niet. Maar we leren snel, we leren het er nog bij, bij alles wat we al wisten en bij alles wat we meegekregen hebben.
We zijn niet gesleten van achter de geraniums zitten en ook niet van vier keer per jaar op vakantie.
We reizen nog, naar de kleinkinderen, naar de kinderen, naar vrienden en vriendinnen, naar de zon om bij te tanken van de andere sociale besoignes.
We zitten op het Internet, Googlen en mailen. We twitteren en spellen correct.
We spreken ABN en zeggen ook K*T of kleaute.
We hebben een mening over van alles, we weten van politiek en sociale zaken en van wat echt niet kan.
We doen veel, we zijn creatief, innoverend en vooral bezig met het 'nalaten'.
We hebben geen piercings, wel deuken.
En we zijn saamhorig.
Ik denk dat mijn ploeg, zoals hierboven beschreven, bestaat uit zo'n 50 mensen.
En ik denk dat elk van ons ook wel weer 50 mensen kent die aan bovenstaande beschrijving voldoen. Laat ik niet merken dat er nog iemand iets fouts zegt over ons. Het grote herdenken begint binnenkort. Begin maar vast een mooie tekst te bedenken waarmee jullie ons nog tijdens het leven kunnen eren. Dat hebben we verdiend. Vooruitlopend daarop ben ik alvast trots op ons.
Daarna gaan jullie maar weer juichen en schreeuwen over de volgende lichting vertrekkende en nieuw aangestelde dictatoren!
©Gavi Mensch
21-2-2011
De nieuwjaarswens is gedrukt door mijn vriend Johan de Goede, een van de drukkers van de Stichting Drukwerk in de Marge: http://www.drukwerkindemarge.org/drukkers/the-rather-obscure-press/
.
vrijdag 18 februari 2011
Politieke passie gezocht.
.
Nu de verkiezingen weer voor de deur staan, doe ik nog een laatste beroep op deze en gene om weer eens wat politieke passie uit de kast te halen. En dan bedoel ik niet die van de eenmansclubjes of de politici die hun god overal de schuld van kunnen geven. Sommigen zie ik redelijk op dreef komen, maar het is niet genoeg. Vandaar hieronder mijn artikeltje voor WCKD Magazine van Januari. En de job heb ik ondertussen gevonden, nu die andere nog!
Zoeken naar een Job.
Al maanden ben ik op banenjacht, mijn laatste werkdecennium wil ik proberen om een halve eeuw arbeid prettig af te sluiten. Niet zo eenvoudig, want men gelooft gewoon niet dat je nog zin hebt om te werken. Als senior verpleegkundige: gewoon deels nieuwe zorgwerkers instruerend, die verse handen aan het bed en deels organiserend. Innovatief denken, aangeven en meedoen. Natuurlijk werk ik voor mijn boterham, maar dat is niet het enige. Mijn beroep is een passie, het heeft te maken met de kwaliteit van een goed leven en een prettige dood, vooruit én terugkijken met een glimlach. Werken met mensen is een unieke bezigheid, elk mens is uniek; het vereist passie! Wie geen passie heeft, brandt op in de zorgsector of verliest patiënten. Wie geen passies heeft, vergaat al tijdens zijn leven.
En dan lees ik ineens het interview van Kustaw Bessems met Job Cohen in de Pers.
Job [ Zo’n woord als passie, daar houd ik niet zo van. ]* is een mens zonder zichtbare en hoorbare passie, intelligent, aardig, gematigd en voorzichtig. Leider van een van de grootste partijen van dit land en nog steeds een partij waarop veel mensen stemmen. Of gestemd zouden hebben, als die partij niet zo passieloos was geworden. Sinds enkele jaren ben ik, om die reden, partijloos links!
Vereren is niet echt een werkwoord voor mij. Ik aanbid niet en ik ben zelden 'fan van', maar iemand met passie kan een reactie bij mij uitlokken. Job doet dat dus niet en de meeste van zijn (weinig) zicht- en hoorbare partijleden ook niet. En zo is het gekomen.
Een grote partij die onzichtbaar en op kousenvoeten door Den Haag sluipt, geen weerstand lijkt te hebben en ook nergens vóór lijkt te zijn.
Job ten voeten uit. Voeten gestoken in warme antislip sokken met van die rubberdotjes eronder. Geen uitglijders waar een discussie over opgezet kan worden, geen breuken of versplinterringen, geen loopgips, geen tracties.
Slechts fracties van een Tweede Kamerfractie die wegzakt in de bankjes om maar niet op te vallen. En Job die zich als een schim verplaatst naar de interruptiemicrofoon op zijn paarse kousenvoetjes met dotjes.
En die dan met een zacht stemmetje iets liefs zegt, niet over fascisme praat en ook niet over innovatie. Eigenlijk praat ie nergens over en heb ik telkens weer het gevoel dat iemand hem van zijn stoel afduwt en sist: "Gotfer Job, nu moet je er echt iets van zeggen!" En hij is braaf!
Ik zou wel eens een borrel willen drinken met Job, samen aan een tafel waar ook de ellebogen op passen en waarop je voorover kunt leunen om elkaar diep in de ogen te kijken. Niks thee of wit wijntje, een goede whisky, een Glennfiddich zonder ijs, puur en prikkelend. En dan zou ik het gesprek laten draaien om deze quote uit het interview:[ Een aantal uitgangspunten van de sociaal-democratie zitten me als gegoten, maar het is altijd zoeken hoe je dat in deze tijd vertaalt. ]*
Hoe vertaal je sociaal en democratisch in deze tijd? Zal ik het zeggen Job?
Van mijn (VVD)ouders en (AR)grootouders heb ik van alles meegekregen en daarvan ook weer heel veel achtergelaten. Geproefd aan andere standpunten, partijprogramma's verslonden, meetings uitgezeten, stoffige en gepassioneerde sprekers aangehoord. Over de vertaling van sociaal hoef ik niets te zeggen, dat woord heeft al een vertaling, in alle bestaande talen. De toepassing daar gaat het om. Mijn jeugd zat vol sociale toepassingen, ook soms die van de VVD en het CDA, nu geheel ondenkbaar! Mijn lange reis door en langs het linkse heeft ook laten zien hoe je het sociale kunt overdrijven.
Democratisch is een woord dat een gevecht waard is, we beslissen met ons allen, niet alleen die rotjongens (en de snel opgeviste meisjes) in Den Haag. Het moet snel anders, snel voordat alles weggevaagd is en we slechts een politiestaat overhouden met griezels en graaiers. En gedoemden.
Nu?
Ja, nu!
Nu moeten we opnieuw invullen Job, lieverd, er moet veel in de vuilniszak en andere zaken recyclen we. Die vuilniszak moet je zelf buiten zetten na ons gesprek aan tafel en dan doen we nog een slaapmutsje, een bodempje. Mmmmm….
En dan komt de passie!
Dan pak ik je hand en dan buig ik je duim zo ver naar achter dat je het uitschreeuwt, net zolang tot er vuur van boosheid en pijn in je ogen komt.
Dan vertel ik je ons verhaal, dat van de (partijloos) linkse menschen, die als bezetenen nog steeds bouwen aan dit land en daarvoor bestraft worden met bezuinigingen, met werkloosheid, met haat en verderf. Ik herinner je aan Robin Hood en ook aan het feit dat deze regering dat verhaal nooit begrepen heeft. Dat de passieloos geaccommodeerde consumenten vrijuit mogen stelen van de arbeiders, weet je nog? Arbeiders als in die A van de PvdA? Die werkende mens met het flutsalaris, de niet-werkenden (om welke reden dan ook) met een uitkering, de chronisch zieken, de onderdrukten, de weerlozen, de sterke inzetbaren, de jongeren, de menschen met passie voor gerechtigheid en gelijkheid. Ik schat hen op meer dan de helft van dit land. Dat was de A. Weet je het weer Job?
En als je dan zachtjes begint te huilen, laat ik je duim los, dan masseer ik het gewricht, doe er een zalfje op tegen kneuzingen en tot slot plant ik daar een kus.
Je moet weer terug naar de universiteit, Job, je was een goede Rector Magnificus. Een echte Prof. Dr., hoogleraar in de rechtsgeleerdheid: methoden en technieken.
Als burgemeester kwam je niet uit de verf en als landelijk politicus en partijvoorzitter ben je onhoorbaar.
Er rest je nog maar een ding: één keer een grote bek opzetten, publiekelijk! Tegen onrecht, tegen fascisme en ondemocratische beslissingen. Eén keer is genoeg om de passie bij de achterban weer naar boven te halen, één keer maar. En uit die mensen met passie moet een nieuwe PvdA ontstaan, links en intellectueel. Goed geschoold en gezond. Voor een land met cultuur en echte menschen, met passies en hobby's, met sociale ideeën en een goede verdeling van arbeid en inkomsten. Met zin er in! En een plaatsvervangster voor jou, een intelligente lachebek met duidelijkheid. Iemand die niet aan rechts hoeft te bedelen of ze mag schuren. Die niet extreem links hoeft te zoeken als tegenhanger. Gewoon een duidelijk en goed verdedigbaar standpunt heeft. Die de stemmers kan plezieren met humorvolle voorstellen die werkelijkheid kunnen worden.
En ik werk wel wat langer door Job, als ik een baan krijg. Als ze me de ruimte geven, kan ik met mijn ervaring veel veranderingen implementeren in mijn werk, anderen helpen om die te aanvaarden en mijn geestdrift laten zien als voorbeeld. Protesterend indien nodig, stevig in mijn (werk)schoenen staand. Met loon naar arbeid. Met humor! Met passie! Als een partijleidster op kleine schaal.
Tussen ons is het niets geworden, jammer genoeg. Ik ga ook niet meer zoeken naar die passie bij jou. Ik heb die van mij goed vertaald. Nu jij nog!
Dag Job!
Gavi Mensch
Nederland BV, 9-10-2010
©All rights reserved 2010
* http://www.depers.nl/binnenland/522671/Ik-houd-niet-zo-van-het-woord-passie.html
.
Nu de verkiezingen weer voor de deur staan, doe ik nog een laatste beroep op deze en gene om weer eens wat politieke passie uit de kast te halen. En dan bedoel ik niet die van de eenmansclubjes of de politici die hun god overal de schuld van kunnen geven. Sommigen zie ik redelijk op dreef komen, maar het is niet genoeg. Vandaar hieronder mijn artikeltje voor WCKD Magazine van Januari. En de job heb ik ondertussen gevonden, nu die andere nog!
Zoeken naar een Job.
Al maanden ben ik op banenjacht, mijn laatste werkdecennium wil ik proberen om een halve eeuw arbeid prettig af te sluiten. Niet zo eenvoudig, want men gelooft gewoon niet dat je nog zin hebt om te werken. Als senior verpleegkundige: gewoon deels nieuwe zorgwerkers instruerend, die verse handen aan het bed en deels organiserend. Innovatief denken, aangeven en meedoen. Natuurlijk werk ik voor mijn boterham, maar dat is niet het enige. Mijn beroep is een passie, het heeft te maken met de kwaliteit van een goed leven en een prettige dood, vooruit én terugkijken met een glimlach. Werken met mensen is een unieke bezigheid, elk mens is uniek; het vereist passie! Wie geen passie heeft, brandt op in de zorgsector of verliest patiënten. Wie geen passies heeft, vergaat al tijdens zijn leven.
En dan lees ik ineens het interview van Kustaw Bessems met Job Cohen in de Pers.
Job [ Zo’n woord als passie, daar houd ik niet zo van. ]* is een mens zonder zichtbare en hoorbare passie, intelligent, aardig, gematigd en voorzichtig. Leider van een van de grootste partijen van dit land en nog steeds een partij waarop veel mensen stemmen. Of gestemd zouden hebben, als die partij niet zo passieloos was geworden. Sinds enkele jaren ben ik, om die reden, partijloos links!
Vereren is niet echt een werkwoord voor mij. Ik aanbid niet en ik ben zelden 'fan van', maar iemand met passie kan een reactie bij mij uitlokken. Job doet dat dus niet en de meeste van zijn (weinig) zicht- en hoorbare partijleden ook niet. En zo is het gekomen.
Een grote partij die onzichtbaar en op kousenvoeten door Den Haag sluipt, geen weerstand lijkt te hebben en ook nergens vóór lijkt te zijn.
Job ten voeten uit. Voeten gestoken in warme antislip sokken met van die rubberdotjes eronder. Geen uitglijders waar een discussie over opgezet kan worden, geen breuken of versplinterringen, geen loopgips, geen tracties.
Slechts fracties van een Tweede Kamerfractie die wegzakt in de bankjes om maar niet op te vallen. En Job die zich als een schim verplaatst naar de interruptiemicrofoon op zijn paarse kousenvoetjes met dotjes.
En die dan met een zacht stemmetje iets liefs zegt, niet over fascisme praat en ook niet over innovatie. Eigenlijk praat ie nergens over en heb ik telkens weer het gevoel dat iemand hem van zijn stoel afduwt en sist: "Gotfer Job, nu moet je er echt iets van zeggen!" En hij is braaf!
Ik zou wel eens een borrel willen drinken met Job, samen aan een tafel waar ook de ellebogen op passen en waarop je voorover kunt leunen om elkaar diep in de ogen te kijken. Niks thee of wit wijntje, een goede whisky, een Glennfiddich zonder ijs, puur en prikkelend. En dan zou ik het gesprek laten draaien om deze quote uit het interview:[ Een aantal uitgangspunten van de sociaal-democratie zitten me als gegoten, maar het is altijd zoeken hoe je dat in deze tijd vertaalt. ]*
Hoe vertaal je sociaal en democratisch in deze tijd? Zal ik het zeggen Job?
Van mijn (VVD)ouders en (AR)grootouders heb ik van alles meegekregen en daarvan ook weer heel veel achtergelaten. Geproefd aan andere standpunten, partijprogramma's verslonden, meetings uitgezeten, stoffige en gepassioneerde sprekers aangehoord. Over de vertaling van sociaal hoef ik niets te zeggen, dat woord heeft al een vertaling, in alle bestaande talen. De toepassing daar gaat het om. Mijn jeugd zat vol sociale toepassingen, ook soms die van de VVD en het CDA, nu geheel ondenkbaar! Mijn lange reis door en langs het linkse heeft ook laten zien hoe je het sociale kunt overdrijven.
Democratisch is een woord dat een gevecht waard is, we beslissen met ons allen, niet alleen die rotjongens (en de snel opgeviste meisjes) in Den Haag. Het moet snel anders, snel voordat alles weggevaagd is en we slechts een politiestaat overhouden met griezels en graaiers. En gedoemden.
Nu?
Ja, nu!
Nu moeten we opnieuw invullen Job, lieverd, er moet veel in de vuilniszak en andere zaken recyclen we. Die vuilniszak moet je zelf buiten zetten na ons gesprek aan tafel en dan doen we nog een slaapmutsje, een bodempje. Mmmmm….
En dan komt de passie!
Dan pak ik je hand en dan buig ik je duim zo ver naar achter dat je het uitschreeuwt, net zolang tot er vuur van boosheid en pijn in je ogen komt.
Dan vertel ik je ons verhaal, dat van de (partijloos) linkse menschen, die als bezetenen nog steeds bouwen aan dit land en daarvoor bestraft worden met bezuinigingen, met werkloosheid, met haat en verderf. Ik herinner je aan Robin Hood en ook aan het feit dat deze regering dat verhaal nooit begrepen heeft. Dat de passieloos geaccommodeerde consumenten vrijuit mogen stelen van de arbeiders, weet je nog? Arbeiders als in die A van de PvdA? Die werkende mens met het flutsalaris, de niet-werkenden (om welke reden dan ook) met een uitkering, de chronisch zieken, de onderdrukten, de weerlozen, de sterke inzetbaren, de jongeren, de menschen met passie voor gerechtigheid en gelijkheid. Ik schat hen op meer dan de helft van dit land. Dat was de A. Weet je het weer Job?
En als je dan zachtjes begint te huilen, laat ik je duim los, dan masseer ik het gewricht, doe er een zalfje op tegen kneuzingen en tot slot plant ik daar een kus.
Je moet weer terug naar de universiteit, Job, je was een goede Rector Magnificus. Een echte Prof. Dr., hoogleraar in de rechtsgeleerdheid: methoden en technieken.
Als burgemeester kwam je niet uit de verf en als landelijk politicus en partijvoorzitter ben je onhoorbaar.
Er rest je nog maar een ding: één keer een grote bek opzetten, publiekelijk! Tegen onrecht, tegen fascisme en ondemocratische beslissingen. Eén keer is genoeg om de passie bij de achterban weer naar boven te halen, één keer maar. En uit die mensen met passie moet een nieuwe PvdA ontstaan, links en intellectueel. Goed geschoold en gezond. Voor een land met cultuur en echte menschen, met passies en hobby's, met sociale ideeën en een goede verdeling van arbeid en inkomsten. Met zin er in! En een plaatsvervangster voor jou, een intelligente lachebek met duidelijkheid. Iemand die niet aan rechts hoeft te bedelen of ze mag schuren. Die niet extreem links hoeft te zoeken als tegenhanger. Gewoon een duidelijk en goed verdedigbaar standpunt heeft. Die de stemmers kan plezieren met humorvolle voorstellen die werkelijkheid kunnen worden.
En ik werk wel wat langer door Job, als ik een baan krijg. Als ze me de ruimte geven, kan ik met mijn ervaring veel veranderingen implementeren in mijn werk, anderen helpen om die te aanvaarden en mijn geestdrift laten zien als voorbeeld. Protesterend indien nodig, stevig in mijn (werk)schoenen staand. Met loon naar arbeid. Met humor! Met passie! Als een partijleidster op kleine schaal.
Tussen ons is het niets geworden, jammer genoeg. Ik ga ook niet meer zoeken naar die passie bij jou. Ik heb die van mij goed vertaald. Nu jij nog!
Dag Job!
Gavi Mensch
Nederland BV, 9-10-2010
©All rights reserved 2010
* http://www.depers.nl/binnenland/522671/Ik-houd-niet-zo-van-het-woord-passie.html
.
Labels:
2010,
2011,
2012,
2013,
2014,
aanklacht,
creativiteit,
democratie,
gezeur,
Nederland BV,
onverantwoordelijk,
passie,
politiek
woensdag 16 februari 2011
Sociale Social Media 1
.
"Zit je nu de hele dag achter die PC?" is de vraag die ik krijg van mensen die alleen zien dat ik stukjes op mijn blog zet en zich verder niet laten horen. Mijn antwoord is bevestigend en ik probeer hen uit te leggen hoe belangrijk het contact met anderen via Internet kan zijn. Het is vooral een sociaal medium, mijn contact met de buitenwereld op dagen dat ik niet buiten maar thuis ben.
Het blijkt vaak dat als je in de put zit of even niet al te vrolijk bent en dus ook je vaste menschen niet aanschrijft of belt, dat ze je volkomen kwijt zijn. Het is beangstigend voor hen dat ze je niet kunnen optillen om over de rand van de put heen te kijken en ze wachten om een hoekje tot het beter gaat met jou. Niets menselijks is ons vreemd. Mijn kinderen zijn attent, bewegen mee op de golven van mijn stemming. Ik zou zoals miljoenen een pil kunnen nemen om beter te pruimen te zijn voor de rest van de mensheid, maar ik heb daar nooit erg veel vertrouwen in gehad, het werkt niet voor mij. Zo'n oppeppil geeft schijnvrolijkheid, creëert valse voorwendselen en verkeerde indrukken.
Ik wil ook in de diepte blijven wie ik ben. Het is als een soort mentale griep. Je moet hem uitzweten. En dit jaar heb ik dus, zoals ik mij al jaren voorneem, een maand in mijn hol doorgebracht. Geen enkele noodzaak om naar buiten te gaan, behalve voor een bezoek aan mijn kleinkind en kinderen en om rantsoenen in te slaan. Bij Ap om 8 uur 's avonds zie ik de op mij gelijkende types, de 35%-kortingjagers en de sloebers die geen daglicht verdragen en het somber willen houden.
Nuchter als een geit op een leeg grasveld, loop ik rondjes in mijn benedenhuisje.
Ik stop voor de ezel, spatel sombere kleuren op het palet, pak water en klieder wat, met passie, niet met verve.
Ik stop bij de bank, ook wel banque genoemd en graaf me een nest in de kussens en plaids en slaap een beetje. Tv kijken is amper een optie, er valt weinig, meestal helemaal niets te zien dat mij eventueel zou kunnen boeien.
Ik stop bij het koffiezetapparaat en de waterkoker, voorzie mijzelf van koffie en thee of anders sinas light. Ik eet een boterham en kook elke dag vers eten.
Ik stop bij mijn werktafel, lees een eBook, maar na enkele pages heb ik het weer gezien. Ik draai de hele dag mijn favoriete muziek, zachtjes.
Ik stop bij mijn boekenkast en lees oude passages, eventjes.
Ik stop bij de gedichten die mijn ziel raken en 'ween bitter'.
Ik schrijf, uren achtereen, mijn dagboek is een dagelijkse must. Want zoveel dagen verliezen van een leven dat kostbaar zou zijn, dat knijpt in mijn ziel.
Mijn redding is dus de PC met zijn Internet, mijn mailbox en Twitter. Elke dag nieuwsbrieven over mijn werk en mijn interesses, artikelen en opinies; die zijn kort en gaan erin als koek. Ik schrijf commentaren bij artikelen en onder blogs en 120 woorden stukjes, elke dag.
En ik Twitter. Zin en onzin, ik zuig de twitterwoorden van het scherm; als er geen mention ( een directe verwijzing naar mij, via mijn twitternaam) bij staat, is ie dus ook voor mij bedoeld. Ik heb een grote kring waar ik even bij kan buurten en een kleinere kring die er gewoon altijd is. En ik kan alles lezen en wel of niet opslaan.
Een enkele hufter met of zonder psychiatrische stoornis kan mijn plezier vergallen; op mij persoonlijk gerichte agressie op dit sociale medium maakt dat ik de klep van mijn PC angstig dicht doe. Ik heb steeds minder excuses voor agressie; met mijn ziel als een zeepbel zo teer heb ik geen verweer. En dan haak ik af.
Dat betekent dat ik even echt van alle menselijke en (virtuele) contacten ben afgesneden. Maar zij gaan niet weg, ze zijn blijvend, de agressoren, niet alleen virtueel maar overal.
Ik vat mijzelf dan bij de kladden en open de klep van mijn laptop weer. Er is niets veranderd. Ik schrap alle boosdoeners van mijn lijstje en begin opnieuw. Ik laat me niet kisten voordat ik echt 'deaud' ben.
En met de lieve reacties kom ik weer in een warme virtuele wereld die net zo echt is als het leven zelf, omzetbaar in echt contact als je dat wilt, in ieder geval leesbaar en in een enkel geval zelfs tastbaar.
Hartverwarmende reacties, hulp bij solliciteren, steuntjes in de rug, huisvestingzoekers, opkikkers en muziekjes speciaal voor mij, omhelzingen en kusjes, grapjes en ondeugendheden. Ik kan nog niet echt hard lachen, grijnzen wel en glimlachen met een traan. Het is een open medium, met onwaar- en waarheden, met veel fantasie, harde uitspraken en vooral veel humor. Met gedeelde smart en veel saamhorigheid. Soms illusies creërend die later weer als een zeepbel uiteen spatten, die je even stil laten staan bij de verveling van anderen, soms ten koste van jou. Ook dat is goed, het zet je met twee benen terug op aarde. Asi es la vida…
Twitter is in deze laatste maand mijn steun geweest, mijn trappetje op weg naar boven. Zonder pillen of therapietjes. Sociale media kunnen meer dan mensen denken.
Voornamelijk omdat ze sociaal zijn.
Ik ga morgen weer op gesprek voor werk, voor een baan die ik eigenlijk nog niet wil, maar waar ik wel voor ga. Het is mijn werk en mijn daginvulling. Het is mijn huis dat betaald wordt en mijn weg naar buiten. Het is weer een begin, alweer een begin, zoals elke dag opnieuw begint. Met dank aan de menschen die hun hart en ziel en geduld hebben ingezet. Ik ben er weer, een maand ouder en hopelijk een maand wijzer.
©Gavi Mensch
Twitter @GaviMensch
15/16-2-2011
PS De afbeelding is een kaart die ik van Twitteraarster May... kreeg, per post en handgeschreven, niet alles is dus virtueel. Twitter is ook tastbaar.
.
"Zit je nu de hele dag achter die PC?" is de vraag die ik krijg van mensen die alleen zien dat ik stukjes op mijn blog zet en zich verder niet laten horen. Mijn antwoord is bevestigend en ik probeer hen uit te leggen hoe belangrijk het contact met anderen via Internet kan zijn. Het is vooral een sociaal medium, mijn contact met de buitenwereld op dagen dat ik niet buiten maar thuis ben.
Het blijkt vaak dat als je in de put zit of even niet al te vrolijk bent en dus ook je vaste menschen niet aanschrijft of belt, dat ze je volkomen kwijt zijn. Het is beangstigend voor hen dat ze je niet kunnen optillen om over de rand van de put heen te kijken en ze wachten om een hoekje tot het beter gaat met jou. Niets menselijks is ons vreemd. Mijn kinderen zijn attent, bewegen mee op de golven van mijn stemming. Ik zou zoals miljoenen een pil kunnen nemen om beter te pruimen te zijn voor de rest van de mensheid, maar ik heb daar nooit erg veel vertrouwen in gehad, het werkt niet voor mij. Zo'n oppeppil geeft schijnvrolijkheid, creëert valse voorwendselen en verkeerde indrukken.
Ik wil ook in de diepte blijven wie ik ben. Het is als een soort mentale griep. Je moet hem uitzweten. En dit jaar heb ik dus, zoals ik mij al jaren voorneem, een maand in mijn hol doorgebracht. Geen enkele noodzaak om naar buiten te gaan, behalve voor een bezoek aan mijn kleinkind en kinderen en om rantsoenen in te slaan. Bij Ap om 8 uur 's avonds zie ik de op mij gelijkende types, de 35%-kortingjagers en de sloebers die geen daglicht verdragen en het somber willen houden.
Nuchter als een geit op een leeg grasveld, loop ik rondjes in mijn benedenhuisje.
Ik stop voor de ezel, spatel sombere kleuren op het palet, pak water en klieder wat, met passie, niet met verve.
Ik stop bij de bank, ook wel banque genoemd en graaf me een nest in de kussens en plaids en slaap een beetje. Tv kijken is amper een optie, er valt weinig, meestal helemaal niets te zien dat mij eventueel zou kunnen boeien.
Ik stop bij het koffiezetapparaat en de waterkoker, voorzie mijzelf van koffie en thee of anders sinas light. Ik eet een boterham en kook elke dag vers eten.
Ik stop bij mijn werktafel, lees een eBook, maar na enkele pages heb ik het weer gezien. Ik draai de hele dag mijn favoriete muziek, zachtjes.
Ik stop bij mijn boekenkast en lees oude passages, eventjes.
Ik stop bij de gedichten die mijn ziel raken en 'ween bitter'.
Ik schrijf, uren achtereen, mijn dagboek is een dagelijkse must. Want zoveel dagen verliezen van een leven dat kostbaar zou zijn, dat knijpt in mijn ziel.
Mijn redding is dus de PC met zijn Internet, mijn mailbox en Twitter. Elke dag nieuwsbrieven over mijn werk en mijn interesses, artikelen en opinies; die zijn kort en gaan erin als koek. Ik schrijf commentaren bij artikelen en onder blogs en 120 woorden stukjes, elke dag.
En ik Twitter. Zin en onzin, ik zuig de twitterwoorden van het scherm; als er geen mention ( een directe verwijzing naar mij, via mijn twitternaam) bij staat, is ie dus ook voor mij bedoeld. Ik heb een grote kring waar ik even bij kan buurten en een kleinere kring die er gewoon altijd is. En ik kan alles lezen en wel of niet opslaan.
Een enkele hufter met of zonder psychiatrische stoornis kan mijn plezier vergallen; op mij persoonlijk gerichte agressie op dit sociale medium maakt dat ik de klep van mijn PC angstig dicht doe. Ik heb steeds minder excuses voor agressie; met mijn ziel als een zeepbel zo teer heb ik geen verweer. En dan haak ik af.
Dat betekent dat ik even echt van alle menselijke en (virtuele) contacten ben afgesneden. Maar zij gaan niet weg, ze zijn blijvend, de agressoren, niet alleen virtueel maar overal.
Ik vat mijzelf dan bij de kladden en open de klep van mijn laptop weer. Er is niets veranderd. Ik schrap alle boosdoeners van mijn lijstje en begin opnieuw. Ik laat me niet kisten voordat ik echt 'deaud' ben.
En met de lieve reacties kom ik weer in een warme virtuele wereld die net zo echt is als het leven zelf, omzetbaar in echt contact als je dat wilt, in ieder geval leesbaar en in een enkel geval zelfs tastbaar.
Hartverwarmende reacties, hulp bij solliciteren, steuntjes in de rug, huisvestingzoekers, opkikkers en muziekjes speciaal voor mij, omhelzingen en kusjes, grapjes en ondeugendheden. Ik kan nog niet echt hard lachen, grijnzen wel en glimlachen met een traan. Het is een open medium, met onwaar- en waarheden, met veel fantasie, harde uitspraken en vooral veel humor. Met gedeelde smart en veel saamhorigheid. Soms illusies creërend die later weer als een zeepbel uiteen spatten, die je even stil laten staan bij de verveling van anderen, soms ten koste van jou. Ook dat is goed, het zet je met twee benen terug op aarde. Asi es la vida…
Twitter is in deze laatste maand mijn steun geweest, mijn trappetje op weg naar boven. Zonder pillen of therapietjes. Sociale media kunnen meer dan mensen denken.
Voornamelijk omdat ze sociaal zijn.
Ik ga morgen weer op gesprek voor werk, voor een baan die ik eigenlijk nog niet wil, maar waar ik wel voor ga. Het is mijn werk en mijn daginvulling. Het is mijn huis dat betaald wordt en mijn weg naar buiten. Het is weer een begin, alweer een begin, zoals elke dag opnieuw begint. Met dank aan de menschen die hun hart en ziel en geduld hebben ingezet. Ik ben er weer, een maand ouder en hopelijk een maand wijzer.
©Gavi Mensch
Twitter @GaviMensch
15/16-2-2011
PS De afbeelding is een kaart die ik van Twitteraarster May... kreeg, per post en handgeschreven, niet alles is dus virtueel. Twitter is ook tastbaar.
.
Labels:
inzet,
Lange uitleg,
liefde,
menschen,
Social Media,
ziel
zondag 13 februari 2011
Sometimes
.
Every now and then you come to a point that there doesn’t even appear to be one single road to wherever. Occasionally you lose hope and the sun doesn't even get up. Then you might think all is lost. Not true!
My camellia was pregnant for 9 months and just gave birth to her first flowers.
Patience is a must!
I embrace the idea that there might be two roads, one going and one coming back. And between those two roads one may follow paths that cross the roads and lead to different views.
Sometimes what you hear is not true. People may speak with different tongues; it depends on their state of mind and also on your own perception. From time to time people speak a different language, one you must be able to translate. Sometimes you hear what you whish to hear.
And occasionally you run into people that have been using the same roads but not the same paths in between. But it doesn't seem to matter, the destiny is the same.
The roads back and forth are paved with all sorts of intentions; one must be able to zigzag to avoid obstacles
Sometimes you learn you can twist en make braids and the result is a little confusing at first.
After a short while it forces you to listen in a different way and the elegant fusion of cultures and musical creativity illuminates the road.
The melancholic though cherished sad memories are mixed with hope for survival and spontaneous happiness.
Just listen and enjoy:
©Gavi Mensch
Maastricht, 11-2-2011
.
Every now and then you come to a point that there doesn’t even appear to be one single road to wherever. Occasionally you lose hope and the sun doesn't even get up. Then you might think all is lost. Not true!
My camellia was pregnant for 9 months and just gave birth to her first flowers.
Patience is a must!
I embrace the idea that there might be two roads, one going and one coming back. And between those two roads one may follow paths that cross the roads and lead to different views.
Sometimes what you hear is not true. People may speak with different tongues; it depends on their state of mind and also on your own perception. From time to time people speak a different language, one you must be able to translate. Sometimes you hear what you whish to hear.
And occasionally you run into people that have been using the same roads but not the same paths in between. But it doesn't seem to matter, the destiny is the same.
The roads back and forth are paved with all sorts of intentions; one must be able to zigzag to avoid obstacles
Sometimes you learn you can twist en make braids and the result is a little confusing at first.
After a short while it forces you to listen in a different way and the elegant fusion of cultures and musical creativity illuminates the road.
The melancholic though cherished sad memories are mixed with hope for survival and spontaneous happiness.
Just listen and enjoy:
©Gavi Mensch
Maastricht, 11-2-2011
.







