vrijdag 19 oktober 2012

Dementerenden kosten minder thuis?




Dat dementerenden 'goedkoop' thuis kunnen worden verpleegd is een idee van een zogenaamde wezenloos zonder ouders, partner of kinderen. 
Het thuis verplegen van iemand met een dementie is lood en loodzwaar. Het is 24/7, je bent nooit gerust, je kunt als partner nooit meer vrij ademhalen. Je partner is dement en jij wordt opgesloten zolang hij of zij leeft. Sommige ouderen kunnen dat opbrengen, anderen raken gedeprimeerd en dan is er dubbele zorg nodig.



Wat hebben we nodig om een dementerende patiënt thuis te verplegen?
Afhankelijk van het stadium van dementie is dat nogal verschillend.
Maar de omgeving vraagt vanaf het begin om speciale maatregelen.




Eerst een veilig huis, met haakjes op deuren waar men de patiënt niet meer wil hebben, bijvoorbeeld een keuken met gasfornuis.
Een traplift want ook de motorische zekerheden verminderen snel.
Een aangepaste badkamer, iemand die motorisch slecht is of wordt wil je niet douchen in een badkuip met hoge rand.
Een slaapkamer waar twee aparte bedden in passen. Of een aparte slaapkamer voor de patiënt en de 'nachtdienst'(?)
Een aangepast toilet, liefst met ruimte om de patiënt te verschonen. Let wel in veel oudere huizen is het toilet beneden en de badkamer boven.
Geen gasfornuis meer, alles moet elektrisch, met speciale veiligheidsschakelaars. Verder een persoonlijk alarm, sleuteluitgifte, een open telefoonverbinding en overal camera's?

Wie gaat al die aanpassingen betalen? Van de jongeren van nu kun je zeggen dat ze gewaarschuwd zijn en dat ze hun huizen zo moeten inrichten dat ze daar tot aan de dood kunnen blijven wonen. Verkopen is ook al geen optie meer namelijk.

Verhuizen is ook voor de patiënt niet aan te bevelen. Een demente patiënt lijkt zich het best te kunnen handhaven in de omgeving waar zich zijn vroegste herinneringen bevinden.

Een persoonlijke begeleider die bij beginnende dementie de patiënt (en de partner) ondersteunt. Een case manager, zo u wilt.

Erg mooi bedacht van de VGZ en Geriant (zorgverlener met zeer verouderderde informatie op de website) maar wie gaat dat doen, wat levert dat op en hoe is de bereikbaarheid? Wachttijden van 2 tot 3 weken voor intake alleen al? Hoeveel managers ( o got wat een woord) heb je nodig en hoeveel zijn er? De casemanager is de coördinator die de patiënt met 'enige' regelmaat bezoekt, bekijkt wat er nodig is om thuis te kunnen blijven wonen; de grens van casemanagement is snel zichtbaar. Ook al weet ik wat ik zou willen inzetten bij een bejaard echtpaar waarvan de man dementerend is en de vrouw niet al te best ter been, er zijn niet genoeg mensen die inzetbaar zijn. Probleem is en blijft het te kleine bestand aan verzorgenden en bovendien het te kleine budget.

En dan het nut. Wordt de mantelzorger ontlast? Door wie? Door de persoonlijk begeleider, de casemanager? Een gespecialiseerde verzorgende van de thuis- of buurtzorg? Een zorgcoördinator? Allemaal mensen die er waarschijnlijk net niet zijn als de loodzware dementerende patiënt moet plassen en niet wil dat de partner hem of haar begeleidt. En dus alles bevuilt. En de huishoudelijke zorg die pas weer over 3 dagen komt. Want de partner kan het allemaal best zelf doen.
En waar halen we al die mensen vandaan? Hoe makkelijk gaat het worden om te zeggen dat er vandaag niemand komt omdat er simpelweg niemand is?

Hoeveel besparing op overhead gaat dat opleveren? Die casemanagers  moeten ook weer een kantoor, een manager of twee en een teamleider, een coördinator en een planner annex administratief ondersteuner en natuurlijk vergadertijd  ….toch?
Alle mensen met dementie volgens protocol thuis begeleiden: onmogelijk!
Ik heb wel 100 mensen met dementie verpleegd, van een 50 jarige vrouw waar ik dagdelen thuiszorg deed tot aan een 48 jarige man met Korsakov, die ook nog een heftig leverfalen had en de niet aflatende drankzucht. En alle gemiddelde dementerende mensen er tussenin. Geen van allen zijn ze gebaat met een dure casemanager, wel met oproepbare gespecialiseerde zorgverleners.  Ik was ooit wijkverpleegkundige zonder horloge, ik werkte dagdelen en de minuutjes die ik overhad, liep ik nog even ergens binnen, bij een eenzame oudere of bij de partner van een dementerende patiënt. Ik was oproepbaar voor de patiënten én de mantelzorgers.

Voor alleenwonende Alzheimer patiënten gaat de casemanager sowieso niets betekenen. Een alleenwonende dementerende patiënt is zoiets als een 6 jarige alleen in een huis zetten en zeggen: Morgen kom ik weer terug.
En je thuis bedenken of je de lucifers en aanstekers wel hebt weggehaald.

Maar als we goed rekenen wordt het op het eind een onmogelijke zaak, je kunt geen verzorgende hele dagen stationeren bij dementerende patiënten. Dat is onbetaalbaar en daar verandert een casemanager niets aan. 

Ik begrijp dus dat bij deze stunt van VGZ en Geriant, dat de geldstroom van pot verwisselt en dat men daar als patiënt of mantelzorger nog steeds niet mee geholpen is.

Als alternatief kan ik alleen voorstellen dat, alle nog thuiswonende dementerenden een PGB krijgen waar men gewoon hulp voor kan inkopen, desnoods van die lieve buurvrouw. Hulp bieden is een ding, ingezet worden als gratis hulpverlener is iets heel anders.

Ik pleit ook voor het opleiden van veel meer gespecialiseerde geriatrieverzorgenden, voornamelijk voor de (thuis- en buurt-) wijkzorg.

En ik pleit natuurlijk weer voor het terugbrengen van zorgbestuurders en managers naar deze planeet aarde:
"Mijne heren en ook dames, u hebt gekozen voor een werkplek in deze maatschappij die niets anders inhoudt dan het coördineren van zorg en geldstromen. Maar niet naar uw eigen achterzak!"

Zouden ze nog zo veel vergaderen op hun ergonomisch verantwoorde stoelen als ze  gewoon in de hoogste salarisschaal zouden zitten?
Kunnen ze niet gewoon, all in, 8365,94 euro verdienen per maand en dat 13 keer? Dat is nog altijd 108.757,22 per jaar.
Maar wel minimaal 100.000 minder dan wat de meesten tegenwoordig bedingen, om nog maar niet te spreken van de lease bakken en pensioen regelingen, bonussen en vertrekpremies.

Hoe we ook rekenen en passen en meten en mensen met duurklinkende namen op allerlei plekken zetten, de uitkomst is telkens dezelfde: het werkt niet voor de patiënt en zijn omgeving.

Wat wel werkt is het vak van verzorgende en verpleegkundige aantrekkelijker maken door het een diepere inhoud te geven dan het 'per minuut werken' en door meer mensen beter op te leiden voor een iets beter salaris. Zo wordt men niet overbelast, is er ruimte voor plezier in het werk.
Mijn patiënten zijn gebaat bij bijvoorbeeld meerdere vaste verzorgenden. En een vaste en goed bereikbare coördinator, in de wijk zelf. Niet eentje die over een enorm gebied voor honderden patiënten tegelijk bezig is.

Dat het te kostbaar wordt om voor zieken verzorgings- en verpleeghuizen te bouwen is logisch. Dat het ook wel een ludiek idee zou zijn om bestaande ruimtes aan te passen is vooralsnog een droom.

Ik hoop daarmee VGZ even uit de droom te hebben geholpen en ook Geriant. Zonder handen aan het bed of de toiletstoel, heb je nog steeds helemaal niets.
Op dit moment doen de wijkverpleegkundigen een groot deel van de ouderenzorg en de zorgcoördinatie, met het geld uit projectpotjes. 
Maak dat alvast een vaststaande taak, zonder minutenregistratie.



Het misbruiken van zorggelden voor casemanagers lost niets op!



©Gavi Mensch
Nederland BV, 19-10-2012.

  
N.a.v. artikel in de Volkskrant van 19-10-2012 alleen te vinden in de papieren versie op pagina7 en verder op pagina 22. [ Dementerenden thuis verplegen goedkoper] 


Update: met alle woonhuizen vol, komen verzorgingshuizen leeg te staan. Wat een raar spelletje: http://www.skipr.nl/actueel/id12471-leegstand-in-verzorgingstehuizen-dreigt.html#comments






.

donderdag 18 oktober 2012

Amsterdam, herinneringen 1




. 

Ik houd van Amsterdam, ik heb er ruim een jaar gewoond toen ik nog jong en onschuldig was. Ik was klaar met mijn eerste opleiding en was al een tijdje in het buitenland geweest. Mijn eerste baan was geen succes, parttime in een kinderdagverblijf, later aangevuld met het 'doen' van de Koffiecorner van de Bijenkorf in het centrum. Via het arbeidsbureau kwam ik aan een baan op een reclamebureau. 


schilderij v Corina Karstenberg ©


Ik woonde op een gedeelde etage in de Karel du Jardinstraat, met als hatelijke en slonzige en nog volkomen onbekende achterbuurvrouw Sylvia Kristel en de vrolijke Dennis en nog wat andere jonge acteurs, die 'gewoon' bij het toneel waren, als buren. Met al onze vrienden die uit het buitenland kwamen om te  logeren. De etage was een verhaal op zich, maar daarover later meer.





De heerlijke Gelaghkamer op de Vijzelgracht als stamkroeg die ik mocht delen met Ramses Shaffy, Marjol Flore, Amman Werner (mijn baas ) en nog wat van dat soort doorgewinterde boemelaars; allemaal even beschermend en elegant met de jongste (ik).  


                                                                                                                                                                                     
schilder: Ramses Shaffy

Doorgewinterde en humoristische dronkenlappen. Er waren theatermakers en acteurs, filmproducenten en actrices, die dat niet waren en er was altijd muziek. Heel veel jaren later zag ik Ramses in een klein theater in Dordrecht en hij improviseerde een liedje waar ze in de Gelaghkamer altijd ter plekke andere woorden op verzonnen, afhankelijk van wie er binnen kwam. En de eerste regels van het mijne wist ie nog!
                                                                                                    



Amman Werner was mijn baas op het reclamebureau Trend Communications, een reclamebureau bevolkt met uitermate creatieve en ontembare briljante geesten. Kwinkslagen werden beloond, dat was het betere werk! 
Op zondagmorgen gingen we ook wel met alle Wernertjes zwemmen in het Sportfondsenbad, destijds nog in de buurt van het Mercatorplein als ik me goed herinner.

Op vrijdagmiddag na het werk een terrasje, ´s avonds naar de kroeg, daarna naar de nachtfilm, dan naar een zeemanscafé ergens op de Oudezijds om, al zittend op het afgedekte biljart met bruinebonensoep in je handen, te schaken of te dammen met een verlopen intellectueel. En eindigend om 5 uur 's morgens op Nieuwmarkt, in het café van een oude slechtgehumeurde prostituee die je sterke koffie schonk terwijl ze je uitschold. Maar het was de eerste kroeg die op die tijd open ging..... voor koffie.
Dan naar huis, douchen en gelijk door naar de markt. Daarna meestal eten bij wie je tegenkwam en vervolgens begon dan alles weer van voren af aan.

Als hippie schuimde ik het Waterloo plein af en de Looier. Alles was tweedehands en tegelijkertijd allemaal nieuw...voor mij.

Jaren in het buitenland maakten niet dat mijn liefde voor Amsterdam verdween. Elke Schiphol-landing (er was nog niet veel keuze in vliegvelden) deed ik een rondje. 

Later kwam ik wel weer wat vaker in Amsterdam, mijn tante woonde op de Groenburgwal en mijn nicht, die in kunst handelde, woonde in een prachtig appartement aan de Amstel. Met mijn dochter ging ik de jaren '60 winkeltjes in en uit. Met mijn zoon naar Café Chaos, geweldig dat je daar de schillen van de pinda´s op de grond mocht gooien!
Een lacherige boom opzetten met Paul Asscher (van de diamanten) en zijn vrouw over het nut van een grote kosjere McDonald's halverwege Amsterdam en Antwerpen. Om de heen en weer reizende diamantairs van goedkoop én kosjer eten te voorzien. Van hem heb ik geleerd om een diamant te beoordelen. Gewoon een aardige Amsterdamse jongen.

Negentien was ik en in Amsterdam altijd de jongste. Dat was ik daarvoor nooit geweest en daarna ook niet meer. Het was een belangrijke mijlpaal in mijn leven.
Ik heb destijds zoveel in mijn geheugen gegrift, ik kan er nog jaren mee vooruit. Het is al zolang geleden, maar zo voelt het niet.

Amsterdam is mijn woord voor contrasten, voor zoete en stoere herinneringen en voor authentiek. Ik heb iets met Amsterdam en het houdt nog steeds van mij.


©Gavi Mensch
Nederland BV 18-10-2012
All rights reserved 2012


Uit mijn dagboek: Hinkend op twee gedachten
Amsterdam, 1971;
bewerkt: Jerez, 26-11-2006

donderdag 11 oktober 2012

Gastcolumn Ton Broekhuisen: Pil van Drion wacht gouden toekomst


Mijn angst en gefundeerde boosheid over het gehannes in de zorg, de cententellers, de kruideniers (die zich met zieken en hulpbehoevenden bemoeien in plaats van de rovers, graaiers en fraudeurs) werd vanmorgen briljant verwoord door Ton Broekhuisen, gelukkig niet vrij van humor en wel héél duidelijk:



Pil van Drion wacht gouden toekomst
Zelfs alle kunstgrepen kunnen het niet langer verbloemen: de voormalige reus Nederland heeft zich vertild. En wankelt richting het ravijn. Logisch. Als je de hele wereld in het algemeen en Europa in het bijzonder op de been wilt houden. Terwijl ze er zelf een zootje van maken. Ook de laatste wanhoopspoging om de zorg door marktwerking betaalbaar te houden (lees: maken) werd een fiasco. De zorg is simpelweg onbetaalbaar geworden. En voor dat beetje zorg dat nog rest moeten we de absolute hoofdprijs betalen. In 2012 gaat 15% van ons inkomen op aan zorg. In 2020 al 20 %. Op papier lijkt dat nog mee te vallen. Helaas komt het er in de praktijk keihard op neer dat we steeds méér gaan betalen. Voor steeds mínder zorg.
Tot overmaat van ramp blijkt de gifbeker nog lang niet leeg. Als het aan de winnende combinatie VVD en PvdA ligt althans. Het regeerakkoord is weliswaar nog in de maak. Maar de voortekenen zijn dramatisch. Eeuwige lachebek Mark Rutte en zijn érg volgzame rechterhand Diederik Samsom lijken tot het gaatje te willen gaan om de Nederlandse bevolking op te laten draaien voor de veel te dure financiële huishouding van dit verloren land.
Naar is uitgelekt verlagen de VVD en PvdA zichzelf tot puur jatwerk. Niet alleen lijkt er een extra bijdrage op het eigen risico onderweg. Voor het gemak vallen bezoekjes aan de huisarts voortaan ook onder dat eigen risico. Maar het kan nóg valser. Er gaan waarschijnlijk ook boetes worden opgelegd voor ‘onnodig’ bezoek aan een huisartsenpraktijk of EHBO-post in het ziekenhuis. Waardoor de gezondheidszorg definitief tot jurysport lijkt te zijn gedegradeerd.
Ik stel me dat als volgt voor. Omdat ik me zorgen maak over mijn nogal blauwgekleurde kuiten maak ik een afspraak met mijn huisarts. Nadat zijn altijd drukke assistente na een minuut of tien eindelijk de telefoon heeft opgenomen. En ik haar na dik twintig minuten heb weten te overtuigen dat deze delicate kwestie niet door háár valt af te handelen. In de spreekkamer vraagt de huisarts me vriendelijk om mijn broek te laten zakken. Omdat het jurylid naast hem me bemoedigend toeknikt, besluit ik dat te doen. Niet veel later stelt de huisarts een geruststellende diagnose: “Meneer Broekhuisen, het goede nieuws is dat u géén spataderen heeft. Het slechte nieuws is dat uw spijkerbroek nogal afgeeft aan de binnenkant.” Waarna het jurylid breed grijnzend een boete uit begint te schrijven. En me sissend toevoegt: “’Wilt u pinnen of contant betalen? Het is nogal duidelijk is dat u niets te zoeken had bij uw huisarts.”




Een prognose dan maar. Binnen nu een vijf jaar worden we niet meer door de tandarts geholpen. Als we minder dan zes keer per dag onze tanden poetsen. En over tien jaar worden we niet meer geopereerd. Als we, hoe bewusteloos ook, niet vooraf het verschuldigde bedrag over hebben gemaakt aan de chirurg van dienst. En over 15 jaar worden we afgeschoten. Zodra we 70 jaar zijn. En met onze eigenwijze, pensioengerechtigde klotekop verzuimd hebben de pil van Drion te slikken.




Ooit vroeg een lezer aan de ook in Feyenoord-kringen niet onbekende columnist Jan D. Swart waarom hij het in Nederland niet voor gezien hield. Als hij toch altijd wat te zeiken had over dit land. Het korte en bondige antwoord van Jan D. Swart ben ik nooit vergeten: “Nee, ik blijf. Omdat ik wil weten hoe het hier afloopt.” Treffender kan ík het onmogelijk zeggen.
Ton






Met dank aan Ton voor het verlenen van de toestemming voor deze gastcolumn en voor een DM met een groot compliment dat ik voor mijzelf hou.

Eerder verschenen op: http://moetenwenietwillen.nl/2012/10/pil-van-drion-wacht-gouden-toekomst-boete-huisart/#more-14760 E

Deze en andere columns van Ton Broekhuisen zijn te lezen op zijn site: http://typischton.nl/archief/posts/ en hij is goed te volgen op twitter @tonbroek





©GaviMensch
NederlandBV 11-10-2012


donderdag 4 oktober 2012

Hout 1 Marcelle van der Leeuw



  
Bewezen is dat als mensen door de bomen het bos niet meer zien, een lange boswandeling een uitstekende oppepper is. Ik knap al op van het aanzicht van hout.

We, de leden van mijn gezin, hebben niets met wat mijn zoon treehuggers noemt, maar wel met bossen en met hout. Mijn dochter wilde toen ze klein was niet van het bospad af en liep op haar tenen om maar vooral niet op de kabouterhuizen te trappen. Mijn zoon weigerde champignons te eten, waarschijnlijk om dezelfde reden. Maar naar het bos gaan is voor allemaal nog steeds een uitje. Mijn kleindochter heeft nu het wonder van de glimmende kastanjes ontdekt en de grootte van de bomen waar ze inhangen.

In de herfst is iedereen met die bomen bezig. Met de bladeren, de vallende bladeren. Niet met de levende materie, het hout; materie  die je kunt vormen en die nog eeuwenlang kan krimpen en uitzetten.

Ik ben gek op hout, gewoon eerlijk hout. Op mooie beelden van hout, op gebruiksvoorwerpen. Ik heb dan ook twee houtkunstenaars die me zeer lief zijn.

De eerste is Marcelle van der Leeuw ; zij maakt o.a. tafels en banken die ik allemaal zou willen kopen.

Voorlopig blijft dat nog alleen maar kijken 

Voor tafeltje WILOTT verzon ik de naam, die heeft dus een streepje voor.








FOREST hieronder is een waar kunstwerk en toch bruikbaar. 

onder en zijaanzicht


Marcelle won bij een Italiaanse designerswedstrijd
 'Only for Women' een prijs met 
4SKIS 


Het blanke hout van  de IJSBEER
en  DUALITY een kunstwerk met een gladde en een ongelijke kant










Volg Marcelle op twitter @leeuwleeuw

of neem een kijkje op haar blog:





©Gavi Mensch
Nederland BV, 4-10-2012
All rights reserved 2012

Update juni 2014: Expositie van schilderijen en houten objecten van Marcelle van der Leeuw. Gaat dat zien!





donderdag 27 september 2012

zwartwit



.

Mijn dochtertje had een hartsvriendinnetje op het kinderdagverblijf, Jessica, die met frequentie bij ons logeerde of mijn dochter bij haar. 
Op een dag vroeg mijn moeder hoe ze dan sliep bij Jessica thuis en mijn dochter legde dan trots uit dat Jessica een stapelbed had.

Met dat gegeven fabriceerde mijn moeder een bar slechte tekening van een stapelbed waarin twee kinderen lagen.

Mijn dochter keek ernaar en schoof het gekrabbel van haar oma geïrriteerd weg. "Oma, waarom heb in Jessica's gezicht gekrast", vroeg ze boos. Mijn moeder zei dat het was om het gezicht van Jessica zwart te maken. 
Ik keek mijn moeder aan en vroeg wat ze bedoelde."Nou Jessica's is toch zwart?" zei ze verbaasd.
Mijn dochter werd boos en riep dat Jessica helemaal niet zwart was en stommelde naar haar kamer.

Ik heb mijn moeder bedankt voor het lesje in rassenbewustheid, heel begrijpelijk als dochter van een verzetsvrouw. Mijn moeder haalde haar schouders op en vertrok boos. Mijn moeder was geen licht in de duisternis, had een tunnelvisie en las de Telegraaf.

Toen ik vanmorgen in de Volkskrant het artikel 'De naakte noirheid '( prachtige titel overigens) las, schoot me dit gebeuren te binnen.
Ik heb de film Intouchables twee keer gezien en pas bij het lezen van het artikel dat als ondertitel heeft: 'Analyse Racisme in de film Intouchables' realiseerde ik mij dat dit soort analyses racisme in de hand werken.
Ik had Driss tot nu toe gezien als een jongen uit een arm gezin die het zat was om arm te zijn en door zijn ingebakken zorgzaamheid met vreselijk veel humor en zelfs liefdevol de taak van verpleger van de lastige Philippe op zich neemt.


Net zoals de tekening van mijn moeder heeft ook dit artikel mij gewezen op de aanwezigheid van mensen die denken dat ze mij en ons moeten duidelijk maken dat zij een wezenlijk verschil zien tussen zwart en wit.
Ik zie dat simpelweg niet, mijn mensen hebben geen kleuren.

Ik word me wel steeds bewuster van het feit dat (waarschijnlijk niet altijd kwaadaardige) racisten door dat zwartwit denken gedoemd zijn tot een grijs en vlak leven. 








©Gavi Mensch
Nederland BV, 27-9-2012   


.

donderdag 13 september 2012

Tegoedbon van Leers

.

Zit ik met iemand wat te drinken op een terrasje in Maastricht, zie ik ineens Gerd Leers rondlopen met nog een plaatselijke (?) CDA'er en een gorilla in beige verpakking.


Ik heb al het een en ander geschreven over de C van meneer Leers en over zijn inzicht in mens zaken  ten tijde van Mauro en van de bezetting van Ter Apel.
Niets liefs overigens, dat was en is onmogelijk.
Zaken als asielbeleid kun je nooit over de extreem rechter vleugel gooien, maar meneer Leers was een brave volger van de eveneens angstige Geert Wilders en dus moesten alle vreemdelingen vlug het land uit.
Of in detentie, gevangenen zonder misdaad.

Op zo'n meneer zat ik te wachten om mijn gal te kunnen spugen en ik zei tegen mijn gezelschap dat het te hopen was voor Leers dat hij niet bij ons tafeltje zou stoppen. Persoonlijk had ik wel zin in het plaatsen van een opmerking aan het adres van een minister die onder andere toestaat dat moeders het land uitgezet worden terwijl man en kinderen hier mogen blijven.

Ik maakte wat foto's en vond het jammer dat ik niet genoeg batterij had om mijn telefoon open te laten liggen om te recorden, voor het geval dat.
Na alle tafeltjes om ons heen te hebben toegesproken en voorzien van CDA flyers, kon hij er niet meer omheen.
Vermoedelijk had hij aan mijn enigszins ironische grijns gezien dat voorzichtigheid geboden was. Toen hij dan ook zijn hand uitstak met zo'n blauwgroen jokpapiertje, leek hij ietwat beverig.

Maar hij vroeg: "Kan ik u een flyer van het CDA geven?"
En ik zei: "Nee meneer Leers die kunt u houden, ik ben heel erg boos op u".
Geschrokken deed hij een stapje opzij en vroeg me waarom. Ik antwoordde boos en niet bepaald fluisterend: "Om uw vreselijke mensonterende asielbeleid".

En ja hoor toen kwam de les, ik moest dat vanuit zijn standpunt bekijken en zoiets ging dieper dan ik dacht, zei hij. Ik vertelde hem dat ik genoeg van politiek afwist en de zaken nooit oppervlakkig bekijk.
Het werd stil op het terras. Nu kon ik mijn voordeel pakken en hem voor gek zetten. Ik besloot dat niet te doen en toen hij in discussie wilde zei ik dat me dat geen handige propaganda leek voor hem op dit moment.
Maar dat ik graag die discussie nog wel een keer aanga.
"Dan zien we elkaar nog wel", zei hij en liep snel verder.

Het terras bewoog weer en mijn gezelschap keek wat verwonderd en stelde dat hij zoiets nooit gedaan zou hebben.
Precies, dacht ik, dat zouden de meeste mensen niet. En daarom kunnen deze empathieloze mannen op hoge functies gewoon hun gotsliederlijke zin doordrijven.

Het enige dat deze Minister voor Immigratie en Asiel en Integratie voor elkaar heeft gekregen is dat Human Rights Watch Nederland zeer frequent moet aanschrijven.
Voor de rest is de ellende nog steeds uitermate groot.

Het is dus zaak dat wat er ook gebeurt, er geen CDA'er meer op Asielbeleid komt!


©Gavi Mensch (tekst en foto's)
Maastricht, 8-9-2012
All rights reserved 2012


PS Mocht Meneer Leers alsnog persoonlijk de confrontatie aan willen gaan dan hoor ik dat graag.



.

vrijdag 7 september 2012

Rondreis


 .        
De groep van 100 mensen verzamelde zich uiteindelijk op het strand van Ahmet Beyli.
Ze waren klaar voor de tocht. In Izmir hadden ze de reissom betaald, hun laatste geld.
Met hun kinderen en alleen de hoognodige bagage scheepten ze zich in voor de reis naar Samos. Vanuit Griekenland zouden ze naar Groot-Brittannië gaan.
Naar een leven zonder oorlog en armoede.
De kleine kinderen jammerden toen ze dicht opeengepakt in het ruim van het schip zaten. De volwassenen prevelden gebeden. De luiken gingen dicht. De mensen in het scheepsruim zaten als ratten in de val.
Na enige tijd steeg het water hen tot aan de lippen en hoger. Het werd doodstil.

De mensensmokkelaars waren al naar huis voor het avondeten




Foto uit eigen archief gemaakt in 2003 tijdens herdenkingsdienst
 voor de verdronken bootvluchtelingen voor de kust van Cádiz,
georganiseerd door het PSOE van Jerez de la Frontera


Bovenstaand 120woorden stukje schreef ik vanmorgen na het lezen van het bericht van het bericht over de vluchtelingen die enkele tientallen meters uit de kust van Izmir verdronken, meer dan 60, waarvan de helft kinderen. 
Bijna 10 jaar geleden gebeurde dit ook voor de kust van Cádiz, toen de kustwacht aldaar twijfelde aan het protocol en er niet genoeg personeel was om de reddingsboten te bemannen. Tussen toen en nu is het vast al duizenden keren gebeurd, mensen die vluchtend het leven verliezen. Ondertussen gaan de mensenhandelaars door. Een taak voor de VN denk ik, zeker nu zij ook in Syrië weer niet in staat blijken om te voorkomen dat zoveel mensen vluchten moeten.
Veel dure helmen, blauwe?
Veel waarnemers, blinden?



©GaviMensch
Nederland BV, 7-9-2012
All rights reserved 2012






zondag 26 augustus 2012

Natte cake van Oom Bertus


Bertus is mijn oudste neef en hij woont in Enschede.
Telkens als ik die plaatsnaam voorbij zie komen moet ik aan hem denken. We hebben contact per mail en soms telefoon maar zoals dat met families gaat, we zijn letterlijk uit elkaar gegroeid.

Enschede was voor mij overal ver vandaan. Onbereikbaar vanuit het buitenland, slecht bereikbaar vanaf de Randstad. En vanuit Limburg niet bereikbaar zonder overstappen aan de lopende band. Ik haat overstappen en dus kom ik met de trein nergens. Met de auto wel maar aan 500 km (all-in)hangt een logeerpartij vast en ik wil niemand tot last zijn.

Eigenlijk is het hemelsbreed maar 174 km, alleen is het de truc om wegen te bouwen met zoveel mogelijk omwegen tot je aan de 241km zit, de oliebazen zullen wel een vinger in de bouw gehad hebben. Van hier naar Amsterdam is maar 178 km hemelsbreed, met al die officiële sluiproutes toch nog 214 km maar wel minder ver dan naar Enschede, raar he?

Om een lang verhaal wat in te korten, ik kom zelden in Enschede en de paar keer dat ik er was, was mijn lieve neef er niet.

Waar ik nog steeds aan moet denken dus, als ik Enschede zie, is aan mijn neef én zijn vader. Oom Bertus was een lieve man, erg groot voor mijn gevoel (ik was nog klein toen) met een eeuwige grinnik in zijn ogen. Hij vertelde verhaaltjes van 5 minuten en gaf je de kieteldood. Dan lachte hij met een mooie diepe lach.

En Oom Bertus maakte cake op zaterdag.
Dan heb ik het over de jaren 60, toen maakte mannen zelden iets eetbaars.
Die cake was zoet en zacht en geel…natte cake noemden wij dat.

Het recept heb ik ooit in een oud kookboek teruggevonden. Ik heb hem een paar keer gemaakt, heerlijk was hij maar niet hetzelfde.
Om zo'n cake te kunnen bakken moest je mijn Oom Bertus zijn en er is geen tweede.


Mijn Oom Bertus Cake:


200 gram bloem
200 gram boter
200 gram witte basterdsuiker
3 eieren
10 gram custard poeder
10 gram bakpoeder
10 gram citroenrasp (ca.1 citroentje)
50 cc melk

En dan komt de truc: een kilo vrolijkheid en veel  liefde voor de mensen voor wie je de cake maakt.

Daar gaat ie:
De boter zacht roeren (ik zet de beslagkom even in een bak warm water) De suiker er door kloppen en ook de citroenrasp. Als dat zacht en schuimig is de beslagkom uit de bak met warm water halen. Dan de eieren er 1 voor 1 doorheen kloppen, het kloppen van het beslag is de basis van het cakerecept. Dan de melk erdoor en de bloem met bakpoeder( of zelfrijzend bakmeel) toevoegen, nog even doorkloppen en in een goed ingevette en met bloem bestoven vorm gieten.
De oven voorverwarmen op 150 graden en als de cake erin staat (in het midden) en terugzetten op 140 graden en in ongeveer 75 minuten bakken. Daarna de cake uit de vorm op een stuk folie kiepen en zo laten afkoelen. Oom Bertus deed dat met vetvrij papier en een theedoek, folie was er toen nog niet)

Suggestie voor dit weekend: serveren met een flinke bol vanille-ijs.

Met de zoete  groeten van



©Gavi Mensch
18-8-2012.
All rights reserved 2012




Ook gepubliceerd in Http://AbsolutelyEnschede.nl/

zondag 12 augustus 2012

Blog de Invitad@s: Escribe Rosa María Artal, Periodista Españoll

.

Los ciudadanos comprensivos, educados y políticamente correctos

por Rosa María Artal

Están prestos a comprender y justificar cualquier atropello. A rebatir las evidencias. Creen en la existencia de dos realidades sobre las que elegir (aunque siempre escojan la del mismo lado). Y sobre todo se sienten ciudadanos correctos y educados a los que hiere cualquier exabrupto… verbal.

Entienden, por ejemplo, que María Dolores De Cospedal se haya convertido en la reina de las gangas para los afortunados que se enteraron de una de sus subastas públicas. En ésta consiguió para las depauperadas arcas públicas de Castilla-La Mancha –la comunidad que preside- la astronómica cifra de 35.500 euros por la venta de 18 vehículos. No nos cuenta Europa Press si había entre ellos bicicletas, pero a tenor de los caros “todoterreno” de los que habla, de los Audi de alta gama de los que gusta el personal político, cabe pensar que buena parte de ellos estaban en esa línea. Un cochazo por menos de 2.000 euros, una ocasión impagable para los beneficiarios.
Y es que esta enajenación del erario público tiene muchas ventajas: se ahorrará gasolina (porque igual ahora sus señorías se transportan a pie o en su propio vehículo) y, lo que es más importante, ¡se acaba con el despilfarro socialista!

Que Fátima Báñez, la ministra de los cinco millones largos de parados, se gaste 3.700 euros al mes en comidas para altos cargos, los viernes, es una excelente forma de terminar la intensa y eficaz semana laboral. Y es que esto… “se ha hecho siempre”. Mientras ya van niños al colegio en España sin haber probado bocado. Por ejemplo.

Ángel Carromero, ese prometedor joven de NNGG del PP detenido en Cuba como conductor en un accidente que costó la vida a dos opositores del régimen, acumulaba tantas multas en España que le han retirado el carné de conducir. Pero, hoy Antonio Maestre (uno de esos buenos periodistas en paro) nos descubre que también tenía problemas con Hacienda. Bah, inocentes despistes, o, como mucho, chiquilladas.

Otra excelente información –de El País- nos cuenta el manto de presunta mierda sobre el que se asienta nuestra presunta democracia. Policías destituidos por investigar (también presuntas) corrupciones del PP, pesquisas sin orden judicial (que cada vez se “está llevando menos”) enfrentamientos entre policías. Hiede. Y no tiembla el monario. Ningún alto cargo da explicaciones, la sociedad no muestra su inquietud en el caso que la tenga. También “se habrá hecho siempre”, aunque asista a una escalada muy preocupante.

En el culmen de la basura mediática, La Noria remozada para seguir siendo costeada por anunciantes, intenta linchar a Gaspar Llamazares y Sánchez Gordillo. Grave error de ambos contribuir al mantenimiento de ese lodazal que hurta información, la manipula, y la prostituye, ni aún con la excusa de que así llegan a los descerebrados que siguen el programa. La voz cantante del ataque la lleva una Barbie que resulta ser abogada del presunto sindicato Manos Limpias, ultraderechista sin ninguna presunción.

Pues también encuentra airados defensores “equidistanís”. No es políticamente correcto, educado, pulcro y sensible, aludir al aspecto físico de una mujer. Una mujer que no está de tiendas por la Calle Serrano de Madrid (en donde puede lucir el look que le plazca), sino aprovechando la oportunidad que le da una televisión (salvo en la carcunda mediática del Tea Party de EEUU no la tendría) para difundir sus proclamas. Esto es confundir el culo con las témporas. Ave María Purísima, lo que he escrito.

Y luego están los que minimizan la corrupción española a todos los niveles. “Por dios, el que no declara el cobro de la hamaca de la playa ha causado la crisis”.
El que Todos engañen, como cuenta mi admirado periodista John Carlin, nos pasa una inabordable factura.
Nunca tendrá solución este país bajo esas bases podridas. Los eufemismos, la comprensión, el miedo a las palabras y a las ideas, hace cómplices a quienes las usan y practican. Y piden les pongan en sus santas tragaderas unas gotitas de Channel nº 5. Ya no nos faltaba más en esta España, famosa en el mundo por no prodigar frases corteses como “gracias” y “por favor”, que esta hipocresía del susto monjil cuando se llaman a las cosas por su nombre. Es decir, desfachatez, corrupción, latrocinio, basura, mierda…


Rosa María Artal,
 12-8-2012
All rights reserved 2012


Rosa María Artal es escritora, periodista y bloguera.
Su blog El Periscopio está llena de artículos tan interesantes y directas como este.



Gavi Mensch
Nederland BV, 12-8-2012

.

zaterdag 11 augustus 2012

Feminisme: Nog steeds actueel


.


De huidige generatie vrouwen maakt zich maar mondjesmaat sterk voor haar rechten. Hopelijk laten de hieronder geplaatste,  geschreven en gesproken,  interviews met míjn grote voorbeeld Saskia Poldervaart een licht schijnen op de niet aflatende strijd voor gelijke rechten. Het is ,helaas, nog steeds erg nodig.  


Opgedragen aan mijn kleindochter, mijn dochter, de andere dochters en vriendinnen, hun dochters en buurvrouwen en collega's en echtgenotes. Aan alle vrouwen waar dan ook.


Hieronder het interview met Jaap Stam in de Volkskrant  waarvan ik enkele voor mij belangrijke uitspraken heb onderstreept:

'Je bent nooit te oud om te demonstreren'

Door Jaap Stam, 25/07/09, 00:00
Ze was jarenlang een belangrijke schakel in feministisch Nederland. Vlak voor haar dood – ze heeft hersenkanker – maakt Saskia Poldervaart de balans op....
Saskia Poldervaart (63) heeft een leven lang actie gevoerd. Vanaf eind jaren zestig tot begin jaren tachtig stond ze zo’n beetje dagelijks op de barricaden. Voor de democratisering van het wetenschappelijk onderwijs, tegen de Vietnamoorlog of om bevrijdingsbewegingen in de derde wereld te steunen. En, bovenal, voor de rechten van vrouwen.
Ze ging de straat op, sloot zich aan bij actiecomités, zamelde dekens in voor het verzet in Angola, roerde zich in de vakbond, bezette gebouwen, richtte scholingsgroepen op en sprak menigten toe. Ze ging de deur niet uit zonder pamflet en handtekeningenlijst. De ene keer tegen de bombardementen op Hanoi, dan weer voor Baas in eigen buik. Als eerste nam ze haar kind mee naar het werk; de crèche had geen plaats. Op de Nijmeegse universiteit schrokken ze zich rot.
Vanaf 1980 manifesteerde ze zich meer op wetenschappelijk gebied. Het werd een zoektocht naar alternatieven voor het traditionele gezin. Het proefschrift Tegen conventioneel fatsoen en zekerheid – Het uitdagende feminisme van de utopisch socialisten, meer dan honderd wetenschappelijke artikelen en een paar boeken waren het resultaat.
Haar actiebereidheid bleef groot. Waar veel wapenbroeders en -zusters afhaakten of op zijn minst inbonden, bleef Poldervaart haar idealen trouw. Opgewekt, niet verbeten of gelijkhebberig, maar wel standvastig.
Aan de vooravond van haar dood – Poldervaart heeft hersenkanker – blikt ze terug.

Haardotje
‘Ik was op een verjaardagsfeestje in de Jordaan, januari 1970, waar een pamflet van Dolle Mina rondging. Daarin stond: ‘Waar is oprechter trouw dan tussen man en vrouw’ – je weet wel, van Vondel – en daar voegde Dolle Mina aan toe: ‘Maar wie haalt het haardotje uit de gootsteen? Vrouwen zijn de witte negers van de wereld.’ Een paar mannen werden verschrikkelijk boos. Hoe halen ze het in hun hoofd, die wijven? Progressieve, aardige mannen hadden het ineens over wijven. Ik begreep niets van die woede, het leek wel haat. Ik was meteen nieuwsgierig en dacht: morgen ga ik langs bij Dolle Mina. Als het zoveel agressie opwekt, is er kennelijk iets aan de hand met die mannen. Zo ben ik in het feminisme gerold.
Feminisme is voor mij dat je je verzet tegen alle vormen van hiërarchische verhoudingen. Ik heb moeite met het feminisme van Heleen Mees, die alleen oog heeft voor de man-vrouwverhouding. Zij vindt dat allochtone vrouwen bij witte vrouwen thuis de boel kunnen schoonmaken, want witte vrouwen moeten hogerop; ze zijn te belangrijk om dat ‘laagwaardige werk’ te doen. Allochtone vrouwen zijn kennelijk pas later aan de beurt.
 
Truttenblad
Dolle Mina was leuk, geestig en ondeugend. Bij Margriet drongen we met emmers en poetslappen binnen en zijn we ramen lappend door het gebouw getrokken. ‘Poetsen, poetsen, poetsen, poetsen, want dat vindt Margriet de belangrijkste taak van de vrouw’, riepen we. Wij vonden Margriet een vreselijk truttenblad, met zijn receptjes en huishoudelijke tips.
Aan veel demonstraties voor de legalisering van abortus heb ik meegedaan. Ik had zelf een traumatische abortus achter de rug. Ik was 19, net in Amsterdam, net een studie begonnen, daar kon ik geen kind bij hebben. Mijn vriendje zei: sorry, mijn probleem is het niet, en nam de benen. Ik ben wel vijf, zes artsen afgegaan. Allemaal zeiden ze: ik kan u niet helpen, dat is dan 35 gulden voor het consult.
Ik schaamde me rot. Net op eigen benen, ik zou het allemaal zelf gaan doen, ik die alles aankon. Ik voelde me zo ellendig, dat ik dood wilde. Ik at niet meer en bleef in bed liggen. Een tante heeft me naar een arts gebracht, die me verder heeft geholpen. Uiteindelijk is het gelukt op psychische gronden, en tamelijk legaal. Het was een hel. Ik dacht: dit mag niemand ooit nog overkomen.
Met Dolle Mina heb ik meegewerkt aan een brochure over vrouwenbesnijdenis. Heel bescheiden. Wij hadden geen idee dat het veel later zo’n topic zou worden. We beschreven het gruwelijke gebruik en zeiden: we moeten ons niet op de borst roffelen dat wij zo progressief zijn, want de clitoris wordt in de seksuele voorlichting doodgezwegen. Meisjes wisten niet eens dat ze een clitoris hadden.
Het lefgozerige van Dolle Mina vond ik geweldig. Hadden we een zaal besproken bij de universiteit, bleek die te klein, gingen we in een grotere zaal zitten. Dat deden we gewoon. Niemand hield ons tegen. Ik weet niet of we ervoor betaald hebben. Niet bang zijn, dat idee is een beetje weg.
Ik heb verschrikkelijk veel gelachen. Het beeld van kortgeknipte kenaus in roze tuinbroeken, daar klopt niks van. Het was de tijd van de minirok, die droeg ik. Ik ging graag extreem gekleed. Als puber droeg ik al wijde petticoats die stijf van het stijfsel stonden. Opvallende pakken en gekke hoedjes, glim en tijgerprint – ik ben er dol op. Ik provoceer graag. Als je op de universiteit met die eindeloze, saaie gangen geen affiches op de deur mag hangen vanwege brandgevaar, trek ik mijn zilveren astronautenpak aan.
De bh had ik afgezworen. Het bh-loze tijdperk werd uitgeroepen om vrouwen uit het keurslijf te bevrijden. Ik vond het heel prettig zonder. Ik had ’m ook niet zo heel hard nodig, zo zwaar ben ik niet. Sinds ik ziek ben, draag ik er weer een. Chemokuren zijn een enorme aanslag op je lijf.
Een vrouw van het Namibisch Bevrijdingsleger, die ik bij een lezing tegenkwam, zei: ‘Ik heb begrepen dat jullie feministen allemaal je bh weggooien. Wij moeten vaak rennen om te ontsnappen aan het Zuid-Afrikaanse leger, dan springen onze borsten op en neer, en dat doet pijn. Kun je die bh’s niet opsturen?’ Dat heb ik een paar jaar gedaan. Bij elke bijeenkomst zette ik een doos bij de deur met daarop: bh’s voor Namibië. Die zat vaak stampvol.
De jaren zestig en zeventig waren mijn mooiste jaren. Het leven straalde me tegemoet. Het bruiste, het gonsde, alles zou anders worden. Studentenbeweging, Dolle Mina, al die actiegroepen, it was in the air, we stonden aan het begin van een betere maatschappij! Ik woonde illegaal op Kattenburg – dat dat zomaar kon, een huis illegaal bewonen; het heette toen nog geen kraken.

Provoboot
Provo vond ik spannend, maar de manier waarop ze met meisjes omgingen, verafschuwde ik. Als je als meisje bij provo wilde, was het wel handig als je een paar nachten op de provoboot had geslapen. Daar had je weinig keus met wie je naar bed kon gaan. Als je op de boot was geweest, was je lid. Bij provo moest alles kunnen. Hoe meer seks, hoe progressiever je was.
Ik was van het vrolijke actievoeren. Ik heb nooit met stenen gegooid, ben nooit gearresteerd. Ik had zelfs moeite met het schreeuwen van leuzen. Ik was fanatiek, maar niet dogmatisch. Ik ben altijd bereid naar anderen te luisteren.
Aan de discussies over de vraag tot welke leeftijd jongetjes met hun moeder mee mochten naar het vrouwencafé, heb ik niet meegedaan. Vond ik allemaal onzin. Dat was het radicaal-feminisme. Ik ben nooit anti-man geweest.
Veel van mijn medestrijders staken over naar de Communistische Partij, de CPN. Ik niet. Mijn ouders waren communist. Bij ons thuis hing Stalin in de huiskamer aan de muur. Toen Chroesjtsjov hem in de ban had gedaan, verdween hij naar de gang. Ik ging met mijn moeder naar bijeenkomsten van de Nederlandse vrouwenbeweging van de CPN. Daar was je klapvee. Wilde je discussie, dan moest je niet bij de CPN zijn.
Bovendien: Marx was een naar burgermannetje. Hij heeft vreselijke dingen gezegd over vrouwen. Fabrieksarbeidsters verloren hun vrouwelijkheid, die waren onbeschaafd, daar kankerde hij verschrikkelijk op.
Ik heb een behoorlijke tik gehad van de inval van de Sovjet-Unie in Hongarije in 1956. Ik woonde in Schagen; wij waren zo’n beetje de enige communisten. Het zei mij niks, ik was 11. De dag dat de Hongaarse opstand werd neergeslagen, keerde het hele schoolplein zich tegen me. Ik werd geschopt, bespuugd en geslagen, en de onderwijzers staken geen poot uit. Ik begreep er niets van. Huilend kwam ik thuis. Ja kind, zei mijn moeder, wij zijn communist.
Het woord revolutie schrikt mij af. Dat associeer ik met geweld, de Grote Kladderadatsch. Dat speelde voortdurend bij de CPN: op een gegeven moment grijpen wij de macht. Ik geloof niet in één Grote Breuk. Dat is gevaarlijk. Ik geloof meer in kleine stappen, ook al wil ik best radicaal zijn.
Ik kan me nog steeds opwinden. Waar ik heel erg boos over ben – geschokt, mag je wel zeggen – is dat veel van mijn feministische collega’s een werkster hebben. Hebben we dan het huishoudelijke-arbeiddebat in de jaren zeventig voor niks gevoerd? Huishoudelijke arbeid is belangrijk, vonden we. En nu ze ineens meer geld hebben, hoeven ze hun eigen wc niet meer schoon te maken.
Daar heb ik heel wat dames op aangesproken. Dan zeggen ze dat ze geen tijd hebben om te poetsen, omdat ze zo’n belangrijke baan hebben. Vraag ik: betaal je jouw werkster hetzelfde uurloon als je zelf verdient? Dat vinden ze absurd. Door er hun neus voor op te halen en het slecht te betalen, maken ze van huishoudelijke arbeid weer onbelangrijk werk.
Als jij staat voor gelijkheid, moet je dat in praktijk brengen. Doe wat je preekt. Je moet niet hypocriet zijn. Ben je voor een beter milieu? Dan moet je geen auto rijden, of in elk geval zo weinig mogelijk. Ik zie dat gelijkgestemden dat laten schieten.

Plichtsgevoel
Wat ik ook raar vind, is dat veel van mijn vroegere vrienden niet naar de demonstraties tegen de oorlog in Irak zijn geweest. Het komt niet eens in ze op. Je bent nooit te oud om te demonstreren.
Daarin klinkt mijn jeugd door, denk ik. Als je iets ziet wat niet deugt, moet je je mond opentrekken. Dat plichtsgevoel hadden CPN’ers ook. In die zin had de CPN wel iets gereformeerds. Als een Marokkaan op de markt slecht wordt behandeld, zeg ik er iets van.
Het is nu onmiskenbaar veel beter voor vrouwen. Begin jaren zeventig ging bijna iedereen trouwen en verdwenen vrouwen in het huishouden. Abortus was illegaal, vrouwen verdienden 30 procent minder dan mannen voor hetzelfde werk. De vakbond was niet bereid daar iets tegen te doen, mannen waren de kostwinner, vrouwen moesten niet zeuren. Dat is een heel stuk rechtgetrokken, al krijgen vrouwen nog steeds niet hetzelfde betaald.
Er is nog veel te doen. Veel vrouwen hebben nog altijd de neiging te denken dat mannen het beter weten. Een mannelijke student is net terug van een conferentie in Rio de Janeiro. Honderden wetenschappers uit de hele wereld waren bijeen om te praten over mannenemancipatie. In Rio, dat toch te boek staat als stad van macho’s.
Voor het eerst in de geschiedenis vergaderde een internationaal gezelschap van 450 mannen en vrouwen vier dagen lang over de bijdrage die mannen en jongens kunnen leveren aan gelijke sekseverhoudingen. Als ik dat hoor, word ik helemaal blij.
Willen we prettiger met elkaar omgaan, dan zal dat van beide seksen moeten komen. Het lijkt mij geen leuke positie als je altijd de kostwinner moet zijn, het altijd beter moet weten, dat je altijd rationeel moet zijn. Als mannen dat een klein beetje loslaten, wordt het leven veel prettiger. Ook voor mannen.

Bestraling
Half februari kreeg ik te horen dat ik nog een half jaar te leven heb. Eind augustus is het afgelopen. Misschien worden het negen maanden. Het is onduidelijk of de chemo en bestraling zijn aangeslagen, maar de kanker in mijn hersenen gaat niet meer weg. Ik was een week van de kaart; toen heb ik besloten dat ik ga proberen lachend te sterven.
Het is wachten tot de hoofdpijn begint of dat ik duizelig word. Dat vind ik af en toe een naar idee, maar zolang het er nog niet is, geniet ik van alles. Ik ga naar boekpresentaties, ik heb met mijn kinderen in Egypte mijn pleegdochter bezocht, ik ben naar Oerol geweest. Ik moet wel voorzichtig zijn, ik kan niet al te lang meer lopen.
De laatste tijd besef ik eens temeer wat een bofkont ik ben. Ik krijg zo verschrikkelijk veel warmte en liefde – het is om te huilen. Ik krijg veel reacties van oud-studenten, dat ze zoveel aan me hebben gehad. De aandacht van mijn dochter, mijn zoon en mijn pleegdochter Zo hartverwarmend, dat ik denk: nu kan ik wel doodgaan. Het is goed geweest. Het leven is goed voor mij geweest.
Ik kreeg een brief van een oud-student die nu op het Franse platteland woont, daar zijn kippen voert en iets in de ict doet voor een bedrijf in Nederland. Dat hele utopia-idee, dat je moet leven naar je idealen, heeft ie van mij. Ik krijg een heleboel van die kaartjes. Ik heb mensen een optimistische kijk gegeven. Dat geeft me de troost dat ik niet voor niks heb geleefd.
Blijf nieuwsgierig en geef je idealen niet op. Wees bereid anderen te helpen, maar offer je niet op. Ik geloof niet in opoffering; je moet zelf een prettig leven leiden. Ik heb de man met wie ik samenwoonde – de vader van mijn kinderen – uit huis gezet, omdat ie te veel dronk. Ik was te veel mijn broeders hoeder geworden. Ik regelde alles voor hem. Dat wilde ik niet meer opbrengen.
Denk na over hoe je wilt leven; je moet niet alles vanzelfsprekend vinden. Besef dat er meer mogelijkheden zijn dan werken, consumeren en het kerngezin. Dat huisje- boompje- beestje-gedoe zonder iets sprankelends Misschien kies je er wél voor, prima, als je er maar over hebt nagedacht.
Als kind kreeg ik het benauwd van de vaste patronen – dat straatje, dat huisje, alles geregeld, om zes uur eten, het weinig vreugdevolle dat in een relatie kan sluipen. Ik dacht: er moet toch een andere vorm van leven zijn? Woest en meeslepend wilde ik leven. Daar moet ik nu wel een beetje om lachen. Maar ik heb het wel geprobeerd. Ik heb 21 jaar in een woongroep gewoond. Ook dat bleek uiteindelijk niet ideaal.

Actieagenda’s
Op het eind van een college meldde ik altijd wat er de komende week stond te gebeuren. Niet alleen acties en demonstraties, ook lezingen, discussiebijeenkomsten en vergaderingen. Vroeger hadden Vrij Nederland, De Groene en Opzij actieagenda’s. Die hebben ze niet meer, en nu lijkt het alsof er niks meer gebeurt. Maar er gebeurt van alles.
Mijn studenten hebben mij bij de les gehouden. Een student heeft me meegenomen naar een alternatief restaurant in een kraakbolwerk. We aten veganistisch, ik had er nog nooit van gehoord, maar ik zag er mijn eigen idealen terug – de belofte van verandering was tastbaar.
De kraakbeweging, de scene, zoals ze zichzelf noemde, was met een heleboel dingen tegelijk bezig. Met feminisme, anti-kernenergie, milieu, antimilitarisme, de multiculturele samenleving, antifascisme, politieke gevangenen... Ik heb veel lezingen in dat circuit gegeven.
Via de kraakbeweging belandde ik op de Pinksterlanddagen in Appelscha, waar de scene en anarchisten eens per jaar bij elkaar komen op een camping die al tachtig jaar wordt gerund door anarchisten. Ik ben geen anarchist, je kunt niet buiten de staat, er zijn regels nodig. Maar ik kom er graag, er hangt een geweldige sfeer, een hanekam in gerafelde kleren staat af te wassen naast een permanentje in bloemetjesjurk. Er wordt naar elkaar geluisterd, net als in die alternatieve cafés en restaurants. Er is ruimte om verschillend te denken.
Het geeft hoop dat een jongere generatie bezig is met idealen die ik ook heb. Zij koesteren, net als ik, het idee dat een betere wereld mogelijk is. Ik ga binnenkort dood. Maar zij gaan door.’


Het interview met AT5 : Saskia Poldervaart over de dood (Met excuses voor de eventuele reclame)


Saskia Poldervaart overleed op 21-2-2011
http://www.foliaweb.nl/medewerkers/uva-docent-en-dolle-mina-saskia-poldervaart-overleden/




©GaviMensch
Nederland BV, 11-8-2012




Update 1: Ik had wel wat commentaar verwacht, maar ik kon niet antwoorden op deze van Twitter, dus doe ik het maar zo, met beterschap voor Niels :

Niels Westerling‏ @NiWe10:

@GaviMensch feminisme is als een kanker die net als racisme een land kapot maakt en mensen verdrukt! Dat is verleden tijd!

@GaviMensch Aandacht voor mannenidentiteit die niet bepaald en besmeurd wordt door vrouwen! Feminisme is gewoon haat & geweld!

@GaviMensch wordt hoog tijd dat we eindelijk eens aandacht gaan vragen voor mannenbelangen in de politiek! Dat is hard nodig!

@GaviMensch feminisme heeft NIETS te maken met emancipatie; ook dat is een ziekelijke misvatting. Jammer dat je zo vast zit!

@GaviMensch feminisme is compleet doorgeslagen en gewoon een vorm v racisme & haat van gefrustreerde vrouwen die mannen haten!

@GaviMensch moet afgelopen zijn met slachtoffertje spelen van vrouwen! Gelijke rechten is prima, maar valse agressie is fout!

@GaviMensch jij begint met absurde stellingen, dus dan kun je hem terug verwachten ja - ik hou me liever aan de waarheid!

@GaviMensch een typisch vrouwneantwoord, zal ik maar zeggen, om de belachelijkheid en het geweld van feminisme niet te snappen

@GaviMensch is dat je beste argument om seksistische agressie van vrouwen te rechtvaardigen?

@GaviMensch laten we hopen niemand, want feminisme is net zoiets disfunctioneels en kwalijks als religie en racisme! Dat is verleden tijd!