maandag 3 mei 2010

Met in mijn hand de levenslijn




Een groepje Gitanas struint over het plein. Ze kletsen met elkaar en kijken ondertussen in het rond, ze speuren naar klanten. Over hun lange rokken dragen ze schorten en eronder zie je bulten ter hoogte van hun middel. Daar, om de niet meer zo slanke tailles, bewaren ze hun dierbaarste bezittingen. 
De vrouwen zijn van verschillende leeftijden maar vormen een homogene groep: de donkere lange haren opgestoken in een rol en de kleding smoezelig en oud. Zij hebben allemaal dezelfde kleur huid, olijf bruin, en dezelfde donkere ogen. En eigenlijk ook dezelfde ondeugend ironische oogopslag. 

Eén draagt een mand met takjes tijm en de anderen hebben allemaal een bosje in de hand. Twee jongere vrouwen dragen een baby op de heup. Kleine Gitanos met pluizige blonde haren en vuile toetjes, de één sabbelend op een korst brood en de andere zoekend naar zijn moeders borst, trekkend aan de bloes in een poging die open te krijgen zodat hij kan drinken. De vrouwen hebben geen haast, ze worden niet echt genegeerd, ze trekken de aandacht. Hun houding is die van trotse stoere vrouwen met een missie. Ze zijn niet bang, brutaal kijken ze terug naar de politiemannen die hen observeren. 

Gitanas hebben eeuwen van vervolging achter de rug en zelfs vandaag de dag worden ze nagewezen en gediscrimineerd. Gitanas erger dan gitanos. Ze hebben ook nog eens een tweederangs plaats binnen de families, de patriarchen hebben het voor het zeggen. Maar hier op het plein in de binnenstad van Jerez vormen ze een groep om rekening mee te houden.

Toen ik zo rond 1970 voor de eerste keer in Jerez woonde was ik al onder de indruk van hun levensstijl. 

Ik zette nog wel eens een groep bedelende Gitano-kinderen aan de bar in het grote café 'San Fransisco' en bestelde dan bij de narrige barman acht koppen warme melk en acht ‘tostadas’ met dik boter. Dat leek me een betere oplossing dan geld geven, het is een stuk prettiger bedelen met een volle maag. 

Eén keer heb ik zelfs, met behulp van mijn buurvrouw, de hele schare in mijn bad gedaan en van schone kleren voorzien. Het oudste meisje van die groep, broertjes zusjes, neefjes en nichtjes, liep altijd met een smoezelig bruine baby op haar arm en ze liet zich verleiden om zich te baden met schuimend zeepsop en warm water. De baby bleek na de badbeurt zachtroze en blond. Ook de andere kinderen bleken vele tinten lichter. 

Mijn buurvrouw moest om me lachen, maar droeg geduldig handdoeken en schone kleertjes aan die we verzameld hadden. Ze vond het behoorlijk zinloos, de volgende dag zouden ze er weer vies bijlopen, dat leverde hen immers veel meer geld op. 
Maar mijn antwoord was dat iedereen een keer in zijn leven in een schuimbad gezeten moest hebben en dat het misschien zou helpen om een volgende generatie met iets meer wasbeurten door het leven te sturen.

Er zijn veel gitanos in Jerez, van alle rangen en standen. Afgestudeerde en werkende gitanos, die je niet meer zo mag noemen (d.w.z. volgens niet-gitanos)
waar je van moet zeggen dat ze van het 'gitanoras' afstammen. Ook veel kunstenaars, dansers, zangers en musici, schilders en schrijvers en marktkooplui, kapsters en juweliers, dokters en leerkrachten zijn gitanos; Jerez is een stad waar gitanos wonen, werken en leven. Er zijn niet meer zoveel marginale buurten en de groep is al eeuwen geleden grotendeels geïntegreerd in het Jerezaanse leven. 

Jerez is de stad van Flamenco, de muziek die van oorsprong van de gitanos komt. Maar het is en blijft een speciaal volk, vervolgd door de Hitler’s en de Franco's, genegeerd door Rome en zijn de pausen en dus door de katholieken; de laatsten vormen driekwart van de Spaanse bevolking en daar horen de gitanos ook bij. Ze hebben diverse geloven door elkaar gehaspeld, waarbij ze de katholieke heiligen het meest voor ogen houden. Ze zijn vroom en vaak conservatief in hun manier van geloven.

De groep vrouwen op het plein behoort bij de Gitanos die nog steeds in chabolas wonen, schamele huizen die ze zelf bouwen van gestolen bouwmateriaal. Ze halen al waarzeggend en kruiden verkopend een extra inkomen binnen dat meestal gebruikt wordt voor de dagelijkse levensbehoeften.

Ik heb iets met Gitanos, daar zijn meerdere redenen voor. Ten eerste hun trotse houding die ze nooit verloren hebben en die na al die eeuwen van marginatie nog steeds mijn aandacht trekt. 
Daarnaast heb ik iets met de vrijheid van hun bestaan, niet belemmerd door ons idee over ‘wat hoort’. 
En als laatste hun zicht op het verre, de toekomst en het ongeschrevene, hun overtuiging dat het allemaal komt op een dag. 
Ik ben slecht in het geloven van wat ik niet kan zien, maar ze hebben die speciale mystieke ingevingen die ze met je delen of je dat nu wilt of niet.

Ik zat in 1977 ook op dat plein met enkele vriendinnen koffie te drinken, nadat we naar de overdekte markthallen waren geweest voor de verse boodschappen. 
Een van de jongere Gitanas liep op ons af en bleef vlak voor mij staan 
Ze keek me aan en ik had een gevoel van herkenning. Zo scheel als ze keek, haar sarcastische grijns, ze leek op het meisje dat jaren ervoor in mijn bad had gepoedeld. 


Maar ze zei niets en greep mijn rechterhand en draaide die met de palm naar boven. ”Twee levens heb je, in je eerste leven maak je kinderen en in je tweede leven maak je jezelf”, zei ze en trok met haar dunne bruine vinger de lijnen in mijn handpalm na. Ik keek, de levenslijn was gebroken, het was me nooit eerder opgevallen. 
Ik moest lachen en zei dat ik mijn toekomst niet wilde weten. 
Waarop ze giechelde, naar de ander vrouwen keek en daarna weer naar mij en mompelde dat het nu te laat was, maar dat ik haar niets hoefde te betalen en dat ze blij was dat ik nog een volgend leven had. Er werd een tak tijm op mijn schoot gelegd, ‘para la suerte’ (voor het geluk) en daarna liep ze terug naar de anderen.

 Geen van mijn vriendinnen was door de Gitana aangesproken, alleen ik en ik voelde me een beetje opgelaten. Maar mijn gezelschap was al weer aan de praat over andere zaken. Ik vermoedde dat het waarschijnlijk toch het oudste meisje was geweest van de groep dat ik in mijn onschuld en met de beste bedoelingen jaren geleden in bad gedaan had.


Nu, meer dan vijfentwintig jaar later, zit ik dus weer op het plein, met mijn kinderen en hun aanhang. Een de groep Gitanas, nu  luidruchtig cactusvijgen en kruiden verkopend, staat niet ver van ons tafeltje en ik kijk met een zeker genoegen naar de vrouwen, die nooit lijken te veranderen.  
Een van de vrouwen kijkt mijn kant op en blijft kijken. Ze kijkt scheel en het is niet eenvoudig om te bepalen of ze nu naar me kijkt of langs mij heen. Ik sta op en loop naar haar toe. 
Er zit een baby met blonde haartjes op de grond op een doek. Ik kijk van de baby naar de vrouw en vraag haar grinnikend of ze de haartjes volgens Spaanse traditie met kamillethee blondeert. 
Waarop ze zegt dat ze het haar van haar kleinzoon gewoon wast, dat hij zo blond is als de vrouw die haar dat zo geleerd had. 

Ik moet even slikken en kijk haar aan; ik bedank voor de tijm van zoveel jaar geleden en van de hoop die ze me gegeven heeft, dat ik mijn eerste leven over-leefd heb na een ernstige ziekte en nu aan het tweede bezig ben. 
Ze kijkt me grinnikend aan en zegt: “Dat zei ik toch, je eerste voor die mooie kinderen die daar zitten en je tweede voor jezelf. 

Wil je prachtige citroenen en de mooiste peterselie? Cactusvijgen? Ik pel ze voor je...............”.





© Gavi Mensch
Uit:”Jerez gezien door groene ogen”
Jerez,  5 mei 2003


.

Vier mei



Het is half acht en er klinkt tromgeroffel op het plein.

Mijn vader heeft net de vlag uitgehangen, niet helemaal omhoog. Hij wappert sloom voor het raam van mijn kamertje.
Het tromgeroffel komt steeds dichterbij en bezorgt me kippenvel. Er klopt iets niet in het ritme van de slagen. De tranen schieten in mijn ogen, maar ik huil niet. De opgesloten tranen maken rechtsomkeert en verstoppen mijn keel. Ik slik. 
Het tromgeroffel is nu onheilspellend dichtbij. Ik ga uit bed en kijk uit het raam. De trommelaars komen net de hoek om. En er achter aan lopen een heleboel mensen met sombere gezichten en donkere kleren. Ze dragen bloemen en kransen, maar het blijft een speciaal verdrietig gezicht.

Plotseling ontdek ik mijn grootmoeder. Ze heeft haar zondagse jas aan en een plechtige zwarte hoed op. Ze loopt langzaam mee met de mensen die allemaal star voor zich uit kijken. Ik klop op het raam maar ze hoort het niet en ik durf ook niet harder te kloppen. Ik mag alleen wakker blijven als ik stil ben.

Ik pak mijn boek weer op, maar ik durf niet te lezen. Het is een vrolijk boek en vrolijk is niet goed vandaag. Behalve het steeds minder luide getrommel hoor ik niets. Er is geen verkeer op straat, ik hoor de treinen niet.
Ik denk dat er iets mis is. 
Angstig kruip ik uit bed en sluip naar het trapgat en gelukkig hoor ik gedempte stemmen in de woonkamer. De tranen, die nog steeds in mijn hoofd zitten, glijden langzaam naar buiten. Luidruchtig haal ik mijn neus op.
Mijn moeder heeft het gehoord en roept dat ik naar bed moet gaan en dat ze dadelijk de vlag wel binnenhaalt. Haar stem klinkt hard in de stilte

Na een tijdje hoor ik mijn vader naar boven komen, hij hoest altijd op de trap.
Hij komt zachtjes mijn kamer in en ik zie door mijn oogharen dat hij de vlag eerst helemaal omhoog hijst en daarna naar binnen haalt. Terwijl hij de vlag opvouwt, zucht mijn vader een vlaag van verdriet mijn kamertje in.


Ik doe net of ik slaap, maar mijn vader zegt zachtjes welterusten en gaat weer naar beneden. Het lijkt een soort geheimpje; hij weet dat ik niet slaap, maar hij verwacht ook geen antwoord. Waarschijnlijk hebben wij geheimpjes, omdat mijn broers geen vlaggenstok voor hun raam hebben. 


En morgenochtend komt hij weer de vlag hijsen maar dan helemaal naar boven. 
Dan zijn er weer trommelaars maar vrolijke van Jubal, het muziekkorps. 
Dan heb ik geen tranen in mijn keel maar vlinders in mijn buik.
Want onze vlag en alle andere vlaggen in de straat én de muziek zijn speciaal voor mij. 
Dan lacht mijn vader en geeft me een kus.

Want morgen ben ik jarig, op Bevrijdingsdag!



©Gavi Mensch
Dordrecht,1958
Jerez, Spanje: 4 mei 2005, 20.05u.
Maastricht, 4-5-2010

zaterdag 1 mei 2010

Visite van de koningin.

Gemopper uit Middelburg, veel last en ongemak en waarvoor nou helemaal?
De koningin komt langs, ze komt op visite. Veel overbodige en voor iedereen onhandige zaken. Het doet een beetje denken aan zo'n ouderwets kinderliedje: "De koningin van Lombardije, die ging uit rije, die ging uit rije…."

Wat is er toch voor bijzonders aan een koningin? Het is niet mijn bedoeling om haar naar beneden te halen, maar ik krijg het ook niet voor elkaar om haar op een voetstuk te plaatsen. Ik heb dat niet zo in me, dat ophevelen van eigenlijk toch maar gewone mensen. Of ze nou Beatrix heten of Benedict of Barack of Jaap of Geert…..
Zelfs gewóne gewone mensen wil ik niet allemaal op visite, waarom zou ik de loper moeten uitleggen voor iemand die als ze tegen of over mij spreekt, het heeft over het volk?



Als Beatrix me een mailtje zou sturen met de vraag of het me uitkomt dat ze langs komt voor een kop koffie en een praatje, zou ik, voornamelijk uit nieuwsgierigheid, 'Ja' zeggen.
Ik wil wel weten wat Bea drijft om maar op die troon te blijven zitten. Maar interessanter is het om te weten hoe het gaat met een andere alleenstaande vrouw met grote kinderen en aanhang en een drukke baan.

Het zou een visite worden zonder gedoe, gewoon even aan tafel, onze vier stevige pootjes eronder en onze ellebogen erop, vooruit voor deze keer mag dat.
Gewoon een mok met lekkere, vers gezette koffie ( geen senseo), een puntje pruimenvlaai ( Maastrichts) en een oranje servetje met rode balletjes.
Vlaai uit de hand, ik heb natuurlijk geen taartvorkjes.

En dan de openingszin:
- Leuk hoor dat we elkaar nou eens persoonlijk treffen-
-Hoe gaat het met je? Eerlijk zeggen! -
-Met mij gaat het redelijk, beetje druk, de kinderen zijn wel uit huis, maar baren toch de nodige zorgen.-
-En als 55+-er maar door blijven werken, tja soms is het wel vermoeiend.-
-Heb jij dat nou ook, zulke moeie benen 's avonds?-
-Ja en dikke voeten-
-Ananas en cranberrythee, dat helpt mij goed en even de benen omhoog.-
-Ik begreep uit je mailtje dat we allebei al meer dan 40 jaar werken, lang wel eigenlijk, met al die dubbele functies.-
-En we doen het toch maar, alleenstaanden, t is niet zo simpel als het lijkt, toch?-
-Je hebt gelijk, hmmm gezellig, even zomaar kletsen met iemand…..-

We zouden een klein uurtje volpraten over onze gemeenschappelijke vrouwenzaken, over de kinderen en onze werkzaamheden, over het alleen zijn en over kunst. Geen woord over politiek, over wereldzaken, niets over de buren of over al die andere ver van ons bed dingen, geen woord! Dat is niet leuk als je ergens even op visite bent.



Als ze weggaat, zie ik weer die twee kuiltjes naast haar glimlach, leuk smoeltje denk ik dan! 
Ik loop nog even met haar mee tot aan de auto.
Zij slaat een arm om mijn schouder en bedankt en ik geef haar twee van mijn klinkende kussen op haar rimpelige wang en bedank ook.
We beloven wat vaker te mailen en elkaar op de hoogte te houden van wat er zoals speelt.
En als ze weg rijdt, zwaaien we nog even en dan ga weer naar binnen. Aardig mens, denk ik dan, en ook geen eenvoudig leven. Gewoon 's morgens wachten op de Volkskrant en 's middags op het NRC en voor het naar bed gaan je tanden poetsen en een nachtcrème op de rimpels. En je tussendoor bedenken dat er toch wel veel overbodige rompslomp is in het leven.
Geen voetstukken, geen bewondering voor iemand die ik alleen ken van 'horen zeggen'. Zolang ik die mensen niet persoonlijk op de koffie heb gehad, moeten ze het doen met mijn mening over het geheel, als 'volk' zijnde heb ik daar recht op.

Zo op visite, gaan of krijgen, maakt het niet uit wie de openingszin doet.



©Gavi Mensch
Maastricht 30-4-2010

Foto's van Vincent Mentzel


donderdag 29 april 2010

Lintjesregen

Het regent lintjes hier en daar, ja ook hier, ondanks de Limburgse zon. Koninginnedag wordt hier maar mondjesmaat gevierd. Het is meer de vrije dag op vrijdag. Ze hebben niet zo'n band met Holland maar van lintjes lusten de Zuid-Nederlanders wel pap.
Die lintjesregen lijkt me wel leuk om te zien, naar beneden dwarrelende allerhande lintjes: satijnen en katoentjes, rood, wit, blauwe en paarse lintjes. Oranje, gele en groene (milieuvriendelijke) lintjes. En natuurlijk ook door-het-lintjes, wormenlintjes en zaaglintjes.
Naar het schijnt kun je iemand opgeven om zo'n lintje te mogen vangen en/of te laten opspelden, dat heet dan 'een lintje krijgen'. Veel mensen die iets aardigs hebben gedaan krijgen een lintje, soms ook mensen die al 40 jaar op dezelfde werkplek gezeten hebben. Sommigen krijgen er een indrukwekkende titel bij cadeau, je koopt er niks voor maar het staat wel leuk: Ridder Albert en jeetje hoe noem je een vrouwelijke ridder, Ridderes? Of Ridster? Of Ridderin Anneke, staat dat een beetje op je CV?
Er zijn mijns inziens ook wat vreemde decoratiekeuzes. Eén voor de kapper en één voor een dame die veel geld heeft verdiend door anderen aan het werk te zetten, één voor een ex-DJ, één voor een restaurantgidsinspecteur(?) annex kok. En nog een voor een hooggeleerde weermeneer en ook een voor een journaalmevrouw. Er is ook iemand Lid geworden zag ik, in de Orde, dat is wel makkelijk als er gestaakt gaat worden op Koninginnedag, orde en netheid, lekker calvi-nederlands!
Heel veel (3637) vrijwilligers krijgen alleen een lintje, geen titels natuurlijk, daar waren er niet zo veel van. Ik gun het iedereen van harte en allemaal erg gefeliciteerd!
Een leuke traditie? Welnu, ik ben er niet zo kapot van, ik heb liever persoonlijk liever een boekenbon en de vrijwilligers ook, denk ik, hoewel die erkenning voor je inzet op zich wel erg prettig is.
En wie krijgen er nou wéér geen lintje? Ik heb een korte lijst, maar ik vermoed dat iedereen er wel een zou kunnen maken. De mijne: Meneer J. van 87 die al 50 jaar voor zijn invalide vrouw zorgt. Mevrouw P, die al haar hele leven generaties buurkinderen van een kopje thee voorziet als ze uit school komen en nog een uur ouderloos zijn. Jan M. die al twee jaar de hond van zijn moeilijk lopende buurman uitlaat, minstens 2 x per dag. Tineke S, die meekookt voor Els, alleenstaande moeder met 3 kleine kinderen en een pokkebaan. En dan mijn vriendinnen, mijn vrienden en mijn nichten, die hebben ook een lintje verdiend. Voor het mij uit de put kletsen, voor het telefoneren met mij, voor de mij toegestoken handen, al vele jaren! Voor het opmaken van het logeerbed en de kosjere maaltijd en het broodje zuurkool. De oeverloze hoeveelheid thee en koffie en de glaasjes wijn niet te vergeten. Voor de boterkoek en de heerlijke propmacaroni.
En voor mijn kinderen! Die krijgen niet zomaar één lintje, die krijgen een hele rol, dan kunnen ze ook uitdelen!
En behalve het lintje krijgt natuurlijk iedereen een boekenbon én een bosje bloemen, wat heb je nou aan alleen een lintje? Ik heb maar een uurtje de tijd om van die vrolijke lintjesbui te genieten, ik werk! Iemand moet op de patiënten letten. Als ik morgen nou ook nog wat extra uitbetaald krijg omdat het een feestdag is, kan ik weer een boekenbon en misschien een bloemetje kopen.
Uiteindelijk is het dus een vicieuze cirkel: 't is wat je Trix-d'r-dag zou kunnen noemen en zij deelt alleen maar lintjes uit, maar ik krijg wat extra's voor mijn werk op haar dag en daar kan ik dan weer iets mee kopen om weg te geven. Logisch toch?
Daar zou zij zélf een lintje voor moeten krijgen.




P.S. Als ik de koningin zou zijn, zou ik trouwens wel een écht feestje geven, voor iedereen, van mijn eigen geld en bij mij in de tuin!




@Gavi Mensch
Maastricht, 29-4-2010

zondag 25 april 2010

Mensch

A couple of years ago I spent some time writing with a philosopher about things that have nothing to do with daily life. No small talk. He would write down a phrase and I would send hem my ideas on the matter and the other way around. It was very interesting not having to talk about the everyday items you talk about with the people around you and it gave me the opportunity to get deeper into what's moving the world. 

We talked about Plotino and his view on 'us', simplified. That meant thinking about the All and 'Nous', us! Not the religious All but as in: 'All is Visible because the light reflects on us, which makes us visible as well'. We have written long and short mails, have never agreed completely and then he all of the sudden died of a heart attack, so we never got to the bottom of it. That's how things work in Philosophers land.
I don't mind picking up that Plotino idea again with someone else for an intense discussion of the matter. But not now!

We also would exchange phrases like 'Cogito ergo sum', 'I think, therefore I am', Descartes' philosophy-puzzle, which confuses quite a lot of us. Or the more positive thought: 'Risas abundat en cor homini': there is abundant laughter in a human's heart. And there is! Just try to make a sore person smile with the simple phrase: 'Smiling sets your face in a golden glow', and they'll smile, everybody can do with a golden glow! I wouldn't mind exchanging ideas like these again with who ever would like to spend a thought on it.....

One of my phrases kept us writing for over a year. I've used it quite a lot ever since:
To be a perfect mensch is a burden, 
to be a normal mensch is boring and 
to be yourself, a perfectly normal mensch, is difficult but totally satisfying!

If we take into consideration that a mensch is a complete human being, complete in every sense of the word, with all the good and the bad stuff we carry along, trying to give life a chance…….would it be difficult for some people to be a mensch and act like one? 

Of course I can't and will not exclude anyone, nobody at all, we can only exclude ourselves.
So, if there is someone out there who would like to spend an afternoon on writing a mail or comment on it, please do. It doesn't have to be in English, I think I can handle a discussion in Spanish as well and of course it would be nice and easy to do so in Dutch.

I remind you of my email address: gavimensch@hotmail.com   and it could  also be nice to respond on short discussions on Twitter@GaviMensch , it would be a change from some of the regular comments over there: I'm not very interested in where one goes after lunch or what one does before dinner.

Let's give it a try!





©Gavi Mensch
Maastricht 25-4-2010

woensdag 21 april 2010

Haantjes en kippen.

.

De kippen en hanen op het grasveld voor de kliniek maken veel kabaal.


Arme kippen, drie keer zoveel hanen die allemaal hun oog op telkens op de zelfde kip laten vallen. Als één haan haar lekker vindt gaan ze er allemaal voor, gangbangers! De dames moeten soms rennen voor hun leven.
De wilde hanen en kippen horen een beetje bij de kliniek. In het voorjaar hadden we ons rookhok buiten omgetoverd tot ren, de dames deden daar aan “de leg en het broeden”. Het is een soort herberg voor dakloos pluimvee geworden. 

Niet altijd tot genoegen van de omwonenden.
De heren kraaien bij nacht en ontij de patiënten wakker en meerdere van hen, bijna allemaal met korte lontjes vanwege de afkick, hebben al een poging gewaagd om zo’n wekker op twee poten de nek om te draaien, gelukkig zonder succes.


De leider van de hanen, die we James noemen omdat hij zo arrogant rondstapt, is ook wel de meest serieuze. Hij is de Big Boss. Prachtig in de veren met de kleuren van een herfstlandschap.
Zijn hen is Sjaan, beige en wit, rond en mollig, maar geen doetje. Ze heeft al aardig wat kuikenrovers de schrik op het lijf gejaagd en ze heeft besloten bij James te blijven. Maar de andere hanen hebben het vaak op haar gemunt, ze is een lekkere kip. Vaak zitten ze met zijn allen achter haar aan en James zet dan een hoge borst op en stapt om haar heen alsof hij wil zeggen: “Poe poe, jongens wegwezen, zij wil bij mij blijven, dat zie je toch en dat is ook niet voor niks!”
Maar de jongens zijn brutaal en James kan ze niet allemaal tegelijk bij Sjaan weghouden, met als resultaat dat Sjaan het vandaag op een lopen zet en onder mijn Twingo duikt.


Wij, mijn collega’s en ik, staan het een beetje lacherig en al rokende te bekijken: die komische hanenpogingen om onder mijn auto bij Sjaan te komen. Maar de auto is te laag voor die hoge hanenpootjes. 
Als een van de haantjes op mijn auto springt en daar woest flapperend met zijn vleugels de laatste restjes lak van mijn motorkap afkrabt met zijn sporen, grijp ik in. Ik sprint naar de auto, ik kan nog hard rennen voor het goede doel en de vandaal flappert weg. Sjaan zit nog onder de auto en ik maan de resterende hanenbinkies om op te hoepelen wat uiteindelijk resulteert in rondjes lopen om de auto heen, de zuster achter de hanen aan, Sjaan eronder en James die op een afstandje toekijkt met een ietwat verbaasde kop. Dan draait hij zich om. Te veel gedoe.

Mijn collega’s hebben de slappe lach gekregen van het gebeuren en ik moet, om nog enigszins mijn gezicht te redden uitleggen dat, als er te veel bedreigende mannen zijn, vrouwen hun krachten moeten bundelen, waarop de collega’s in de volgende lachbui schieten.


Ondertussen hebben de haantjes de enige overgebleven beschikbare kip Truus ontdekt, ze zit tussen de fietsen. Truus is een beetje afgeleefd en lijkt op een van de patiënten die nooit meer van haar verslavingsproblemen afkomt.
Mager, tanig is een betere woord, een beetje vaal van kleur, grijs en beige en een trieste blik in haar kippige oogjes. Met afschuw ziet ze de bende jonge hanen op zich afkomen. Ze twijfelt niet lang, fladdert omhoog en springt zo in de mand van mijn collega’s fiets. Ze nestelt zich en kijkt over de rand naar haar belagers. Mijn collega kijkt naar mij. Maar ik zeg dat haar fiets haar verantwoording is en dat ze op zijn minst een bijdrage kan leveren aan vrouwenopvang. Ze loopt naar de fiets toe en zegt tegen Truus dat ze tot het eind van haar dienst de mand kan gebruiken als shelter.

De jonge haantjes kunnen niet bij Truus komen en lopen het veld weer op. Een van hen, een brutale, pikt in het voorbijgaan naar mijn collega’s been, schudt zijn veren en wandelt weg.
“Zo werkt dat, het is de realiteit van veel van onze patiënten: net de mensenwereld....”, mompelt mijn collega en we sluiten onze rookpauze af met een blik op Sjaan onder de auto en op Truus in de fietsmand.

Als we naar binnen gaan horen we James nog een luide kraaiserenade geven.
Een bedankje........ of een waarschuwing dat we ons niet te veel met zijn zaken moeten bemoeien.





© Gavi Mensch
Utrecht, 2-10-2009

.

maandag 19 april 2010

‘CHILDGATE’

Copy-paste onderstaande petitie naar uw email, vul uw gegevens in en mail hem naar het volgende email adres: childgate@gmail.com


--------------------------------------------------------------

‘CHILDGATE’


Een Europese petitie!


Bij deze roep ik het Europees Parlement op om alles in het werk te stellen waardoor opdracht gegeven kan worden aan Eurojust om een diepgaand onafhankelijk onderzoek uit te gaan voeren naar de aard en omvang van seksueel misbruik, fysiek en psychisch geweld door vertegenwoordigers van kerkelijke organisaties binnen de lidstaten van de Europeese Unie. De tijdspanne waarop dit onderzoek betrekking heeft dient zo geformuleerd te zijn dat ruimte geboden wordt aan alle casussen die door jong en oud ingebracht kunnen worden.
De doelstelling van dit onderzoek dient verder te gaan dan het louter en alleen in kaart brengen van dergelijk misbruik en geweld maar dient ook de mogelijkheid te onderzoeken, in combinatie met de bijhorende aanbevelingen, hoe bij al dit soort van misstanden kerkelijk recht ondergeschikt is en blijft aan civiel recht en strafrecht binnen alle lidstaten van de Europeese Unie. Een en ander zonodig in samenhang met inhoudelijk uitgewerkte aanbevelingen tot supranationale wetgeving, zonder verjaringstermijn.


Naam:
Woonplaats:
Land:

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


U kunt deze oproep steunen door deze te ondertekenen met Uw naam, woonplaats en land en te emailen naar: ‘CHILDGATE’

Uw steunverklaring zal doorgeleid worden naar vertegenwoordigers van het Europees Parlement.

Wilt u deze ‘Childgate’ petitie alstublieft  naar zoveel mogelijk mensen doorsturen? Vriendelijk dank!
childgate@gmail.com


Persoonlijke noot: 
Ik heb mijn blog voor deze petitie  aan de initiatiefnemers van  CHILDGATE ter beschikking gesteld.
Voor genuanceerde reacties naar aanleiding van bovenstaand artikel,
verwijs ik iedereen naar mijn email adres: gavimensch@hotmail.com
Alle ( veelal ongepaste ) reacties onder deze petitie zijn bij wijze van uitzondering verwijderd .

zondag 18 april 2010

Fietsen.

Met de kaart van Maastricht uit de krant voor mijn neus zit ik te puzzelen, Amstel Gold Race vandaag! Mijn schoonzoon heeft hem gisteren gereden voor amateurs, mijn 6 maanden zwangere dochter mocht niet meedoen, het geheel de Cauberg ophijsen op een racefiets is net even iets te veel van "gezond bewegen is ook goed in je zwangerschap"! Alhoewel ik moet zeggen dat zo'n fietsmaillot over zo'n mooi buikje erg leuk staat. Vandaag zijn die twee op een brommer, jawel, achter de wielrenners aan, ze zijn echt fanatiek, en volgen degenen die vanwege de aswolk hier nog wel konden komen. De dag van mijn schoonzoon moet een 'sjoene' dag worden.


Valverde kan ik niet vinden op de definitieve starterslijst, maar gelukkig zijn Vall (wel een Catalaan, maar goed) en  Freire van de partij. Sastre een van mijn schoonzoon's andere landgenoten en favorieten( voor zover ik er iets van begrijp), zit te wachten ergens op een vliegveld. Jammer! Te meer omdat Moeder Aarde eigenlijk wel van fietsers houdt en die aswolk ook meer bedoeld was voor degenen die te pas en te onpas in een vliegtuig stappen voor klusjes op 400km afstand, soms minder. Er zijn Euro Parlementariërs die van Amsterdam naar Brussel vliegen, tja……
Maar terug naar mijn eigen route, waar kan ik heen? Ik vind fietsen heerlijk, maar vandaag ga ik niet op de fiets, ik moet twee enorme hobbels over en ik moet keuzes maken: mijn van werk en hockey (en gewicht, ja hoor, het staat er bij) en door valpartijen gebutste knieën protesteren hoorbaar bij de oprit van de Noorderbrug en de klimmende Statensingel. En het is natuurlijk niet alleen de heenweg, ik moet ook weer terug. Die knieën moeten als het een beetje tegenzit nog tien jaar van hot naar haar rennen om patiënten te verzorgen, want de huur moet betaald en er moet af en toe een cracker 'light' op de plank. Ik heb besloten om een elektrische fiets te kopen, wel meetrappen geen druk op de oude gewrichten. Mijn baas heeft een fietsplan en ik moet nu alleen dat 0-uren contract nog kwijt om daar aanspraak op te kunnen maken. Dan nog moet ik een tijdje sparen en daarna ga ik op mijn racefiets voor de Nurses Silver Race, de kleur van mijn haar tegen die tijd. Maar nu nog even met de auto, helaas, want er schijnt een on-Hollandse zon en een beetje frisse lucht kan nooit kwaad.
Terug naar mijn route, ik kan toch zo afwijken van mijn verhaal, maar niemand zegt er iets van, er is hier ook verder niemand….daar ga ik weer;-)
Ik zie dat ik over de Kennedybrug kan, via het centrum onmogelijk daar is alles verstopt zo dadelijk. Lekker rustige route, dakje van de Twingo open, radio aan, race volgend, sigaretje of kauwgom, afhankelijk van hoe men naar mij kijkt onderweg.
Het peloton gaat zich opmaken voor de tv uitzending zo, met helikopters, vooruit dan maar!

Ik ga opschieten, ik moet mijn sportieve kloffie nog aan doen, lekker schoongewassen wit en dan als een speer op weg…..naar mijn werk!



@Gavi Mensch
Maastricht, 18-4-2010 14.00 u

zaterdag 17 april 2010

Lucia.

Hoeveel keer heb ik niet medicatie opgetrokken voor een arts die speciale medicatie nodig had voor een terminale patiënt? Uitleg over de medicatie was destijds summier, uitleg over de bestemming was mijn zaak niet, mijn werk was het correct optrekken van gevraagde medicatie, in opdracht. Heb ik niet een acht nachten durende nachtdienst gedraaid waarin tijdens vier opeenvolgende nachten elke nacht een patiënt overleed? De vijfde nacht had ik het niet breed, dat kan ik je wel vertellen.  Ik heb het over meer dan 25 jaar geleden, ik had  nu al 25 jaar onschuldig in de gevangenis kunnen zitten….. samen met een collega die de nachtdiensten samen met mij  draaide.

Als verpleegkundige vind ik het een ernstige zaak als mijn patiënten overlijden, mijn eigenlijke werk is het verbeteren van de kwaliteit van leven. Soms treft je zo'n nare samenloop van omstandigheden. Hoeveel patiënten zijn er in een ziekenhuis die kans hebben op een hartstilstand, een reactie op medicatie, hoeveel zijn er ernstig ziek? Veel!

Toen Lucia de Berk beschuldigd werd van niets minder dan moord en doodslag, schoten mij deze vragen door het hoofd. En ook de gedachte dat hoge sterftecijfers slecht zijn voor instellingen en dat we als verpleegkundigen slecht verzekerd zijn voor en van rechtsbijstand en dat het makkelijk is om iemand de schuld te geven. En dat er geen tastbaar bewijs was, alleen verdenkingen.

Ten tijde van de arrestatie van Lucia werkte ik in Spanje en natuurlijk was het ook daar nieuws, als Nederlandse verpleegkundige werd ik er vaak op aangesproken. Waarom? Wel, Nederland staat in sommige delen van de wereld bekend als het land waar alles mag, abortus tot 24 weken (enkele van de gestorven patiënten waren baby's) en euthanasie (anderen waren zieke ouderen). Of omdat het rechtse en zwaar katholieke deel van Spanje onze strijd voor euthanasie 'moord' noemde: "Jullie maken die oudjes gewoon dood als ze te veel verzorging gaan vragen". Mijn leerlingen uit conservatieve kringen moest ik voorlichten over euthanasie en de regelgeving, met mijn katholieke kennissen moest ik in de clinch.
Compañera del Angel de la Muerte, collega van de Engel des Doods was het wrange en uitermate misplaatste grapje als ik vertelde dat ik verpleegkundige was.


Ik schreef open brieven aan de rechtse en linkse Spaanse kranten en ook aan Nederlandse. 
Er bleek noch daar noch hier enig begrip voor de rare situatie waarin Lucia zich bevond, het was makkelijker om het zo te laten?
En ondanks het feit dat er gebruik gemaakt was van massahysterische verklaringen en aanwijzingen die onder andere verzameld waren door overijverige rechercheurs met een CSI-syndroom die een massamoordenaar voor ogen hielden, werd Lucia zonder meer veroordeeld tot levenslang. 

Huiveringwekkend voorbeeld van wat er allemaal fout kan gaan, een bizarre nachtmerrie. Je kunt nog zo voorzichtig zijn en toegewijd, als er mensen zijn die je ongenuanceerd zwart maken of zaken zien die er niet zijn, sta je letterlijk met je rug tegen de muur. In grote werkgemeenschappen met veel roddel en achterklap en sowieso in de ogen van het achter de geraniums zittende deel van onze maatschappij, hoef je er niet zó veel voor te doen om als 'raar' bestempeld te worden. 

En als je, als verpleegkundige, veel en vaak werkt is de mogelijkheid dat je aanwezig of in de buurt bent van patiënten die overlijden erg groot. Ik heb duidelijk geluk gehad, in die vier opeenvolgende nachtdiensten waarin die vier patiënten overleden, had ik een collega bij mij, in de nacht werkte je destijds nog met zijn tweetjes. En waarom mijn collega destijds nooit het 'grapje' van 'zo gaat het goed met de wachtlijst' op haar bord kreeg is goed verklaarbaar.  

Het was een aardige, goed gereformeerde meid en een goede verpleegkundige, protesteerde nooit, was afstandelijker, minder betrokken bij het lichamelijke lijden, daarmee verdiende men de hemel, vond ze, het hoorde erbij. Terwijl ik te vaak vragen stelde aan de artsen en protesteerde als mensen teveel pijn hadden of als men oeverloos doorging met extra voeden, medicatie en reanimeren. Ik was niet gelovig en werkte in een katholiek ziekenhuis. Ik was een ongehuwde moeder( foei) en protesteerde ook nog eens tegen de begintijd van de dagdienst die niet aansloot op de openingstijd van de crèche. Ik was lid van de vakbond. Kortom, ik was lastig en heb aardig wat botsingen met deze en gene overleefd. 

Maar voor hetzelfde geld waren er mensen geweest die stiekem met hun vingertje naar mij hadden gewezen als er een vraag geweest was over de vier overleden patiënten. Men had redenen kunnen verzinnen, zoals bij Lucia, of fouten van anderen kunnen afwentelen op mij, zoals ook gebeurd is bij Lucia.  Politie zou heel wat vreemde feiten gevonden hebben in mijn leven die 'eventueel misschien wel eens zouden hebben kunnen leiden tot iets'.


Lucia de Berk
Bij mijn weten was Lucia  een harde werker en een betrokken pleeg en waarschijnlijk  alleen geen standaard mens. Ons lot hangt vaak aan het zijden draadje van de publieke opinie, van de jaloezie van de collega's of van de benauwdheid van de werkgever en vooral van ambitieuze ambtenaren die een 'big case'op hun naam willen zetten.

Veel verpleegkundigen zijn zich bewust van dit fenomeen, van onze slechte rechtspositie en van het feit dat wij diegenen zijn die het dichtst bij de patiënt staan.
Weet je, ik vraag me af hoe die mensen met die beschuldigende en priemende wijsvingertjes zich nu voelen? Slecht, hoop ik, lijdend aan slapeloosheid en vol gewetenswroeging, dat zou in ieder geval getuigen van hun menselijkheid.

Van de werkgevers weten we al dat ze maar vast begonnen zijn om te beknibbelen op de vergoeding die Lucia krijgt, €45.000 in plaats van €100.000. Ik mag hopen dat ze van al die jaren haar salaris nog krijgt ( minimaal €200.000 exclusief de ORT en de pensioenafdrachten die niet gedaan zijn), aangezien ze onrechtmatig ontslagen is. Een zichzelf van alle ellende vrijwarende verklaring van het ziekenhuis, gisteren gepubliceerd, is op zijn zachtst gezegd storend.

Het geld zal ze hard nodig hebben, om de 'dood'-eenvoudige reden dat, ondanks het feit dat ze nog steeds haar beroep mag uitoefenen, zij dit niet meer kan wegens een in gebreke gebleven revalidatie na een hersenbloeding in de gevangenis; wie er verantwoordelijk was voor dat in gebreke blijven moet nog worden uitgespit!



©Gavi Mensch
Maastricht, 16-4-2010

*All rights reserved 2010-2013. Niets van de tekst van dit blog mag worden overgenomen zonder uitdrukkelijke toestemming van de auteur.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Lucia_de_Berk#De_zaak-Lucia_de_Berk


Update: 9-8-2013
http://www.nu.nl/binnenland/3546993/lucia-berk-vindt-ziekenhuis-onveilige-werkplek.html?utm_source=twitter&utm_medium=socialmedia&utm_campaign=nunl_twitter

http://programma.ntr.nl/10577/ntr-academie/detail/aflevering/6000007555/Lucia-de-Berk:-Vechten-tegen-massahysterie




donderdag 15 april 2010

Tijd voor sex 1.



Nee, nee, ik ben niet desperate…ik vind dat het weer tijd is om te praten over sex.

Haal die vinger nog even weg bij de delete knop, het is alweer zo lang geleden dat er gesproken werd over sex en ondertussen blijft het maar een beetje pruttelen onder de oppervlakte, zoals een vulkaan die wel rookt maar nooit tot uitbarsting komt. Als er dan toch luchtvervuiling is kunnen we het beter weer eens ter sprake brengen. Ik merk dat het tijd wordt aan de mailwisselingen die ik heb met oude en nieuwe schrijfvrienden en -vriendinnen. 

Op 'Intelligence Squared' was een humorvol debat met de stelling "Everything a man does he does to get laid", vol spitsvondige wijsheden en uitleg. Ik heb veel gelachen en ook wel een boel opgestoken over hoe men denkt over seksuele relaties vandaag de dag. Uiteindelijk weer geen uitsluitsel over wat mannen en vrouwen drijft tot sex, waarom mannen alles doen om sex te kunnen hebben en waarom vrouwen alles doen om sex te kunnen hebben. 
De biologisch getinte redenen kennen we al, ook de genetisch bepaalde en evolutionaire drijfveren. Interessanter was de vraag: ' Waarom mannen er alles voor over hebben om eigenlijk geen sex meer te hoeven hebben'. Er zijn dus redenen waarom mannen dingen doen zodat ze geen sex meer hoeven hebben, met een vrouw. Eén ervan is het onvoldane gevoel waar ze mee blijven zitten, het gevoel dat ze altijd tekort schieten.

 Een kort-door-de-bocht voorbeeld: Een man doet iets geweldigs om een vrouw te imponeren ( zodat ze sex met hem wil) en is daar zo mee bezig dat er geen tijd over blijft voor sex. Zodra hij merkt dat dit imponerende 'geweld' niet leidt tot de dezelfde voldoening als het hebben van sex en dat de vrouw niet echt onder de indruk is van zijn prachtige auto of zijn laatste boek noch van zijn seksuele performance, schakelt hij terug naar zijn maten en praat over mannenzaken. Hetgeen weer leidt tot een seksloos bestaan. De stelling van de enige vrouw in het gezelschap van sprekers in het eerder genoemde debat was, dat mannen van alles doen om geen seks meer te hebben. Ze houden zich bezig met onaantrekkelijke zaken zoals het intensief spelen van computerspelletjes,  het obsessief bezig zijn met de auto die hij 'zijn vriendin' noemt, het ongeschoren en in trainingspak rondlopen. Ik ben het met die stelling eens. Mannen willen erkenning voor hun geweldig zijn en ondertussen doen ze er, wat ons/mij betreft, weinig tot niets voor. 

Mannen doen van alles met mannen, met hun maten: vissen, motorrijden, forumschrijven, vergaderen..... alles behalve op zoek gaan naar vrouwen. Op datingsites worden vrouwen gewaarschuwd: mannen schrijven niet, ze wachten tot de vrouwen schrijven. En zo krijgen vrouwen weken gratis lidmaatschap, anders houdt de site op te bestaan! En vrouwen schrijven, jawel, om te zien of er nog mannen zijn die terug willen schrijven; ijdele hoop, de meeste mannen zijn vissen met maten of 'daten' zich suf: "Ik heb meer aan het persoonlijke contact, ik ben niet zo'n schrijver!"

Ook in het dagelijks leven is het onmogelijk om zomaar een conversatie te beginnen met een man. Ga maar eens naar een terrasje pikken in je eentje en kijk eens om je heen. Vier soorten mannen: de man met zijn maat, collega of vrienden, de man met de veel jongere vrouw, de man met de zwijgende echtgenote en de man met de laptop. 
En daar zit ik dan, alle goedbedoelde aanbevelingen om niet thuis te blijven zitten, omdat ik daar niemand tegen het lijf loop (haha) ten spijt: mannen willen geen relatie met vrouwen maar met mannen die weten van economische en politieke zaken en van voetbal, tennis of golf, allemaal veel interessanter, stressloos en zonder andere intenties dan tijd verdrijven op een prettige manier. Op de achterbumper van mijn pretentieloze Twingo uit '95 zit een sticker: "Heb jij nog sex of golf je al?", wat mij in files lachende of zure gezichten oplevert bij een blik in de achteruitkijkspiegel. De lachers zijn jonge mannen en vrouwen van elke leeftijd, de zuurpruimen zijn mannen van mijn leeftijd; ze weten het van zichzelf, denk ik dan. Deze mannen willen niet samenwonen met een vrouw (behalve dan als het huishoudelijk gemak oplevert) en ze doen er van alles aan om te voorkomen dat ze sex moeten hebben. Het is niet zo dat heteromannen geen sex willen, het euvel is dat ze sex moeten hebben met een vrouw en daar zitten bedreigende consequenties aan vast, dan is het afgelopen, denken ze, met een boom opzetten in de kroeg met de maten, afgelopen met elk weekend voetbaldiscussies. 

Mannen doen van alles om vrouwen te imponeren; boeken schrijven, de Sixtijnse Kapel schilderen, enorme bouwwerken verzinnen én bouwen, manager of minister-president worden ( hetgeen JPB niet veel heeft opgeleverd aan zijn gezicht te zien). Vrouwen vallen meer op gezelschap, op een gesprek op niveau, op samen delen en op gelijkheid van rechten en plichten. En op de spanning, op het direct of indirect aangesproken worden op háár intelligentie en háár creativiteit.

Mannen van mijn leeftijd kunnen een voorbeeld nemen aan de jongere garde, het is bewezen dat (jonge en oudere) vrouwen vallen op minder prestatiegerichte, emotionelere mannen die eigenlijk ook altijd sex willen maar het accepteren als het niet zo loopt. Mannen die wandelen met een baby in een draagdoek of heerlijk kunnen koken zijn seksueel veel aantrekkelijker dan de mannenman; er valt aan die eerste nog veel te ontdekken en de laatste is duidelijk, een open boek(?) en niet interessant voor het andere geslacht.

Mij rest  voorlopig nog werken en thuisblijven, kijken naar discussies over het onderwerp en accepteren dat het zo is. Of een jongere, veel jongere man aanschrijven, die geen kinderen meer wil (daarover later meer). Of schrijven over waar ik zoal tegenaan loop….
Sex is op mijn leeftijd (zo jong als ik ben) blijkbaar iets waar ik alleen nog maar over schrijf?


Wordt vervolgd  en natuurlijk bevestigen ook in dit stukje de uitzonderingen de regel .....;-)



©Gavi Mensch
Maastricht, 15-4-2010.